Uitspraak
1.[geïntimeerde1] ( [geïntimeerde1] )
2. Gemeente Groningen, h.o.d.n. Groningse Krediet Bank (GKB)gevestigd in Groningen
in de hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van
gezamenlijk te noemen:
[geïntimeerden] c.s.
1.[geïntimeerde1] ( [geïntimeerde1] )
2. Gemeente Groningen, h.o.d.n. Groningse Krediet Bank (GKB)gevestigd in Groningen
in de hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van
gezamenlijk te noemen:
[geïntimeerden] c.s.
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep
- de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep
- een akte van [geïntimeerden] c.s. met producties
- een akte van [appellant] met producties
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 9 april 2026 is gehouden
2.De kern van de zaak
b) dat de legitieme aanspraak in de nalatenschap van hun moeder voor ieder van hen € 29.108,59 bedraagt;
met veroordeling van [appellant] tot betaling van de bedragen van € 663,88 en € 29.108,59, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.De feiten
Als reden voor de benoeming van alleen [appellant] tot erfgenaam is in het testament vermeld dat hij en [naam3] jarenlang mantelzorg aan moeder hebben verleend.
4.De toelichting op de beslissing van het hof
b) of rente verschuldigd is over de legitieme aanspraken
Als [appellant] (een van) die voorwaarden niet nakomt, dan komt de toedeling van de woning aan hem te vervallen en dient de woning te worden verkocht aan een derde. Om ervoor te zorgen dat die verkoop dan ook daadwerkelijk zal plaatsvinden, wordt ook daaraan een aantal voorwaarden verbonden, die hierna in het dictum zijn opgenomen. Aan de nakoming van die voorwaarden zal het hof een dwangsom verbinden als in het dictum bepaald.
a) het is voldoende aannemelijk geworden dat [appellant] belang heeft bij toedeling van de woning aan hem. De woning is zijn onderkomen en het zal in de huidige woningmarkt niet eenvoudig zijn om andere woonruimte te vinden. Bovendien bevindt die zich ook in de nabijheid van de locatie waar [geïntimeerde2] verblijft, waardoor het voor [naam3] eenvoudig(er) zal zijn om een goede invulling te geven aan haar rol als mentor;
b) [appellant] is op dit moment financieel niet in staat om de woning over te nemen, maar hij heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij nog aanspraak heeft op een (forse) schadevergoeding van de Staat, dat die mogelijk op korte termijn tot uitkering komt en dat hij daarna wel in staat zal zijn de woning over te nemen. Weliswaar schermt [appellant] hier al langer mee en roept dit de vraag op of bij [appellant] geen sprake is van wensdenken, maar die twijfel is (nog) te licht en staat er nu niet aan in de weg om [appellant] nog eenmaal een kans te gunnen om de woning over te nemen. Daarbij zal de termijn die hem daarvoor gegund wordt wel beperkt worden, gelet op de lange periode die hij al gehad heeft en het belang van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] om uit de nalatenschappen te geraken;
5.5. Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep en vermeerdering van eis
- de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep
- een akte rectificatie van [appellant]
- een akte van [geïntimeerden] c.s. met producties
- een akte van [appellant] met producties
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 9 april 2026 is gehouden
6.De kern van de zaak
7.De feiten
8.De beoordeling
9.De beslissing
Partijen kunnen daartoe opdracht geven aan makelaar/taxateur [naam5] die verbonden is aan [naam6] makelaars te Groningen.
Deze taxateur heeft zich bereid verklaard een opdracht van partijen te zullen aanvaarden en binnen een termijn van vier weken uit te zullen voeren tegen een marktconforme prijs.
Partijen kunnen echter ook in onderling overleg een andere taxateur opdracht geven of kunnen besluiten in onderling overleg zelf de waarde van de woning vast te stellen. Partijen zullen de kosten van de taxatie voor hun rekening nemen naar rato van hun erfdelen, dus [appellant] voor zes achtste deel en [geïntimeerde1] en GKB ( [geïntimeerde2] ) ieder voor een achtste deel;
- [appellant] neemt de woning over voor de waarde die is bepaald op de wijze als hiervoor bedoeld onder 9.3.1 en neemt ook de bij de woning behorende hypotheek over;
- [appellant] zal zes achtste deel van de kosten die verbonden zijn aan de overdracht van de woning aan hem voor zijn rekening nemen en [geïntimeerde1] en GKB ieder een achtste deel van die kosten. Daarnaast zal van de hypotheeklast die op woning rust bij de overname een bedrag van € 20.000,00 geheel voor rekening van [appellant] blijven, in die zin dat dit bedrag niet als schuld in mindering zal worden gebracht op de netto waarde van de woning bij de berekening van de aandelen van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] in die waarde;
- [appellant] draagt er zorg voor dat de notariële overdracht/levering kan plaatsvinden binnen een termijn van zes maanden na heden;
- partijen dienen binnen vier weken na het verstrijken van de termijn van vier maanden (als [appellant] de financiering en/of het ontslag uit de hoofdelijkheid van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] niet rond krijgt) of zes maanden (als de overdracht/levering niet tijdig kan plaatsvinden), aan de makelaar/taxateur die de woning getaxeerd heeft, de opdracht tot verkoop en bemiddeling bij het tot stand brengen van een koopovereenkomst te geven. In onderlinge overeenstemming kunnen partijen de opdracht tot verkoop ook aan een andere makelaar geven. Partijen dienen zich te houden aan de aanwijzingen van de makelaar;
- als de verkoopprijs bindend is vastgesteld, zijn partijen verplicht hun medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning;
- van het bedrag dat dan overblijft (de netto verkoopwinst), vermeerderd met € 20.000,00 dient een achtste te worden uitbetaald aan [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] ieder. Het dan nog resterende bedrag komt aan [appellant] toe;
9.5 bepaalt dat de legitieme aanspraak van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] in de nalatenschap van hun moeder ieder € 29.108,59 bedraagt en veroordeelt [appellant] in zijn hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van moeder tot betaling van deze bedragen aan [geïntimeerde1] en GKB;