ECLI:NL:GHARL:2026:445

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
200.340.678/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:5 BWArt. 7:17 BWArt. 7:84 BWArt. 7:129e BWArt. 6:136 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over non-conformiteit en aansprakelijkheid bij koop tweedehands Audi S5

In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de door appellant gekochte tweedehands Audi S5 non-conform was bij levering en wat de gevolgen daarvan zijn. Appellant stelt dat de auto gebreken vertoonde, waaronder een onjuiste kilometerstand en motorproblemen, en dat de verkoper tekort is geschoten in de nakoming van de koopovereenkomst. De verkoper betwist dit en voert aan dat de auto in juiste staat is geleverd en dat onderhoudskosten voor rekening van appellant komen.

De feiten zijn complex en deels onduidelijk door tegenstrijdige verklaringen en onvolledige openheid van partijen. Het hof stelt vast dat de kilometerstand is teruggedraaid, maar appellant wist of had kunnen weten van deze afwijking. De bewijslast van non-conformiteit rust op appellant, die daartoe bewijs mag leveren. Het hof oordeelt dat de onderhoudskosten voor normaal gebruik voor rekening van appellant blijven, maar dat de kosten voor motorreparaties afhankelijk zijn van bewijs.

Verder behandelt het hof diverse vorderingen over leningen, onrechtmatige beslagleggingen en onrechtmatig handelen door het heimelijk volgen van de auto via GPS. Het hof wijst een aantal vorderingen af wegens onvoldoende bewijs of onduidelijkheid, en laat andere punten aanhouden voor bewijslevering. Het hof bevestigt dat de koop geen consumentenkoop betreft en dat de kredietovereenkomst niet als beroepsmatig krediet wordt aangemerkt.

Het hof besluit appellant toe te laten tot bewijslevering over de non-conformiteit van de auto en houdt verdere beslissingen aan totdat dit bewijs is geleverd. Diverse vorderingen worden afgewezen of aanhouden, en het hof bevestigt het vonnis van de kantonrechter voor zover het niet wordt vernietigd. De procedure wordt voortgezet met een rolzitting voor bewijslevering en getuigenverhoor.

Uitkomst: Het hof laat appellant toe bewijs te leveren over non-conformiteit van de auto en houdt verdere beslissingen aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.340.678/01
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 9649507
arrest van 27 januari 2026
in de zaak van
[appellant],
die woont in [woonplaats] ,
die hoger beroep heeft ingesteld,
en bij de kantonrechter optrad als eiser in conventie en verweerder in reconventie,
hierna:
[appellant],
advocaat: mr. H.R. Yücesan uit Almere,
tegen
[geïntimeerde],
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
die ook hoger beroep heeft ingesteld,
en bij de kantonrechter optrad als gedaagde in conventie en eiser in reconventie,
hierna:
[geïntimeerde],
advocaat: mr. M. Goedhart uit Amsterdam.

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1
Naar aanleiding van het arrest van 18 februari 2025 heeft op 27 juni 2025 een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Hierna hebben partijen het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen.
1.2
In een brief van 4 augustus 2025 heeft mr. Goedhart een aantal opmerkingen geplaatst over het proces-verbaal en verzocht het proces-verbaal overeenkomstig deze opmerkingen aan te passen.
1.3
Mr. Yücesan heeft in een brief van 22 oktober 2025 ook een tweetal opmerkingen geplaatst bij het proces-verbaal en het hof verzocht het proces-verbaal aldus aan te vullen. Ook heeft mr. Yücesan in diezelfde brief verzocht om nog nadere stukken in het geding te mogen brengen. Dit verzoek om toezenden van nadere stukken zal het hof in dit stadium van de procedure afwijzen, nu dit te laat is gedaan en deze stukken reeds voorafgaand aan de mondelinge behandeling hadden kunnen worden overgelegd.
1.4
Wat betreft de door partijen gemaakte opmerkingen bij het proces-verbaal, stelt het hof voorop dat een proces-verbaal geen woordelijke weergave is van wat op de zitting is besproken, maar een beknopte, zakelijke weergave. Het hof stelt vast dat de opmerkingen van mrs. Goedhart en Yücesan niet van belang zijn voor de beoordeling van dit geschil.

2.De feiten

2.1
Het gaat in deze procedure om de vraag of sprake is van non-conformiteit van de door [appellant] van [geïntimeerde] gekochte Audi S5 (hierna: de auto of de Audi) en zo ja, wat hiervan de gevolgen zijn.
2.2
Het hof stelt voorop dat de feiten die aan deze zaak ten grondslag liggen, zich mede door de proceshouding van partijen moeilijk laten vaststellen. Het hof gaat in hoger beroep vooralsnog uit van de volgende feiten, waarbij het hof waar aangewezen – teneinde een zo goed mogelijk beeld te schetsen in dit geschil waarin beide partijen geen volledige openheid van zaken lijken te hebben willen geven – ook zal citeren uit verklaringen van partijen ter zitting in hoger beroep. Omdat het hof de feiten opnieuw vaststelt, heeft [appellant] geen belang meer bij een bespreking van zijn grief tegen de feitenvaststelling door de kantonrechter. [1] Het volgende staat vast.
2.3
[appellant] en [geïntimeerde] waren sinds de middelbare school goede vrienden van elkaar.
2.4
Op 29 december 2016 is door [geïntimeerde] voor $ 13.300 een schadeauto gekocht op een veiling in de Verenigde Staten. Het betrof een Audi S5 Cabrio uit 2015. Het ID-nummer van de auto is [nummer] . [geïntimeerde] heeft de veilingprijs voldaan.
2.5
Uit het Amerikaanse Certificate of Title, het equivalent van het Nederlandse kentekenbewijs, blijkt dat de auto op 13 december 2016 een tellerstand had van 14.086 miles. Dat is omgerekend 22.670 kilometer.
2.6
Op het veilingrapport van Auction Export van 29 december 2016 wordt de tellerstand als volgt geregistreerd:
2.7
Voorafgaand aan de koop heeft [appellant] op 1 december 2016 een schriftelijke opdracht/koopovereenkomst gesloten met de heer [naam1] , een kennis of zakenpartner van [geïntimeerde] , voor een nog aan te schaffen Audi S5 Cabriolet voor een koopprijs van € 69.500 met als uiterste leveringsdatum 31 juli 2018. Deze overeenkomst is door [naam1] op 1 augustus 2018 ontbonden wegens niet tijdige levering.
2.8
Op 1 januari 2017 hebben [appellant] en [geïntimeerde] een geldleningsovereenkomst gesloten waarbij [appellant] van [geïntimeerde] € 25.000 leent. In de overeenkomst is opgenomen dat de lening is bedoeld voor de aankoop van een Audi S5. [appellant] heeft zich gedurende de gehele procedure op het standpunt gesteld dat dit bedrag contant noch giraal aan hem ter beschikking is gesteld. [geïntimeerde] stelt dit bedrag contant aan [appellant] te hebben overhandigd. Hij heeft ter zitting van het hof daarover verklaard:
“Ten aanzien van de lening aan [appellant] van € 25.000,- merk ik op dat ik die in contanten aan [appellant] heb gegeven. Dat was bij mijn ouders thuis op de zolderkamer. Ik heb denk ik nog wel een foto van die stapel geld.”
2.9
De House Bill of Loading van 24 januari 2017 staat op naam van [geïntimeerde] . De auto is op 3 februari 2017 op transport gezet naar Rotterdam. De auto is op 28 februari 2017 ingeklaard.
2.1
De schadeauto is vervolgens gerepareerd, maar nog altijd is onduidelijk waar, wanneer en in wiens opdracht dat is gebeurd: [appellant] of [geïntimeerde] . De gerepareerde auto is vervolgens in december 2017 aan Importautos.NL B.V. aangeboden voor het verzorgen van de EU-typegoedkeuring en via Duitsland in 2018 (nogmaals) geïmporteerd naar Nederland.
2.11
Op 4 juli 2018 heeft de heer [naam2] van Importautos.NL aan [appellant] het volgende meegedeeld:
“Ook de 2e mogelijkheid om via de TüV de auto EU goedgekeurd te krijgen is gestrand. De reden is dat de reparatie van de oude (USA-schades) van te matige kwaliteit is. Ik moet de opdracht dan ook terug geven.”
2.12
[appellant] heeft over de gang van zaken met betrekking tot de import van de Audi ter zitting van het hof het volgende verklaard:
“Toen de auto werd geïmporteerd, zat ik nog op school. Hij[hof: [geïntimeerde] ]
heeft mij benaderd voor hulp. Als ik de Auto via de TüV zou importeren, zou hem dat helpen. Hij had een procedure tegen [naam2] van Import Auto’s gewonnen en had daar wat geld voor gekregen. Ik zou ook vergoed worden voor mijn hulp. Dat was geloof ik iets van € 15.000,-. (…) Het was goedkoper om dat via Duitsland te doen, via de TüV. Naar mijn weten had [geïntimeerde] al een geschil met Import Auto’s. Daarom heeft hij mij gevraagd om dat voor hem te doen. Ik zag daar geen probleem in. Dat hebben we allemaal in de sportschool geregeld. Dat ging [geïntimeerde] met mijn telefoon op berichten van Import Auto’s reageren. Hij deed zich dan voor als mij. Maar uiteindelijk kwamen er problemen met de Audi naar boven en daarom kon hij niet geïmporteerd worden. Op gegeven moment zag [geïntimeerde] dat hij er geld uit kon halen. Als er een overeenkomst zou zijn waaruit zou blijken dat ik schade zou hebben geleden met de Audi, dan zou dat goed staan in de rechtszaal. Hij vroeg mij of ik daar ook aan mee wilde werken. Ik heb hem gevraagd of het legaal was. Zo is de overeenkomst met [naam1] ontstaan. [naam1] is een vriend van [geïntimeerde] . Hij is tandarts. Hij en [geïntimeerde] hadden samen praktijken op hetzelfde adres. Ik had sterk het vermoeden dat [geïntimeerde] in grijze gebieden werkte, maar ik ben zo dom geweest om mijn vrienden te vertrouwen. Ik heb echter nooit bewijs verzameld. Bij [geïntimeerde] is er altijd een overeenkomst, altijd een bedrijf en altijd een tekortkoming.”
2.13
[geïntimeerde] heeft over de import van de Audi anders verklaard, namelijk het volgende:
“In 2016 had hij(hof: [appellant] )
niet zoveel te besteden en opperde hij het idee om schadeauto’s te gaan importeren en daarna te verkopen. Vervolgens heb ik hem, onder de voorwaarde dat hij wel alvast een koper voor de auto had, geld geleend. Dat was een vriendendienst, geen zakelijke relatie. De heer [naam1] was de koper.Maar toen kwam de pech dat bij de import van de Audi het Audi/VW-schandaal aan het licht kwam. Daardoor kon de auto langere tijd niet geïmporteerd worden, maar alle kosten liepen wel door. Er was schade aan de airbag, want die was uit de auto gestolen.Ik had er in het begin geen bemoeienis mee, maar ik ben me er op een gegeven moment wel mee gaan bemoeien, want het was tenslotte toch mijn geld dat erin zat. Toen de import eenmaal geregeld was, was de koper echter afgehaakt. Dat betekende dat ik mijn geld ook niet terug kreeg.”
2.14
De Audi is op 3 december 2018, dus nadat de auto na de import uit de Verenigde Staten zou zijn gerepareerd, getaxeerd door Expertisebureau Jonker Wesdorp B.V. uit Nieuw-Vennep . In het taxatierapport staat [appellant] als eigenaar van de auto vermeld. De afgelezen tellerstand op dat moment bedraagt 15.097 kilometer. Bij de taxatie zijn de volgende bijzonderheden opgemerkt:
“voertuig is voorzien van de volgende schade:
v. bumper, grille, v. klep, navigatie, v ruit, l. daklijst, 2 x spiegel, r.a. zijwand, 2 x dorpelbekl., cabriokap, hydr. pomp kap, a. klep, dash.b. kast, deksel, multi info syst., middenconsole, radio, verw. regeling 2 x st. bekl., 4 x velg, valid parking key, 2 x koplamp”
2.15
[geïntimeerde] stelt dat deze taxatie in opdracht van [appellant] is gebeurd. Dat blijkt volgens [geïntimeerde] ook uit het feit dat [appellant] het taxatierapport zelf aan zijn toenmalige advocaat mr. Mangal ter beschikking heeft gesteld. [appellant] betwist de opdracht tot taxatie te hebben gegeven en heeft ter zitting verklaard “
nergens van te weten” en niet eerder dan bij de koop in de Audi te hebben gereden.
2.16
Partijen sluiten op 25 oktober 2020 een koopovereenkomst waarbij [appellant] de auto van [geïntimeerde] voor € 57.763,30 koopt, waarvan € 42.763,20 in 120 maandelijkse termijnen van € 356,36 wordt afgelost en het restant van € 15.000 na die 120 termijnen binnen drie maanden zal worden voldaan. De koopovereenkomst vermeldt verder het volgende:
II. Beschrijving auto
Merk auto en type, modeljaar: Audi - S5 Cabriolet - 2015
Datum afgifte kenteken deel 1: 18-11-2015
Kilometerstand: 22.500
Bijbehorende accessoires: Mondeling overlegd.
(…)
IV. Staat van de auto
  • De auto is bij levering APK goedgekeurd.
  • De verkoper garandeert de juistheid van de kilometerstand en verleent op verzoek van de koper medewerking aan de inzage in de onderhoudshistorie van de auto.
  • De auto heeft wel een schade verleden,dit is in juiste staat hersteld.[onderstreping hof]
(…)
  • De verkoper verklaart dat de auto zijn eigendom is en vrij is van lasten, beslagen en dergelijke.
  • De verkoper blijft tot aan de levering aansprakelijk voor alle kosten die voortvloeien uit het bezit van de auto, zoals onderhouds- en reparatiekosten. Het risico van verloren gaan van de auto komt tot aan de levering voor verkoper.
  • De koper en de verkoper verplichten zich mee te werken aan de overschrijving van het kentekenbewijs. De koper zal aan de verkoper het vrijwaringsbewijs afgeven.
2.17
Ten aanzien van de totstandkoming van de koopprijs hebben partijen het volgende verklaard. [appellant] heeft ter zitting aangevoerd dat hij en [geïntimeerde] bij het bepalen van de koopprijs hebben gekeken naar wat [appellant] maandelijks zou kunnen betalen. Ook heeft [appellant] ter zitting desgevraagd verklaard:
“Ik heb de prijs niet bepaald. De aanschaf en installatie van het Blue Eye Target System is er in ieder geval wel in meegenomen.”[geïntimeerde] heeft dit betwist en gesteld dat het Blue Eye Target System niet in de koopprijs is meegenomen, maar de verrekening van de wegenbelasting van de Audi en de Maserati wel.
2.18
De levering van de auto aan [appellant] heeft op 9 november 2020 plaatsgevonden. Het kenteken van de auto is op 3 mei 2021 op naam van [appellant] gesteld.
2.19
Op 24 december 2020 zijn [appellant] en [geïntimeerde] met de Audi naar Duitsland gereden en hebben daar met 300km/h over de Autobahn gereden.
2.2
Na de levering van de auto heeft [appellant] de volgende reparaties aan de auto laten uitvoeren op de Almeerse vestiging van het Autobedrijf Jedi (hierna: Jedi):
Factuurnummer
Datum
Bedrag
Onderwerp
Betaald door:
1486062
04-12-2020
€ 84,70
Remschijven
37028639
08-01-2021
€ 211,70
Banden
37029075
22-02-2021
€ 27,93
Reparatie band
37029472
09-04-2021
€ 128,77
Interieurfilter
37029580
16-04-2021
€ 38,71
Bumper
37030341
22-07-2021
€ 632,96
Onderhoudsbeurt, vastzetten radiateur en bodemplaat
[naam3] B.V.
37030835
23-09-2021
€ 2.439,22
Bobines vervangen, flushen motor
[naam3] B.V.
37031645
28-12-2021
€ 9.600,90
Vervangen motor
[appellant]
2.21
Bij de onderhoudsbeurt van juli 2021 heeft Jedi het volgende gerapporteerd:
“Auto heeft voorschade gehad deze is slecht hersteld radiateur zat los deze weer vast gezet. onderplaat zat los deze weer vast gemaakt deels bevestiging is gescheurd R.V binnen scherm zat los deze ook deels vast gezet ook daar is de bevestiging gescheurd, motor zit vol storingen deze gewist pp verzoek van klant eerst kijken welke storingen terugkomen. ruitenvloeistof reservoir is lek.”
2.22
Bij notariële akte van 15 september 2021 is een akte van schuldbekentenis ten laste van [appellant] en ten gunste van [geïntimeerde] opgesteld. Daarin is onder meer het volgende.
“1. De Schuldeiser en de Schuldenaar hebben op vijfentwintig oktober tweeduizendtwintig een koopovereenkomst gesloten ten aanzien van de overdracht van een personenauto, van welke overeenkomst een kopie aan deze akte zal worden gehecht (Bijlage), hierna te noemen: de “Koopovereenkomst”.
2. Schuldenaar is in de Koopovereenkomst de koopsom voor de onder 1. bedoelde personenauto schuldig gebleven.
3. Naast de schuldigerkenning van de koopsom voortvloeiend uit de Koopovereenkomst heeft de Schuldeiser voorts nog andere gelden verstrekt aan de Schuldeiser ten titel van geldlening.
4. In verband met het hiervoor onder 1. tot en met 3. bepaalde wensen de Schuldeiser en de Schuldenaar bij dezen de tussen hen bestaande geldlening schriftelijk vast te leggen.
5. Voorzover in deze akte niet wordt afgeweken van de bepalingen van de
Koopovereenkomst, blijven de bepalingen van de Koopovereenkomst van kracht.
Schuldbekentenis.
De Schuldenaar is, mede in verband met de aankoop zoals bedoeld in de Koopovereenkomst, negenenvijftigduizend achthonderddrieënnegentig euro drieënzeventig cent (€ 59.893,73) wegens ter leen ontvangen gelden (hoofdelijk) schuldig aan de Schuldeiser.
Terugbetaling/aflossingsverplichting.
Terzake van deze geldlening zijn de Schuldeiser en de Schuldenaar overeengekomen als volgt:
De geldlening is verstrekt voor een tijdsduur van eenhonderdtien (110) maanden, te rekenen vanaf september tweeduizend eenentwintig.
De Schuldenaar zal de geldlening aflossing in eenhonderdtien (110) maandelijks termijnen voor vijfhonderdvierenveertig euro negenenveertig cent (€ 544,49).
Over de geldlening of het restant daarvan behoeft geen rente te worden betaald.
de hoofdsom of het restant daarvan, vermeerderd met drie (3) maanden extra rente, berekend tegen de dan geldende wettelijke rente, zal zonder enige waarschuwing terstond opeisbaar zijn:
- bij wanbetaling;
- bij verzuim in de stipte voldoening van de rente;
- bij overtreding of niet-nakoming van een. of meer gemaakte bedingen;
- bij faillissement van de Schuldenaar;
- bij overlijden van de Schuldenaar;
- bij onder curatelestelling van of boedelafstand door de Schuldenaar;
- bij zijn aanvrage om surséance van betaling;
- bij ontbinding van de gemeenschap van goederen waarin de Schuldenaar is of zal zijn gehuwd;
- of wanneer executoriaal beslag wordt opgelegd op goederen van de Schuldenaar.
alle betalingen zullen moeten geschieden in euro's op het door de Schuldeiser in de Koopovereenkomst aangegeven bankrekeningnummer.
2.23
Uit de gegevens van de RDW van 4 november 2021 valt af te leiden dat de eerste inschrijving tevens afgifte van een kenteken in Nederland dateert van 7 februari 2019. Het RDW-Voertuigrapport vermeldt als registratie van de kilometerstand per 5 december 2018 15.143 km, per 10 augustus 2020 21.778 km, per 9 januari 2021 29.094 km en per 8 oktober 2021 50.040 km. Als datum van “laatste tenaamstelling” is “3 mei 2021” vermeld.
2.24
In een e-mail van 17 november 2021 heeft Autoschade Roskam Winkoop aan Jedi heeft volgende gemeld:
“De “langsdragers” van de auto zijn de basis van de auto waar de motor en wielophanging aan gemonteerd zijn.
Ook is dit de kreukelzone van het voertuig.
Aan de langsdragers mag beperkt gerepareerd worden, volgens de fabrieksvoorschriften moet er bij serieuze vervorming gekozen worden om de langsdrager in zijn geheel te vervangen.
De betreffende Audi S5 is naar onze mening in het verleden dusdanig gerepareerd (gecamoufleerd met plamuur) dat wij niet kunnen vaststellen hoe de staat van de langsdragers is en of deze op veilige wijze gerepareerd zijn.
Dit is de reden dat wij niet aan het voertuig enige reparatie willen uitvoeren.”
2.25
Op 15 december 2021 heeft [appellant] de tussen partijen gesloten koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden en meegedeeld dat als gevolg van de ontbinding de notariële akte van schuldbekentenis haar kracht c.q. titel verliest. Grondslag voor de buitengerechtelijke ontbinding is dat de auto niet de eigenschappen bezit die [appellant] daarvan mocht verwachten (non-conformiteit).
2.26
[geïntimeerde] heeft op 3 januari 2022 uit hoofde van de notariële akte van schuldbekentenis executoriaal beslag gelegd op de auto onder Jedi te Almere . Jedi heeft haar retentierecht op de auto ingeroepen, omdat de laatste factuur van € 9.600,90 op dat moment nog onbetaald was gebleven. [geïntimeerde] heeft vervolgens op 23 december 2022 executoriaal beslag gelegd onder Aegon Bank N.V., de Coöperatieve Rabobank U.A., de ING Bank N.V. de Volksbank N.V. de ABNAMRO Bank N.V. en de Triodos Bank N.V. ten laste van [appellant] . Ook heeft [geïntimeerde] heeft 3 februari 2023 loonbeslag gelegd onder de werkgever van [appellant] en op 17 februari 2023 derdenbeslag gelegd onder de [stichting] .
2.27
[appellant] heeft op 19 mei 2022 beslag laten leggen op de onroerende zaak (hierna: ‘de kerk’) aan [adres] in [plaats1] die op dat moment in eigendom toebehoorde aan [geïntimeerde] .
2.28
[geïntimeerde] heeft aangevoerd dat hij de kerk, voorafgaand aan dit beslag, op 9 mei 2022 voor € 810.000 verkocht aan Prudent Limited, vertegenwoordigd door haar bestuurder, de heer [naam4] . Deze firma is gevestigd op [eiland] . In de koopovereenkomst is overeengekomen dat het transport zal plaatsvinden op 5 juli 2022, maar dat de inschrijving niet eerder plaatsvindt dan op 1 januari 2024. Ook is een ontbindende voorwaarde overeengekomen dat het pand vrij moet zijn van beslagen, op straffe van een boete van 25% van de koopsom, namelijk € 202.500. Prudent Limited heeft [geïntimeerde] bij brief van 13 juni 2022 meegedeeld aanspraak te maken op deze boete en mogelijke ontbinding van de koopovereenkomst in het vooruitzicht gesteld. Voorafgaand aan de brief van Prudent heeft [geïntimeerde] [appellant] op 23 mei 2022 al aangesproken voor een vordering van
€ 202.500.
2.29
De koop is niet doorgegaan en de kerk is vervolgens geveild. Op de veiling heeft [geïntimeerde] via zijn vennootschappen zelf ook geboden. De intentie was, aldus [geïntimeerde] , een ABC-levering waarbij [geïntimeerde] via zijn vennootschap de kerk direct zou doorleveren aan Prudent Limited, nu laatstgenoemde niet kon deelnemen aan de veiling.
2.3
[geïntimeerde] heeft de verschuldigdheid van de boete aan Prudent Limited notarieel laten vastleggen. Hij heeft daarover ter zitting van het hof verklaard:
“Prudent Limited heeft inmiddels een vordering van circa € 7.000.000,- op mij. Met de koop van de kerk en de ontwikkeling daarvan ging veel geld gemoeid. Het bedrag minus de hypotheek zou worden verrekend met de schuld. De verloren procedure bij de rechtbank in Alkmaar[hof: ECLI:NL:RBNHO:2023:4116]
heb ik geprobeerd zelf te voeren om de kosten laag te houden. Dat is mislukt. Later is dit bij de notaris vastgelegd. Tegen die beschikking stond geen hoger beroep open.”
2.31
In een vonnis van 7 december 2022 is [appellant] onder meer veroordeeld om aan Jedi de factuur van 28 december 2021 (zie rov. 2.20) te betalen. [appellant] heeft aan het vonnis voldaan.
2.32
Nadat het retentierecht door Jedi was opgeheven, is op last van [geïntimeerde] de auto op
10 januari 2023 op een openbare veiling verkocht. De vader van [geïntimeerde] heeft de auto gekocht voor € 27.000.

3.De vorderingen over en weer en het oordeel van de kantonrechter

De vorderingen van [appellant]
3.1
[appellant] heeft
in conventie, na wijziging van eis, gevorderd:
I. voor recht te verklaren dat [geïntimeerde] jegens [appellant] tekortgeschoten is in de nakoming van de
koopovereenkomst en dat [geïntimeerde] als gevolg van die tekortkomingen jegens [appellant]
aansprakelijk is voor de door [appellant] geleden en thans nog te lijden schade.
II. voor recht te verklaren dat de koopovereenkomst van 25 oktober 2020 tussen partijen primair rechtsgeldig op 15 december 2021 buitengerechtelijk is ontbonden, alsmede dat
[geïntimeerde] als gevolg van de ontbinding aansprakelijk is voor de door [appellant] geleden schade en
thans nog te lijden schade;
III. voor zover het onder II. gevorderde niet toewijsbaar is, de koopovereenkomst van
25 oktober 2020 tussen partijen op een in goede justitie te bepalen datum te ontbinden, alsmede voor recht te verklaren dat [geïntimeerde] als gevolg van de ontbinding aansprakelijk is voor de door [appellant] geleden schade en thans nog te lijden schade;
IV. voor zover het onder II. en III. gevorderde niet toewijsbaar is, subsidiair bij vonnis de koopovereenkomst d.d. 25 oktober 2020 tussen partijen op een in goede justitie te bepalen datum te vernietigen op grond van bedrog dan wel dwaling;
V. [geïntimeerde] primair in het geval van ontbinding van de koopovereenkomst van 25 oktober 2020
te veroordelen tot betaling van € 10.909,46 inclusief btw, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2021 tot op de dag der algehele voldoening, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag, zijnde de schade die [appellant] als gevolg van de aan [geïntimeerde] te wijten tekortkomingen en/of de ontbinding van de overeenkomsten lijdt;
VI. [geïntimeerde] subsidiair in het geval van vernietiging van de koopovereenkomst van 25 oktober
2020 te veroordelen tot betaling van € 10.092,71 inclusief btw, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2021 tot op de dag der algehele voldoening, dan wel een in goede justitie bedrag;
VII. voor recht te verklaren dat [appellant] geen gebruiks- en waardevergoeding verschuldigd is
aan [geïntimeerde] ;
VIII. de notariële akte van schuldbekentenis van 15 september 2021 tussen partijen te
vernietigen dan wel voor recht te verklaren dat [appellant] niet gehouden is om te voldoen aan de
uit die notariële akte voortvloeiende verbintenissen;
IX. [geïntimeerde] te verbieden om enige (voorbereidende) werkzaamheden te verrichten in het kader
van parate executie uit hoofde van de notariële akte van schuldbekentenis van 15 september
2021 en [geïntimeerde] te verbieden tot (verdere) parate executie over te gaan, vanaf twee dagen na
betekening van het in dezen te wijzen vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500 per dag, een deel van een dag daaronder begrepen, dat [geïntimeerde] dit verbod overtreedt, met een maximum van € 20.000;
X. [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van € 3.969,75, uit hoofde van de ongedaanmakings-verbintenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2021 tot op de dag der algehele voldoening;
XI. voor recht te verklaren dat [appellant] met betrekking tot de geldleningsovereenkomsten B en
C rechtsgeldig een beroep heeft gedaan op verrekening en dientengevolge beide verbintenissen tot hun gemeenschappelijk beloop teniet gaan;
XII. [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van € 175,91 per maand aan motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremie met ingang van 15 december 2021 tot en met 10 februari 2023, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf in een goede justitie te vermenen datum tot de dag der algehele voldoening:
XIII. voor recht te verklaren dat [geïntimeerde] door het heimelijk c.q. onrechtmatig verkrijgen van de
locatiegegevens van het motorvoertuig onrechtmatig handelt en als gevolg daarvan jegens
[appellant] schadeplichtig is;
XIV. voor recht te verklaren dat [geïntimeerde] ten laste van [appellant] onrechtmatig beslag heeft gelegd
en als gevolg daarvan schadeplichtig is;
XV. [geïntimeerde] te veroordelen tot vergoeding van de door [appellant] geleden schade als gevolg van
het onrechtmatige beslag, thans begroot op € 7.760,72, te vermeerderen met de
wettelijke rente met ingang van de dag van indiening van de conclusie van repliek in conventie tot de dag der algehele voldoening, en indien de geldvordering niet voor toewijzing gereed is, dan wel nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
XVI. de door [geïntimeerde] ten laste van [appellant] gelegde (derden)beslagen primair op te heffen, en
subsidiair de tenuitvoerlegging van de ten laste van [appellant] gelegde (derden)beslagen te
schorsen tot een in goede justitie te vermenen datum/termijn, alsmede [geïntimeerde] te veroordelen
tot betaling van de uit hoofde van de beslagen geïnde bedragen aan [appellant] , tot op heden
begroot op € 6.612,17, nog te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der indiening van deze conclusie tot op de dag der algehele voldoening;
XVII. [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van € 1.577,56, welk bedrag ziet op de kosten die [appellant] heeft moeten maken als gevolg van het (tijdelijk) op zijn naam overschrijven van een aan [geïntimeerde] toebehorende motorvoertuig (Maserati), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2021 tot op de dag der algehele voldoening;
XVIII. Voor zover de vorderingen ter zake de ontbinding en vernietiging van de koop- en
kredietovereenkomst en de navenante vorderingen van [appellant] afgewezen worden, [geïntimeerde] te
veroordelen tot betaling van € 18.173,08 zijnde de herstelkosten die [appellant] heeft gemaakt en schade die [appellant] heeft geleden, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van indiening van deze conclusie tot op de dag der algehele voldoening.
De vorderingen van [geïntimeerde]
3.2
[geïntimeerde] heeft
in reconventie, na wijziging van eis, gevorderd (hernummering hof):
1. Een verklaring voor recht, [appellant] te veroordelen [het hof begrijpt: [appellant] veroordeelt tot betaling van] de door [geïntimeerde] geleden en nog te lijden schade als gevolg van het conservatoir beslag dat [appellant] heeft gelegd op de woning van [geïntimeerde] ;
2. [appellant] te veroordelen om aan [geïntimeerde] te betalen tegen deugdelijk bewijs van kwijting
€ 25.000 op grond van de geldleningsovereenkomst van 1 januari 2017, te vermeerderen met BIK en de wettelijke rente vanaf 29-12-2021 tot en met de dag der algehele voldoening, althans in goede justitie te bepalen bedrag;
3. [appellant] te veroordelen om aan [geïntimeerde] te betalen tegen deugdelijk bewijs van kwijting € 65 ( [geïntimeerde] lening aan [appellant] voor KvK van [appellant] ) te vermeerderen met BIK en de wettelijke rente vanaf 29-12-2021 tot en met de dag der algehele voldoening, althans in goede justitie te bepalen bedrag;
4. [appellant] te veroordelen om aan [geïntimeerde] te betalen tegen deugdelijk bewijs van kwijting
€ 6.490 (aan aanvullende leningen van € 3.000, € 650, € 1.950, € 590 en € 300, te vermeerderen met BIK en de wettelijke rente vanaf 29-12-2021 tot en met de dag der algehele voldoening, althans in goede justitie te bepalen bedrag;
5. [appellant] te veroordelen om aan [geïntimeerde] te betalen tegen deugdelijk bewijs van kwijting € 950 (Blue Eye Target System), te vermeerderen met BIK en de wettelijke rente vanaf 29-12-2021 tot en met de dag der algehele voldoening, althans in goede justitie te bepalen bedrag;
6. [appellant] te veroordelen om aan [geïntimeerde] te betalen tegen deugdelijk bewijs van kwijting
€ 200,03 (voor het balanceren van de banden), te vermeerderen met BIK en de wettelijke rente vanaf 29-12-2021 tot en met de dag der algehele voldoening, althans in goede justitie te bepalen bedrag;
7. [appellant] te veroordelen om aan [geïntimeerde] te betalen tegen deugdelijk bewijs van kwijting
€ 804,65 (Onderzoekskosten [naam5] ), te vermeerderen met BIK en de wettelijke rente vanaf 29-12-2021 tot en met de dag der algehele voldoening, althans in goede justitie te bepalen bedrag;
8. [appellant] te veroordelen om aan [geïntimeerde] te betalen tegen deugdelijk bewijs van kwijting
€ 5.541,25 (€ 2.250 en € 640 aan deurwaarderskosten, € 2.500 aan incassokosten PolskaPorada en € 151,25 voor grosse notaris), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf betekening van de nog uit te spreken vonnis in deze procedure tot en met de dag der algehele voldoening, althans in goede justitie te bepalen bedrag;
9. [appellant] te veroordelen om aan [geïntimeerde] te betalen tegen deugdelijk bewijs van kwijting
€ 3.357,43 (advocaatkosten € 552,30, € 1.058,75, € 100 en € 646,38), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf betekening van dit vonnis tot en met de dag der algehele voldoening, althans in goede justitie te bepalen bedrag;
10. [appellant] te veroordelen om aan [geïntimeerde] te betalen tegen deugdelijk bewijs van kwijting
€ 137,50 (Toevoeging lening mr. Mangal € 137,50), te vermeerderen met BIK en de wettelijke rente vanaf 29-12-2021 tot en met de dag der algehele voldoening, althans in goede justitie te bepalen bedrag;
11. [appellant] te veroordelen om aan [geïntimeerde] te betalen tegen deugdelijk bewijs van kwijting
€ 11.736,80 (ter zake van geleden verlies), te vermeerderen met BIK en de wettelijke rente vanaf 29-12-2021 tot en met de dag der algehele voldoening, althans in goede justitie te bepalen bedrag.
12. [appellant] te veroordelen om aan [geïntimeerde] te betalen tegen deugdelijk bewijs van kwijting
€ 2.412,75 (Aanvullende lening Jedi), te vermeerderen met BIK en de wettelijke rente vanaf 29-12-2021 tot en met de dag der algehele voldoening, althans in goede justitie te bepalen bedrag),
13. [appellant] te veroordelen om aan [geïntimeerde] te betalen tegen deugdelijk bewijs van kwijting
€ 632,96 (Aanvullende lening Jedi), te vermeerderen met BIK en de wettelijke rente vanaf 29-12-2021 tot en met de dag der algehele voldoening, althans in goede justitie te bepalen bedrag);
14. [appellant] te veroordelen om aan [geïntimeerde] te betalen tegen deugdelijk bewijs van kwijting
$ 15.679,- voor de aanschaf van de auto uit Amerika (met de koers van die dag 0.953431 komt dat neer op € 14.948,85), te vermeerderen met BIK en de wettelijke rente vanaf 29-12-2021 tot en met de dag der algehele voldoening, althans in goede justitie te bepalen bedrag;
15. [appellant] te veroordelen om aan [geïntimeerde] te betalen € 344,85;
16. [appellant] te veroordelen om aan [geïntimeerde] te betalen € 459,80 en € 1.232,98 (zijnde € 548.40 + € 684,58 aan executiekosten);
en in voorwaardelijke reconventie
17. [appellant] te veroordelen om aan [geïntimeerde] te betalen € 30.000 voor zover de koopovereenkomst tussen partijen is vernietigd c.q. ontbonden.
Het oordeel van de kantonrechter
3.3
De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis vooropgesteld dat ten aanzien van de feiten veel onduidelijk is gebleven. Over de vorderingen
in conventieis geoordeeld dat er onvoldoende aanleiding is om aan te nemen dat de auto ten tijde van de levering aan [appellant] non-conform was, dat [appellant] ten onrechte de buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst heeft ingeroepen en dat de koopovereenkomst evenmin alsnog zal worden ontbonden. Ook het subsidiaire beroep op dwaling en bedrog is – wegens onvoldoende duidelijkheid over de feiten – afgewezen. Verder zijn de kredietovereenkomst (de koop van de auto op afbetaling) en de schuldbekentenis bij de notaris in stand gelaten, als gevolg waarvan [geïntimeerde] de executie van zijn vorderingen niet hoeft te staken. De kantonrechter heeft daarmee ook de vordering van [appellant] tot opheffing van de beslagen afgewezen. Aangezien de koopovereenkomst in stand is gebleven, zijn ook de vorderingen ter zake van de verzekeringspremies en motorrijtuigenbelasting afgewezen, alsook de gevorderde verklaring voor recht dat [appellant] geen gebruiks- en waardevergoeding verschuldigd zou zijn. Ook is de vordering tot het vergoeden van de herstelkosten van de auto afgewezen.
Wel zag de kantonrechter grond om [geïntimeerde] te veroordelen tot vergoeding aan [appellant] van de kosten die [appellant] voor de Maserati Ghibli heeft voldaan, op de grond dat niet is gebleken dat deze kosten op enige wijze zijn verrekend.
3.4
Ten aanzien van de vorderingen van [geïntimeerde]
in reconventieheeft de kantonrechter als volgt geoordeeld. De vordering van [geïntimeerde] tot opheffing van het beslag van [appellant] op zijn woning is niet toegewezen. De kantonrechter heeft hierbij in het kader van de belangenafweging opgemerkt dat niet kan worden uitgesloten dat [geïntimeerde] stukken heeft opgesteld om een fictieve vordering van Prudent Limited op hemzelf te onderbouwen. Ook de vordering van [geïntimeerde] tot terugbetaling van € 25.000 uit hoofde van de geldleningsovereen-komst is afgewezen, op de grond dat niet is komen vast te staan dat [geïntimeerde] dit geld daadwerkelijk aan [appellant] heeft verstrekt. Wat betreft de losse posten die [geïntimeerde] van [appellant] heeft gevorderd, heeft de kantonrechter alleen grond gezien de vordering van € 650 toe te wijzen. De gevorderde vergoeding van de kosten voor het rapport van [naam5] zijn evenmin toegewezen, omdat deze volgens de kantonrechter onnodig zijn gemaakt. De deurwaarderskosten komen grotendeels voor vergoeding in aanmerking, tenzij die al zijn geïncasseerd. De kosten aan PolskaPorada zijn onvoldoende onderbouwd en worden afgewezen. De notariskosten komen ook deels voor vergoeding in aanmerking. De kosten voor het opstellen van de schuldbekentenis worden echter afgewezen, nu deze schuldbekentenis in opdracht van [geïntimeerde] is opgesteld. De vordering tot betaling van gemaakte advocaatkosten wordt, samen met de vordering tot terugbetaling van de kosten voor het inschakelen door [appellant] van mr. Mangal, afgewezen. De vordering van [geïntimeerde] ter zake van het gederfde verlies op de auto wordt als onvoldoende onderbouwd afgewezen. De door [naam3] B.V.) betaalde facturen van Jedi komen voor vergoeding in aanmerking, waarbij is opgemerkt dan één van die facturen ook is opgenomen in de schuldbekentenis en voor zover die al door de deurwaarder is geïncasseerd, dat bedrag dan daarop in mindering moet worden gebracht. Verder wordt ook de vordering van [geïntimeerde] voor de kosten van de aanschaf van de auto (de veiling- en transportkosten) afgewezen, omdat wordt aangenomen dat deze kosten al in de koopprijs zijn verdisconteerd. Voor de vordering van € 344,85 is geen onderbouwing gegeven, reden waarom ook die vordering is afgewezen.
3.5
In het dictum van de bestreden uitspraak is vervolgens in conventie [geïntimeerde] veroordeeld tot betaling van [appellant] van € 1.577,56, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2021. In reconventie heeft de kantonrechter [appellant] veroordeeld tot betaling van € 7.421,54. [appellant] is veroordeeld in de kosten van de procedure in conventie. Over de kosten van de procedure in reconventie is bepaald dat iedere partij de eigen kosten moet dragen. Alle overige vorderingen zijn afgewezen.

4.De omvang van het hoger beroep

4.1
In het door hem ingestelde hoger beroep (het “principaal hoger beroep) vordert [appellant] (na zijn eis te hebben gewijzigd) dat het hof bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
het vonnis van de kantonrechter van 15 november 2023 vernietigt voor zover daarbij zijn vorderingen (in conventie) zijn afgewezen en/of vorderingen van [geïntimeerde] (in reconventie) zijn toegewezen, en, alsnog rechtdoende:
I. voor recht verklaart dat [geïntimeerde] jegens [appellant] tekortgeschoten is in de nakoming van de
koopovereenkomst en dat [geïntimeerde] als gevolg van die tekortkomingen jegens [appellant] aansprakelijk is voor de door [appellant] geleden en thans nog te lijden schade;
II. voor recht verklaart dat de koopovereenkomst van 25 oktober 2020 tussen partijen primair rechtsgeldig op 15 december 2021 buitengerechtelijk is ontbonden, alsmede dat [geïntimeerde] als gevolg van de ontbinding aansprakelijk is voor de door [appellant] geleden schade en thans nog te lijden schade;
III. voor zover het onder II. gevorderde niet toewijsbaar is, de koopovereenkomst van
25 oktober 2020 tussen partijen op een in goede justitie te bepalen datum ontbindt, alsmede voor recht verklaart dat [geïntimeerde] als gevolg van de ontbinding aansprakelijk is voor de door [appellant] geleden schade en thans nog te lijden schade;
IV. voor zover het onder II. en III. gevorderde niet toewijsbaar is, subsidiair bij vonnis de koopovereenkomst van 25 oktober 2020 tussen partijen op een in goede justitie te bepalen datum vernietigt op grond van bedrog dan wel dwaling;
V. [geïntimeerde] veroordeelt tot betaling van € 12.673,08 inclusief btw aan reparatiekosten als gevolg van de tekortkoming en/of ongedaanmaking van de koopovereenkomst, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2021 tot op de dag der algehele voldoening, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag;
VI. voor zover de koopovereenkomst in stand blijft, de koopsom van de Audi verlaagt naar
€ 22.326,92;
VII. voor recht verklaart dat [appellant] geen gebruiks- en waardevergoeding verschuldigd is aan [geïntimeerde] ;
VIII. de notariële akte van schuldbekentenis van 15 september 2021 tussen partijen vernietigt dan wel voor recht verklaart dat [appellant] niet gehouden is om te voldoen aan de uit de notariële akte van schuldbekentenis van 15 september 2021 voortvloeiende verbintenissen;
IX. [geïntimeerde] veroordeelt tot betaling van € 3.969,75, uit hoofde van de ongedaanmakingsverbin-tenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2021 tot op de dag der algehele voldoening;
X. voor recht verklaart dat [appellant] met betrekking tot de geldleningsovereenkomsten B en C rechtsgeldig een beroep heeft gedaan op verrekening en dientengevolge beide verbintenissen tot hun gemeenschappelijk beloop tenietgaan;
XI. [geïntimeerde] veroordeelt tot betaling van € 175,91 per maand aan motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremie met ingang van 15 december 2021 tot en met 10 februari 2023, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf in een goede justitie te vermenen datum tot de dag der algehele voldoening;
XII. voor recht verklaart dat [geïntimeerde] door het heimelijk c.q. onrechtmatig verkrijgen van de locatiegegevens van het motorvoertuig onrechtmatig handelt en als gevolg daarvan jegens [appellant] schadeplichtig is;
XIII. voor recht verklaart dat [geïntimeerde] ten laste van [appellant] onrechtmatig beslag heeft gelegd en als gevolg daarvan schadeplichtig is, alsmede [geïntimeerde] veroordeelt tot vergoeding van de
door [appellant] geleden schade als gevolg van het onrechtmatige beslag, thans begroot op
€ 7.760,72, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de dag van indiening van de conclusie van repliek in conventie (11 april 2023) tot de dag der algehele voldoening;
XIV. [geïntimeerde] veroordeelt in de proceskosten in het hoger beroep, het salaris van de advocaat
daarbij inbegrepen, e.e.a. te vermeerderen met de wettelijke rente voor zover de proceskosten niet binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis vrijwillig aan [appellant] zijn voldaan;
XV. [geïntimeerde] veroordeelt in de gebruikelijke nakosten en de gebruikelijke betekeningskosten in geval overgegaan dient te worden tot betekening van het in deze te wijzen arrest.
XVI. [geïntimeerde] niet-ontvankelijk verklaart in zijn reconventionele vorderingen, althans zijn vorderingen afwijst, dan wel deze aan hem ontzegt;
XVII. [geïntimeerde] veroordeelt in de proceskosten, het salaris van de advocaat daarbij inbegrepen, e.e.a. te vermeerderen met de wettelijke rente voor zover de proceskosten niet binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis vrijwillig aan [appellant] zijn voldaan;
XVIII. [geïntimeerde] veroordeelt in de gebruikelijke nakosten en de gebruikelijke betekeningskosten in geval overgegaan dient te worden tot betekening van het in deze te wijzen arrest.
4.2
In het door hem ingestelde hoger beroep (“incidenteel hoger beroep”) vordert [geïntimeerde] (na zijn eis te hebben gewijzigd) dat het hof het vonnis van de kantonrechter van
15 november 2023:
ten aanzien van het vonnis in conventie
vernietigt voor zover vordering XVII van [appellant] is toegewezen en opnieuw rechtdoende, bij
arrest uitvoerbaar bij voorraad, die vordering van [appellant] alsnog afwijst en
bevestigt voor het overige,
ten aanzien van het vonnis in reconventie
bevestigt, voor zover [appellant] is veroordeeld om aan [geïntimeerde] te betalen € 7.421,54,
vernietigt voor het overige en opnieuw rechtdoende, bij arrest uitvoerbaar bij voorraad,
1. verklaring voor recht, [appellant] te veroordelen’ [het hof begrijpt: [appellant] veroordeelt tot betaling van] de door [geïntimeerde] geleden en nog te lijden schade als gevolg van het conservatoir beslag dat [appellant] heeft gelegd op de woning van [geïntimeerde] .
2. [appellant] veroordeelt aan [geïntimeerde] te betalen € 25.000 (leningsovereenkomst), te vermeerderen met BIK en de wettelijke rente;
5. [appellant] veroordeelt aan [geïntimeerde] te betalen € 950 (Blue Eye Target System), te vermeerderen met BIK en de wettelijke rente vanaf 29-12-2021;
7. [appellant] veroordeelt aan [geïntimeerde] te betalen € 804,65 en € 459,80 (aan onderzoekskosten [naam5] ) te vermeerderen met BIK en de wettelijke rente vanaf 29- 12-2021 ;
17. ( voorwaardelijk) [appellant] veroordeelt aan [geïntimeerde] te betalen € 30.000 voor zover de koopovereenkomst tussen partijen is vernietigd c.q. ontbonden en
ten aanzien van het vonnisin zowel conventie als reconventie
[appellant] te veroordelen tot terugbetaling aan [geïntimeerde] van al hetgeen deze heeft betaald ingevolge het vonnis waarvan beroep, alles met veroordeling van [appellant] in de kosten van de procedure in beide instanties.
4.3
Gelet op de grieven van partijen in de over en weer ingestelde hoger beroepen en de hiervoor weergegeven vorderingen over en weer betekent dit dat in hoger beroep de volgende punten nog voorliggen:
de vermeende non-conformiteit van de auto en de daaraan verbonden vorderingen, waaronder (maar niet uitsluitend) primair de ontbinding van de koopovereenkomst, subsidiair vernietiging van de koopovereenkomst op grond van bedrog en/of dwaling, opheffing van de door [geïntimeerde] gelegde beslagen, vergoeding van motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremies en vergoeding van de reparatiekosten;
in het verlengde daarvan de vordering van [appellant] tot vermindering van de koopsom tot € 22.326 en nadeelopheffing;
de al dan niet onrechtmatig verkregen locatiegegevens van de auto door [geïntimeerde] en de vermeende geleden schade door [appellant] ;
alsnog beoordeling van de oorspronkelijk door [appellant] bij de kantonrechter ingestelde vermeerdering van eis, waaronder de vordering tot vernietiging van de schuldbekentenis op grond van dwaling, opheffing van de beslagen en restitutie van de reeds door [geïntimeerde] geïnde gelden, vergoeding van schade als gevolg van de beslagleggingen, vergoeding van gemaakte administratiekosten bij de ING Bank als gevolg van het aldaar gelegde beslag, het (subsidiaire) beroep op verrekening van de gemaakte herstelkosten ingeval de koopovereenkomst in stand blijft;
de eventuele verschuldigdheid door [appellant] van de door [geïntimeerde] gestelde geldleningen aan [appellant] ;
de vermeende verschuldigdheid door [appellant] van de deurwaarderskosten, voor zover die door de kantonrechter zijn toegewezen;
de eventuele verschuldigdheid door [geïntimeerde] van de door [appellant] gemaakte kosten van de Maserati Ghibli;
de door [geïntimeerde] gevorderde verklaring voor recht dat hij schade heeft geleden als gevolg van het conservatoire beslag op zijn woning;
de gestelde verschuldigdheid door [appellant] van de lening van € 25.000.
de eventuele verschuldigdheid van de kosten van de door [naam5] uitgevoerde onderzoeken;
de vermeende verschuldigdheid van de kosten voor het Blue Eye Target System en
de proceskosten.

5.Het oordeel van het hof

Inleiding
5.1
Het hof stelt voorop dat tijdens de mondelinge behandeling van 27 juni 2025 de indruk is ontstaan dat beide partijen geen volledige openheid van zaken hebben gegeven. Zonder op de uitkomst van deze zaak vooruit te lopen, kan het voorgaande betekenen dat het hof op grond van mogelijke schendingen van de waarheidsplicht (artikel 21 Rv Pro) gevolgtrekkingen maakt die het in dat kader geraden acht.
De opzet en conclusie van deze uitspraak
5.2
Het hof zal met inachtneming van het voorgaande de grieven van beide partijen tegen de beslissing van de kantonrechter per onderwerp en met tussenkopjes behandelen.
5.3
Het hof komt nog niet op alle punten tot een eindbeslissing. Het hof zal [appellant] toelaten tot het leveren van bewijs van zijn stelling dat de Audi ten tijde van de levering gebrekkig was en daarmee niet beantwoordde aan de overeenkomst.
Geen consumentenkoop
5.4
[appellant] voert allereerst aan dat sprake is van een consumentenkoop. Hij heeft gesteld dat [geïntimeerde] handelt in auto’s en dat hijzelf als consument moet worden aangemerkt, nu hij de auto voor privédoeleinden heeft gekocht. [geïntimeerde] heeft gemotiveerd betwist dat hij bedrijfsmatig in auto’s handelt en heeft als verweer aangevoerd dat juist [appellant] in auto’s handelt, en dus niet als consument kan worden aangemerkt.
5.5
Van consumentenkoop (artikel 7:5 BW Pro) is sprake als de koop van de auto is gesloten door [geïntimeerde] , handelend in het kader van zijn handels-, bedrijfs- of beroepsactiviteit en [appellant] niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Het hof is van oordeel dat de tussen partijen gesloten overeenkomst niet kwalificeert als een consumentenkoop. [geïntimeerde] en [appellant] waren goede vrienden en [appellant] heeft van [geïntimeerde] persoonlijk een Audi gekocht. [geïntimeerde] heeft hiertoe ter zitting ook verklaard dat hij [appellant] als vriend wilde helpen door hem persoonlijk de auto aan te bieden. [appellant] heeft de Audi aldus van [geïntimeerde] gekocht, niet van [naam3] B.V. of enige andere vennootschap van [geïntimeerde] . Tegen deze achtergrond heeft [appellant] zijn standpunt dat sprake is van een consumentenkoop onvoldoende toegelicht. De enkele stelling van [appellant] dat [geïntimeerde] in het verleden eerder een auto heeft geïmporteerd, kan evenmin tot het oordeel leiden dat hij daarmee kwalificeert als een bedrijfsmatige handelaar.
Non-conformiteit van de auto
5.6
Als gezegd, heeft [appellant] zich op het standpunt gesteld dat de Audi ten tijde van de levering aan hem gebrekkig (non-conform) zou zijn. Hij heeft daartoe drie redenen aangevoerd. Allereerst zou de kilometerstand onjuist zijn, ten tweede zouden er gebreken aan de motor van de Audi zijn, onder meer omdat [geïntimeerde] de auto niet in juiste staat heeft hersteld, en ten derde had [appellant] zo kort na aankoop niet de hoge onderhouds- en reparatiekosten hoeven verwachten die hij zegt te hebben gemaakt. Het hof zal deze drie gronden afzonderlijk beoordelen.
- juridisch kader bij non-conformiteit
5.7
Artikel 7:17 lid 1 BW Pro bepaalt dat een afgeleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden. Gelet op het tweede lid van dit artikel beantwoordt een zaak niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten (en de zaak daarmee non-conform is). De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik van de zaak nodig zijn en waarvan de koper de aanwezigheid niet hoefde te betwijfelen.
5.8
Bij de koop van een tweedehands auto die bestemd is om aan het verkeer deel te nemen, wordt aangenomen dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt als het gebruik van de auto een gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert door een gebrek dat niet eenvoudig door de koper kan worden ontdekt en hersteld. [2] Bezien moet worden wat de koper op grond van alle omstandigheden van het geval van de auto mocht verwachten. De stelplicht en de bewijslast van de non-conformiteit van de auto rusten in beginsel op de koper.
- ten aanzien van de kilometerstand
5.9
Het is vaste jurisprudentie dat de kilometerstand van een tweedehands auto in beginsel essentieel is voor de koper van een tweedehands auto en dat bij een aanmerkelijke afwijking daarvan de geleverde auto niet beantwoordt aan de overeenkomst. [3]
5.1
Ten aanzien van de feitelijke kilometerstand stelt het hof het volgende voorop. Uit het Amerikaanse Certificate of Title van de auto, vergelijkbaar met het Nederlandse kentekenbewijs, blijkt dat de auto op 13 december 2016, dus voorafgaand aan de veiling in de Verenigde Staten, een tellerstand had van 14.086 miles. Dit is omgerekend 22.670 kilometer. Het hof stelt vast dat het veilingrapport van 29 december 2016 weliswaar 22.670 als ‘Actual Mileage’ heeft geregistreerd, maar uit de wijze van registratie [4] blijkt dat dit ziet op de juiste tellerstand. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen miles en kilometers. Het hof gaat er dan ook vanuit dat de auto ten tijde van het transport naar Nederland een kilometerstand had van 22.670 kilometer.
5.11
Het voorgaande laat onverlet dat de kilometerstand op enig moment na het transport vanuit de Verenigde Staten is teruggedraaid. Uit het taxatierapport van december 2018 volgt dat de Audi een kilometerstand had van 15.097 kilometer. Op welk moment en door wie de kilometerstand is teruggedraaid, is niet duidelijk geworden en is kennelijk ook niet meer te achterhalen. Niettemin staat vast dát de kilometerstand is teruggedraaid. Het hof gaat er dan ook van uit dat de kilometerstand 22.670 kilometer is geweest. Bij die stand van zaken kan het niet kloppen dat [geïntimeerde] aan [appellant] op 25 oktober 2020 de Audi heeft verkocht met een gegarandeerde kilometerstand van 22.500. Dit kan echter niet tot het door [appellant] gestelde oordeel leiden dat de auto daarmee niet aan de overeenkomst beantwoordde. Daarvoor is het volgende redengevend.
5.12
Hoewel partijen tegenstrijdig verklaren over de gang van zaken voorafgaand aan de aankoop van de auto (het transport daarvan naar Nederland en Duitsland en vervolgens de import naar Nederland), is naar het oordeel van het hof wel voldoende aannemelijk geworden dat [appellant] op enig moment betrokken is geweest bij dit proces en daarvan (enige) wetenschap had, dan wel had kunnen hebben, en zodoende toentertijd op de hoogte is geraakt van de feitelijke eigenschappen van de auto, waaronder de kilometerstand. Zo vermeldt het taxatierapport van Expertisebureau Jonker Wesdorp B.V. [5] van 3 december 2018 [appellant] als eigenaar van de Audi. Daar komt bij dat uit de verklaring van [appellant] tijdens de mondelinge behandeling [6] blijkt dat hij en [geïntimeerde] in die periode nog goede vrienden waren en dat zij in de sportschool
samende import van de auto van Duitsland naar Nederland hebben geregeld. Hieruit concludeert het hof dat [appellant] wist, of had kunnen weten, dat de kilometerstand bij het sluiten van de latere koopovereenkomst niet klopte. Dit maakt dat de onjuiste kilometerstand niet aan [geïntimeerde] kan worden tegengeworpen. Dit is nog daargelaten dat een dergelijk gering verschil geen ontbinding rechtvaardigt. Het voorgaande betekent dat het hof op dit punt dan ook niet toekomt aan bewijslevering.
- ten aanzien van de gebreken aan de Audi
5.13
[appellant] stelt verder dat de auto ten tijde van de aflevering zodanige gebreken had dat die daarmee niet aan de overeenkomst beantwoordde. Hij voert in dit kader aan dat de Audi, ondanks dat dit in de koopovereenkomst door [geïntimeerde] is gegarandeerd, niet in de juiste staat is hersteld. [appellant] stelt onder meer dat het secundaire luchtsysteem defect is en dat de gebreken steeds erger werden, waardoor uiteindelijk de hele motor moest worden vervangen. Volgens [appellant] blijkt ook uit de verklaringen van Importautos.NL, Jedi en Autobedrijf Roskam Winkoop dat de schade aan de auto niet deugdelijk is hersteld. [7]
[geïntimeerde] betwist dat de auto ten tijde van de levering gebrekkig was. De problemen die aan de auto zijn ontstaan, vinden volgens hem hun oorsprong in het rijgedrag van [appellant] en het nalaten van het verrichten van noodzakelijk onderhoud. [geïntimeerde] heeft voorafgaand aan de levering de Audi laten controleren. Toen is, aldus [geïntimeerde] , [8] de luchtpomp vervangen.
5.14
Het hof overweegt als volgt. Vast staat dat de Audi een schadeverleden heeft en dat deze schade op enig moment na aankomst in Nederland vanuit de VS de – al dan niet deugdelijk – is hersteld. Dat blijkt ook uit de e-mail van Importautos.NL van 4 juli 2018. In wiens opdracht die reparaties zijn verricht, is tot op heden niet duidelijk. Ook op dat punt zijn de verklaringen van partijen tegenstrijdig. Het is evenmin duidelijk wanneer er tussen dat moment en de levering aan [appellant] nog aan de auto is gesleuteld en zo ja, wat er is gerepareerd en/of aangepast, wie dat heeft gedaan en in wiens opdracht dat is gebeurd. Vast staat wel dat [geïntimeerde] heeft gegarandeerd dat de schade aan de Audi voorafgaand aan de levering aan [appellant] in 2020
op juiste wijzeis hersteld. Welke schade dat is geweest, de schade uit de Verenigde Staten of andere, nieuwe schade, is evenmin duidelijk geworden. Niettemin heeft de Audi gebreken vertoond nadat deze aan [appellant] was geleverd. Zo staat onder meer vast dat sprake is geweest van meerdere motorstoringen en reparaties, waarvoor [appellant] de auto naar Jedi heeft gebracht. Of deze gebreken (in potentie) ook al aanwezig waren ten tijde van de levering, valt vooralsnog niet vast te stellen. Het hof kan dan ook nog geen antwoord geven op de vraag of de auto ten tijde van de levering non-conform was en, zo ja, of dat voor rekening van [geïntimeerde] dient te komen. Zoals gezegd, rust de bewijslast van de non-conformiteit van de auto op [appellant] . [appellant] heeft hiertoe een bewijsaanbod gedaan. Het hof zal hem toelaten tot het leveren van dit bewijs.
- ten aanzien van de reparatie- en onderhoudskosten
5.15
Vervolgens heeft [appellant] aangevoerd dat hij zo kort na de aankoop van de Audi niet dergelijke hoge onderhouds- en reparatiekosten hoefde te verwachten. [appellant] heeft verschillende reparatie- en onderhoudswerkzaamheden door Jedi aan de auto laten uitvoeren. [9] [appellant] stelt dat deze kosten voor rekening van [geïntimeerde] dienen te komen.
5.16
Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat de gemaakte kosten voor het
onderhoudvoor rekening van [appellant] dienen te blijven. Iedere auto vereist immers dat er periodiek onderhoud aan wordt verricht. De kosten die daarmee gepaard gaan, zijn kosten voor (normaal) gebruik. De stellingen van [appellant] geven geen aanknopingspunt voor de aanname dat door de staat van de auto ten tijde van de aflevering meer of andere onderhoudskosten moesten worden gemaakt dan redelijkerwijs mocht worden verwacht. De onderhoudskosten rechtvaardigen dus niet de conclusie dat de auto niet de eigenschappen bezat die [appellant] van de auto mocht verwachten. Het hof voegt daaraan toe dat [appellant] ten aanzien van deze kosten onvoldoende concreet heeft gesteld dat ook deze zaken ten tijde van de levering als nieuw zijn vervangen, dan wel zijn gerepareerd. Dat betekent dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal bekrachtigen ten aanzien van de vordering van [appellant] voor wat betreft de facturen met nummers 1486062, 37028639, 37029075, 37029472 en 37030341 enkel ten aanzien van de kosten voor de onderhoudsbeurt in het eindarrest.
5.17
Afhankelijk van de resultaten van de bewijslevering houdt het hof het oordeel ten aanzien van de overige door [appellant] gemaakte kosten aan. Dit betreft de kosten van de bumper, het vastzetten van de radiateur en de bodemplaat, het vervangen van de bobines, het flushen van de motor en het vervangen van de motor.
Is sprake van bedrog of dwaling?
5.18
[appellant] heeft subsidiair gevorderd dat de koopovereenkomst moet worden vernietigd op grond van bedrog dan wel dwaling.
5.19
[appellant] voert hiertoe allereerst aan dat als hij had geweten van de onjuiste kilometerstand, hij de koop nimmer had gesloten, laat staan onder dezelfde voorwaarden. Gelet op wat het hof hiervoor onder 5.12 heeft overwogen, kan dit beroep niet slagen. [appellant] wist, of had kunnen weten, van de onjuistheid van de in de koopovereenkomst vermelde kilometerstand.
5.2
Daarnaast heeft [appellant] ten aanzien van het beroep op bedrog en dwaling aangevoerd dat uit het diagnoserapport van Jedi [10] kan worden afgeleid wanneer de motorstoringen zich hebben voorgedaan. [appellant] stelt dat uit het rapport zal blijken dat de motorstoringen zijn gedateerd vóór de aflevering aan [appellant] .
Het hof stelt vast dat het diagnoserapport, zoals dat ter zitting is overgelegd, geen data van de storingen bevat. Dat betekent dat op basis hiervan niet kan worden vastgesteld dat de motorstoringen zich voorafgaand aan de levering van de Audi aan [appellant] hebben voorgedaan. [appellant] heeft daarmee zijn betoog onvoldoende onderbouwd. Reeds daarom kan dit beroep op bedrog en dwaling niet slagen.
Ten aanzien van de koop op afbetaling
5.21
[appellant] heeft gesteld dat sprake is van een goederenkrediet in de zin van artikel 7:84 BW Pro en dat [geïntimeerde] in dat kader als (beroepsmatig) kredietgever zijn informatieverplichtingen heeft geschonden.
5.22
Het hof kan [appellant] daarin niet volgen. Mede in het licht van wat het hof hiervoor onder 5.5 heeft overwogen, kan [geïntimeerde] niet als kredietgever in de zin van artikel 7:57 lid 1 onder Pro b. BW worden gekwalificeerd. Het hof heeft al vastgesteld dat [geïntimeerde] en [appellant] als privépersonen deze koopovereenkomst hebben gesloten. Niet is gebleken dat [geïntimeerde] bij de totstandkoming van de koopovereenkomst heeft gehandeld in de uitoefening van bedrijfs- of beroepsactiviteiten en aan [appellant] in die hoedanigheid krediet heeft verleend (in de vorm van de koop op afbetaling). Dat deze overeenkomst in een later stadium is vastgelegd bij de notaris en dat er toen een renteverplichting aan is gekoppeld, maakt evenmin dat de oorspronkelijke overeenkomst beroepsmatig is aangegaan. Dat geldt ook voor het standpunt van [appellant] dat [geïntimeerde] hem vaker geld heeft geleend.
Heeft [geïntimeerde] onrechtmatig gehandeld door de locatiegegevens van de Audi te volgen?
5.23
[appellant] stelt verder dat [geïntimeerde] onrechtmatig heeft gehandeld door [appellant] te volgen via een GPS-tracker die zich in de auto bevond. Hierdoor heeft [geïntimeerde] inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [appellant] , wat heeft geleid tot frustratie, derving van levensgenot en derving van het gebruiksgenot van de Audi. [geïntimeerde] heeft in zoverre erkend dat hij dergelijke meldingen kreeg, maar betwist dat hij [appellant] of de Audi actief heeft gevolgd. De meldingen kreeg [geïntimeerde] omdat [appellant] het account met betrekking tot de auto niet op zijn eigen naam heeft gezet.
5.24
De kantonrechter heeft de beslissing op dit punt in overweging 4.20 van het vonnis van 15 november 2023 goed gemotiveerd. [appellant] heeft geen argumenten aangevoerd die daar wat op overtuigende wijze wat aan af kunnen doen. Het hof neemt deze overweging van de kantonrechter dan ook over en maakt die tot de zijne. [11]
De resterende punten die samenhangen met de non-conformiteit
5.25
Het oordeel over de nog resterende grieven van partijen die samenhangen met de vordering van [appellant] om de koopovereenkomst te ontbinden wegens non-conformiteit van de Audi, wordt in afwachting van de bewijslevering aangehouden.
Diverse leningen en posten
5.26
Partijen hebben ook elk grieven opgeworpen tegen beslissingen van de kantonrechter over diverse leningen en andere posten. Deze grieven worden hierna afzonderlijk behandeld.
- Kosten Maserati Ghibli
5.27
Over de gestelde kosten voor de Maserati Ghibli van [geïntimeerde] geldt dat vast staat dat [appellant] op verzoek van [geïntimeerde] een Maserati Ghibli met [kentekennummer] op naam heeft gehad. Ook staat niet ter discussie dat [appellant] niet de beschikking over deze auto had. Wel heeft [appellant] de kosten voor de verzekering en de motorrijtuigenbelasting voldaan. Dit betreft een totaalbedrag van € 1.577,56. [geïntimeerde] stelt dat deze kosten met zijn vordering op [appellant] zouden zijn verrekend. Hiertoe verwijst [geïntimeerde] naar het iMessage-bericht met als datum “31 mei” met onbekend gebleven jaartal. [appellant] herkent dit bericht niet en betwist dat deze afspraken zijn gemaakt.
5.28
Het voorgaande brengt mee dat het hof van oordeel is dat de gegrondheid van het door [geïntimeerde] gevoerde verweer tot verrekening niet op eenvoudige wijze kan worden vastgesteld. Dat staat aan het beroep op verrekening in de weg. [12] [13]
- De leningsovereenkomst van € 25.000
5.29
[geïntimeerde] vordert terugbetaling van [appellant] van de lening van € 25.000. Op 1 januari 2017 hebben partijen een schriftelijke leningsovereenkomst gesloten voor € 25.000. Deze lening was volgens [geïntimeerde] bedoeld voor de financiering van een Audi S5. [appellant] voert aan dat de geldleningsovereenkomst waar [geïntimeerde] een beroep op doet betreft een schijnovereenkomst die voor [geïntimeerde] als doel had om een geldvordering in te stellen jegens importauto’s.nl.
Vast staat dat [geïntimeerde] zelf de kosten voor de aanschaf en de import van de Audi uit de Verenigde Staten heeft voldaan en niet [appellant] op basis van de leningsovereenkomst.
[appellant] heeft uitdrukkelijk aangevoerd dat hij dit bedrag niet heeft ontvangen. [geïntimeerde] heeft desgevraagd pas ter zitting in hoger beroep verklaard dat hij het op de zolderkamer van zijn ouders contant aan [appellant] heeft gegeven.
5.3
Het hof is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat [geïntimeerde] op enig moment
€ 25.000 aan [appellant] ter beschikking heeft gesteld. Ook heeft [geïntimeerde] desgevraagd geen antwoord kunnen geven op de totstandkoming van de koopprijs van de Audi van € 57.763,30, omdat voor de hand ligt dat een lening van € 25.000 daar reeds in zou zijn meegenomen. De op de valreep ingenomen stelling van [geïntimeerde] dat hij de € 25.000 contant heeft overhandigd, roept verder vragen op die onbeantwoord zijn gebleven. Zo valt niet in te zien dat [geïntimeerde] de leningsovereenkomst schriftelijk vastlegt, daarin niets opneemt over het wanneer en op welke wijze ter beschikking stellen of ter beschikking gesteld hebben van het leenbedrag en voor de ontvangst van dat leenbedrag geen kwitantie afgeeft. Evenmin heeft [geïntimeerde] toegelicht hoe hij in staat was om zo’n bedrag contant te verschaffen. Nu [geïntimeerde] noch bij de kantonrechter noch in hoger beroep meer concrete duidelijkheid heeft verschaft over deze gestelde lening en ook geen concreet en ter zake dienend bewijsaanbod heeft gedaan, stelt het hof vast dat [geïntimeerde] zijn stelling onvoldoende heeft onderbouwd. Daarmee komt deze vordering niet voor toewijzing in aanmerking. [14]
- De lening van [geïntimeerde] aan [appellant] van € 650
5.31
[appellant] stelt zich op het standpunt dat de kantonrechter hem ten onrechte heeft veroordeeld tot terugbetaling van de lening van € 650 aan [geïntimeerde] . [appellant] betwist dat deze geldlening opeisbaar is, omdat [geïntimeerde] niet heeft aangetoond dat hij een mededeling heeft gedaan als bedoeld in artikel 6:129e BW [hof: bedoeld is 7:129e BW]. [geïntimeerde] heeft hiertegenover gesteld dat hij in ieder geval bij eis in reconventie op 13 juli 2022 kenbaar heeft gemaakt dat hij tot opeising van de lening overgaat.
5.32
Het hof stelt vast dat [appellant] de € 650 op 16 november 2017 van [geïntimeerde] heeft ontvangen. Als omschrijving is opgenomen
“lening jwz”.[appellant] heeft deze lening niet binnen zes weken na opeising door [geïntimeerde] heeft terugbetaald, waardoor hij deze alsnog verschuldigd is. [15]
- Blue Eye Target System
5.33
In de auto is op enig moment het Blue Eye Target System geïnstalleerd. Dat is een systeem dat bestuurders waarschuwt voor naderende hulpdiensten, waaronder agenten in onopvallende voertuigen. [geïntimeerde] stelt dat hij dit systeem op verzoek van [appellant] voor € 950 heeft laten installeren. Dit bedrag staat, aldus [geïntimeerde] , los van de koopprijs. Hij verwijst hierbij naar de door hem overgelegde iMessage-berichten.
5.34
[appellant] betwist het bestaan van deze afspraak en stelt dat partijen voorafgaand aan de koop hebben gesproken over het plaatsen van het systeem en dat de aanschaf en installatie hiervan is verdisconteerd in de koopprijs.
5.35
Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat als wordt uitgegaan van de stelling van [appellant] dat het plaatsen van het Blue Eye Target System voorafgaand aan de koop is overeengekomen, het voor de hand ligt dat de aanschaf en installatie van het systeem in de koopprijs is meegenomen. Als dat verzoek van [appellant] na het sluiten van de koop is gedaan, ligt dit niet voor de hand. Het ligt op de weg van [geïntimeerde] om zijn stelling dat het verzoek hiertoe na het sluiten van de koop heeft plaatsgevonden, te onderbouwen. [geïntimeerde] heeft daartoe verwezen naar iMessage-berichten tussen hem en [appellant] van 6 februari 2021. Uit deze berichten leidt het hof echter niet af dat het hier om het installeren van de Blue Eye Target System gaat. Maar ook al zou dat wel zo zijn, dan zeggen deze berichten nog niets over het moment waarop de afspraak is gemaakt. [geïntimeerde] heeft dan ook onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het verzoek van [appellant] na het sluiten van de koop is gedaan. Daarmee is ook dit deel van de vordering van [geïntimeerde] onvoldoende onderbouwd. Daarmee komt deze vordering evenmin voor toewijzing in aanmerking. [16]
- Onderzoekskosten NIVRE
5.36
[geïntimeerde] heeft vergoeding gevorderd van de door hem gemaakte kosten van € 804,65 en € 459,80. Deze kosten zien op de onderzoeken die de heer [naam5] , NIVRE register-expert, heeft uitgevoerd. Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat ze nodeloos zijn gemaakt. De kantonrechter heeft de beslissing op dit punt in overweging 4.35 van het eindvonnis goed gemotiveerd. Het hof neemt deze overweging van de kantonrechter over en maakt die tot de zijne. Wat [geïntimeerde] in dit kader in hoger beroep naar voren heeft gebracht, leidt niet tot een ander oordeel. [17]
- Ten aanzien van de deurwaarders- en notariskosten
5.37
[geïntimeerde] heeft bij de kantonrechter vergoeding gevorderd van door hem betaalde deurwaarderskosten van € 2.250 en € 640. In beide gevallen betreft dit een voorschotnota. [appellant] heeft hierop aangevoerd dat voorschotnota’s niet aantonen dat deze kosten daadwerkelijk zijn gemaakt. Het hof heeft [geïntimeerde] ter zitting om een toelichting gevraagd op de nota’s. [geïntimeerde] heeft desgevraagd slechts verklaard dat hij deze nota’s voldaan heeft. Er zijn geen eindnota’s overgelegd die de daadwerkelijke kosten aantonen. [geïntimeerde] heeft ter zitting aangeboden de gespecificeerde eindnota’s, dan wel specificaties van de voorschotnota’s, én betaalbewijzen daarvan alsnog te kunnen overleggen. Dat acht het hof in deze stand van de procedure te laat.
5.38
Het hof zal de beslissing ten aanzien van de verschuldigdheid door [appellant] van de deurwaarderkosten dan ook aanhouden. Dat geldt ook voor de beslissing omtrent de notariskosten voor wat betreft de grosse ten behoeve van de beslaglegging. Die beslissing is afhankelijk van de bewijslevering, omdat dan kan worden beoordeeld of de beslagen door [geïntimeerde] al dan niet terecht zijn gelegd.
Ten aanzien van het door [appellant] gelegde beslag
5.39
[appellant] heeft op 19 mei 2022 conservatoir beslag gelegd op de woning van [geïntimeerde] . [geïntimeerde] vordert een verklaring voor recht dat [appellant] wordt veroordeeld voor de door [geïntimeerde] geleden en nog te lijden schade als gevolg van het conservatoir beslag dat [appellant] heeft gelegd op de woning van [geïntimeerde] .
5.4
Zoals het hof reeds uiteen heeft gezet in rov. 2.28 heeft [geïntimeerde] in een akte van
2 oktober 2023 een koopovereenkomst van zijn woning overgelegd, gedateerd 9 mei 2022. Als koper wordt genoemd Prudent Limited, gevestigd op [eiland] , vertegenwoordigd door haar bestuurder de heer J. Maria. Overeengekomen is dat het transport zal plaatsvinden op 5 juli 2022, maar dat de inschrijving in de registers niet eerder plaatsvindt dan op
1 januari 2024. [geïntimeerde] heeft ook een brief van Prudent Limited van 13 juni 2022 overgelegd waarin in verband met het door [appellant] gelegde beslag een boete wordt geëist van 25% van de koopsom, € 202.500, waarbij een mogelijke ontbinding van de koopovereenkomst wordt aangekondigd. Het hof is met de kantonrechter eens dat het op zijn zachtst gezegd opmerkelijk is te noemen dat [geïntimeerde] op 23 mei 2022 [appellant] al lijkt aan te spreken met een vordering van € 202.500. Dat is kort na de koopovereenkomst van 9 mei 2022 en toch vóór de aansprakelijkheidsbrief van Prudent Limited van 13 juni 2022. Deze gang van zaken roept dan ook vragen op, onder meer over de vennootschap Prudent Limited en de mogelijke betrokkenheid van [geïntimeerde] bij die vennootschap. Ook in hoger beroep zijn geen verifieerbare stukken overgelegd waaruit het bestaan van Prudent Limited en het bestaan van de vordering kan worden vastgesteld. De door [geïntimeerde] overgelegde notariële vaststellingsovereenkomst van 24 juni 2024, met als bijlage de vaststellingovereenkomst tussen [geïntimeerde] en Prudent Limited van 31 mei 2024, acht het hof, om dezelfde reden, bepaald niet overtuigend. Andere stukken dan overeenkomsten die vanuit [geïntimeerde] zelf zijn opgesteld, ontbreken. Ook ter zitting heeft [geïntimeerde] het hof wat betreft zijn betrokkenheid bij Prudent Limited niet van het tegendeel kunnen overtuigen. Het hof onderschrijft dan ook het oordeel van de kantonrechter dat hier mogelijk sprake is van valselijk opgestelde stukken om een fictieve vordering te onderbouwen. Dat beeld wordt bevestigd door de door [appellant] overgelegde geanonimiseerde uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 4 mei 2023 tussen Prudent Limited enerzijds en “C Investments B.V”, verzoekers 2 tot en met 4 en “C” anderzijds. [18] In die zaak is door de kantonrechter eveneens geoordeeld dat de wederpartij van Prudent Limited kennelijk prijs stelt op een executeerbare titel en er sprake lijkt te zijn van opgestelde stukken om een niet-bestaande vordering te onderbouwen. Het hof laat dan nog daar de opmerking van [geïntimeerde] ter zitting ten aanzien van Prudent Limited dat hij geen idee had hoe die naam uit te spreken en hij verder ook niets met die onderneming te maken had, terwijl ambtshalve bekend is dat de ter zitting eveneens aanwezige vriendin van [geïntimeerde] , mevrouw [naam6] , die haar naam aanvankelijk ter zitting met klem niet wilde bekendmaken, indirect bestuurder is van CiBiTech, een vennootschap die in rechte als gemachtigde van Prudent Limited heeft opgetreden.
Deze vordering komt daarom niet voor toewijzing in aanmerking.
De conclusie
5.41
[appellant] zal worden toegelaten tot het leveren van het hiervoor genoemde bewijs.
5.42
In afwachting van de hiervoor genoemde bewijslevering zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

6.De beslissing

Het hof:
6.1
Het hof laat [appellant] toe te bewijzen feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat de auto ten tijde van de levering op 9 november 2020 niet in de juiste staat was hersteld en zodanige gebreken had dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordde;
6.2
bepaalt dat, indien [appellant] uitsluitend bewijs door bewijsstukken wenst te leveren, hij die stukken op de roldatum van
dinsdag 24 februari 2026in het geding moet brengen;
6.3
Als (ook) getuigen moeten worden gehoord, zal raadsheer-commissaris
mr. M. Aksude getuigen horen in het Paleis van Justitie aan het Wilhelminaplein 1 in Leeuwarden. Partijen moeten daar zelf bij aanwezig zijn.
6.4
[appellant] moet op de rolzitting van
dinsdag 24 februari 2026laten weten hoeveel getuigen hij wil laten horen met opgave van de verhinderdagen van die getuigen, van partijen en van hun advocaten. Daarna stelt het hof de dag en het tijdstip van het verhoor vast. Dat gebeurt ook als de opgave onvolledig is.
6.5
[appellant] moet de namen en woonplaatsen van de getuigen ten minste een week voor het getuigenverhoor aan de wederpartij en de griffier van het hof opgeven.
6.6
Een partij die tijdens het getuigenverhoor nieuwe stukken wil indienen, moet het hof en de wederpartij daarvan uiterlijk twee weken voor de dag van de zitting een kopie sturen.
6.7
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dit arrest is gewezen door mrs. M. Aksu, M.W. Zandbergen en W.F. Boele, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
27 januari 2026.

Voetnoten

1.Dat betekent dat grief I van [appellant] faalt.
2.Zie HR 15 april 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1338, en HR 8 juli 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT3097.
3.Zie o.m. HR 25 juni 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1016 (Gerards/Vijverberg).
4.Zie r.o. 2.6.
5.Zie r.o. 2.14.
6.Zie r.o. 2.12.
7.Zie r.o. 2.11 (Import Auto’s), 2.21 (Jedi) en 2.24 (Roskam Winkoop).
8.Zie verklaring [geïntimeerde] proces-verbaal mondelinge behandeling 27 juni 2025.
9.Zie r.o. 2.20.
10.Bijgevoegd achter het proces-verbaal van 27 juni 2025.
11.Dat betekent dat grief VI van [appellant] faalt.
12.Zie artikel 6:136 BW Pro.
13.Hiermee faalt grief I in incidenteel hoger beroep van [geïntimeerde] .
14.Daarmee faalt ook grief III in incidenteel hoger beroep van [geïntimeerde] .
15.In zoverre faalt grief I in reconventie van [appellant] ten aanzien van de € 650.
16.Dat betekent dat grief V van [geïntimeerde] in incidenteel hoger beroep faalt.
17.Hiermee faalt ook grief IV van [geïntimeerde] in incidenteel hoger beroep.