ECLI:NL:GHARL:2026:437
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis van de rechtbank Overijssel in hoger beroep tegen winkeldiefstal
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 30 januari 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Overijssel, dat op 17 januari 2023 was gewezen. De verdachte, geboren op 12 juli 1993, was eerder door de rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden voor vier winkeldiefstallen, gepleegd samen met anderen. De rechtbank had de verdachte vrijgesproken van een vijfde tenlastegelegde feit, maar het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep voor zover dit gericht was tegen die vrijspraak, op basis van artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het hof bevestigde grotendeels het vonnis van de rechtbank, met inachtneming van de gronden waarop de rechtbank haar beslissing had gebaseerd. Het hof constateerde echter dat de rechtbank verzuimd had een beslissing te nemen over de proceskosten van de benadeelde partij, en herstelde dit verzuim door de verdachte te veroordelen in de proceskosten. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank voor het overige, met uitzondering van de beslissing over de proceskosten van de benadeelde partij, die opnieuw werd beoordeeld. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer voor strafzaken en is openbaar uitgesproken.