ECLI:NL:GHARL:2026:4503

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
21-001944-25
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 47 SrArt. 57 SrArt. 63 SrArt. 138ab Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen bankhelpdeskfraude en deelname criminele organisatie

Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor meerdere feiten van bankhelpdeskfraude, medeplegen van computervredebreuk, deelname aan een criminele organisatie, diefstal met valse sleutels en oplichting. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht, waarbij het bewijs werd gebaseerd op getuigenverklaringen, chatgesprekken, telefoongegevens en inbeslaggenomen apparatuur.

De feiten betroffen het gebruik van valse namen en hoedanigheden, het overtuigen van slachtoffers tot het installeren van Remote Access Tools, en het overboeken van geld naar rekeningen van geldezels. Verdachte verbleef met medeverdachten in vakantiehuisjes die als callcenter waren ingericht. Het hof oordeelde dat sprake was van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband gericht op het plegen van misdrijven.

De strafoplegging hield rekening met de ernst van de feiten, de kwetsbaarheid van slachtoffers en de professionele opzet van de fraude. Verdachte kreeg een gevangenisstraf van 36 maanden met aftrek van voorarrest. Daarnaast werden diverse schadevergoedingen toegewezen aan benadeelden, met hoofdelijkheid van verdachte en mededaders. Beslissingen over beslag en verbeurdverklaring werden eveneens genomen.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van bankhelpdeskfraude en deelname aan een criminele organisatie, met toewijzing van schadevergoedingen aan benadeelden.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001944-25
Uitspraakdatum: 9 juli 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, van 18 april 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 18-337928-23 en 18-048074-24, tegen

[verdachte 1] ,

geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] ,
op dit moment verblijvende in P.I. [locatie 1] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 25 juni 2026 en op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte conform het vonnis van de rechtbank tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van voorarrest. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. R.P. van der Graaf, en gemachtigde mw. [gemachtigde 1] namens de benadeelde partij [benadeelde 1] hebben aangevoerd.

Omvang van het hoger beroep

Verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van wat aan hem in de zaak met parketnummer 18-337928-23 onder 2 en in de zaak met parketnummer 18-048074-24 onder 3 is ten laste gelegd. Verdachte heeft het hoger beroep onbeperkt ingesteld. Het hoger beroep is dus ook gericht tegen die vrijspraken. Verdachte kan tegen een beslissing tot vrijspraak geen hoger beroep instellen. Het hof verklaart verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover het hoger beroep is gericht tegen deze in het vonnis gegeven vrijspraken.
Verdachte is voorts door de rechtbank partieel vrijgesproken van het in de zaak met parketnummer 18-337928-23 onder feit 4 en 5 ten aanzien van aangever [benadeelde 2] en het in de zaak met parketnummer 18-048074-24 onder feit 1 en 2 ten aanzien van aangever [slachtoffer 1] tenlastegelegde. Het hof is van oordeel dat dit beschermde vrijspraken betreffen. Het hof verklaart verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover het is gericht tegen voornoemde partiële vrijspraken.

Het vonnis

De rechtbank heeft verdachte op 18 april 2025 ten aanzien van de hem tenlastegelegde feiten (kort weergegeven: medeplegen van bankhelpdeskfraude, meermalen gepleegd, en deelname aan een criminele organisatie) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van voorarrest. De rechtbank heeft de vorderingen van de benadeelde partijen deels toegewezen en deels niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof vernietigt het vonnis omdat het tot een deels andere bewezenverklaring en een andere strafoplegging komt en doet daarom opnieuw recht.

Tenlastelegging

Op de zitting bij de rechtbank Noord-Nederland is de tenlastelegging nader omschreven en daarna gewijzigd. Aan verdachte is hierna ten laste gelegd dat:
Zaak met parketnummer 18-048074-24:1.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 maart 2023 tot en met 21 april 2023 te [plaats 1] en/of elders in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten een webserver van een bank met daarop het internetbankieren(account) van een of meerdere perso(o)n(en)/aangever(s)/rechtspersonen en/of het/de computersyste(e)m(en) en/of smartphone(s) van een of meer perso(o)nen/aangever(s)/rechtspersonen, te weten
- [benadeelde 4]
is binnengedrongen, door het doorbreken van een beveiliging en/of door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door die perso(o)n(en)/aangever(s) onder valse voorwendselen te bewegen tot het installeren van ‘Anydesk’ of een andere ‘Remote Acces Tool’ op zijn/haar computersysteem en/of smartphone, waardoor hij, verdachte en/of zijn medevedachte(n) toegang verkreeg/verkregen tot het/de computersyste(e)m(en) en/of smartphone(s) van die perso(o)n(en)/aangever(s) en/of de zich daarop bevindende online bankrekening(en)/online bankierenpagina(s);
2.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 februari 2023 tot en met 21 april te [plaats 1] en/of elders in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander, wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meerdere perso(o)n(en)/aangever(s), te weten
- [slachtoffer 2] (€ 714,-)
- [benadeelde 3] (€ 3.396,87)
- [benadeelde 4] (€ 15.000,-)
heeft bewogen tot
- afgifte van voornoemd(e) geldbedrag(en), althans enig(e) geldbedrag(en), in elk geval enig goed, door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
– zakelijk weergegeven –
- ( al dan niet met een gespoofed telefoonnummer) contact op te (laten) nemen met voornoemde (rechts)personen, daarbij gebruikmakend van verdachtes en/of medeverdachtes valse hoedanigheid van medewerker (van de fraudedesk) van een of meer bank(en) en/of een valse naam en/of in deze gesprekken de aangever(s) voor te houden dat geld was afgeschreven en/of gepoogd werd af te schrijven van haar/hun rekening en dat zij hem moest(en) helpen met het annuleren van de overboeking en/of enig geldbedrag op een zogenaamde ‘kluisrekening’ te zetten en/of het terugboeken van onterecht gestorte gelden en/of op een andere wijze de aangever(s) voorgehouden dat er een probleem was met de bankrekening of computer en dat hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(s), haar/hen zou helpen het probleem te verhelpen, en/of
- aangever(s) te instrueren verdachte en/of medeverdachte de controle over haar/hun computer te geven door middel van een computerprogramma, al dan niet via Anydesk en/of een andere ‘Remote Acces Tool’, waarbij verdachte al dan niet valselijk aangaf dat het programma een virusscanner betrof, waardoor verdachte en/of medeverdachte toegang verkreeg/verkregen tot de internetbankierenomgeving van aangever(s) en/of bankrekening(en) van andere personen of bedrijven tot wiens bankrekening aangever(s) gemachtigd was/waren, en/of
- ( vervolgens) aangever(s) te instrueren - al dan niet via Anydesk en/of een andere Remote Access Tool - geld over te boeken (al dan niet via een betaalverzoek) naar bankrekeningen (al dan niet van katvangers) die in werkelijkheid onder controle stonden van verdachte en/of zijn medeverdachten, en/of
- aangevers voor te houden dat de uit te voeren transacties fictieve transacties zouden zijn en het geld teruggestort zou worden waardoor die perso(o)n(en)/aangever(s) werd/werden bewogen tot voornoemde afgifte en/of voornoemde ter beschikking stellen.
Zaak met parketnummer 18-337928-23:
1.
hij op of omstreeks 19 december 2023 te [plaats 2] en/of [plaats 1] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander (en), althans alleen, stoffen, voorwerpen en/of gegevens, te weten (onder meer)
- VOIP programma’s, waaronder Skype en/of Softphone en/of Zoiper en/of PortSIP, aangetroffen op (onder meer) de iPhone 7 van verdachte heeft vervaardigd, ontvangen, zich heeft verschaft, verkocht, overgedragen, verworven, vervoerd, ingevoerd, verspreid, anderszins ter beschikking gesteld en/of voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van een misdrijf omschreven in een van de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
3.
hij in of omstreeks de periode van 5 december 2023 tot en met 19 december 2023 te [plaats 2] , gemeente [gemeente] en/of [plaats 1] en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) verdachte en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het plegen van
- oplichting als bedoeld in artikel 326 van Pro het Wetboek van Strafrecht en/of
- diefstal met een valse sleutel als bedoeld in artikel 311 van Pro het Wetboek van Strafrecht en/of
- computervredebreuk als bedoeld in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht en/of
- ( gewoonte)witwassen als bedoeld in artikel 420ter van het Wetboek van Strafrecht;
4.
hij in of omstreeks de periode van 10 oktober 2023 tot en met 19 december 2023 in [plaats 2] en/of [plaats 1] en/of elders in Nederland, meerdere malen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging, althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in (een gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten een of meerdere computersyste(e)men en/of smartphone(s) van (onder meer)
- [slachtoffer 3]
- [slachtoffer 4]
- [benadeelde 5]
- [slachtoffer 5]
a. door het doorbreken van een beveiliging en/of
b. met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of
c. door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door zich voor te doen als bankhelpdeskmedewerker en die aangever(s) vanuit die (valse) hoedanigheid te overtuigen tot het installeren van Anydesk en/of een (andere) Remote Acces Tool en een verbinding met verdachte te accepteren;
5.
hij in of omstreeks de periode van 10 oktober 2023 tot en met 19 december 2023 te [plaats 2] en/of [plaats 1] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander (en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, de na te noemen geldbedrag(en), althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een of meer ander(en) toebehoorde(n), te weten aan (onder meer)
- [slachtoffer 3] (€ 975,-)
- [slachtoffer 4] (€ 16.600,-)
- [benadeelde 5] (€ 58.335,75)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten (via Social Engineering/bankhelpdeskfraude en/of oplichting) onrechtmatig verkregen inloggegevens en/of (autorisatie)code(s) (zoals een code van een Random Reader en/of Webber en/of Digipas en/of e.dentifier en/of een TAN- code en/of een CVC code) voor het inloggen op de internetbankierenaccount(s) waartoe voornoemde aangevers/personen toegang hadden en/of het autoriseren van een overboeking
en/of
hij in of omstreeks de periode van 10 oktober 2023 tot en met 19 december 2023 te [plaats 2] en/of [plaats 1] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander, wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meerdere perso(o)n(en)/aangever(s), te weten
- [slachtoffer 3] (€ 975,-)
- [slachtoffer 4] (€ 16.600,-)
- [benadeelde 5] (€ 58.335,75)
heeft bewogen tot
- afgifte van voornoemd(e) geldbedrag(en), althans enig(e) geldbedrag(en), in elk geval enig goed, door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
– zakelijk weergegeven –
- ( al dan niet met een gespoofed telefoonnummer) contact op te (laten) nemen met voornoemde (rechts)personen, daarbij gebruikmakend van verdachtes en/of medeverdachtes valse hoedanigheid van medewerker (van de fraudedesk) van een of meer bank(en) en/of een valse naam en/of in deze gesprekken de aangever(s) voor te houden dat geld was afgeschreven en/of gepoogd werd af te schrijven van haar/hun rekening en dat zij hem moest(en) helpen met het annuleren van de overboeking en/of enig geldbedrag op een zogenaamde ‘kluisrekening’ te zetten en/of het terugboeken van onterecht gestorte gelden en/of op een andere wijze de aangever(s) voorgehouden dat er een probleem was met de bankrekening of computer en dat hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(s), haar/hen zou helpen het probleem te verhelpen, en/of
- aangever(s) te instrueren verdachte en/of medeverdachte de controle over haar/hun computer te geven door middel van een computerprogramma, al dan niet via Anydesk en/of Quicksupport Teamviewer en/of een andere `Remote Acces Tool', waarbij verdachte al dan niet valselijk aangaf dat het programma een virusscanner betrof, waardoor verdachte en/of medeverdachte toegang verkreeg/verkregen tot de internetbankierenomgeving van aangever(s) en/of bankrekening(en) van andere personen of bedrijven tot wiens bankrekening aangevers) gemachtigd was/waren, en/of
- ( vervolgens) aangever(s) te instrueren -al dan niet via Anydesk en/of Quicksupport Teamviewer en/of een andere Remote Access Tool- geld over te boeken (al dan niet via een betaalverzoek) naar bankrekeningen (al dan niet van katvangers) die in werkelijkheid onder controle stonden van verdachte en/of zijn medeverdachten, en/of
- aangevers voor te houden dat de uit te voeren transacties fictieve transacties zouden zijn en het geld teruggestort zou worden waardoor die perso(o)n(en)/aangever(s) werd/werden bewogen tot voornoemde afgifte en/of voornoemde ter beschikking stellen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

Zaak met parketnummer 18-048074-24
Het hof verenigt zich met onderstaande overwegingen van de rechtbank met betrekking tot de geloofwaardigheid van de verklaringen van getuigen [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] (hierna cursief weergegeven):
Op 15 maart 2023 hebben getuigen [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] zich gemeld bij de politie. Zij verklaarden dat ze gebruikt werden als geldezels. Op 24 maart 2023 heeft [slachtoffer 7] aangifte gedaan en op 27 maart 2023 deed [slachtoffer 6] aangifte. Op 21 november 2023 heeft de politie hen beiden als verdachte gehoord. Tot slot heeft de rechter-commissaris [slachtoffer 7] op 28 november 2024 gehoord en [slachtoffer 6] op 27 januari 2025.
In grote lijnen komen de hierboven genoemde verklaringen van beide getuigen erop neer dat verdachte [verdachte 1] getuige [slachtoffer 6] heeft voorgehouden dat hij en getuige [slachtoffer 7] geld konden verdienen als zij een bankrekening voor hem openden en deze rekening vervolgens aan hem ter beschikking stelden. [slachtoffer 6] heeft zijn bankpas, pincode en legitimatiebewijs afgegeven aan verdachte [verdachte 1] . Verdachten [verdachte 1] en [medeverdachte 4] zijn meerdere keren in de woning van de getuigen geweest. Vanuit die woning hebben zij meerdere keren mensen gebeld. Daarbij hebben zij zich voorgedaan als bankmedewerker en hebben zij aangevers bewogen om geld over te maken. [slachtoffer 6] heeft verschillende bankrekeningen voor [verdachte 1] en [medeverdachte 4] geopend en verdachten hadden deze rekeningen in beheer. Ook [slachtoffer 7] heeft op enig moment haar bankrekening ter beschikking gesteld. Toen [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] niet meer mee wilden werken, werden zij bedreigd.
Dat de verschillende door [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] afgelegde verklaringen in deze zaak niet telkens geheel met elkaar overeenkomen, doet naar het oordeel van de rechtbank niet af aan de betrouwbaarheid van de verklaringen. Daarbij houdt de rechtbank er rekening mee dat de werking van het geheugen bij het tijdsverloop invloed heeft op de wijze van verklaren. Daarbij moet ook worden betrokken dat het hier gaat om jonge kwetsbare getuigen. De rechtbank stelt vast dat de getuigen in de kern blijven bij wat zij telkens eerder hebben verklaard.
De verklaringen van [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] ondersteunen elkaar en daarnaast is er naar het oordeel van het hof ook steunbewijs [1] aanwezig. Het hof wijst onder meer op de getuigenverklaring van [naam 1] daar waar het gaat over de bedreiging door verdachte en diverse vaststellingen die zijn gedaan in verband met de verweten oplichtingen (zoals het frauduleuze gebruik van de bankrekeningen van [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en het gebruik van een telefoonnummer dat is gekoppeld aan verdachte).
Feit 1 (Computervredebreuk) en feit 2 (oplichting)
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal acht de feiten wettig en overtuigend te bewijzen.
Standpunt van de verdediging
De verdediging stelt zich ten aanzien van de tenlastegelegde computervredebreuk op het standpunt dat vrijspraak moet volgen. Verdachte betwist betrokkenheid bij deze feiten. Het dossier bevat onvoldoende bewijsmiddelen waar in dit concrete geval het medeplegen uit valt af te leiden.
Met betrekking tot de oplichting van aangeefster [slachtoffer 2] stelt de verdediging zich op het standpunt dat vrijspraak moet volgen. Verdachte heeft geen contact gehad met aangeefster en van concreet medeplegen is niet gebleken. Niet is gebleken dat verdachten op dat moment samen waren.
Ten aanzien van aangeefster [benadeelde 3] stelt de verdediging dat deze oplichting weliswaar met de telefoon van verdachte is gepleegd, maar dat hij niet gebeld heeft. Hoogstens is sprake van medeplichtigheid.
Oordeel van het hof
Feit 2 - Oplichting
Het hof neemt onderstaande overwegingen van de rechtbank (cursief) over en vult deze aan.
De in deze zaak gepleegde oplichtingen hebben hierin bestaan dat de daders door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid (de beller) en door een samenweefsel van verdichtsels (de hele toedracht is gebaseerd op leugens) zich hebben voorgedaan als bonafide bankmedewerkers.
Vanuit die hoedanigheid hebben de daders de slachtoffers er telkens toe bewogen geld over te maken naar rekeningen van getuigen [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] , zogenaamde geldezels.
Het plegen van oplichting op deze manier vergt een gezamenlijke planmatige aanpak, intensieve en nauwe samenwerking en duidelijke afstemming tussen de verschillende daders. Zij verrichten namelijk handelingen die tegelijkertijd of kort na elkaar plaatsvinden en die moeten worden afgestemd om de bankhelpdeskfraude tot een geslaagd einde te kunnen brengen en het gezamenlijke doel te bereiken: in korte tijd zoveel mogelijk geld van de bankrekening van een slachtoffer halen.Het betreft onder meer het bewegen van de slachtoffers tot het overmaken van geld naar rekeningen van geldezels en het vervolgens binnen zeer korte tijd opnemen van die geldbedragen.
Deze handelingen kunnen dan ook niet los van elkaar worden gezien. In de zaken van de aangevers [slachtoffer 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 4] is het geld terechtgekomen op de door [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] ter beschikking gestelde bankrekeningen.
Verdachte heeft ter zitting in hoger beroep verklaard dat de oplichting van [benadeelde 3] is gepleegd met gebruik van zijn telefoon (de iPhone 7 met goednummer [nummer] ), dat hij wist wat er ging gebeuren en dat hij erbij was. Het hof stelt, op basis van voorgaande overwegingen en hetgeen uit de gebezigde bewijsmiddelen naar voren komt, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen, vast dat medeverdachte [medeverdachte 4] de beller is geweest en heeft samengewerkt met verdachte. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de persoon die niet de beller was, de beller ondersteunde. Naar het oordeel van het hof levert een en ander medeplegen van de ten laste gelegde oplichtingen op.
Feit 1 - computervredebreuk
Het hof neemt onderstaande overwegingen van de rechtbank (cursief) over en vult deze aan.
Van computervredebreuk als bedoeld in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) is onder meer sprake als iemand vanuit een valse hoedanigheid een slachtoffer overtuigt tot het installeren van een Remote Access Tool zoals Anydesk of Teamviewer en een verbinding met verdachte accepteert. Op die manier heeft de dader toegang tot detelefoon
van het slachtoffer en dringt hijdoor het aannemen van een valse hoedanigheid
binnen op dit geautomatiseerd werk van het slachtoffer.
Gelet op voorgaande overwegingen en de bewijsmiddelen zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen, oordeelt het hof dat ook sprake is van het medeplegen van computervredebreuk.
Conclusie
Het hof acht de onder 1 en 2 van parketnummer 18-048074-24 tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Het verweer van de verdediging dat sprake is van eendaadse samenloop van de onder feit 2 tenlastegelegde oplichting en de onder feit 1 tenlastegelegde computervredebreuk, slaagt niet. De strekkingen van de strafbaar gestelde feiten van computervredebreuk en oplichting lopen naar het oordeel van het hof te wezenlijk uiteen om van eendaadse samenloop te kunnen spreken. Het onder 1 bewezenverklaarde computervredebreuk ziet op bescherming van degene die blijkens feitelijke beveiliging heeft duidelijk gemaakt dat hij zijn gegevens heeft willen afschermen tegen nieuwsgierige blikken. De onder 2 bewezenverklaarde oplichting beschermt in de eerste plaats het vermogen en in de tweede plaats het vertrouwen dat het publiek ten behoeve van het maatschappelijk en economisch verkeer tot op zekere hoogte mag stellen in de oprechtheid waarmee anderen aan dit verkeer deelnemen. Daarbij komt dat de onder 1 bewezenverklaarde gedragingen niet zijn bewezen onder 2.
Zaak met parketnummer 18-337928-23
Inleiding
Het hof neemt onderstaande overwegingen van de rechtbank (cursief) over. De door het hof gebezigde bewijsmiddelen worden later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest opgenomen.
De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Op 19 december 2023 wordt verbalisant [verbalisant] gebeld door zijn partner. Zij belt omdat ze een verdachte situatie heeft gezien in een vakantiehuisje tegenover hun huisje op een vakantiepark in [plaats 2] . Aan de keukentafel van dat vakantiehuisje ziet zij vier mannen achter laptops zitten. Ze klopt aan, omdat er een auto fout geparkeerd staat. Bij het opengaan van de deur ruikt ze een sterke wietgeur en ziet ze drugs op tafel liggen.
Verbalisant [verbalisant] vraagt zijn partner de kentekens door te geven. Als hij die natrekt in de politiesystemen ziet hij registraties met betrekking tot cybercrime en handel in verdovende middelen. [verbalisant] vermoedt dat in het vakantiehuisje bankhelpdeskfraude wordt gepleegd. Vervolgens wordt de vakantiewoning binnengetreden op basis van de Opiumwet om drugs in beslag te nemen. De aangetroffen situatie, die de politie beschrijft als een callcenterachtige setting, is voor de politie aanleiding de situatie te bevriezen en de woning met een machtiging van de rechter-commissaris te doorzoeken. De vier verdachten, waarvan er twee uiteindelijk tevergeefs wegvluchten voor de politie, worden in en om de vakantiewoning aangehouden.
Op de foto’s die de politie heeftge
maakt is te zien dat aan de keukentafel 4 werkplekken zijn ‘ingericht’ met telkens een laptop, een headset en meerdere mobiele telefoons. In totaal worden in het vakantiehuisje 4 laptops en 12 mobiele telefoons in beslag genomen.
Daarnaast wordt een grote hoeveelheid simkaarten aangetroffen en in beslag genomen.
Op één van de laptops is te zien dat kort daarvoor via Skype gebeld is naar een telefoonnummer dat ook voorkomt op een leadslijst die op diezelfde laptop open staat.
Mevrouw [benadeelde 2] blijkt diezelfde middag het slachtoffer van fraude te zijn geworden.
Drie van de vier verdachten blijken op het adres [adres 2] in [plaats 3] te wonen. Bij een doorzoeking in hun kamers en in de gemeenschappelijke ruimte van die woning neemt de politie nog meer gegevensdragers en ruim 100 simkaarten in beslag.
Feit 1
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat het feit wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Standpunt van de verdediging
Verdachte heeft ter zitting in hoger beroep verklaard dat de iPhone 7, waar feit 1 op ziet, van hem was en refereert zich aan het oordeel van het hof.
Oordeel van het hof
Het hof verenigt zich met onderstaande overwegingen van de rechtbank en neemt deze over en vult deze aan.
Apple Iphone 7
Dit toestel is aangetroffen in het vakantiehuisje in [plaats 2] op 19 december 2023
waar ook verdachte op dat moment aanwezig was.
In de telefoon wordt een document van transactiegegevens aangetroffen van de bankrekening
met nummer: [rekeningnummer 1] . Deze rekening staat op naam van [verdachte 1]
, geboren op [geboortedag] , [adres 1] [plaats 1] . Het toestel is
verbonden met drie verschillende accounts op Snapchat te weten:
Username: [username 1] .
Username: [username 2] .
Username: [username 3] .
Het snapchataccount met username ' [username 1] ' is gekoppeld aan het mailadres
[e-mailadres] en geboortedatum: [geboortedag] .
Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij heeft ingelogd op de Iphone 7 en dat zijn
accountnaam voor Snapchat “ [username 1] ” is.
De rechtbank concludeert dan ook dat verdachte de gebruiker was van deze Iphone 7.
Op het toestel zijn de volgende apps geïnstalleerd: Skype, Softphone, Zoiper, PortsSIP.
Verdachte heeft ter zitting in hoger beroep verklaard dat hij wist wat er met de iPhone 7 gebeurde, het was zijn telefoon. Gelet op deze verklaring van verdachte en de gebezigde bewijsmiddelen, acht het hof het onder 1 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen.
Feit 3 – Deelname aan een criminele organisatie|
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal acht het feit wettig en overtuigend te bewijzen.
Standpunt van de verdediging
De verdediging stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een duurzaam samenwerkingsverband. De verdenking ziet op een periode van 14 dagen. De bewezenverklaring zoals die ten laste is gelegd, kan daarbij enkel terug worden gebracht tot 18 en 19 december 2023.We weten voorts niets over eventuele andere personen en de intensiteit van de samenwerking voorafgaand aan 18 december 2023. Het dossier biedt onvoldoende inzicht in de planmatigheid van de verrichte activiteiten en de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel. De verdediging verzoekt verdachte vrij te spreken van het onder 3 tenlastegelegde feit.
Oordeel van het hof
Het hof neemt onderstaande overwegingen van de rechtbank over.
Volgens vaste jurisprudentie moet onder een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr Pro (hierna: een criminele organisatie) worden verstaan een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Het oogmerk van de organisatie moet zijn gericht op het plegen van misdrijven. Van deelneming aan een criminele organisatie is sprake als de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband én als de verdachte een aandeel heeft in gedragingen, dan wel gedragingen ondersteunt, die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van hierboven bedoeld oogmerk. In het bestanddeel “deelneming aan” ligt tevens het opzet van de verdachte besloten. Niet is vereist dat komt vast te staan dat een persoon - om als deelnemer aan een criminele organisatie te kunnen worden aangemerkt - moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is.
De vaststaande feiten
Op grond van het dossier stelt de rechtbank het volgende vast. De verdachten [medeverdachte 2] , [verdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] zijn op 19 december 2023 gezamenlijk aangetroffen in het vakantiehuisje in [plaats 2] . Dat vakantiehuisje was ingericht als professioneel callcenter. Er werd een tafel aangetroffen met vier openstaande laptops, gekoppeld aan headsets om mee te bellen. Bij iedere laptop werden telefoons aangetroffen. De laptops en telefoons bleken die dag en de dagen ervoor intensief te zijn gebruikt. Zo blijkt bijvoorbeeld dat met de aangetroffen HP laptop die dag 5 anydesk-sessies hebben plaatsgevonden.
Met de aangetroffen iPhone 6s is tussen 7 en 19 december 2023 242 keer uitgebeld via
Skype (waarvan 10 keer op 19 december 2023). Met de aangetroffen iPhone 7 van
[verdachte 1] is tussen 8 en 19 december 2023 818 keer uitgebeld via Skype (waarvan 231 keer op 19 december 2023). Op 19 december 2023 zijn er met dit toestel gesprekken gevoerd die langer duurden dan 5 minuten, waaronder met [slachtoffer 3] , die dezelfde dag slachtoffer is geworden van bankhelpdeskfraude. Op dezelfde dag is ook [benadeelde 2] daarvan slachtoffer geworden. Op de aangetroffen HP-laptop is te zien dat kort daarvoor via Skype gebeld is naar het telefoonnummer van [benadeelde 2] en dat dit telefoonnummer ook voorkomt op een leadslijst die op diezelfde laptop open staat. Op de iPhone 11 van [medeverdachte 3] staat een chat waarin instructies worden gegeven om een MacBook op te halen die met geld van de rekening van [benadeelde 2] is besteld.
Op de aangetroffen devices die konden worden onderzocht zijn steeds velerlei gegevens aangetroffen die duiden op het gebruik daarvan om fraude te plegen. Het gaat onder andere om leadslijsten, afbeeldingen gerelateerd aan bankrekeningen van slachtoffers en katvangers, chatgesprekken over fraude en applicaties die voor fraude gebruikt zijn of daarvoor kunnen worden gebruikt. Verder is in het vakantiehuisje een zeer grote hoeveelheid simkaarten en zijn meerdere bankpassen op naam van derden aangetroffen.
Verder bleek dat [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , en [medeverdachte 1] samenwonen in [plaats 3] .
Tijdens een doorzoeking van hun woning in [plaats 3] is ook daar een grote hoeveelheid
simkaarten aangetroffen. Bovendien zijn ook daar gegevensdragers in beslag genomen, waarop ook gegevens staan die kunnen worden gerelateerd aan het plegen van fraude.
Uit het dossier blijkt verder dat er in de periode voorafgaand aan het aantreffen van de verdachten in [plaats 2] ook andere vakantiehuisjes zijn gehuurd. Van 5 tot en met 10 december 2023 werd er een vakantiehuisje op [locatie 2] in [geboorteplaats] gehuurd. Van 11 tot en met 18 december 2023 is met de betaalkaart van [naam 2] , huisgenoot van [medeverdachte 2]
, [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] in [plaats 3] , een vakantiehuisje gehuurd in
[plaats 5] . Vanaf 18 december 2023 werd het vakantiehuisje in [plaats 2] gehuurd, wat ook werd bekostigd vanaf de bankrekening van [naam 2] . Ter zitting heeft [verdachte 1] verklaard dat hij de huurder was van in ieder geval de huisjes in [geboorteplaats] en [plaats 2] . In de periode van 5 tot en met 19 december 2023 heeft hij inderdaad in vakantiehuisjes verbleven.
De Samsung A50 van [verdachte 1] heeft vanaf 5 december tot en met 8 december 2023 telefoonmasten in [geboorteplaats] aangestraald, en op 11 en 12 december 2023 een mast in
[plaats 4] (dus in de buurt van [plaats 5] ).
De iPhone 11 van [medeverdachte 3] heeft op 7 en 8 december 2023 telefoonmasten in
[geboorteplaats] aangestraald, op 13 december 2023 een mast in [plaats 4] (dus in de buurt van
[plaats 5] ) en op 18 en 19 december 2023 een mast in [plaats 6] .
In de periode waarin de vakantiehuisjes zijn gehuurd zijn er meerdere personen slachtoffer geworden van bankhelpdeskfraude, waarbij betrokkenheid van diverse verdachten kan worden vastgesteld. Zo is [benadeelde 5] voor het eerst benaderd op 5 december 2023, waarbij vervolgens in enkele dagen tijd bijna € 60.000,- is buitgemaakt. Een deel van het geld is gebruikt voor een bestelling bij de Media Markt, welke bestelling op naam staat van [medeverdachte 1] , waarvan de factuur in zijn telefoon staat en welke bestelling is opgehaald in [geboorteplaats] . Het grootste deel van het geld wordt doorgeboekt naar diverse bankrekeningen, die om verschillende redenen aan [verdachte 1] worden gelinkt. Zo is [verdachte 1] bijvoorbeeld herkend op camerabeelden van pintransacties van bankrekeningen waar het geld heen is gegaan.
Ook [slachtoffer 5] is in die periode benaderd, namelijk op 15 december 2023. De
Skypegesprekken die met Van [slachtoffer 5] zijn gevoerd hebben plaatsgevonden met de iPhone 7 van [verdachte 1] . Ook het Skypegesprek met [slachtoffer 3] blijkt te zijn gevoerd met die iPhone 7.
Zoals eerder vermeld is [slachtoffer 3] op 19 december 2023 benaderd toen de verdachten in het vakantiehuisje in [plaats 2] verbleven. Op dezelfde dag is ook [benadeelde 2] opgelicht vanuit dat vakantiehuisje.
Tot slot wijst de rechtbank op de chatgesprekken die zich in het dossier bevinden. Uit die chatgesprekken blijkt van intensief contact tussen de verdachten onderling, waarbij veelvuldig wordt gesproken over fraude, waarbij de gespreksdeelnemers elkaar tips geven, zich bedienen van schuilnamen en in versluierde taal spreken.
In het bijzonder wijst de rechtbank op een chatgesprek dat is aangetroffen op de Samsung A3 van [medeverdachte 2] . In de chats daterend van 9 tot en met 19 december 2023 wordt onder meer gesproken over “het overnemen van een leb”, “een vis aan de lijn”, en een “leb osso”. Aan dit gesprek wordt deelgenomen door ene “ [username 4] ”, “ [username 5] ”, “ [username 6] ”, “ [username 7] ” en “ [username 8] ”. [medeverdachte 2] gebruikte het account “ [username 8] ”, en volgens [naam 2] wordt hij ook “ [username 6] ” genoemd. Het account van “ [username 5] ” behoorde toe aan [medeverdachte 3] .
Daarnaast wijst de rechtbank in het bijzonder op een chat tussen de gebruikers “ [username 1] ” en “ [username 9] ”. Deze chat is aangetroffen op de Samsung A50 van [verdachte 1] . Het
account “ [username 1] ” werd door hem gebruikt en “ [username 9] ” betreft [medeverdachte 3]
.
Het gesprek tussen hen dateert van 6 en 7 december 2023, op het moment dat de oplichting
van [benadeelde 5] plaatsvindt. In dat gesprek zegt [medeverdachte 3] onder andere tegen
[verdachte 1] : “is t al geland op die revo”, terwijl even daarvoor een geldbedrag van € 3.100,24, afkomstig van [benadeelde 5] , is overgemaakt naar een Revolut-rekening.
[verdachte 1] stuurt daarop een screenshot van die rekening waarop de bijschrijving zichtbaar is naar [medeverdachte 3] . Laatstgenoemde zegt even later: “is overgooi bro (...) huh, wat bedoel je. Iedereen 25% toch”, en weer later: “sterk man. 3K eraf. Lekker man. Iedereen 750 daar. Ik ga die boys ook melden." Vervolgens gaat het gesprek verder over het “bellen van vissen” vanuit “die osso”. In die chat wordt ook gesproken over de aanwezigheid van “die boys” bij “die osso”, en wordt ook gevraagd of “ [username 6] die 06 kan lebben”, waarop [verdachte 1] reageert dat “hij zegt kan niet”, vanwege “lijpe ontsteking in me kies”. Vervolgens zegt [medeverdachte 3] : “Kan jij die [naam 8] bellen dan delen wij die 25%”. Daarna volgen nog allerlei instructies van [medeverdachte 3] aan [verdachte 1] , zoals de wijze waarop hij een gesprek zou moeten voeren “zeg collega van [name] ”, en uiteindelijk ook instructies om de sporen te wissen: “Alles verwijderen, Any verwijderen, En geschiedenis ook enzo, Oproepen logboek, Alles Bro”.
Conclusies rechtbank met betrekking tot het bestaan van een criminele organisatie
Uit de vaststellingen hierboven kan worden afgeleid dat de verdachten zich intensief, structureel en in georganiseerd verband hebben bezig gehouden met het plegen van (bankhelpdesk)fraude. In zijn algemeenheid vergen dergelijke feiten een zekere planmatige aanpak en onderlinge afstemming tussen betrokken personen om de uitvoering te laten slagen. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachten daartoe inderdaad intensief met elkaar hebben gecommuniceerd, dat er tips en instructies werden uitgewisseld, bijvoorbeeld ook om sporen te wissen, dat ze zich bedienden van schuilnamen en in versluierde taal met elkaar spraken. In dit geval hadden de verdachten in de periode van 5 tot en met 19 december 2023 bovendien de beschikking over vakantiehuisjes als werkplek en blijkt dat ze vanuit die vakantiehuisjes ook daadwerkelijk slachtoffers hebben gemaakt. Verder blijkt in het bijzonder uit de aangehaalde chat tussen [verdachte 1] en [medeverdachte 3] dat er afspraken zijn gemaakt over de verdeling van buitgemaakte gelden.
Naar het oordeel van het hof kan op grond van het voorgaande, en de bewijsmiddelen zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen, worden geconcludeerd dat in de periode van 5 tot en met 19 december 2023 sprake is geweest van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, met het oogmerk om misdrijven te plegen, namelijk oplichting, diefstal (met valse sleutels), computervredebreuk en/of witwassen. Het gegeven dat de bewezenverklaarde periode relatief beperkt is, maakt dit niet anders. Naar het oordeel van het hof is gelet op de intensiteit van de samenwerking sprake van een ‘zekere duurzaamheid’. Het hof acht daarbij van belang dat uit het dossier volgt dat verdachte en de medeverdachten elkaar ondersteunden in de vorm van fraude die zij pleegden. De handelingen die daarvoor nodig zijn, slagen als er meerdere mensen tegelijk beschikbaar zijn om ze uit te voeren. De manier waarop verdachte en zijn medeverdachten op 19 december 2023 werden aangetroffen, was naar het oordeel van het hof niet willekeurig: zij waren aan het werk om samen bankhelpdeskfraude te plegen en versterkten elkaar in de manier waarop zij te werk gingen.
Het hof stelt voorts hieronder vast dat verdachte zich binnen voornoemd samenwerkingsverband zelf schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten, waaronder de oplichting van [benadeelde 5] vanaf 5 december 2023 en de oplichting van [slachtoffer 3] op 19 december 2023. Naar het oordeel van het hof staat daarmee vast dat verdachte in deze periode heeft deelgenomen aan de criminele organisatie.
Feit 4 en 5 – Computervredebreuk, diefstal en oplichting
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat de feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.
Standpunt van de verdediging
De verdediging stelt zich op het standpunt dat ten aanzien van aangevers [slachtoffer 3] en [benadeelde 5] verdachte zijn betrokkenheid ter zitting heeft bekend. Met betrekking tot aangever [slachtoffer 4] bekent verdachte enige betrokkenheid en de zaak van aangever Van [slachtoffer 5] kan hij zich niet herinneren.
Oordeel van het hof
Het hof verenigt zich met onderstaande overwegingen van de rechtbank met betrekking tot feiten 4 en 5 en neemt deze over.
De in deze zaak gepleegde diefstallen met valse sleutels hebben hierin bestaan dat de daders zich hebben voorgedaan als bonafide bankmedewerkers en op die manier de computers van de aangevers hebben overgenomen via een Remote Access Tool zoals Anydesk of
Teamviewer. Op die manier kregen de daders de controle over de bankrekening van de slachtoffers en daarna hebben zij het geld doorgesluisd naar rekeningen van katvangers in binnenland en buitenland, pinopnames verricht en/of online aankopen gedaan.
Het plegen van diefstal met valse sleutels op deze manier vergt een gezamenlijke planmatige aanpak, intensieve en nauwe samenwerking en duidelijke afstemming tussen de verschillende daders. Zij verrichten namelijk handelingen die tegelijkertijd of kort na elkaar plaatsvinden en die moeten worden afgestemd om de bankhelpdeskfraude tot een geslaagd einde te kunnen brengen en het gezamenlijke doel te bereiken: in korte tijd zoveel mogelijk geld van de bankrekening van een slachtoffer halen. Deze handelingen kunnen dan ook niet los van elkaar worden gezien. Dit betekent dat indien de rechtbank vaststelt dat verdachte de beller is geweest, hij een rol had in het wegsluizen van het buitgemaakte geld of een pakketje heeft opgehaald, dat medeplegen van de ten laste gelegde diefstal met valse sleutels oplevert.
(Medeplegen van) computervredebreuk (feit 4)
Van computervredebreuk als bedoeld in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) is onder meer sprake als iemand vanuit een valse hoedanigheid een slachtoffer overtuigt tot het installeren van een Remote Access Tool zoals Anydesk of Teamviewer en een verbinding met verdachte accepteert. Op die manier heeft de dader toegang tot de bancaire omgeving van het slachtoffer en dringt hijdoor het aannemen van een valse hoedanigheid
binnen opeen geautomatiseerd werk
van het slachtoffer.
Computervredebreuk op deze wijze maakte een essentieel onderdeel uit van de gepleegde oplichtingen en diefstallen met valse sleutels en was daarmee onlosmakelijk verbonden. De computers van de slachtoffers werden overgenomen om vervolgens geld van de spaarrekening naar de lopende bankrekening over te maken, er werden online aankopen gedaan met het geld van de slachtoffers en er werd geld overgeboekt naar bankrekeningen van katvangers. Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt van (medeplegen van) oplichting of diefstal met valse sleutels, komt zij daarom tevens tot een bewezenverklaring van (medeplegen van) computervredebreuk in de zaak van dat slachtoffer.
Bij de beoordeling van de bewijsbaarheid van de feiten 4 en 5 heeft het hof, evenals de rechtbank, als vertrekpunt genomen dat vaststaat dat verdachte en zijn medeverdachten zich binnen een georganiseerd samenwerkingsverband intensief hebben beziggehouden met fraude. Het hof is van oordeel dat betrokkenheid van verdachte als medepleger bij een afzonderlijke aangifte wettig en overtuigend kan worden bewezen als de aangifte aan verdachte kan worden gelinkt. Dat dan niet vaststaat welke bijdrage verdachte precies heeft geleverd, maakt dat niet anders.
Het hof verenigt zich met onderstaande overwegingen van de rechtbank en neemt deze over.
[slachtoffer 3]
Uit de aangifte van de heer [slachtoffer 3] blijkt dat hij op 19 december 2023 werd gebeld door een
man die zich voordeed als iemand van de SNS bank. De man vertelde dat er pogingen waren
gedaan om € 20.000,- van de rekening van aangever af te schrijven. Aangever heeft
vervolgens Anydesk en de Bunq-app op zijn telefoon geïnstalleerd en ingelogd op de SNS-
app. Er is vervolgens € 975,- overgemaakt naar een Bunq-rekening.
Op de Iphone 7 van verdachte is een lijst met Skypegesprekken aangetroffen waaruit blijkt
dat aangever is gebeld op 19 december 2023 om 15:15:03 uur. Het gesprek duurde 1 uur en
12 minuten.
[slachtoffer 4]
Op 10 oktober 2023 werd aangever gebeld door [naam 3] van de fraudehelpdesk ABN-
AMRO BANK. Hij waarschuwde aangever in verband met twee verdachte overboekingen
die mogelijk fraudegevoelig waren. Aangever moest de app 'quicksupport teamviewer'
installeren, waarna de bankmedewerker de controle kreeg over de bancaire omgeving van
aangever. In opdracht van de bankmedewerker heeft aangever geldbedragen van 2 x
€ 1800,-, € 12.250,- en € 750,- overgeboekt naar rekening [rekeningnummer 2] ten
name van [naam 4] .
Op de Iphone 7 van verdachte is een foto aangetroffen foto met daarop het
rekeningnummer [rekeningnummer 2] . Dit bankrekeningnummer staat op naam van
[naam 4] . Tussen de gevorderde gegevens van de bankrekening van [naam 4] staat een transactie van 2 euro van de bankrekening van [naam 4] naar de bankrekening van [verdachte 1] , te weten: [rekeningnummer 3] .
[benadeelde 5]
Op 5 december 2023 is aangeefster gebeld door twee mannen die zich voordeden als
medewerker van de SNS-Bank over een verdachte transactie in de omgeving van [plaats 7] . Een van de mannen noemde zich [name] . Aangever moest allerlei controles doen op zijn telefoon. In totaal is er een bedrag van € 58.335,75 overgeboekt naar onder andere bankrekening [rekeningnummer 4] op naam van [naam 5] en bankrekening [rekeningnummer 5] op naam van [naam 6] .
Uit het onderzoek naar de mobiele telefoon van aangeefster blijkt dat daarop in de
betreffende periode de app Anydesk is geïnstalleerd en weer is verwijderd.
Uit transactiegegevens van rekening [rekeningnummer 6] op naam van [naam 5]
blijkt dat er op 7 december 2023 € 285,- naar bankrekening
[rekeningnummer 7] op naam van [verdachte 1] is overgemaakt.
Daarnaast vindt op 6 december 2023 een overboeking van een bedrag van € 3.100,24 naar
een rekening op naam van [naam 7] .
In het vakantiehuisje in [plaats 2] zijn bankpassen van twee andere bankrekeningen
op naam van [naam 7] zijn aangetroffen.
Van de rekening op naam van [naam 7] wordt op 28 november 2023 een bedrag van 1 euro
overgemaakt naar een bankrekening op naam van [verdachte 1] .
Daarnaast blijkt uit gegevens van de MediaMarkt dat er op 7 december 2023 een iPhone 15
Pro ter waarde van 1.299,- euro is besteld, die is betaald vanaf de rekening
[rekeningnummer 4] .
De bestelling bij Mediamarkt (een iPhone 15 Pro) blijkt bij navraag te zijn gedaan door
verdachte [medeverdachte 1] . In zijn telefoon is een factuur van de bestelling aangetroffen.
Het bij de bestelling gebruikte mailadres komt voor in de user dictionairy van deze Samsung
van [medeverdachte 1] .
Op 7 december, wanneer een deel van de frauduleuze overboekingen plaatsvinden, logt
eenzelfde type toestel als [verdachte 1] bezit (Samsung A505FN) in op de RABO- [rekeningnummer 8]
van [naam 6] . Op 13 en 14 november vinden twee bijschrijvingen plaats op deze
rekening van de hiervoor genoemde Litouwse bankrekening ( [rekeningnummer 9] ) van [verdachte 1] . Op
5 december 2023 vindt een contante storting van € 50,- plaats en op 6 december een contante opname van € 2.500,- , Op beelden van deze twee pintransacties wordt verdachte
[verdachte 1] herkend.
Van [slachtoffer 5]
Op 15 december 2023 om 18:23 werd aangeefster gebeld door een man die zich voordeed als medewerker van de SNS bank. De man zei tegen aangeefster dat er in [plaats 8] geprobeerd werd om geld van haar rekening te halen. Aangeefster heeft vervolgens Anydesk op haar Ipad gedownload en een code die in beeld kwam doorgeven aan de man. Zo kreeg de man controle over haar Ipad. Aangeefster werd later door een collega van de man gebeld en moest toen de Bunq-bank app installeren.
In de telefoon van verdachte heeft de politie een lijst met Skypegesprekken aangetroffen met
daarop gesprekken van 15 december 2023 tot en met 19 december 2023. Het telefoonnummer [telefoonnummer] is drie keer gebeld op 15 december 2023. Aan deze gesprekken is de aangifte van [slachtoffer 5] te koppelen.
Verklaring van verdachte ter zitting in hoger beroep
Ter zitting in hoger beroep heeft verdachte verklaard dat hij betrokken was bij de computervredebreuk en oplichting met betrekking tot aangevers [slachtoffer 3] en [benadeelde 5] . Over aangever Van [slachtoffer 5] heeft verdachte verklaard dat hij zich daar niets van kan herinneren. Met betrekking tot aangever [slachtoffer 4] heeft verdachte ter zitting in hoger beroep aangegeven dat iemand hem een Bunq-rekening aanbood, dat hij geld naar die rekening heeft gestuurd om te kijken of de rekening niet geblokkeerd was, dat hij de rekening door iemand anders heeft laten vullen en dat hij hem zelf heeft leeggehaald. Voorts heeft hij verklaard dat hij een deel van het op de rekening terechtgekomen geld heeft overgemaakt naar degene die de rekening gevuld heeft. Het geld dat overbleef heeft verdachte zelf van de rekening afgehaald.
Het hof acht het tenlastegelegde medeplegen van computervredebreuk (ten aanzien van aangevers [slachtoffer 3] , [benadeelde 5] en Van [slachtoffer 5] ) en diefstal ten aanzien van aangevers [slachtoffer 3] en [benadeelde 5] wettig en overtuigend bewezen. Zoals hierboven weergegeven, heeft verdachte zijn betrokkenheid bij de feiten ten aanzien van aangevers [slachtoffer 3] en [benadeelde 5] ter zitting in hoger beroep bekend. Ten aanzien van aangever Van [slachtoffer 5] acht het hof daarbij nog van belang dat uit het dossier volgt dat de iPhone 7, die naar eigen zeggen van verdachte is, hierbij betrokken was, onder dezelfde omstandigheden als ten aanzien van de andere aangevers. Van verdachte mag onder deze omstandigheden worden verlangd dat hij, als hij de telefoon zelf niet in gebruik zou hebben gehad, vertelt wie de telefoon dan wel had en/of wat daarmee gebeurd is. Als hij dit niet doet houdt het hof het ervoor dat hij zelf de gebruiker van de telefoon is geweest.
Medeplegen oplichting
Het hof is van oordeel dat met betrekking tot aangever [slachtoffer 4] geen sprake is van diefstal, maar van oplichting. In aanvulling op de gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van dit feit, die later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest worden opgenomen, acht het hof van belang dat aangever door oplichting is bewogen geld over te maken naar het rekeningnummer van een zogenoemde katvanger. De oplichting bestond er onder meer uit dat de persoon aan de telefoon zich voordeed als bankmedewerker, waarbij aangever werd bewogen verschillende apps te installeren, geld over te maken en zijn pinpas in stukjes te knippen.
Conclusie
Gelet op de verklaring van verdachte en de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van computervredebreuk, oplichting (ten aanzien van aangever [slachtoffer 4] ) en diefstal (ten aanzien van aangevers [slachtoffer 3] en [benadeelde 5] ).

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 18-048074-24 onder 1 en 2 tenlastegelegde en het in de zaak met parketnummer 18-337928-23 onder 1, 3, 4 en 5 en heeft begaan, te weten dat:
Zaak met parketnummer 18-048074-24:
1.
hij op tijdstippen in de periode van 16 maart 2023 tot en met 17 maart 2023 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten een smartphone van [benadeelde 4] , is binnengedrongen, door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door die persoon onder valse voorwendselen te bewegen tot het installeren van 'Anydesk' op zijn smartphone, waardoor hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) toegang verkreeg/verkregen tot de smartphone van die persoon;
2.
hij op tijdstippen in de periode van 6 februari 2023 tot en met 21 april 2023 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), meermalen, met het oogmerk om zich en/of een ander, wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meerdere perso(o)n(en)/aangever(s), te weten
[slachtoffer 2] (€ 714,-)
[benadeelde 3] (€ 3.396,87)
[benadeelde 4] (€ 15.000,-)
heeft bewogen tot
- afgifte van voornoemd(e) geldbedrag(en), door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven –
- contact op te (laten) nemen met voornoemde personen, daarbij gebruikmakend van verdachtes en/of medeverdachtes valse hoedanigheid van medewerker (van de fraudedesk) van een of meer bank(en) en/of een valse naam en/of in deze gesprekken de aangever(s) voor te houden dat geld was afgeschreven en/of gepoogd werd af te schrijven van haar/hun rekening en dat zij hem moest(en) helpen met het annuleren van de overboeking en/of enig geldbedrag op een zogenaamde ‘kluisrekening’ te zetten en/of het terugboeken van onterecht gestorte gelden en/of op een andere wijze de aangever(s) voorgehouden dat er een probleem was met de bankrekening of computer en dat hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(s), haar/hen zou helpen het probleem te verhelpen, en/of
- aangever(s) te instrueren geld over te boeken naar bankrekeningen (al dan niet van katvangers) die in werkelijkheid onder controle stonden van verdachte en/of zijn medeverdachten, en/of
- aangevers voor te houden dat de uit te voeren transacties fictieve transacties zouden zijn en het geld teruggestort zou worden, waardoor die aangevers werden bewogen tot voornoemde afgifte.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Zaak met parketnummer 18-337928-23:
1.
hij op 19 december 2023 te [plaats 2] gegevens, te weten VOIP-programma's, waaronder Skype en/of Softphone en/of Zoiper en/of PortSIP, aangetroffen op de iPhone 7 van verdachte voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van een misdrijf omschreven in een van de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
3.
hij in de periode van 5 december 2023 tot en met 19 december 2023 te [plaats 2] , gemeente [gemeente] en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten verdachte en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het plegen van
- oplichting als bedoeld in artikel 326 van Pro het Wetboek van Strafrecht en/of
- diefstal met een valse sleutel als bedoeld in artikel 311 van Pro het Wetboek van Strafrecht en/of
- computervredebreuk als bedoeld in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht en/of
- ( gewoontewitwassen als bedoeld in artikel 420ter van het Wetboek van Strafrecht;
4.
hij in de periode van 10 oktober 2023 tot en met 19 december 2023 in [plaats 2] en/of elders in Nederland, meerdere malen, telkens tezamen en in vereniging, telkens opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in (een gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten een of meerdere computersyste(e)men en/of smartphone(s) van (onder meer) - [slachtoffer 3]
- [slachtoffer 4]
- [benadeelde 5]
- [slachtoffer 5]
door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door zich voor te doen als bankhelpdeskmedewerker en die aangever(s) vanuit die (valse) hoedanigheid te overtuigen tot het installeren van Anydesk en/of een (andere) Remote Acces Tool en een verbinding met verdachte te accepteren;
5.
hij in de periode van 10 oktober 2023 tot en met 19 december 2023 te [plaats 2] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), meermalen, de na te noemen geldbedrag(en), dat/die geheel of ten dele aan een of meer ander(en) toebehoorde(n), te weten aan (onder meer)
- [slachtoffer 3] (€ 975,-)
- [benadeelde 5] (€ 58.335,75)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededaders) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten (via Social Engineering/bankhelpdeskfraude en/of oplichting) onrechtmatig verkregen inloggegevens en/of (autorisatie)code(s) (zoals een code van een Random Reader en/of Webber en/of Digipas en/of e.dentifier en/of een TAN- code en/of een CVC code) voor het inloggen op de interetbankierenaccount(s) waartoe voornoemde aangevers/personen toegang hadden en/of het autoriseren van een overboeking
en
hij in de periode van 10 oktober 2023 tot en met 19 december 2023 te [plaats 2] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), meermalen, met het oogmerk om zich en/of een ander, wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een persoon/aangever, te weten
[slachtoffer 4] (€ 16.600,-)
heeft bewogen tot
- afgifte van voornoemd geldbedrag door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven –
- ( al dan niet met een gespoofed telefoonnummer) contact op te (laten) nemen met voornoemd persoon, daarbij gebruikmakend van verdachtes en/of medeverdachtes valse hoedanigheid van medewerker (van de fraudedesk) van een of meer bank(en) en/of een valse naam en/of in deze gesprekken de aangever voor te houden dat geld was afgeschreven en/of gepoogd werd af te schrijven van zijn rekening en dat hij hem moest helpen met het annuleren van de overboeking en/of enig geldbedrag op een zogenaamde 'kluisrekening' te zetten en/of het terugboeken van onterecht gestorte gelden en/of op een andere wijze de aangever(s) voorgehouden dat er een probleem was met de bankrekening of computer en dat hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(s), hem zou helpen het probleem te verhelpen, en/of
- ( vervolgens) aangever te instrueren geld over te boeken naar bankrekeningen (al dan niet van katvangers) die in werkelijkheid onder controle stonden van verdachte en/of zijn medeverdachten, en/of
- aangever voor te houden dat de uit te voeren transacties fictieve transacties zouden zijn en het geld teruggestort zou worden waardoor die perso(o)n(en)/aangever(s) werd/werden bewogen tot voornoemde afgifte en/of voornoemde ter beschikking stellen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het in de zaak met parketnummer 18-337928-23 onder 1 bewezenverklaarde levert op:
gegevens voorhanden hebben waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een misdrijf omschreven in artikel 310, 311, 312, 317, 321 en 326, voor zover het feit betrekking heeft op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument.
Het in de zaak met parketnummer 18-337928-23 onder 3 bewezenverklaarde levert op:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Het in de zaak met parketnummer 18-337928-23 onder 4 bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 18-337928-23 onder 5 bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

en

medeplegen van oplichting.

Het in de zaak met parketnummer 18-048074-24 onder 1 bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van computervredebreuk.

Het in de zaak met parketnummer 18-048074-24 onder 2 bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Het hof verenigt zich met onderstaande overwegingen van de rechtbank ten aanzien van de strafoplegging (hierna cursief weergegeven) en vult deze aan:
Verdachte heeft zich gedurende een periode samen met anderen, en in elk geval in een bepaalde periode in georganiseerd crimineel samenwerkingsverband, schuldig gemaakt aan het plegen van bankhelpdeskfraude.
Op 19 december 2023 zijn verdachte en zijn medeverdachten aangehouden in een vakantiehuisje dat ingericht was als een callcenter en van waaruit zij bankhelpdeskfraude pleegden. Meerdere personen en banken zijn daarvan het slachtoffer geworden en zijn voor duizenden of zelfs tienduizenden euro’s opgelicht. Verdachte en zijn medeverdachten maakten daarbij onder andere gebruik van illegaal verkregen lijsten met persoonsgegevens (leads), op welke lijsten de personen in voorkomende gevallen op leeftijd gesorteerd waren en belscripts speciaal ontwikkeld voor het plegen van bankhelpdeskfraude. Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich in telefoongesprekken voorgedaan als een bankmedewerker en gezegd dat er een probleem was met hun bankrekening. Hierna moesten de slachtoffers een tool installeren op hun computer of tablet, waarna de zogenaamde bankmedewerker kon meekijken. Er werden vervolgens bedragen overgeschreven naar bankrekeningen van zogenaamde geldezels, over welke rekeningen verdachte en zijn medeverdachten het beheer hadden.
De fraudeconstructie was professioneel opgezet en “core business" voor verdachte en zijn medeverdachten. Het dossier bevat concrete aanwijzingen dat het bewezen verklaarde aantal slachtoffers slechts een fractie is van de daadwerkelijke gedupeerden van de door verdachte en zijn medeverdachten gepleegde bankhelpdeskfraudes.
(…)
Verdachte en zijn medeverdachten hebben moedwillig misbruik gemaakt van het gewekte vertrouwen bij kwetsbare slachtoffers, door hen te overrompelen met een leugen en zo uit hun evenwicht te brengen. Zij hebben niet alleen het geld van de slachtoffers afgenomen, maar in sommige gevallen ook hun zelfvertrouwen, gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens in ernstige mate aangetast, zoals blijkt uit de aangiftes van de slachtoffers en/of de toelichting op hun schadevordering. Verder hebben sommige slachtoffers verklaard dat het handelen van verdachte en zijn medeverdachten voor gevoelens van schaamte, stress en angst hebben gezorgd. Daarnaast is bankhelpdeskfraude een misdrijf dat het vertrouwen ondermijnt dat rekeninghouders in het algemeen in het betalingsverkeer en het bankwezen mogen hebben. Dit vertrouwen is van groot belang voor het maatschappelijk en economisch verkeer. Ook leidt bankhelpdeskfraude tot hoge kosten voor de banken. De verdachte heeft zich niet bekommerd om de gevolgen van zijn handelen, maar alleen gedacht aan zijn eigen financiële gewin: een makkelijke manier om snel aan veel geld te komen.
Hoewel het hof van oordeel is dat verdachte geen volledige openheid van zaken heeft gegeven, weegt het hof enigszins in het voordeel van verdachte mee dat hij ter zitting in hoger beroep ten aanzien van een aantal tenlastegelegde feiten een (deels) bekennende verklaring heeft afgelegd.
Alles afwegend is het hof van oordeel dat oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van voorarrest, passend en noodzakelijk is.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

Beslag

Het hof constateert dat zij - gelet op de inhoud van beslaglijst - beslissingen moet
nemen over de volgende inbeslaggenomen voorwerpen: een simkaart (volgnummer 1),
vuurwerk (2), geldbedragen van € 1.750,00, € 106,75 en € 130,- (3, 4 en 5) en diverse
datadragers (6).
Het hof acht de simkaart, het geldbedrag van € 1.750,00 en de datadragers
(volgnummers 1, 3 en 6) vatbaar voor verbeurdverklaring. De simkaart en de datadragers betreffen voorwerpen met behulp waarvan het feit is begaan of voorbereid en waarvan niet kon worden vastgesteld aan wie deze toebehoorden. Het hof heeft aanleiding aan te nemen dat het geldbedrag van € 1.750 (35 biljetten van € 50) buit is verkregen door middel van de bewezenverklaarde strafbare feiten en er kon niet worden vastgesteld aan wie het toebehoort. Ook dit geldbedrag wordt daarom verbeurdverklaard.
Van de overige geldbedragen kon niet worden vastgesteld aan wie deze toebehoren, noch dat zij in relatie staan tot de bewezen strafbare feiten. Zij dienen te worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.
Het bezit van het vuurwerk is in strijd met de wet, maar niet valt in te zien hoe dit zou kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan. Nu tevens niet vaststaat wie de eigenaar is van het vuurwerk zal het worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.

Vorderingen van de benadeelde partijen

Parketnummer 18-337928-23
[benadeelde 2]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.999,00 ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd.
Verdachte is met betrekking tot het ten aanzien van benadeelde partij [benadeelde 2] onder feit 5 van de zaak met parketnummer 18-337928-23 tenlastegelegde vrijgesproken in eerste aanleg. Zoals het hof bovenaan in dit arrest, onder het kopje ‘Omvang van het hoger beroep’ heeft overwogen, is verdachte ten aanzien van dit deel van de tenlastelegging niet-ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep. Dat betekent dat het hof met betrekking tot de vordering van [benadeelde 2] geen beslissingen kan nemen.
[benadeelde 1] .
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 47.499,71 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 29.367,68. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
Op de zitting is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het in de zaak met parketnummer 18-337928-23 onder 5 bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte en zijn medeverdachte(n) tot een bedrag van € 29.167,88. Verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot voornoemd bedrag zal worden toegewezen.
Het hof is, evenals de rechtbank, van oordeel dat ook de post ‘onderzoekskosten’ voor toewijzing in aanmerking komt. Uit de toelichting is voldoende duidelijk waar het onderzoek door [benadeelde 1] uit heeft bestaan en het opgevoerde aantal uren per zaak en uurtarief komen de rechtbank niet onredelijk voor. Omdat het gevorderde bedrag van
€ 600,- ziet op onderzoekskosten die zijn gemaakt in drie zaken, te weten de zaken van aangevers [benadeelde 6] , [benadeelde 5] en [benadeelde 7] , en alleen de zaak van aangever [benadeelde 5] aan verdachte ten laste is gelegd, zal een derde van het gevorderde bedrag, te weten € 200,-, worden toegewezen.
In totaal wordt de vordering dus toegewezen tot een bedrag van € 29.367,88.
De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering voor het overige bedrag, nu dit deel betrekking heeft op schadeloosstelling van [benadeelde 6] en [benadeelde 7] , welke feiten niet aan verdachte ten laste zijn gelegd. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op. Het hof volgt de verdediging niet in het standpunt dat het hof hiervan zou moeten afzien, alleen omdat [benadeelde 1] een professionele partij is. Het feit dat [benadeelde 1] een financiële instelling is, is geen criterium dat een rol moet spelen bij de keuze voor het al dan niet opleggen van de schadevergoedingsmaatregel. Daarbij komt dat de gemachtigde van [benadeelde 1] , [gemachtigde 2] , ter zitting in hoger beroep onderbouwd om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel heeft verzocht. Zij heeft daarbij aangegeven dat de maatregel ertoe bijdraagt dat een toegewezen vordering betaald wordt, en ook dat de vordering eerder betaald wordt.
[benadeelde 8]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 16.021,00 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen.
Op de zitting is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het in de zaak met parketnummer 18-337928-23 onder 5 bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte en zijn medeverdachte(n) tot een bedrag van € 16.021,00. Verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot voornoemd bedrag zal worden toegewezen.
Het hof is, evenals de rechtbank, van oordeel dat ook de post ‘onderzoekskosten’ voor toewijzing in aanmerking komt. Uit de toelichting is voldoende duidelijk waar het onderzoek door de [benadeelde 8] uit heeft bestaan en het opgevoerde aantal uren per zaak en uurtarief komen het hof niet onredelijk voor. Het hof wijst het gevorderde bedrag met betrekking tot ‘onderzoekskosten’, te weten € 121,00, geheel toe.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op. Ook voor de [benadeelde 8] Bank geldt dat het feit dat het een financiële instelling is, geen criterium is dat een rol moet spelen bij de keuze voor het al dan niet opleggen van de schadevergoedingsmaatregel. Het hof is van oordeel dat ook voor de [benadeelde 8] geldt dat de maatregel zal bijdragen tot (eerdere) betaling van de vordering.
[benadeelde 5]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 69.100,75 ingediend. De vordering bestaat uit een bedrag van € 59.100,75 aan materiële schade en € 10.000,00 aan immateriële schade. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 29.167,87. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
Op de zitting is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het in de zaak met parketnummer 18-337928-23 onder 5 bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte en zijn medeverdachte(n) tot een bedrag van € 29.167,87, bestaande uit het deel van de door de benadeelde partij geleden schade die niet door [benadeelde 1] is vergoed. Verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot voornoemd bedrag zal worden toegewezen. Voor het overige wordt de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.
Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade oordeelt het hof dat deze onvoldoende onderbouwd is. Vergoeding van immateriële schade kan worden toegekend als een benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Van ‘aantasting op andere wijze’ kan sprake zijn als de benadeelde psychische schade heeft opgelopen. Daartoe moet de benadeelde partij voldoende concrete gegevens aanvoeren waaruit naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Dat heeft de benadeelde partij onvoldoende gedaan. Het is ook niet zo dat de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten, hoewel zij zonder meer nadelige gevolgen voor de benadeelde zullen hebben (gehad), met zich brengt dat de nadelige gevolgen voor de benadeelden zó voor de hand liggen, dat aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ kan worden aangenomen. Een wettelijke grondslag voor vergoeding van immateriële schade ontbreekt daarom op dit moment. De benadeelde partij wordt daarom ten aanzien van het immateriële deel niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.
[benadeelde 9]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 500,00 ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
Het hof constateert dat de zaak waarop deze vordering betrekking heeft niet is opgenomen n de tenlastelegging. Het hof is van oordeel dat niet is gebleken dat door het bewezenverklaarde feit rechtstreekse schade aan de benadeelde partij is toegebracht. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.
[benadeelde 7]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 32.112,00 ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
Het hof constateert dat de zaak waarop deze vordering betrekking heeft niet is opgenomen in de tenlastelegging. Het hof is van oordeel dat niet is gebleken dat door het bewezenverklaarde feit rechtstreekse schade aan de benadeelde partij is toegebracht. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.
[benadeelde 10]
De benadeelde partij heeft geen vordering tot schadevergoeding ingediend, maar heeft in eerste aanleg wel stukken ingediend om de gestelde schade te onderbouwen. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. Het hof constateert dat de zaak waarop deze vordering betrekking heeft niet is opgenomen in de tenlastelegging. Het hof is van oordeel dat niet is gebleken dat door een bewezenverklaard feit rechtstreekse schade aan de benadeelde partij is toegebracht. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.
[benadeelde 11]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.480,00 ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
Het hof constateert dat de zaak waarop deze vordering betrekking heeft niet is opgenomen in de tenlastelegging. Het hof is van oordeel dat niet is gebleken dat door het bewezenverklaarde feit rechtstreekse schade aan de benadeelde partij is toegebracht. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.
Parketnummer 18-048074-24
[benadeelde 4]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 12.500,00 ingediend, bestaande uit € 10.000,00 materiële schade en € 2.500,00 immateriële schade. De rechtbank heeft de vordering toegewezen voor wat betreft de gevorderde materiële schade. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard voor wat betreft het immateriële deel van de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
Op de zitting en uit het dossier is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden tot een bedrag van € 10.000,00 door het onder feit 2 bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte en zijn medeverdachte(n). Verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot voornoemd bedrag zal worden toegewezen.
Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade oordeelt het hof dat deze onvoldoende onderbouwd is. Vergoeding van immateriële schade kan worden toegekend als een benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Van ‘aantasting op andere wijze’ kan sprake zijn als de benadeelde psychische schade heeft opgelopen. Daartoe moet de benadeelde partij voldoende concrete gegevens aanvoeren waaruit naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Dat heeft de benadeelde partij onvoldoende gedaan. Het is ook niet zo dat de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten, hoewel zij zonder meer nadelige gevolgen voor de benadeelde zullen hebben (gehad), met zich brengt dat de nadelige gevolgen voor de benadeelden zó voor de hand liggen, dat aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ kan worden aangenomen. Een wettelijke grondslag voor vergoeding van immateriële schade ontbreekt daarom op dit moment. De benadeelde partij wordt daarom ten aanzien van het immateriële deel niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.
[benadeelde 3]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.461,62 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen.
Op de zitting en uit het dossier is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 2.461,62 door het onder feit 2 bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte en zijn medeverdachte(n). Verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot voornoemd bedrag zal worden toegewezen.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 36f, 47, 57, 63, 138ab, 140, 234, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-337928-23 onder 2 en in de zaak met parketnummer 18-048074-24 onder 3 tenlastegelegde.
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-337928-23 onder 4 en 5 tenlastegelegde, voor zover dit betrekking heeft op aangever [benadeelde 2] .
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-048074-24 onder 1 en 2 tenlastegelegde, voor zover dit betrekking heeft op aangever [slachtoffer 1] .
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 18-337928-23 onder 1, 3, 4 en 5 en in de zaak met parketnummer 18-048074-24 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 18-337928-23 onder 1, 3, 4 en 5 en in de zaak met parketnummer 18-048074-24 onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
36 (zesendertig) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurdde in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
de simkaart, het geldbedrag van € 1.750,00 en de datadragers (volgnummers 1, 3 en 6).
Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbendevan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
de geldbedragen van € 106,75 en € 130,00 (volgnummers 4 en 5) en het vuurwerk (volgnummer 2).

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 9]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 9] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 7] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 10]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 10] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 11]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 11] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 5] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-337928-23 onder 5 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 29.167,87 (negenentwintigduizend honderdzevenenzestig euro en zevenentachtig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 5] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-337928-23 onder 5 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 29.167,87 (negenentwintigduizend honderdzevenenzestig euro en zevenentachtig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 155 (honderdvijfenvijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 7 december 2023.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 8] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-337928-23 onder 5 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 16.141,00 (zestienduizend honderdeenenveertig euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 8] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-337928-23 onder 5 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 16.141,00 (zestienduizend honderdeenenveertig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 73 (drieënzeventig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op
- 16 november 2023 over een bedrag van € 16.021,00
- 16 december 2024 over een bedrag van € 120,00.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] .

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] . ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-337928-23 onder 5 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 29.367,88 (negenentwintigduizend driehonderdzevenenzestig euro en achtentachtig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] ., ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-337928-23 onder 5 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 29.367,88 (negenentwintigduizend driehonderdzevenenzestig euro en achtentachtig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 0 (nul) dagen.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op
- 5 januari 2024 over een bedrag van € 29.167,88
- 8 januari 2025 over een bedrag van € 200,00.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 4] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-048074-24 onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 10.000,00 (tienduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 4] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-048074-24 onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 10.000,00 (tienduizend euro) als vergoeding voor materiële schade.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 85 (vijfentachtig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 3] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-048074-24 onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 2.461,62 (tweeduizend vierhonderdeenenzestig euro en tweeënzestig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 3] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-048074-24 onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 2.461,62 (tweeduizend vierhonderdeenenzestig euro en tweeënzestig cent) als vergoeding voor materiële schade.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 24 (vierentwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Dit arrest is gewezen door mr. M.C. van Linde, mr. T.H. Bosma en mr. O. Anjewierden, in aanwezigheid van de griffier mr. J.R. Sotthewes-de Jonge en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 9 juli 2026.

Voetnoten

1.De door het hof gebezigde bewijsmiddelen zullen later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest worden opgenomen.