Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van vier minderjarige kinderen centraal na de voorgenomen verhuizing van de vader naar een andere plaats. De rechtbank had eerder bepaald dat twee kinderen bij de moeder ingeschreven moesten worden en dat bij verhuizing van de vader alle kinderen bij de moeder zouden verblijven met een aangepaste zorgregeling.
De vader ging in hoger beroep tegen deze beschikking en verzocht om de hoofdverblijfplaats van alle kinderen bij hem te bepalen, inclusief toestemming voor verhuizing en inschrijving op een school in de nieuwe woonplaats. De moeder voerde verweer en kwam zelf in incidenteel hoger beroep met het verzoek om bevestiging van de hoofdverblijfplaats bij haar en een zorgregeling waarbij de kinderen om de week bij de vader verblijven.
Tijdens de mondelinge behandeling bereikten partijen overeenstemming over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling. Alle kinderen krijgen hun hoofdverblijfplaats bij de moeder met ingang van 1 september 2026. De zorgregeling bepaalt dat de kinderen om de week van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de vader verblijven, die naar de nieuwe woonplaats verhuist, waarbij hij de kinderen haalt en brengt. De vakanties en feestdagen worden in onderling overleg gelijk verdeeld.
Het hof bekrachtigde het deel van de eerdere beschikking over de inschrijving van twee kinderen bij de moeder, vernietigde het overige en stelde de hoofdverblijfplaats van de andere twee kinderen bij de moeder vast. De zorgregeling werd gewijzigd conform de gemaakte afspraken. Het meer of anders verzochte werd afgewezen en de kosten van het hoger beroep werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat alle kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben met een zorgregeling waarbij zij om de week bij de vader verblijven na zijn verhuizing.