Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De feiten
“Ten aanzien van de lening aan [appellant] van € 25.000,- merk ik op dat ik die in contanten aan [appellant] heb gegeven. Dat was bij mijn ouders thuis op de zolderkamer. Ik heb denk ik nog wel een foto van die stapel geld.”
“Ook de 2e mogelijkheid om via de TüV de auto EU goedgekeurd te krijgen is gestrand. De reden is dat de reparatie van de oude (USA-schades) van te matige kwaliteit is. Ik moet de opdracht dan ook terug geven.”
“Toen de auto werd geïmporteerd, zat ik nog op school. Hij[hof: [geïntimeerde] ]
heeft mij benaderd voor hulp. Als ik de Auto via de TüV zou importeren, zou hem dat helpen. Hij had een procedure tegen [naam2] van Import Auto’s gewonnen en had daar wat geld voor gekregen. Ik zou ook vergoed worden voor mijn hulp. Dat was geloof ik iets van € 15.000,-. (…) Het was goedkoper om dat via Duitsland te doen, via de TüV. Naar mijn weten had [geïntimeerde] al een geschil met Import Auto’s. Daarom heeft hij mij gevraagd om dat voor hem te doen. Ik zag daar geen probleem in. Dat hebben we allemaal in de sportschool geregeld. Dat ging [geïntimeerde] met mijn telefoon op berichten van Import Auto’s reageren. Hij deed zich dan voor als mij. Maar uiteindelijk kwamen er problemen met de Audi naar boven en daarom kon hij niet geïmporteerd worden. Op gegeven moment zag [geïntimeerde] dat hij er geld uit kon halen. Als er een overeenkomst zou zijn waaruit zou blijken dat ik schade zou hebben geleden met de Audi, dan zou dat goed staan in de rechtszaal. Hij vroeg mij of ik daar ook aan mee wilde werken. Ik heb hem gevraagd of het legaal was. Zo is de overeenkomst met [naam1] ontstaan. [naam1] is een vriend van [geïntimeerde] . Hij is tandarts. Hij en [geïntimeerde] hadden samen praktijken op hetzelfde adres. Ik had sterk het vermoeden dat [geïntimeerde] in grijze gebieden werkte, maar ik ben zo dom geweest om mijn vrienden te vertrouwen. Ik heb echter nooit bewijs verzameld. Bij [geïntimeerde] is er altijd een overeenkomst, altijd een bedrijf en altijd een tekortkoming.”
“In 2016 had hij(hof: [appellant] )
niet zoveel te besteden en opperde hij het idee om schadeauto’s te gaan importeren en daarna te verkopen. Vervolgens heb ik hem, onder de voorwaarde dat hij wel alvast een koper voor de auto had, geld geleend. Dat was een vriendendienst, geen zakelijke relatie. De heer [naam1] was de koper.Maar toen kwam de pech dat bij de import van de Audi het Audi/VW-schandaal aan het licht kwam. Daardoor kon de auto langere tijd niet geïmporteerd worden, maar alle kosten liepen wel door. Er was schade aan de airbag, want die was uit de auto gestolen.Ik had er in het begin geen bemoeienis mee, maar ik ben me er op een gegeven moment wel mee gaan bemoeien, want het was tenslotte toch mijn geld dat erin zat. Toen de import eenmaal geregeld was, was de koper echter afgehaakt. Dat betekende dat ik mijn geld ook niet terug kreeg.”
“voertuig is voorzien van de volgende schade:
nergens van te weten” en niet eerder dan bij de koop in de Audi te hebben gereden.
- De auto is bij levering APK goedgekeurd.
- De verkoper garandeert de juistheid van de kilometerstand en verleent op verzoek van de koper medewerking aan de inzage in de onderhoudshistorie van de auto.
- De auto heeft wel een schade verleden,dit is in juiste staat hersteld.[onderstreping hof]
- De verkoper verklaart dat de auto zijn eigendom is en vrij is van lasten, beslagen en dergelijke.
- De verkoper blijft tot aan de levering aansprakelijk voor alle kosten die voortvloeien uit het bezit van de auto, zoals onderhouds- en reparatiekosten. Het risico van verloren gaan van de auto komt tot aan de levering voor verkoper.
- De koper en de verkoper verplichten zich mee te werken aan de overschrijving van het kentekenbewijs. De koper zal aan de verkoper het vrijwaringsbewijs afgeven.
“Ik heb de prijs niet bepaald. De aanschaf en installatie van het Blue Eye Target System is er in ieder geval wel in meegenomen.”[geïntimeerde] heeft dit betwist en gesteld dat het Blue Eye Target System niet in de koopprijs is meegenomen, maar de verrekening van de wegenbelasting van de Audi en de Maserati wel.
€ 202.500.
“Prudent Limited heeft inmiddels een vordering van circa € 7.000.000,- op mij. Met de koop van de kerk en de ontwikkeling daarvan ging veel geld gemoeid. Het bedrag minus de hypotheek zou worden verrekend met de schuld. De verloren procedure bij de rechtbank in Alkmaar[hof: ECLI:NL:RBNHO:2023:4116]
heb ik geprobeerd zelf te voeren om de kosten laag te houden. Dat is mislukt. Later is dit bij de notaris vastgelegd. Tegen die beschikking stond geen hoger beroep open.”
3.De vorderingen over en weer en het oordeel van de kantonrechter
in conventie, na wijziging van eis, gevorderd:
25 oktober 2020 tussen partijen op een in goede justitie te bepalen datum te ontbinden, alsmede voor recht te verklaren dat [geïntimeerde] als gevolg van de ontbinding aansprakelijk is voor de door [appellant] geleden schade en thans nog te lijden schade;
in reconventie, na wijziging van eis, gevorderd (hernummering hof):
€ 25.000 op grond van de geldleningsovereenkomst van 1 januari 2017, te vermeerderen met BIK en de wettelijke rente vanaf 29-12-2021 tot en met de dag der algehele voldoening, althans in goede justitie te bepalen bedrag;
€ 6.490 (aan aanvullende leningen van € 3.000, € 650, € 1.950, € 590 en € 300, te vermeerderen met BIK en de wettelijke rente vanaf 29-12-2021 tot en met de dag der algehele voldoening, althans in goede justitie te bepalen bedrag;
€ 200,03 (voor het balanceren van de banden), te vermeerderen met BIK en de wettelijke rente vanaf 29-12-2021 tot en met de dag der algehele voldoening, althans in goede justitie te bepalen bedrag;
€ 804,65 (Onderzoekskosten [naam5] ), te vermeerderen met BIK en de wettelijke rente vanaf 29-12-2021 tot en met de dag der algehele voldoening, althans in goede justitie te bepalen bedrag;
€ 5.541,25 (€ 2.250 en € 640 aan deurwaarderskosten, € 2.500 aan incassokosten PolskaPorada en € 151,25 voor grosse notaris), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf betekening van de nog uit te spreken vonnis in deze procedure tot en met de dag der algehele voldoening, althans in goede justitie te bepalen bedrag;
€ 3.357,43 (advocaatkosten € 552,30, € 1.058,75, € 100 en € 646,38), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf betekening van dit vonnis tot en met de dag der algehele voldoening, althans in goede justitie te bepalen bedrag;
€ 137,50 (Toevoeging lening mr. Mangal € 137,50), te vermeerderen met BIK en de wettelijke rente vanaf 29-12-2021 tot en met de dag der algehele voldoening, althans in goede justitie te bepalen bedrag;
€ 11.736,80 (ter zake van geleden verlies), te vermeerderen met BIK en de wettelijke rente vanaf 29-12-2021 tot en met de dag der algehele voldoening, althans in goede justitie te bepalen bedrag.
€ 2.412,75 (Aanvullende lening Jedi), te vermeerderen met BIK en de wettelijke rente vanaf 29-12-2021 tot en met de dag der algehele voldoening, althans in goede justitie te bepalen bedrag),
in conventieis geoordeeld dat er onvoldoende aanleiding is om aan te nemen dat de auto ten tijde van de levering aan [appellant] non-conform was, dat [appellant] ten onrechte de buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst heeft ingeroepen en dat de koopovereenkomst evenmin alsnog zal worden ontbonden. Ook het subsidiaire beroep op dwaling en bedrog is – wegens onvoldoende duidelijkheid over de feiten – afgewezen. Verder zijn de kredietovereenkomst (de koop van de auto op afbetaling) en de schuldbekentenis bij de notaris in stand gelaten, als gevolg waarvan [geïntimeerde] de executie van zijn vorderingen niet hoeft te staken. De kantonrechter heeft daarmee ook de vordering van [appellant] tot opheffing van de beslagen afgewezen. Aangezien de koopovereenkomst in stand is gebleven, zijn ook de vorderingen ter zake van de verzekeringspremies en motorrijtuigenbelasting afgewezen, alsook de gevorderde verklaring voor recht dat [appellant] geen gebruiks- en waardevergoeding verschuldigd zou zijn. Ook is de vordering tot het vergoeden van de herstelkosten van de auto afgewezen.
Wel zag de kantonrechter grond om [geïntimeerde] te veroordelen tot vergoeding aan [appellant] van de kosten die [appellant] voor de Maserati Ghibli heeft voldaan, op de grond dat niet is gebleken dat deze kosten op enige wijze zijn verrekend.
in reconventieheeft de kantonrechter als volgt geoordeeld. De vordering van [geïntimeerde] tot opheffing van het beslag van [appellant] op zijn woning is niet toegewezen. De kantonrechter heeft hierbij in het kader van de belangenafweging opgemerkt dat niet kan worden uitgesloten dat [geïntimeerde] stukken heeft opgesteld om een fictieve vordering van Prudent Limited op hemzelf te onderbouwen. Ook de vordering van [geïntimeerde] tot terugbetaling van € 25.000 uit hoofde van de geldleningsovereen-komst is afgewezen, op de grond dat niet is komen vast te staan dat [geïntimeerde] dit geld daadwerkelijk aan [appellant] heeft verstrekt. Wat betreft de losse posten die [geïntimeerde] van [appellant] heeft gevorderd, heeft de kantonrechter alleen grond gezien de vordering van € 650 toe te wijzen. De gevorderde vergoeding van de kosten voor het rapport van [naam5] zijn evenmin toegewezen, omdat deze volgens de kantonrechter onnodig zijn gemaakt. De deurwaarderskosten komen grotendeels voor vergoeding in aanmerking, tenzij die al zijn geïncasseerd. De kosten aan PolskaPorada zijn onvoldoende onderbouwd en worden afgewezen. De notariskosten komen ook deels voor vergoeding in aanmerking. De kosten voor het opstellen van de schuldbekentenis worden echter afgewezen, nu deze schuldbekentenis in opdracht van [geïntimeerde] is opgesteld. De vordering tot betaling van gemaakte advocaatkosten wordt, samen met de vordering tot terugbetaling van de kosten voor het inschakelen door [appellant] van mr. Mangal, afgewezen. De vordering van [geïntimeerde] ter zake van het gederfde verlies op de auto wordt als onvoldoende onderbouwd afgewezen. De door [naam3] B.V.) betaalde facturen van Jedi komen voor vergoeding in aanmerking, waarbij is opgemerkt dan één van die facturen ook is opgenomen in de schuldbekentenis en voor zover die al door de deurwaarder is geïncasseerd, dat bedrag dan daarop in mindering moet worden gebracht. Verder wordt ook de vordering van [geïntimeerde] voor de kosten van de aanschaf van de auto (de veiling- en transportkosten) afgewezen, omdat wordt aangenomen dat deze kosten al in de koopprijs zijn verdisconteerd. Voor de vordering van € 344,85 is geen onderbouwing gegeven, reden waarom ook die vordering is afgewezen.
4.De omvang van het hoger beroep
25 oktober 2020 tussen partijen op een in goede justitie te bepalen datum ontbindt, alsmede voor recht verklaart dat [geïntimeerde] als gevolg van de ontbinding aansprakelijk is voor de door [appellant] geleden schade en thans nog te lijden schade;
€ 22.326,92;
15 november 2023:
5.Het oordeel van het hof
samende import van de auto van Duitsland naar Nederland hebben geregeld. Hieruit concludeert het hof dat [appellant] wist, of had kunnen weten, dat de kilometerstand bij het sluiten van de latere koopovereenkomst niet klopte. Dit maakt dat de onjuiste kilometerstand niet aan [geïntimeerde] kan worden tegengeworpen. Dit is nog daargelaten dat een dergelijk gering verschil geen ontbinding rechtvaardigt. Het voorgaande betekent dat het hof op dit punt dan ook niet toekomt aan bewijslevering.
op juiste wijzeis hersteld. Welke schade dat is geweest, de schade uit de Verenigde Staten of andere, nieuwe schade, is evenmin duidelijk geworden. Niettemin heeft de Audi gebreken vertoond nadat deze aan [appellant] was geleverd. Zo staat onder meer vast dat sprake is geweest van meerdere motorstoringen en reparaties, waarvoor [appellant] de auto naar Jedi heeft gebracht. Of deze gebreken (in potentie) ook al aanwezig waren ten tijde van de levering, valt vooralsnog niet vast te stellen. Het hof kan dan ook nog geen antwoord geven op de vraag of de auto ten tijde van de levering non-conform was en, zo ja, of dat voor rekening van [geïntimeerde] dient te komen. Zoals gezegd, rust de bewijslast van de non-conformiteit van de auto op [appellant] . [appellant] heeft hiertoe een bewijsaanbod gedaan. Het hof zal hem toelaten tot het leveren van dit bewijs.
onderhoudvoor rekening van [appellant] dienen te blijven. Iedere auto vereist immers dat er periodiek onderhoud aan wordt verricht. De kosten die daarmee gepaard gaan, zijn kosten voor (normaal) gebruik. De stellingen van [appellant] geven geen aanknopingspunt voor de aanname dat door de staat van de auto ten tijde van de aflevering meer of andere onderhoudskosten moesten worden gemaakt dan redelijkerwijs mocht worden verwacht. De onderhoudskosten rechtvaardigen dus niet de conclusie dat de auto niet de eigenschappen bezat die [appellant] van de auto mocht verwachten. Het hof voegt daaraan toe dat [appellant] ten aanzien van deze kosten onvoldoende concreet heeft gesteld dat ook deze zaken ten tijde van de levering als nieuw zijn vervangen, dan wel zijn gerepareerd. Dat betekent dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal bekrachtigen ten aanzien van de vordering van [appellant] voor wat betreft de facturen met nummers 1486062, 37028639, 37029075, 37029472 en 37030341 enkel ten aanzien van de kosten voor de onderhoudsbeurt in het eindarrest.
€ 25.000 aan [appellant] ter beschikking heeft gesteld. Ook heeft [geïntimeerde] desgevraagd geen antwoord kunnen geven op de totstandkoming van de koopprijs van de Audi van € 57.763,30, omdat voor de hand ligt dat een lening van € 25.000 daar reeds in zou zijn meegenomen. De op de valreep ingenomen stelling van [geïntimeerde] dat hij de € 25.000 contant heeft overhandigd, roept verder vragen op die onbeantwoord zijn gebleven. Zo valt niet in te zien dat [geïntimeerde] de leningsovereenkomst schriftelijk vastlegt, daarin niets opneemt over het wanneer en op welke wijze ter beschikking stellen of ter beschikking gesteld hebben van het leenbedrag en voor de ontvangst van dat leenbedrag geen kwitantie afgeeft. Evenmin heeft [geïntimeerde] toegelicht hoe hij in staat was om zo’n bedrag contant te verschaffen. Nu [geïntimeerde] noch bij de kantonrechter noch in hoger beroep meer concrete duidelijkheid heeft verschaft over deze gestelde lening en ook geen concreet en ter zake dienend bewijsaanbod heeft gedaan, stelt het hof vast dat [geïntimeerde] zijn stelling onvoldoende heeft onderbouwd. Daarmee komt deze vordering niet voor toewijzing in aanmerking. [14]
“lening jwz”.[appellant] heeft deze lening niet binnen zes weken na opeising door [geïntimeerde] heeft terugbetaald, waardoor hij deze alsnog verschuldigd is. [15]
2 oktober 2023 een koopovereenkomst van zijn woning overgelegd, gedateerd 9 mei 2022. Als koper wordt genoemd Prudent Limited, gevestigd op [eiland] , vertegenwoordigd door haar bestuurder de heer J. Maria. Overeengekomen is dat het transport zal plaatsvinden op 5 juli 2022, maar dat de inschrijving in de registers niet eerder plaatsvindt dan op
1 januari 2024. [geïntimeerde] heeft ook een brief van Prudent Limited van 13 juni 2022 overgelegd waarin in verband met het door [appellant] gelegde beslag een boete wordt geëist van 25% van de koopsom, € 202.500, waarbij een mogelijke ontbinding van de koopovereenkomst wordt aangekondigd. Het hof is met de kantonrechter eens dat het op zijn zachtst gezegd opmerkelijk is te noemen dat [geïntimeerde] op 23 mei 2022 [appellant] al lijkt aan te spreken met een vordering van € 202.500. Dat is kort na de koopovereenkomst van 9 mei 2022 en toch vóór de aansprakelijkheidsbrief van Prudent Limited van 13 juni 2022. Deze gang van zaken roept dan ook vragen op, onder meer over de vennootschap Prudent Limited en de mogelijke betrokkenheid van [geïntimeerde] bij die vennootschap. Ook in hoger beroep zijn geen verifieerbare stukken overgelegd waaruit het bestaan van Prudent Limited en het bestaan van de vordering kan worden vastgesteld. De door [geïntimeerde] overgelegde notariële vaststellingsovereenkomst van 24 juni 2024, met als bijlage de vaststellingovereenkomst tussen [geïntimeerde] en Prudent Limited van 31 mei 2024, acht het hof, om dezelfde reden, bepaald niet overtuigend. Andere stukken dan overeenkomsten die vanuit [geïntimeerde] zelf zijn opgesteld, ontbreken. Ook ter zitting heeft [geïntimeerde] het hof wat betreft zijn betrokkenheid bij Prudent Limited niet van het tegendeel kunnen overtuigen. Het hof onderschrijft dan ook het oordeel van de kantonrechter dat hier mogelijk sprake is van valselijk opgestelde stukken om een fictieve vordering te onderbouwen. Dat beeld wordt bevestigd door de door [appellant] overgelegde geanonimiseerde uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 4 mei 2023 tussen Prudent Limited enerzijds en “C Investments B.V”, verzoekers 2 tot en met 4 en “C” anderzijds. [18] In die zaak is door de kantonrechter eveneens geoordeeld dat de wederpartij van Prudent Limited kennelijk prijs stelt op een executeerbare titel en er sprake lijkt te zijn van opgestelde stukken om een niet-bestaande vordering te onderbouwen. Het hof laat dan nog daar de opmerking van [geïntimeerde] ter zitting ten aanzien van Prudent Limited dat hij geen idee had hoe die naam uit te spreken en hij verder ook niets met die onderneming te maken had, terwijl ambtshalve bekend is dat de ter zitting eveneens aanwezige vriendin van [geïntimeerde] , mevrouw [naam6] , die haar naam aanvankelijk ter zitting met klem niet wilde bekendmaken, indirect bestuurder is van CiBiTech, een vennootschap die in rechte als gemachtigde van Prudent Limited heeft opgetreden.
6.De beslissing
dinsdag 24 februari 2026in het geding moet brengen;
mr. M. Aksude getuigen horen in het Paleis van Justitie aan het Wilhelminaplein 1 in Leeuwarden. Partijen moeten daar zelf bij aanwezig zijn.
dinsdag 24 februari 2026laten weten hoeveel getuigen hij wil laten horen met opgave van de verhinderdagen van die getuigen, van partijen en van hun advocaten. Daarna stelt het hof de dag en het tijdstip van het verhoor vast. Dat gebeurt ook als de opgave onvolledig is.