ECLI:NL:GHARL:2026:437

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
21-000329-23
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 404 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging gevangenisstraf voor vier winkeldiefstallen met hoofdelijk aansprakelijkheid voor schade

De verdachte is in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden voor vier winkeldiefstallen die hij samen met anderen heeft gepleegd. Het hof bevestigt grotendeels het vonnis van de rechtbank Overijssel, die de verdachte ook veroordeelde voor diefstal door twee of meer verenigde personen en een schadevergoeding aan de benadeelde partij oplegde.

De rechtbank sprak de verdachte vrij van een vijfde tenlastelegging, maar het hof verklaarde het hoger beroep tegen die vrijspraak niet-ontvankelijk, waardoor dit onderdeel buiten beschouwing blijft. Het hof nam de gronden van de rechtbank over en oordeelde dat het vonnis op juiste wijze is gewezen.

Wel herstelde het hof een verzuim van de rechtbank door alsnog een beslissing te nemen over de proceskosten van de benadeelde partij, waarbij de verdachte werd veroordeeld in deze kosten. De hoofdelijk aansprakelijkheid van de verdachte voor de schade blijft gehandhaafd, met de mogelijkheid tot vergoeding door mededaders.

Het arrest werd uitgesproken op 30 januari 2026 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf en veroordeeld in proceskosten van de benadeelde partij.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000329-23
Uitspraakdatum: 30 januari 2026
VERSTEK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 17 januari 2023 met parketnummer 08-299256-22 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [adres] .

Hoger beroep

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat is besproken op de zitting van het hof van 16 januari 2026 en op de zitting van de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Vonnis rechtbank

De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van het onder 5 tenlastegelegde.
De rechtbank heeft bewezen verklaard dat de verdachte het onder 1 tot en met 4 tenlastegelegde heeft begaan en heeft die feiten telkens juridisch gekwalificeerd als diefstal door twee of meer verenigde personen.
De rechtbank heeft de verdachte voor die feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, met aftrek van de duur van het voorarrest.
Verder heeft de rechtbank de vordering van benadeelde partij [winkel] Markelo toegewezen en (in het verlengde daarvan) de verdachte een betaalverplichting opgelegd tot het bedrag van € 181,73, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 november 2022. Daarbij heeft de rechtbank bepaald dat de verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor die schade van de benadeelde partij, wat meebrengt dat de verdachte van de betaalverplichting bevrijd is als en voor zover die schade door één of meer mededaders is vergoed.
Ontvankelijkheid verdachte in het hoger beroep wat betreft feit 5
De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van het onder 5 tenlastegelegde. Het hoger beroep is onbeperkt ingesteld en is dus ook tegen die vrijspraak gericht. Op grond van artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering kan de verdachte geen hoger beroep instellen tegen die vrijspraak. Daarom verklaart het hof verdachte in zoverre niet-ontvankelijk in het hoger beroep, waardoor die vrijspraak en feit 5 geen deel uitmaken van het hoger beroep.
Bevestiging vonnis
Het hof is van oordeel dat de rechtbank ten aanzien van de overige feiten op de juiste wijze en op goede gronden heeft beslist. Daarom bevestigt het hof het vonnis, met overneming van de gronden waarop de beslissingen van de rechtbank zijn gebaseerd.
Wel constateert het hof dat de rechtbank ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij heeft verzuimd een beslissing te geven over de verdeling van de proceskosten. Het hof herstelt dit verzuim door de verdachte te veroordelen in de proceskosten van de benadeelde partij. In zoverre zal het hof het vonnis vernietigen en opnieuw rechtdoen.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 5 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep, uitsluitend voor zover daarin is verzuimd ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij een beslissing te nemen over de proceskosten van de benadeelde partij, en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij ( [winkel] Markelo) gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Bevestigt het vonnis van de rechtbank voor het overige, voor zover dat aan het oordeel van het hof onderworpen is.
Dit arrest is gewezen door mr. Z.J. Oosting, mr. G. Mintjes en mr. T. Bertens, in aanwezigheid van de griffier mr. D. van der Geld en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 30 januari 2026.