ECLI:NL:GHARL:2026:4256

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
200.365.120
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling en begeleiding contact tussen kind en moeder

De moeder verzocht om wijziging van de zorgregeling die door het hof in 2022 was vastgesteld, waarbij zij meer contact met haar kind wilde, inclusief verblijf om de veertien dagen en tijdens vakanties. De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de moeder in hoger beroep ging. Het hof constateerde gewijzigde omstandigheden omdat het contact sinds de beschikking van 2022 niet had plaatsgevonden.

De moeder wilde tevens een bijzondere curator benoemd zien om de wensen van het kind te onderzoeken, maar het hof zag hier op dit moment geen aanleiding toe. De raad voor de kinderbescherming adviseerde dat contact onder begeleiding van een door hen aan te wijzen instantie mogelijk is en noodzakelijk om het belang van het kind te dienen.

Het hof besloot de zaak aan te houden en de raad te verzoeken een instantie aan te wijzen die het contact begeleidt. De vader is verplicht medewerking te verlenen aan het contact onder begeleiding, met een dwangsom van €250 per overtreding tot een maximum van €25.000. De behandeling wordt voortgezet na ontvangst van het rapport van de raad, waarbij partijen worden opgeroepen.

Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en bepaalt dat contact tussen moeder en kind onder begeleiding van een door de raad aan te wijzen instantie zal plaatsvinden, met dwangsommen bij gebrek aan medewerking van de vader.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.365.120
zaaknummer rechtbank Overijssel 317451
beschikking van 30 juni 2026
over de zorgregeling van [de minderjarige]
in de zaak van
[verzoekster](de moeder)
die woont in [woonplaats]
advocaat: mr. R.A.F. Jansen
en
[verweerder](de vader)
die woont in [woonplaats]
en
de raad voor de kinderbescherming(de raad)
als adviseur van het gerechtshof
die is gevestigd in Almelo

1.Samenvatting

De moeder heeft de rechtbank verzocht om de beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 november 2022, waarin een zorgregeling is vastgesteld, te wijzigen. De rechtbank heeft dat verzoek afgewezen. Het hof houdt de beslissing op de zaak aan en legt hierna uit waarom.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn de ouders van [de minderjarige] , geboren [in] 2018, over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen. [de minderjarige] woont sinds oktober 2019 bij de vader.
2.2.
In de beschikking van de kinderrechter van 12 mei 2020 is [de minderjarige] voor de duur van een jaar onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming Overijssel (hierna: de GI). In een beschikking van 12 april 2021 van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, is als zorgregeling vastgesteld dat [de minderjarige] onder regie van de GI en met begeleiding en toezicht van Curess omgang met de moeder heeft.
2.3.
In de beschikking van 30 april 2021 is het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling afgewezen.
2.4.
In hoger beroep tegen voornoemde beslissing van 12 april 2021 van de rechtbank over de zorgregeling, heeft het gerechtshof bij (eind)beschikking van 10 november 2022 als zorgregeling vastgesteld dat:
- [de minderjarige] en de moeder elkaar elke week zien op dinsdag van 14.15 uur (vanuit school) tot 16.15 uur en op zaterdag (waarmee beide ouders hebben ingestemd op de mondelinge behandeling bij het hof) of een andere dag, af te stemmen met de organisatie die het contact gaat begeleiden, gedurende twee uur en waarbij:
- de moeder [de minderjarige] na de contactmomenten naar de vader terugbrengt;
- na drie maanden de duur van de contactmomenten wordt uitgebreid van twee uur naar vier uur;
- het contact wordt begeleid door BOR Humanitas dan wel een andere organisatie die de contactmomenten op korte termijn kan begeleiden, en
- het de ouders vrij staat om deze regeling in onderling overleg uit te breiden.

3.De procedure bij de rechtbank

3.1.
De moeder heeft de rechtbank verzocht de beschikking van het gerechtshof van 10 november 2022 te wijzigen in die zin dat als zorgregeling wordt vastgelegd:
- [de minderjarige] is bij moeder ieder weekend om de 14 dagen van vrijdagmiddag na school tot maandagochtend naar school,
- [de minderjarige] zal de helft van de reguliere schoolvakanties en feestdagen bij de moeder verblijven overeenkomstig een schema dat bij aanvang van het nieuwe schooljaar door partijen zal worden opgesteld.
3.2.
De rechtbank heeft het verzoek van de moeder om de beschikking van het gerechtshof te wijzigen afgewezen. Ook heeft de rechtbank, anders dan de raad adviseerde, ook geen bijzondere curator benoemd.
3.3.
Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 10 november 2025.

4.De procedure bij het hof

4.1.
De moederis het niet eens met de beslissing van de rechtbank. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank ongedaan maakt en alsnog een bijzondere curator benoemt. Ook wil zij dat het hof bepaalt dat wekelijks begeleide contacten tussen moeder en [de minderjarige] zullen gaan plaatsvinden, waarbij de raad instanties zal benaderen en opdracht zal geven om deze uit te voeren en de frequentie en duur wordt bepaald door de uitvoerende instanties. Verder heeft zij verzocht te bepalen dat de vader is gehouden om zijn medewerking te verlenen onder verbeurte van een dwangsom van € 250,- per overtreding of weigering.
De informatie die het hof heeft ontvangen
4.2.
Het hof heeft in deze procedure een beroepschrift namens de moeder ontvangen op 30 januari 2026.
4.3.
[de minderjarige] heeft geschreven dat zij niet komt voor een gesprek met een raadsheer.
4.4.
De zitting bij het hof was op 16 juni 2026. Aanwezig waren:
  • de moeder met haar advocaat
  • een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming.
4.5.
De vader was niet bij de zitting aanwezig. Zijn advocaat heeft zich op 25 februari 2026 onttrokken. Het verzoek van vader om de zitting aan te houden en/of de zaak schriftelijk af te doen heeft het hof afgewezen, omdat het aanhoudingsverzoek niet voldoet aan de eisen van het Procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven.

5.Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?
5.1.
Ingevolge artikel 1:253a lid 4 BW in samenhang met artikel 1:377e BW kan de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen een beslissing inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag en een door de ouders onderling getroffen regeling daarover wijzigen. Dat kan als daarna de omstandigheden zijn gewijzigd of als bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De gewijzigde regeling kan omvatten de zorgregeling voor een kind. De rechter neemt een beslissing die hij in het belang van het kind wenselijk vindt.
Wat vindt het hof?
5.2.
Gezien het tijdsverloop sinds de beschikking van het hof van 10 november 2022 en het feit dat tussen de moeder en [de minderjarige] geen omgang heeft plaatsgevonden overeenkomstig die beschikking, is sprake van gewijzigde omstandigheden die een nieuwe beoordeling van de zorgregeling rechtvaardigt.
5.3.
De moeder is van mening dat een bijzondere curator (psycholoog of gedragsdeskundige) [de minderjarige] een stem kan geven en inzicht kan verkrijgen in haar wensen en behoeftes. Zonder rapportage van een bijzondere curator is het rapport en advies van de raad niet volledig, waardoor niet (goed) kan worden geadviseerd over de zorgregeling. Volgens de moeder kan het niet zo zijn dat de vader bepaalt op welke wijze onderzoek wordt gedaan en onder welke voorwaarden; hij weigert al jaren mee te werken aan (het opstarten van) een begeleide omgangsregeling en informatie te verstrekken aan de hulpverlening.
5.4.
De raad heeft ter zitting aangegeven dat [de minderjarige] nog jong is en zich in een belangrijke periode bevindt voor wat betreft haar identiteitsontwikkeling. Daarnaast is het nodig dat in gesprek wordt gegaan met de vader en het kan niet zo zijn dat hij de deur dichthoudt voor de hulpverlening. Volgens de raad zou een bijzondere curator kunnen helpen, maar is het ook mogelijk contact tussen [de minderjarige] en de moeder tot stand te brengen onder begeleiding van een door de raad aan te wijzen instantie zoals door de moeder is verzocht. De raad heeft ter zitting toegelicht dat er geen enkele reden is om het contact tussen [de minderjarige] en haar moeder niet onder begeleiding te kunnen laten plaatsvinden. Moeder zegt dat ze stappen heeft gezet, maar het zal duidelijk moeten worden of dat zo is en er geen sprake meer is van problematisch cannabisgebruik.
5.5.
Op grond van de beschikbare informatie en gelet op het advies van de raad zal het hof de beslissing op de zaak aanhouden. Het hof zal bepalen dat contacten tussen de moeder en [de minderjarige] zullen plaatsvinden onder begeleiding van een door de raad aan te wijzen instantie, waarbij het aan de raad en/of die instantie wordt overgelaten de frequentie en duur van die contacten te bepalen. Daarbij moet voor wat betreft de duur en frequentie wel minimaal worden aangesloten bij de beslissing van dit hof van 10 november 2022, te weten wekelijks gedurende minimaal twee uur contact en dat kan verder worden opgebouwd als de raad en/of de begeleidende instantie dat in het belang van [de minderjarige] achten. Het hof zal de raad verzoeken om over het verloop van het een en ander te rapporteren en te adviseren vóór 1 december 2026.
Na ontvangst van het rapport van de raad zal de behandeling van de zaak worden voortgezet op een nader te bepalen datum, waarvoor partijen en de raad zullen worden opgeroepen.
5.6.
Omdat de vader tot op heden geen medewerking heeft verleend aan de eerder door het hof vastgestelde zorgregeling en hij geen verweer heeft gevoerd tegen het daartoe strekkende verzoek van de moeder, zal het hof bepalen dat de vader een dwangsom verbeurt als hij niet meewerkt aan de door de raad te initiëren contacten zoals hierna is vermeld. Nu er een instantie zal worden gezocht m het contact te begeleiden en de raad aan het hof zal rapporteren, ziet het hof op dit moment geen aanleiding om een bijzondere curator te benoemen.

6.De beslissing

Het hof:
alvorens verder te beslissen:
verzoekt de raad voor de kinderbescherming, regio Overijssel, locatie Almelo, een instantie aan te wijzen die de contacten tussen de moeder en [de minderjarige] zal begeleiden, zoals hiervoor onder 5.5. omschreven en het hof verzoekt de raad daarover vóór 1 december 2026 te rapporteren;
bepaalt dat de behandeling van de zaak zal worden voortgezet op een na ontvangst van het rapport van de raad nader te bepalen datum, waarvoor de ouders en de raad voor de kinderbescherming zullen worden opgeroepen;
bepaalt dat de vader medewerking dient te verlenen aan het tot stand komen van de contacten tussen de moeder en [de minderjarige] onder begeleiding van de door de raad aan te wijzen instantie, zulks onder verbeurte van een dwangsom van € 250 voor elke keer dat hij daarmee in gebreke blijft tot een maximum van € 25.000;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. D.J.M. van de Voort, S. Kuijpers en A.T. Bol, bijgestaan door mr. Th.H.M. Lueb als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026.