ECLI:NL:GHARL:2026:4324

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
200.365.669
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
artikel 3 aanhef en onder a van de Verordening (EG) nr. 4/2009artikel 1:392 lid 1 BWartikel 1:397 lid 1 BWartikel 1:404 lid 1 BW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep kinderalimentatie: verhoging bijdrage vader vastgesteld

De rechtbank Midden-Nederland had bepaald dat de man €100 per maand aan kinderalimentatie moest betalen vanaf 24 februari 2025. De vrouw ging hiertegen in hoger beroep en verzocht het hof om de bijdrage te verhogen naar €250 per maand.

Het hof stelde vast dat de man zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft en dat Nederlands recht van toepassing is. Omdat de man geen verweer voerde noch de benodigde informatie aanleverde om zijn draagkracht te berekenen, ging het hof ervan uit dat hij gehouden is de gevraagde bijdrage te voldoen.

De vrouw had haar verzoek uitgebreid toegelicht en haar inkomen van de man werd op €2.500 bruto per maand geschat. Op basis van de behoefte van het kind en de draagkracht van de man achtte het hof de gevraagde bijdrage van €250 per maand passend en niet onredelijk.

Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en bepaalde dat de man vanaf 24 februari 2025 €250 per maand moet betalen, met een wettelijke indexering tot €261,50 per maand vanaf 1 januari 2026. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Het hof verhoogt de kinderalimentatie naar €250 per maand met ingang van 24 februari 2025 en wijst het verzoek van de vrouw toe.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.365.669
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 596346
beschikking van 2 juli 2026
over de kinderalimentatie
in de zaak van
[de vrouw]
die woont in [land]
advocaat: mr. M.G. Pittaluga
en
[de man]die woont in [woonplaats]

1.Samenvatting

De rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, heeft besloten dat de man met ingang van 24 februari 2025 € 100 per maand aan de vrouw moet betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] (kinderalimentatie). Het hof beslist dat dit niet zo moet blijven. Het hof zal bepalen dat de man met ingang van 24 februari 2025 € 250 per maand aan kinderalimentatie moet betalen aan de vrouw. Het hof legt hierna uit waarom het hof zo beslist.

2.De feiten

2.1.
De vrouw en de man zijn de ouders van [de minderjarige] . [de minderjarige] is geboren op [geboortedatum] .
2.2.
[de minderjarige] woont bij de vrouw.

3.De procedure bij de rechtbank

3.1.
De vrouw heeft de rechtbank verzocht om te bepalen dat de man met ingang van 24 februari 2025 met € 250 per maand aan kinderalimentatie zal betalen aan de vrouw, bij vooruitbetaling te voldoen.
3.2.
De rechtbank heeft beslist dat de man met ingang van 24 februari 2025 € 100 per maand aan kinderalimentatie aan de vrouw moet betalen en dat de man de kinderalimentatie vanaf dat moment vóór de eerste van de maand moet betalen (bij vooruitbetaling moet voldoen).
3.3.
Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 4 december 2025.

4.De procedure bij het hof

4.1.
De vrouw is het niet eens met de beslissing van de rechtbank. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank ongedaan maakt en alsnog bepaalt dat de man met ingang van 24 februari 2025 met € 250 zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] , bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen, of anders per ingang van een datum of ter hoogte van een bedrag die het hof juist vindt.
4.2.
Het hof heeft het volgende stuk ontvangen:
 het beroepschrift ontvangen op 3 maart 2026
4.3.
De zitting bij het hof was op 23 juni 2026. Aanwezig waren:
 de vrouw (met toestemming van het hof via een Microsoft Teams-verbinding) met haar advocaat

5.Het oordeel van het hof

Rechtsmacht en toepasselijk recht
5.1.
De vrouw en [de minderjarige] wonen op [land] , zodat de zaak een internationaal karakter heeft. Het hof zal daarom eerst beoordelen of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft.
5.2.
De Nederlandse rechter is bevoegd kennis te nemen van het verzoek om kinderalimentatie vast te stellen, omdat de man zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft. [1]
5.3.
De rechtbank heeft het Nederlandse recht van toepassing geacht. Nu tegen dit oordeel niet is gegriefd, staat de toepasselijkheid van Nederlands recht vast.
Kinderalimentatie
Wat staat in de wet?
5.4.
Ouders zijn richting hun kinderen verplicht tot het verstrekken van levensonderhoud. [2] Bij de vaststelling van kinderalimentatie wordt rekening gehouden met enerzijds de behoefte van de onderhoudsgerechtigde en anderzijds met de draagkracht van de onderhoudsplichtige. [3] Ouders zijn verplicht naar draagkracht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. [4]
Hoe oordeelt het hof?
5.5.
Niet is gebleken dat de kinderalimentatie eerder is vastgesteld of dat de ouders daar eerder afspraken over hebben gemaakt, zodat het in deze zaak gaat om een eerste vaststelling van de kinderalimentatie. Dat de man in het verleden vrijwillig heeft bijgedragen in de kosten van [de minderjarige] , maakt dat niet anders.
5.6.
De vrouw vraagt het hof om te bepalen dat de man met ingang van 24 februari 2025 met € 250 zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] , bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen. Als de man vindt dat de gevraagde bijdrage niet voldoet aan de wettelijke maatstaven, dan ligt het als alimentatieplichtige op zijn weg om verweer te voeren én de benodigde informatie te verstrekken om een berekening van de bijdrage mogelijk te maken. Dat heeft hij niet gedaan. Het hof gaat er daarom vanuit dat de man (ten minste) gehouden is de verzochte bijdrage te voldoen en zal het verzoek van de vrouw dan ook toewijzen. Dit nu de verzochte bijdrage het hof niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. In dat kader merkt het hof op dat de vrouw haar verzoek uitgebreid heeft toegelicht en zij voldoende heeft gesteld. Omdat de man ondanks het verzoek van (de advocaat van) de vrouw van 24 februari 2025 geen inzicht heeft gegeven in de voor de berekening van zijn draagkracht noodzakelijke gegevens, heeft de vrouw zijn inkomen geschat op € 2.500 bruto per maand. Uit de door de vrouw overgelegde berekeningen, waarbij de vrouw rekening houdt met de door de rechtbank vastgestelde behoefte van [de minderjarige] van € 660 per maand in 2025, volgt dat de man op basis van zijn draagkracht met meer dan € 250 per maand dient bij te dragen in de kosten van [de minderjarige] . Gelet daarop past het naar het oordeel van het hof dan niet om de bijdrage op een lager bedrag vast te stellen dan door de vrouw is verzocht.
5.7.
Gelet op het voorgaande dient de man met ingang van 24 februari 2025 € 250 per maand aan de vrouw te betalen en gelet op de wettelijke indexering vanaf 1 januari 2026 € 261,50 per maand.

6.De beslissing

Het hof:
6.1.
vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 4 december 2025 en:
6.2.
bepaalt dat de man als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] aan de vrouw zal betalen:
  • met ingang van 24 februari 2025 € 250 per maand;
  • met ingang van 1 januari 2026 € 261,50 per maand, de toekomstige termijnen telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. D.J.M. van de Voort, P.B. Kamminga en M.E.L. Klein, bijgestaan door mr. M.A. Mertens als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2026.

Voetnoten

1.artikel 3 aanhef Pro en onder a van de Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijk recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen (Alimentatieverordening)
2.artikel 1:392 lid 1 BW Pro
3.artikel 1:397 lid 1 BW Pro
4.artikel 1:404 lid 1 BW Pro