Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM- LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vader en moeder zijn ouders van twee minderjarige kinderen en oefenden gezamenlijk het ouderlijk gezag uit. Na beëindiging van hun relatie ontstond een geschil over de zorgregeling. De rechtbank bepaalde de hoofdverblijfplaats bij de moeder en stelde een begeleide omgangsregeling voor de vader vast. De vader ging in hoger beroep tegen deze zorgregeling.
Tijdens de procedure in hoger beroep verscheen de vader niet bij de zitting en gaf hij geen nadere toelichting op zijn standpunt. Het hof oordeelde dat de huidige zorgregeling, waarbij de kinderen eenmaal per week onder begeleiding bij de vader verblijven, het maximaal haalbare is gezien het onvoorspelbare en onveilige gedrag van de vader en de emotionele behoeften van de kinderen, die traumatherapie volgen.
Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en veroordeelde de vader in de proceskosten van de moeder, omdat het hoger beroep door zijn nalatigheid en gebrek aan medewerking nodeloos was en geen resultaat had opgeleverd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de zorgregeling met begeleide omgang en veroordeelt de vader in de proceskosten.