ECLI:NL:GHARL:2026:4155

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
200.348.639
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:9 BWArt. 6:212 BWArt. 125 lid 5 RvArt. 111 lid 2 juncto 140 RvArt. 343 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep afgewezen in geschil over bestuurdersaansprakelijkheid en misgelopen zakelijke kansen

Everizone vordert in hoger beroep een verklaring voor recht dat SME c.s. en [CEO1] onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld door haar zakelijke kansen te ontnemen, en schadevergoeding. De rechtbank wees deze vorderingen af en het hof bevestigt dit oordeel.

De feiten betreffen een samenwerking tussen Everizone, SME c.s. en andere partijen rondom de ontwikkeling en exploitatie van assessmentmethoden en een pilotproject met RPA. Everizone stelt dat zij buiten spel is gezet en haar corporate opportunities zijn verloren, onder meer door het beëindigen van licenties en het voortzetten van het project via een andere entiteit, LLO.

Het hof oordeelt dat SME c.s. niet onrechtmatig hebben gehandeld. RPA koos zelfstandig de partijen voor de pilot en vervolgopdrachten. SME c.s. hadden geen invloed op de oprichting van LLO en het beëindigen van licenties was toegestaan. Ook is geen sprake van ongerechtvaardigde verrijking door SME c.s. De vorderingen tot schadevergoeding en inzage worden afgewezen.

Everizone wordt veroordeeld in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep. Het arrest bevestigt het eerdere vonnis en sluit het geschil af.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van Everizone af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, waarbij Everizone wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.348.639/01
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland C/16/554951 / HA ZA 23-277
arrest van 23 juni 2026
in de zaak van
Everizone B.V.
die is gevestigd in Zeist
die hoger beroep heeft ingesteld
hierna: Everizone
advocaat: mr. M.R. Ruygvoorn
en

1.Social Media Europe B.V.die is gevestigd in Utrecht

2.
TMA B.V. (tevens h.o.d.n. EHRM Vision)die is gevestigd in Utrecht
3.
[geintimeerde3]die woont in [woonplaats1]
hierna gezamenlijk: SME c.s. en afzonderlijk: SME, TMA en [geintimeerde3]
advocaat: mr. M.H.G. Plieger

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.
Everizone heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, op 17 januari 2024 [1] tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep van 15 april 2024
  • het herstelexploot van 27 augustus 2024
  • het herstelexploot van 16 december 2024
  • de memorie van grieven van Everizone
  • de memorie van antwoord van SME c.s.
  • het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 12 februari 2026 is gehouden.
Voor de mondelinge behandeling hebben beide partijen een akte met producties ingestuurd.
1.2.
Aan het slot van de mondelinge behandeling heeft het hof arrest bepaald.
1.3.
De zaak van Everizone tegen [CEO1] (hierna: [CEO1] ) heeft in hoger beroep een ander beloop gehad. Deze loopt bij het hof onder een ander zaaknummer (200.350.360). Daarover wordt in dit arrest dus niet beslist.
2. De kern van de zaak
2.1.
Everizone is eind 2018 opgericht met [bestuurder1] (hierna: [bestuurder1] ) en [geintimeerde3] als indirecte grootaandeelhouders en bestuurders. [CEO1] trad op als CEO. Everizone is nu een lege vennootschap met alleen [bestuurder1] als indirect bestuurder. Volgens Everizone hebben [geintimeerde3] en zijn vennootschappen SME en TMA samen met [CEO1] ervoor gezorgd dat Everizone zonder product en middelen is achtergelaten en haar concrete ‘corporate opportunities’ (zakelijke kansen) heeft verloren.
2.2.
Everizone heeft bij de rechtbank kort gezegd gevorderd (1) voor recht te verklaren dat SME c.s. en [CEO1] onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld, (2) SME c.s. en [CEO1] te veroordelen om de schade die Everizone als gevolg daarvan heeft geleden te vergoeden, op te maken bij staat, (3) SME c.s. en [CEO1] te veroordelen tot betaling van een voorschot op deze schadevergoeding van € 4.000.000 en (4) inzage te gebieden in de gegevens die de deurwaarder na het bewijsbeslag heeft gesepareerd. SME c.s. hebben verweer gevoerd. Zij betwisten dat zij Everizone corporate opportunities hebben ontnomen.
2.3.
De rechtbank heeft deze vorderingen afgewezen. De bedoeling van het door Everizone ingestelde hoger beroep is dat haar vorderingen alsnog worden toegewezen. Zij heeft daarbij haar eis onder (1) gewijzigd, in die zin dat zij primair een verklaring voor recht vordert dat SME c.s. en [CEO1] onrechtmatig hebben gehandeld jegens Everizone, ten gevolge waarvan er een aannemelijke kans is dat Everizone schade heeft geleden, voor welke schade SME c.s. en [CEO1] hoofdelijk jegens Everizone aansprakelijk zijn, en subsidiair een verklaring voor recht dat SME c.s. en [CEO1] ongerechtvaardigd zijn verrijkt ten koste van Everizone, ten gevolge waarvan SME c.s. en [CEO1] hoofdelijk jegens Everizone aansprakelijk zijn voor de schade van Everizone tot het bedrag van de verrijking.
2.4.
Het hof is het eens met het oordeel van de rechtbank dat de vorderingen van Everizone tegen SME c.s. niet toewijsbaar zijn. Het hof licht dat hierna toe. Het hof laat het vonnis van de rechtbank tussen deze partijen dus in stand.

3.De feiten

3.1.
[bestuurder1] is bestuurder en enig aandeelhouder van een persoonlijke holding en is de ontwikkelaar van het zogeheten Personal Employability Mapping (hierna: PEM). PEM is een assessmentmethode waarmee een persoon door het invullen van vragenlijsten inzichtelijk kan maken waaruit zijn competenties en drijfveren bestaan en wat voor werk of opleiding daarbij past. [bestuurder1] heeft PEM afgestemd op het Personal Employability Center (hierna: PEC) dat hij eveneens heeft ontwikkeld. PEC is een online platform waar een persoon actief aan de slag kan met zijn PEM-analyse, bijvoorbeeld door coaching te boeken, opleidingen te volgen of gekoppeld te worden aan vacatures.
3.2.
[geintimeerde3] heeft sinds 1999 een assessmentmethode ontwikkeld en heeft deze in 2005 op de markt gebracht onder de naam Talenten Motivatie Analyse Methode (hierna: de TMA Methode). De TMA Methode wordt in verschillende landen geëxploiteerd door TMA, een aanbieder van selectie- en competentietesten. Via zijn persoonlijke holding is [geintimeerde3] grootaandeelhouder en bestuurder van TMA. Via zijn houdstervennootschap houdt [geintimeerde3] ook een 75%-belang in SME; de overige 25% van de aandelen in SME worden gehouden door [CEO1] . TMA is bestuurder van SME.
3.3.
[bestuurder1] heeft in 2017 de samenwerking gezocht met SME c.s. om de ‘PEM/PEC- Methode’ op grotere schaal in de markt te zetten.
3.4.
[CEO1] was als freelancer ten behoeve van [geintimeerde3] belast met het opzetten van de samenwerking tussen [bestuurder1] en SME c.s. Op 23 maart 2018 heeft [CEO1] een concept-samenwerkingsovereenkomst verzonden aan [geintimeerde3] , [bestuurder1] en aan [naam1] . [naam1] wilde via zijn persoonlijke holding participeren in de samenwerking. In het citaat hieronder wordt met Everizone de persoonlijke holding van [bestuurder1] bedoeld die toen nog zo heette en later is hernoemd. In de considerans wordt de beoogde samenwerking als volgt samengevat:
“NEMEN IN AANMERKING DAT
  • Everizone onder andere actief is op het gebied van persoonlijke ontwikkeling tijdens het Educatie- en arbeidsproces, en in dat kader de PEM Methode heeft ontwikkeld;
  • de PEM Methode een formatief assessment is, waarbij prestaties worden gemeten en vergeleken met eigen eerdere prestaties (in plaats van met prestaties van anderen);
  • TMA actief is op het gebied van HRM en in dat kader de TMA Methode heeft ontwikkeld;
  • de TMA Methode een methode bestaande uit verschillende instrumenten is, die mensen helpt inzicht te geven in hun competenties en talenten en hoe deze verder te ontwikkelen;
  • Partijen gezamenlijk een competentiemode hebben ontwikkeld, op basis waarvan de PEM Methode (gedeeltelijk) kan worden gekoppeld aan de TMA Methode en als een gezamenlijk product onder de naam PEM/TMA Methode via de TMA Portal aan derden kan worden aangeboden;
  • Partijen gedurende een testfase willen onderzoeken of er markt is voor de gezamenlijke exploitatie van de PEM/TMA Methode;
(...)”
3.5.
Op 20 december 2018 is Everizone Holding opgericht. Wat [geintimeerde3] betreft, geschiedde de oprichting van Everizone Holding via SME waarin ook [CEO1] participeert met een 25%- belang. De aandelenverhoudingen in Everizone Holding zijn als volgt: de persoonlijke holding van [bestuurder1] (45%), SME (45%) en de persoonlijke holding van [naam1] (10%). De persoonlijke holding van [bestuurder1] en SME zijn tot bestuurder van Everizone Holding benoemd. Everizone Holding heeft dezelfde dag Everizone opgericht en is haar enige bestuurder. Everizone richt zich blijkens haar statuten onder meer op het verzorgen van organisatieadvisering, scholing en opleiding, arbeidsbemiddeling en coaching, alsmede het afnemen van assessments.
3.6.
[bestuurder1] , althans zijn persoonlijke holding, heeft Everizone een licentie gegeven om PEM te gebruiken. TMA heeft Everizone een licentie gegeven om de TMA-methode te gebruiken.
3.7.
In het kader van de samenwerking zou [bestuurder1] zijn contacten in onder meer Kenia en Nederland aanwenden ten behoeve van Everizone. Tot de Nederlandse contacten van [bestuurder1] behoort RPA, een samenwerkingsverband van werkgevers, werknemers, onderwijs- en overheidsorganisaties dat zich sterk maakt voor een werkende arbeidsmarkt in de regio Noord-Holland Noord. Dit samenwerkingsverband heeft in een convenant afgesproken om een arbeidsmarktagenda te ontwikkelen voor 2019 tot en met 2025. Daarbij werd gebruik gemaakt van onder meer regionale en landelijke programma’s en financieringsbronnen, waaronder het programma Leven Lang Ontwikkelen. In dat kader hebben [bestuurder1] en [CEO1] - die door [geintimeerde3] was aangewezen als dagelijks bestuurder van Everizone - vanaf medio 2018 gesprekken gevoerd over PEM/PEC met de projectleider van RPA (hierna: de projectleider). Tijdens een bijeenkomst op 7 december 2018 met [bestuurder1] , [CEO1] (op afstand), de projectleider en andere betrokkenen bij RPA is afgesproken dat de projectleider, [CEO1] en [bestuurder1] een pilotvoorstel zouden uitwerken om te onderzoeken of het PEC kon bijdragen aan de arbeidsmarkt Noord-Holland Noord (hierna: de pilot).
3.8.
Op 23 juli 2019 heeft een bijeenkomst plaatsgevonden van het management van Everizone. Daarin is van de zijde van SME c.s. meegedeeld dat de voorfinanciering van Everizone door SME c.s. op dat moment ongeveer € 170.000 bedroeg en dat de grens van hetgeen SME c.s. bereid was te financieren in zicht kwam. Het was van belang om vanaf september 2019 te gaan factureren om een inkomensstroom op gang te krijgen.
3.9.
In 2019 hebben RPA en Everizone in de personen van de projectleider en [CEO1] verder gewerkt aan de opzet van de pilot. Op verzoek van RPA was [bestuurder1] niet meer rechtstreeks betrokken bij de gesprekken, maar hij werd wel door [CEO1] op de hoogte gehouden. Zo heeft [CEO1] een e-mail van 22 augustus 2019 van hem aan de projectleider mede aan [bestuurder1] verzonden. In die e-mail reageert [CEO1] op een door de projectleider opgesteld pilotvoorstel. In dat voorstel wordt het PEC omschreven als een ‘diagnostisch center’ waar leerlingen, studenten, werkzoekenden en werkenden door middel van formatieve assessments inzicht krijgen in hun kennis en vaardigheden. Uit de projectomschrijving blijkt dat het assessment zou worden gedaan via het platform van TMA.
3.10.
Begin 2020 zijn softwareontwikkelaar Create B.V. en haar zustervennootschap Talentz B.V. (hierna: Create en Talentz) op verzoek van RPA bij het project betrokken geraakt. Create en Talentz zouden de zogeheten matching engine maken waarin aan de hand van de met PEM verzamelde gegevens een koppeling zou kunnen worden gemaakt tussen het individu en mogelijkheden voor werkgelegenheid en onderwijs. Daar zou dan een profiel uitrollen van de deelnemer aan het Leven Lang Ontwikkelen-programma. Omnimap B.V. (hierna: Omnimap) zou vervolgens een koppeling maken tussen de matching engine van Create en Talentz en het assessmentplatform van TMA, waarin PEM was geïntegreerd.
3.11.
Blijkens een op 7 maart 2020 door [CEO1] aan [bestuurder1] doorgestuurde e-mail van de projectleider aan de commercieel manager van Create was [bestuurder1] in elk geval op dat moment op de hoogte van de betrokkenheid van Create bij de pilot. Op 14 april 2020 heeft de commercieel manager van Create een gewijzigd projectvoorstel aan [CEO1] en de projectleider toegestuurd waarin onder meer Talentz en Everizone zijn opgenomen onder het consortium van bij de pilot betrokken private partijen. In dit projectvoorstel wordt geen melding gemaakt van PEM of het PEC. De kosten van de pilot werden volgens het projectvoorstel op dat moment geraamd op ongeveer € 150.000. [CEO1] heeft dit projectvoorstel op 20 april 2020 doorgestuurd aan [bestuurder1] .
3.12.
Blijkens een e-mail van 23 juli 2020 heeft [CEO1] [bestuurder1] en [naam1] geconsulteerd over de taakverdeling tussen Create/Talentz en Everizone. Deze e-mail gaat over de mogelijke inhoud van een raamwerkovereenkomst tussen Everizone en Talentz. Daaruit blijkt onder meer dat Create/Talentz zich zou richten op het ontwerpen en de softwareontwikkeling van een matching engine, terwijl Everizone haar netwerk zou inbrengen, evenals onder meer ‘assessment & development centra’. Aan PEM of PEC wordt in de e-mail van [CEO1] niet gerefereerd.
3.13.
Op 5 augustus 2020 heeft [CEO1] een door de projectleider bijgewerkt pilotvoorstel doorgestuurd aan [bestuurder1] en [naam1] . Dit pilotvoorstel, inmiddels ‘Leven Lang Ontwikkelen platform’ gedoopt, is gericht aan de commercieel manager van Create en [CEO1] en is bestemd om door hen te worden getekend namens Create, respectievelijk Everizone/TMA. In het voorstel wordt niet gerefereerd aan PEC of PEM. Blijkens een e-mail van [bestuurder1] van 9 augustus 2020 aan [CEO1] en [naam1] is [bestuurder1] ermee akkoord dat dit projectvoorstel wordt getekend door [CEO1] namens Everizone.
3.14.
Op 15 september 2020 is de uiteindelijke projectopdracht ‘Leven Lang Ontwikkelen platform’ getekend namens RPA en ‘ Leven Lang Ontwikkelen Platform Create BV’. Het doel van de pilot wordt als volgt omschreven:
“Het doel is om te komen tot een platform Leven Lang Ontwikkelen voor de regio NHN, waarbij aansluiting en samenwerking gezocht wordt met bestaande goed werkende instrumenten om mensen een leven lang ontwikkelen te bieden op digitaal en persoonlijk niveau.
  • Het opleveren van een data gestuurd integraal werkend platform voor actieve participatie voor iedereen dat ook ingezet wordt voor het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt voor gedifferentieerde doelgroepen.
  • Het vergroten van inzicht op talent, potentieel en veerkracht (individuele) ontwikkeling van competenties en vaardigheden en bevordering van (duurzame) arbeidsparticipatie en mobiliteit voor iedereen.
  • Het platform draagt bij aan een vroege competentiegerichte schoolkeuze van de kandidaten.
  • Het verbinden van databases, datacollectie en analyses voor (toekomstige) beleidsontwikkeling.”
De projectopdracht is niet getekend namens TMA of Everizone en verwijst ook niet naar producten of diensten van TMA of Everizone.
3.15.
In een e-mail van 16 september 2020 heeft [bestuurder1] aan [naam1] , [geintimeerde3] en [CEO1] geschreven dat er nieuwe uitdagingen zijn, onder meer dat Create de opdracht is gegeven en dat er inmiddels is getekend, dat er geen overleg of communicatie met Everizone-TMA hierover is geweest en dat alle formele documentatie inzake het RPA-project bevestigt dat Everizone contracthouder is.
3.16.
Everizone heeft RPA tussen 17 augustus en 1 december 2020 gefactureerd voor een bedrag van € 150.000 excl. btw. Alle facturen zijn door RPA aan Everizone betaald, de laatste op 30 december 2020.
3.17.
Op 2 februari, 4 maart en 15 maart 2021 hebben de aandeelhouders van Everizone Holding gesproken over de toekomst van Everizone. TMA, die inmiddels een vordering uit hoofde van door haar verstrekte voorfinanciering had op Everizone van ongeveer € 200.000, heeft in deze periode voorgesteld om te komen tot een ontvlechting van de samenwerking, bijvoorbeeld door ontbinding van Everizone c.s. Partijen hebben geen besluit genomen.
3.18.
Op 11 juni 2021 is SME teruggetreden als bestuurder van Everizone Holding.
3.19.
Op 31 oktober 2021 is de pilot beëindigd. Enkele weken daarvoor, op 13 oktober 2021, heeft de moedervennootschap van Create de nieuwe vennootschap LLO B.V. (hierna: LLO) opgericht. Via haar website biedt LLO een ‘LLO Platform’ aan voor onder meer gemeenten, UWV, onderwijsinstellingen en vakbonden. Op de website wordt RPA als hoofdpartner van LLO vermeld en TMA en Talentz als partners.
3.20.
RPA heeft geen (vervolg)opdracht verstrekt aan SME c.s.
3.21.
SME c.s. zijn geen aandeelhouder in LLO of Create.
3.22.
Een dochtervennootschap van TMA heeft op 11 maart 2022 een licentieovereenkomst met LLO gesloten om het assessmentgedeelte te verzorgen.
3.23.
Op 26 februari 2024 heeft de Ondernemingskamer een beschikking gewezen naar aanleiding van een enquêteverzoek van Everizone en Everizone Holding. De klachten in het verzoek hadden onder meer betrekking op het niet benutten van corporate opportunities. De Ondernemingskamer heeft geconcludeerd dat er geen aanleiding is om te twijfelen aan een juist beleid of een juiste gang van zaken van Everizone en heeft de verzoeken afgewezen.

4.De toelichting op de beslissing van het hof

Vooraf: Everizone is wel ontvankelijk in hoger beroep
4.1.
SME c.s. hebben aangevoerd dat Everizone niet-ontvankelijk is omdat zij twee keer een herstelexploot heeft uitgebracht. Volgens haar is dat één keer teveel.
4.2.
Dit verweer slaagt niet. Everizone is bij dagvaarding van 15 april 2024 tijdig in hoger beroep gekomen van het vonnis van 17 januari 2024. Omdat zij verzuimde de dagvaarding tijdig aan te brengen (voor de in de dagvaarding vermelde roldatum, 13 augustus 2024), heeft Everizone op 27 augustus 2024 een herstelexploot uitgebracht, waarbij zij SME c.s. voor een nieuwe roldatum (3 december 2024) heeft opgeroepen. Everizone heeft de zaak vervolgens tijdig voor deze roldatum aangebracht. Dit herstel was toegestaan op grond van artikel 125 lid 5 Rv Pro. Daarmee is het geding in hoger beroep aanhangig gebleven. Omdat in het exploot van dagvaarding de aanzegging op grond van artikel 111 lid 2 aanhef Pro en onder j juncto 140 in samenhang met artikel 343 Rv Pro niet (correct) was opgenomen en SME c.s. niet waren verschenen, is een nieuwe roldatum bepaald (24 december 2024) en is Everizone bevolen deze aan SME c.s. aan te zeggen met herstel van het gebrek. Everizone heeft conform deze instructie een herstelexploot uitgebracht. Dit herstel was op grond van artikel 121 lid 2 Rv Pro toegestaan. Dat daarvoor al een herstel op grond van artikel 125 lid 5 Rv Pro had plaatsgevonden, maakt dat niet anders. Er is dan ook geen reden om Everizone niet-ontvankelijk te verklaren in hoger beroep.
Nader over de feitenvaststelling
4.3.
Het hof heeft hiervoor de onbetwiste relevante feiten vastgesteld, rekening houdend met hetgeen Everizone heeft aangevoerd. Bij de verdere beoordeling gaat het hof voor zover nodig in op de overige feiten en omstandigheden die Everizone heeft gesteld. De grief hierover behoeft geen afzonderlijke bespreking.
De grieven en vorderingen van Everizone stuiten niet af op het gezag van gewijsde
4.4.
SME c.s. hebben gesteld dat het onderhavige geschil hetzelfde is als het geschil dat bij de Ondernemingskamer speelde. Dit beroep van SME c.s. op het gezag van gewijsde strandt omdat in de procedure bij de Ondernemingskamer geen beslissing is gegeven over een geschilpunt tussen partijen dat dezelfde rechtsbetrekking betreft, maar slechts beoordeeld is of er voldoende aanleiding bestond voor een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken bij Everizone c.s. en voor het treffen van een onmiddellijke voorziening.
SME c.s. hebben niet onrechtmatig gehandeld jegens Everizone
4.5.
Vooropgesteld gaat het in deze zaak om interne bestuurdersaansprakelijkheid als bedoeld in artikel 2:9 BW Pro en aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad. Everizone heeft haar (voormalig, indirect) bestuurders en aandeelhouders aansprakelijk gesteld.
4.6.
Volgens Everizone hebben [geintimeerde3] en zijn vennootschappen SME en TMA samen met [CEO1] ervoor gezorgd dat Everizone zonder product en middelen is achtergelaten en haar concrete ‘corporate opportunities’ (zakelijke kansen) heeft verloren. Dit is volgens Everizone onrechtmatig jegens haar. SME c.s. hebben betwist onrechtmatig te hebben gehandeld. Everizone merkt de pilot en daaruit voortvloeiende (potentiële) vervolgopdrachten aan als haar ‘corporate opportunities’.
i) Everizone is niet buiten spel gezet in de aanloop naar de pilot-opdracht
4.7.
Het hof begrijpt dit verwijt van Everizone zo, dat er potentiële klanten voor haar verloren zijn gegaan doordat zij in aanloop naar de pilot buiten spel is gezet. Het gaat dan specifiek om de klant RPA en de contacten in Kenia.
4.8.
Uit de feiten zoals die hiervoor zijn weergegeven kan niet worden afgeleid dat SME c.s. Everizone buiten spel hebben gezet. Het hof licht dat hierna toe. RPA, in de persoon van de projectleider, is een contact van [bestuurder1] . RPA heeft er bewust voor gekozen de pilot-opdracht aan een samenwerkingsverband te gunnen, zo schrijft zij in een brief aan de advocaat van Everizone. Everizone wilde de pilot in ieder geval in samenwerking met Create uitvoeren, maar ook TMA en Omnimap zouden betrokken worden. Dit moest nog contractueel worden vastgelegd. In de eerste versie van de pilot-opdracht werd dit weergegeven met de combinatie Create/Everizone/TMA, in de latere versie met LLO Create. Nergens blijkt uit dat SME c.s. hierin de hand hebben gehad; de projectleider was de penvoerder van de pilot-opdracht. Wie als partij bij de overeenkomst moet worden beschouwd, is daarbij een kwestie van uitleg. Vaststaat dat er door RPA is betaald aan Everizone voor het uitvoeren van de pilot en dat met dat geld onder andere Create is betaald voor haar bijdrage. Feitelijk is dus uitvoering gegeven aan de overeenkomst alsof Everizone (mede) partij was. Niet valt in te zien dat Everizone door deze gang van zaken is benadeeld, laat staan dat SME c.s. dat heeft veroorzaakt. Het stond RPA vrij de pilot-opdracht te geven aan wie zij wilde; verder ontbreken aanwijzingen dat SME c.s. hier invloed op heeft uitgeoefend.
4.9.
Wat betreft de contacten in Kenia geldt het volgende. Vaststaat dat SME c.s. geen enkele activiteit op Kenia hebben gericht. Everizone heeft ter zitting toegelicht dat zij bedoelt dat zij en klanten (die in de tijd van Everizone B.V. - toen de persoonlijke holding van [bestuurder1] nog zo heette - aan assessments hadden meegedaan) geen toegang meer hadden tot de TMA-module. Volgens Everizone was het daardoor onmogelijk geworden om het product nog langer in Kenia aan te bieden. De oorzaak daarvan is echter dat TMA de licentie voor het gebruik van haar systeem aan Everizone heeft beëindigd nadat ze de samenwerking in februari 2021 had stopgezet. Dat stond TMA in de gegeven omstandigheden echter vrij, zeker nu niet gebleken is dat zij contractueel tot voortzetting gehouden was. Of Everizone ‘corporate opportunities’ in Kenia had, kan daarom in het midden blijven.
ii) SME c.s. treft geen verwijt bij het vervolg van de pilot door LLO
4.10.
Van belang is het volgende. De pilot is op 31 oktober 2021 geëindigd. Binnen de pilot is een platform gemaakt voor RPA. Nu er binnen de pilot is samengewerkt tussen diverse partijen is niet duidelijk van wie dit platform is. Everizone stelt dat dit platform van haar is, maar zij onderbouwt dit niet en SME c.s. betwisten dit. Partijen zijn het er echter over eens dat het platform nu wordt geëxploiteerd in LLO. Op het moment dat de pilot eindigde, bestond er al een verschil van mening tussen de participanten in Everizone over het resultaat van de pilot en het mogelijke vervolg. Enkele weken voor het einde van de pilot heeft de moedervennootschap van Create de nieuwe vennootschap LLO opgericht. Een dochtervennootschap van TMA heeft in maart 2022 een licentieovereenkomst met LLO gesloten op grond waarvan LLO de TMA-assessmentmethode mocht gebruiken.
4.11.
Uit de feiten blijkt niet dat het project dat in de pilot is ontwikkeld / getest, daarna (in dezelfde vorm) is vervolgd. In de eerste plaats staat vast dat het platform niet alleen door Everizone is gemaakt. Onduidelijk is waar de rechten op dit platform liggen; het zou heel goed kunnen dat deze bij de maker, Create, zijn gebleven. Overeenkomsten tussen de verschillende partijen die aan de pilot hebben meegewerkt met afspraken over de eigendom / intellectuele eigendomsrechten, zijn niet gesteld of gebleken. Onduidelijk is gebleven wat precies binnen de pilot is ontwikkeld en wie daarop rechthebbende is / zijn. Een idee wordt niet zonder meer beschermd en Everizone hebben niet duidelijk gemaakt op welk goed de rechten betrekking hebben. Ook blijft onduidelijk dat Everizone over deze rechten zou beschikken, gezien de positie van [bestuurder1] en de uitlatingen die over zijn nieuwe vennootschappen zijn gedaan. Bij deze stand van zaken kan SME c.s. niet worden verweten dat zij rechten van Everizone hebben geschonden.
4.12.
In de tweede plaats kan SME c.s. niet worden verweten dat Create LLO heeft opgericht, zeker nu niet vaststaat of dat wat LLO doet, een vervolg is van de pilot. SME c.s. waren geen belanghebbenden in LLO (zoals Everizone ter zitting heeft bevestigd), zodat niet voor de hand ligt dat zij bemoeienis hebben gehad bij de oprichting van LLO. Daarbij stond het TMA vrij de licentieovereenkomst met Everizone te beëindigen; een verplichting om de TMA-methode via Everizone aan te blijven bieden, blijkt nergens uit. Evengoed stond het de dochtervennootschap van TMA in maart 2022 vrij een licentieovereenkomst met LLO te sluiten; zij was toen rechthebbende op de TMA-assessmentmethode en dit was haar verdienmodel. Op SME c.s. rustte geen verplichting dit te verhinderen en niet valt in te zien dat SME c.s. hierbij onrechtmatig jegens Everizone hebben gehandeld.
4.13.
Everizone heeft nog betoogd dat PEM is geïncorporeerd in de TMA-methode en dat zodoende het eigendomsrecht van Everizone is geschonden. Wat hier ook van zij; Everizone is geen rechthebbende van PEM. Aan haar was slechts een licentie verleend door de persoonlijke holding van [bestuurder1] .
4.14.
Tot slot is RPA geen vervolgopdracht aangegaan na afronding van de pilot. Van het verliezen van RPA als potentiële klant door toedoen van SME c.s. is dan ook geen sprake.
SME c.s. zijn ook niet ongerechtvaardigd verrijkt ten koste van Everizone
4.15.
Everizone stelt dat SME c.s. ongerechtvaardigd verrijkt zijn als bedoeld in artikel 6:212 BW Pro. De ongerechtvaardigde verrijking is volgens Everizone daarin gelegen dat SME c.s. de Everizone-propositie oneigenlijk buiten Everizone om exploiteren. SME c.s. hebben betwist dat zij ongerechtvaardigd verrijkt zijn en voeren aan dat zij juist verarmd zijn door de investeringen die zij in Everizone hebben gedaan. Ook betwisten zij dat Everizone is verarmd; PEM is geen intellectueel eigendomsrecht dat bescherming geniet en Everizone is bovendien geen rechthebbende van PEM, dit is de persoonlijke holding van [bestuurder1] .
4.16.
Dat SME c.s. verrijkt zijn, is niet gebleken. SME c.s. hebben immers geen vervolgopdracht met RPA gesloten, dat is LLO. Het is juist dat de dochtervennootschap van TMA een licentieovereenkomst met LLO heeft gesloten en hiervoor, naar het hof aanneemt, een vergoeding ontvangt. Dit zou kunnen leiden tot een (geringe) waardevermeerdering van de onderneming van de dochtervennootschap, een stijging van de waarde van de aandelen van de dochtervennootschap en daarmee een verrijking van TMA. Dit is echter onvoldoende om te concluderen dat SME c.s.
ongerechtvaardigdzijn verrijkt. Het stond de dochtervennootschap van TMA immers vrij om de licentie te verlenen. Reeds daarop strandt deze vordering zodat het hof niet toekomt aan beantwoording van de vragen of PEM is geïncorporeerd in de TMA-methode, of PEM meer is dan een idee, werkwijze of methode en of hetgeen LLO thans doet, overeenkomt met de Everizone-propositie. Dat laatste is overigens maar zeer de vraag gelet op de mededeling van de projectleider dat er in het nieuwe Employability center niets meer van Everizone zat en dat alles van TMA was, zoals verwoord in een e-mail van 7 juni 2021 van een betrokkene aan [bestuurder1] met de projectleider in de cc.
De gevorderde verklaringen voor recht en de gevorderde veroordeling tot schadevergoeding en betaling van een voorschot zijn dus niet toewijsbaar
4.17.
Op grond van het voorgaande zijn de vorderingen van Everizone die betrekking hebben op de aansprakelijkheid van SME c.s. en op (een voorschot op de) schadevergoeding niet toewijsbaar.
De inzagevordering is ook niet toewijsbaar
4.18.
Het vonnis in eerste aanleg in deze zaak is voor 1 januari 2025 gewezen en de zaak is ook voor die datum bij het hof aanhangig gemaakt. Dit betekent dat op de inzagevordering artikel 843a (oud) Rv van toepassing is gebleven. Op grond van artikel 843a Rv kan degene die daarbij een rechtmatig belang heeft, inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn, van degene die deze bescheiden tot zijn beschikking of onder zich heeft.
4.19.
Bij de stand van zaken zoals hiervoor geoordeeld, heeft Everizone geen rechtmatig belang bij het verkrijgen van gegevens met het oog op het geschil met SME c.s. Het feitelijk verloop is helder en onbetwist en hiervoor is geoordeeld dat het niet onrechtmatig is. Ook is geen sprake van voldoende bepaalde bescheiden waarover SME c.s. beschikken. Everizone heeft verder niet duidelijk gemaakt dat zij anderszins nog wel een rechtmatig belang heeft bij het verkrijgen van de gevraagde stukken, waarbij ook dan geldt dat de gegevens waarvan zij inzage vordert te onbepaald zijn.
Slotopmerkingen
4.20.
Everizone heeft geen (voldoende concrete) feiten gesteld die, indien bewezen, tot een andere uitkomst zouden kunnen leiden. Aan haar bewijsaanbod gaat het hof daarom voorbij.
4.21.
Wat partijen verder nog hebben aangevoerd behoeft geen bespreking omdat dit niet kan leiden tot een ander resultaat.
De conclusie
4.22.
Het hoger beroep slaagt niet; de vorderingen zijn terecht afgewezen en de vorderingen zijn ook in de in hoger beroep aan de orde gestelde vorm niet toewijsbaar. Everizone is daarom terecht als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten in eerste aanleg. Omdat Everizone in het ongelijk wordt gesteld, zal het hof Everizone veroordelen tot betaling van de proceskosten in hoger beroep. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak en de wettelijke rente daarover. De rente is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening. [2] Conform het verzoek van SME c.s. zal het hof bepalen dat Everizone een derde deel van de proceskosten aan ieder van hen moet betalen.
4.23.
De veroordeling in deze uitspraak kan ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).

5.De beslissing

Het hof:
5.1.
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht van 17 januari 2024, voor zover gewezen tussen Everizone en SME c.s.;
5.2.
veroordeelt Everizone tot betaling van de volgende proceskosten van SME c.s., waarbij Everizone aan ieder van hen één derde van de navolgende bedragen moet betalen:
€ 798 aan griffierecht
€ 13.218 aan salaris van de advocaat van SME c.s. (2 procespunten x het toepasselijke tarief VIII);
5.3.
bepaalt dat al deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag. Als niet op tijd wordt betaald, dan worden die kosten verhoogd met de wettelijke rente;
5.4.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. H.L. Wattel, G.J. Meijer en A. van Hees, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026.

Voetnoten

1.Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, ECLI:NL:RBMNE:2024:194.
2.HR 10 juni 2022, ECLI: NL:HR:2022:853.