Uitspraak
ONTNEMINGSZAAK
[verdachte] ,
Hoger beroep
Onderzoek van de zaak
De beslissing waarvan beroep
De vordering
Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 1.500,00.
niet cursiefweergegeven.
en medeveroordeelde [medeverdachte 2] in de loods aanwezig waren. Diezelfde dag heeft [medeverdachte 2] in een telefoongesprek gezegd dat hij net klaar was met werken en dat hij stonk. Op grond van bovenstaande, gaat de rechtbank uit van de periode 20 juni 2016 tot 18 juli 2016.Betrokkene
heeft verklaard bij de opbouw van de hennepkwekerij betrokken te zijn geweest endat hij
hier veelvuldig aanwezig was. Hij beschikte daarnaast over een toegangssleutel en heeft geholpen bij het oogsten.
afgerond - 4 weken beslaat. Aangezien het onderzoek geen concrete gegevens ten aanzien van de kweekcyclus van deze hennepkwekerij bevat, gaat de rechtbank, conform het BOOM-rapport 2016, uit van de gemiddelde kweekcyclus van 10 weken. In de kwekerij zijn op het moment van binnentreden groeiende hennepplanten aangetroffen. Het onderzoek vermeld echter niet hoeveel weken oud deze planten op dat moment waren. Op grond van de
welaannemelijk dat betrokkene heeft meegedeeld in de opbrengst van één hennepoogst aan de [adres 2] . Het hof ziet in het dossier steun voor een toenemende rol van betrokkene bij de verschillende kwekerijen na verloop van tijd. Waar zijn betrokkenheid bij de kwekerij in [plaats 2] bij de opbouw in het voorjaar van 2015 bestond uit gedragingen die zich strafrechtelijk laten kwalificeren als ‘medeplichtig’, heeft betrokkene zelf verklaard in de loop van 2016 veelvuldig bij de kwekerij in [plaats 1] aanwezig te zijn geweest, daar ook te hebben geoogst en bovendien een sleutel van de loods te hebben gehad. In dat licht bezien heeft de rechtbank (bevestigd door het hof) hem ook veroordeeld voor het ‘medeplegen’ van - kort gezegd - hennepteelt en vindt het hof het aannemelijk dat hij ten aanzien van deze kwekerij meer financieel voordeel heeft genoten dan de door hem naar voren gebrachte algemene maandelijkse vergoeding.
heeft samen met anderen van de strafbare feiten geprofiteerd. Aan het dossier en het onderzoek op de terechtzitting valt echter geen indicatie te ontlenen voor de verdeling van de opbrengst. Debetrokkene
heeft geen inzicht gegeven in de (onderlinge) verdeling van het behaalde voordeel en er zijn geen concrete aanknopingspunten voorhanden voor een afwijkende verdeelsleutel tussen debetrokkene
en zijn mededader(s) dan op basis van gelijke verdeling. Dit zou slechts anders zijn indien aannemelijk zou zijn geworden dat feitelijk van een andere verdeling moet worden uitgegaan. Debetrokkene
en de mededaders hebben daartoe in elk geval geen aanknopingspunten gegeven, en ook anderszins bevat het dossier geen bewijsmiddelen die tot een dergelijk oordeel aanleiding zouden moeten geven.
.’
€ 34.375,62.
Het totale bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 35.875,62
€ 35.875,62.
De verplichting tot betaling aan de Staat
€ 30.875,62.
Gijzeling
Wetsartikelen
BESLISSING
35.875,62 (vijfendertigduizend achthonderdvijfenzeventig euro en tweeënzestig cent).
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 30.875,62 (dertigduizend achthonderdvijfenzeventig euro en tweeënzestig cent).