Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 8 november 2025;
- het verweerschrift;
- een journaalbericht namens de vrouw van 3 juni 2026 met producties;
- een journaalbericht namens de man van 8 juni 2026 met producties.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat,
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
3.De feiten
- de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vrouw bepaald;
- de volgende
- [de minderjarige] verblijft bij iedere zaterdag van 10.00 uur tot zondag 16.00 uur bij de vader;
- de moeder brengt en haalt [de minderjarige] op bij de woning van opa (vz) waar de vader
4.De omvang van het geschil
- € 542,- per maand met ingang van 11 februari 2025; en
- € 299,- per maand met ingang van 1 mei 2025.
voorlopigezorgregeling gehandhaafd in afwachting van het onderzoek door de raad.
5.De motivering van de beslissing
- de ingangsdatum van de kinderalimentatie, namelijk 11 februari 2025;
- de behoefte van [de minderjarige] van € 1.862,- per maand vanaf 11 februari 2025 en vanaf 1 mei 2025 € 886,- per maand;
- de zorgkorting van 25%.
gesteldehogere woonlasten niet vermijdbaar waren, is het hof evenals de rechtbank van oordeel dat bij de berekening van de draagkracht van de man rekening moet worden gehouden met de forfaitaire woonlast.