Uitspraak
1.Samenvatting
2.De feiten
3.De procedure bij de rechtbank
4.De procedure bij het hof
- de moeder met haar advocaat
- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder verzocht om wijziging van de zorgregeling die door het hof in 2022 was vastgesteld, waarbij zij meer contact met haar kind wilde, inclusief verblijf om de veertien dagen en tijdens vakanties. De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de moeder in hoger beroep ging. Het hof constateerde gewijzigde omstandigheden omdat het contact sinds de beschikking van 2022 niet had plaatsgevonden.
De moeder wilde tevens een bijzondere curator benoemd zien om de wensen van het kind te onderzoeken, maar het hof zag hier op dit moment geen aanleiding toe. De raad voor de kinderbescherming adviseerde dat contact onder begeleiding van een door hen aan te wijzen instantie mogelijk is en noodzakelijk om het belang van het kind te dienen.
Het hof besloot de zaak aan te houden en de raad te verzoeken een instantie aan te wijzen die het contact begeleidt. De vader is verplicht medewerking te verlenen aan het contact onder begeleiding, met een dwangsom van €250 per overtreding tot een maximum van €25.000. De behandeling wordt voortgezet na ontvangst van het rapport van de raad, waarbij partijen worden opgeroepen.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en bepaalt dat contact tussen moeder en kind onder begeleiding van een door de raad aan te wijzen instantie zal plaatsvinden, met dwangsommen bij gebrek aan medewerking van de vader.