ECLI:NL:GHARL:2026:410

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
Wahv 200.356.309/01 ev
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WahvArt. 6 EVRM
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet stellen zekerheid bij Wahv-sancties

De betrokkene stelde beroep in tegen beslissingen van de kantonrechter die zijn beroep telkens niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet stellen van zekerheid voor de betaling van sancties en administratiekosten onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).

De betrokkene werd meerdere malen schriftelijk gewezen op zijn verplichting om zekerheid te stellen, maar heeft dit niet gedaan. Hij voerde in een brief dat het om oplichterspraktijken zou gaan en gaf aan financieel niet in staat te zijn zekerheid te stellen, maar voerde geen formeel draagkrachtverweer in de procedure.

Het hof oordeelt dat de kantonrechter terecht het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat de betrokkene niet aan de wettelijke verplichting voldeed en geen tijdig draagkrachtverweer heeft gevoerd. De opmerking over financiële draagkracht kan niet als zodanig worden aangemerkt.

Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de beslissingen van de kantonrechter bevestigd. Hierdoor kan het hof de inhoudelijke gronden van de betrokkene tegen de sancties niet beoordelen.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het niet stellen van zekerheid bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.356.309/01
Wahv 200.356.310/01
Wahv 200.356.311/01
CJIB-nummer
: 263999857
264753298
264504093
Uitspraak d.d.
: 23 januari 2026
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissingen van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 21 mei 2025, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats].

De beslissingen van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie telkens niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissingen van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft verweerschriften ingediend.
De betrokkene heeft het beroep in de verschillende zaken schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft steeds de gelegenheid gekregen daarop te reageren.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Op 16 en 25 december 2025 zijn nog brieven van de betrokkene ontvangen. Een kopie daarvan is toegestuurd aan advocaat-generaal.

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie telkens niet-ontvankelijk verklaard omdat geen zekerheid is gesteld.
2. Artikel 11 van Pro de Wahv verplicht de betrokkene om in de procedure bij de kantonrechter zekerheid te stellen voor de betaling van de sanctie en de administratiekosten. In elk van de aan de orde zijnde zaken is de betrokkene door middel van een brief van 24 juni 2024 gewezen op de wettelijke verplichting om vóór de behandeling van het beroepschrift door de kantonrechter zekerheid te stellen voor het bedrag van de sanctie en de administratiekosten. Vervolgens is de betrokkene telkens door een daarop volgende brief van 12 juli 2024 herinnerd aan die verplichting en opnieuw in de gelegenheid gesteld om zekerheid te stellen. De officier van justitie heeft de betrokkene op juiste wijze geïnformeerd over deze verplichting om in de procedure bij de kantonrechter zekerheid te stellen.
3. Bij brief van 3 juli 2024, getiteld “Bezwaarschrift en Aanklacht tegen brieven OM omtrent Boetes eerst betalen (z.g. zekerheid stellen)”, heeft de betrokkene in reactie op de hem toegezonden zekerheidsbrieven met betrekking tot een zestal zaken, waaronder de zaken die thans aan de orde zijn, aangegeven dat het hier de reinste oplichterspraktijken betreft waar bejaarden keer op keer voor worden gewaarschuwd en dat er meestal Nigeriaanse bendes achter zitten die codes kraken. Zekerheid stellen betekent dat het OM het geld binnen heeft, dat de zaken daarmee gesloten zijn en dat je vervolgens nooit meer iets hoort. De betrokkene besluit zijn brief met de volgende opmerking: “Help mij uit de brand, ik heb € 1.200,- per maand.”
4. Artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden waarborgt het recht op toegang tot een onafhankelijke rechter. Uitgangspunt is dat de verplichting om zekerheid te stellen de toegang tot de rechter niet belemmert. Dat is anders wanneer de betrokkene financieel niet in staat is (volledig) zekerheid te stellen. Een betrokkene zal daartoe in de procedure bij de kantonrechter tijdig een draagkrachtverweer moeten voeren.
5. Dat heeft de betrokkene niet gedaan. Gelet op de inhoud van de brief van de betrokkene kan worden vastgesteld dat hij niet voornemens is om aan de wettelijke verplichting tot het stellen van zekerheid te voldoen. Hij stelt immers dat het hier de reinste oplichterspraktijken van het openbaar ministerie betreft. De betrokkene eindigt zijn brief vervolgens met de opmerking dat hij uit de brand wenst te worden geholpen, maar deze opmerking dient in de context van de voorgaande opmerkingen te worden gezien. Dit betekent dat de kantonrechter deze opmerking niet als draagkrachtverweer met het oog op de zekerheidstelling behoefde aan te merken.
6. Nu de betrokkene in de verschillende zaken niet binnen de gestelde termijn zekerheid heeft gesteld en ook niet in reactie op de toegezonden brieven heeft gemeld dat wegens onvoldoende financiële draagkracht geen zekerheid kon worden gesteld, heeft de kantonrechter het beroep daarom telkens terecht niet-ontvankelijk verklaard.
7. Voor zover de betrokkene thans in hoger beroep aanvoert - voor zover hier van belang - dat hij bij brief van 15 juli 2024 heeft gereageerd op de brieven van de officier van justitie van 12 juli 2025 met de mededeling dat hij vanwege zijn onvermogen geen zekerheid kan stellen en dat hij deze verklaring heeft verstuurd naar postbusnummer 8225 in Utrecht, is daarvan niet gebleken.
8. Het voorgaande betekent dat het hof de beslissingen van de kantonrechter dan ook zal bevestigen. Dit brengt mee dat het hof de gronden van de betrokkene tegen de opgelegde sancties niet kan beoordelen

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissingen van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.