Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vrouw en de man zijn van 1987 tot 2021 getrouwd geweest. In het echtscheidingsconvenant is afgesproken dat de man partneralimentatie betaalt aan de vrouw, met een indexering vanaf 2023. De man verzocht de alimentatie te verlagen of te beëindigen, terwijl de vrouw incidenteel hoger beroep instelde om de alimentatie te verhogen.
Het hof oordeelt dat het verzoek van de vrouw tot verhoging niet in hoger beroep kan worden gedaan, en wijst dit af. Er is een wijziging van omstandigheden doordat de vrouw meer is gaan werken, maar het hof stelt vast dat zij niet in staat is haar werkuren verder uit te breiden vanwege leeftijd, beperkte ervaring en gezondheidsklachten.
De behoefte van de vrouw wordt vastgesteld op €3.400 netto per maand, met een resterende behoefte van €1.241 netto. De man heeft geen voldoende onderbouwd draagkrachtverweer gevoerd, maar het hof gaat ervan uit dat hij voldoende draagkracht heeft om de alimentatie te betalen. Het hof bevestigt daarom de eerdere beschikking en wijst verdere verzoeken af. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de eerdere beschikking en wijst de verzoeken tot wijziging van partneralimentatie af.