ECLI:NL:GHARL:2026:4505

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
200.365.418
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a lid 4 BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouden zorgregeling en verzoek tot raadsonderzoek in belang minderjarige

De ouders van [de minderjarige1], die gezamenlijk het gezag uitoefenen, zijn in hoger beroep gegaan tegen de beslissing van de rechtbank om de bestaande zorgregeling niet te wijzigen. De moeder verzoekt om aanpassing van de zorgregeling vanwege zorgen over de situatie bij de vader, waaronder signalen dat de minderjarige zich niet prettig voelt en dat er onvoldoende zicht is op de situatie bij de vader. De vader stelt dat het contact goed verloopt en dat er geen onveilige situatie is.

Tijdens de zitting heeft het hof de minderjarige gesproken en een brief van haar ontvangen. De raad voor de kinderbescherming heeft aangeboden een onderzoek te doen naar de meest passende zorgregeling, maar heeft nog onvoldoende informatie om een advies te geven.

Het hof acht zich onvoldoende geïnformeerd om een verantwoorde beslissing te nemen en besluit de zaak aan te houden. De raad wordt verzocht een nader onderzoek in te stellen en uiterlijk 1 februari 2027 te rapporteren. De behandeling wordt voortgezet na ontvangst van het rapport, onder leiding van raadsheer-commissaris mr. P.B. Kamminga.

Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en verzoekt de raad een nader onderzoek te doen naar de zorgregeling voor de minderjarige.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.365.418
zaaknummer rechtbank Gelderland 453646
beschikking van 23 juni 2026
over de zorgregeling van
[de minderjarige1]
in de zaak van
[verzoekster](de moeder)
die woont in [woonplaats]
advocaat: mr. L.S. Meijer
en
[verweerder](de vader)
die woont in [woonplaats]
en
de raad voor de kinderbescherming(de raad)
als adviseur van het gerechtshof

1.Samenvatting

De rechtbank heeft de bestaande zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige1] niet gewijzigd.
Voordat het hof een beslissing neemt wil het hof dat eerst door de raad een onderzoek wordt gedaan.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn de ouders van [de minderjarige1] , geboren [in] 2011. Zij oefenen gezamenlijk het gezag over haar uit. Zij zijn ook de ouders van de inmiddels meerderjarige [kind1] .
2.2.
De ouders zijn gehuwd geweest. Het huwelijk is op 7 juli 2011 ontbonden.
2.3.
In de beschikking van 27 augustus 2019 is een zorgregeling vastgesteld waarbij [de minderjarige1] samen met [kind1] om de week van vrijdag 18.30 uur tot zondag 14.00 uur bij de vader verblijft en waarbij de ouders de vakanties in onderling overleg bij helfte verdelen.

3.De procedure bij de rechtbank

3.1.
De moeder heeft de rechtbank verzocht de zorgregeling te wijzigen in die zin dat [de minderjarige1] om het weekend van zaterdagochtend 9.30 uur tot zaterdagavond 18.00 uur bij de vader verblijft.
3.2.
De rechtbank heeft het verzoek van de moeder afgewezen.
3.3.
Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 19 november 2025.

4.De procedure bij het hof

4.1.
De moeder is het niet eens met de beslissing van de rechtbank. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank ongedaan maakt en haar verzoek alsnog toewijst.
4.2.
De vader is het wel eens met de beslissing van de rechtbank. Hij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank in stand laat.
De informatie die het hof heeft ontvangen
4.3.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
 het beroepschrift op 18 februari 2026
4.4.
[de minderjarige1] heeft op 8 juni 2026 via beeldbellen gesproken met een raadsheer en een griffier van het hof. Zij heeft verteld wat zij vindt van de omgangsregeling met de vader.
[de minderjarige1] heeft ook een brief geschreven.
4.5.
De zitting bij het hof was op 11 juni 2026.
Aanwezig waren:
  • de moeder met haar advocaat
  • de vader
  • een vertegenwoordiger van de raad

5.Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?
5.1.
De rechter kan op verzoek van de ouders of van een van hen een eerdere beslissing of afspraak tussen de ouders over de zorgregeling wijzigen als de omstandigheden daarna zijn gewijzigd. [1]
Standpunten belanghebbenden
5.2.
De moeder stelt dat er omstandigheden zijn gewijzigd waardoor de zorgregeling moet worden aangepast. De moeder maakt zich zorgen over de situatie van de vader. [de minderjarige1] heeft een beperking. [kind1] studeert inmiddels in [plaats1] en gaat niet meer samen met [de minderjarige1] naar de vader. De moeder krijgt signalen van [de minderjarige1] dat zij zich niet prettig voelt als zij bij de vader is. [de minderjarige1] wordt volgens de moeder soms alleen gelaten en er is soms niet genoeg eten in huis. Ook brengt de vader [de minderjarige1] regelmatig eerder terug, terwijl [de minderjarige1] juist baat heeft bij voorspelbaarheid en structuur. Verder is [de minderjarige1] wat angstig.
Er is geen zicht op de situatie bij de vader. De hulpverlening komt niet van de grond, terwijl die wel nodig is. De moeder zou graag willen dat de raad een onderzoek doet naar de zorgregeling tussen [de minderjarige1] en de vader.
5.3.
De vader voert aan dat het contact tussen hem en [de minderjarige1] prima verloopt en dat er geen sprake is van een onveilige situatie. Hij heeft niet de ervaring dat [de minderjarige1] angstig is. De vader doet de deur soms op slot als hij even weg moet vanwege het jongere halfbroertje van [de minderjarige1] , [de minderjarige2] , die tegelijk met [de minderjarige1] bij hem is en net als [de minderjarige1] een beperking heeft. Hij doet dat voor hun beider veiligheid. [de minderjarige1] heeft een eigen sleutel, dus zij kan in geval van nood de deur open maken, en heeft genoeg vrijheid.
De vader kan niet met de moeder communiceren.
De vader vindt het ook in het belang van [de minderjarige1] dat de raad een onderzoek gaat doen naar de zorgregeling.
5.4.
De raad heeft op de mondelinge behandeling aangeboden om een onderzoek in te stellen naar welke zorgregeling het meest in het belang van [de minderjarige1] is. De raad heeft nog veel vragen en te weinig zicht op de situatie om nu al een advies te geven over de zorgregeling.
Hoe oordeelt het hof?
5.5.
Het hof acht zich op grond van de thans beschikbare informatie onvoldoende voorgelicht om een verantwoorde beslissing te kunnen geven. Er is geen zicht op de situatie van de vader en er zijn allerlei vragen over de situatie van [de minderjarige1] als zij bij de vader is. Daarom zal het hof de behandeling van de zaak aanhouden en de raad verzoeken een onderzoek in te stellen naar de vraag welke zorgregeling in het belang van [de minderjarige1] wenselijk is. Het hof zal de raad verzoeken om over het verloop van een en ander te rapporteren.

6.De beslissing

Het hof:
alvorens verder te beslissen:
verzoekt de raad een nader onderzoek in te stellen als hiervoor onder 5.5. omschreven en uiterlijk op 1 februari 2027 daaromtrent te rapporteren;
bepaalt dat het onderzoek door de raad zal worden verricht onder leiding van het hierbij tot raadsheer-commissaris benoemde lid van het hof mr. P.B. Kamminga;
bepaalt dat de raad zich voor vragen of opmerkingen betreffende het onderzoek zal kunnen wenden tot voornoemde raadsheer-commissaris;
bepaalt dat de behandeling van de zaak zal worden voortgezet op een na ontvangst van het rapport van de raad te bepalen datum, waarvoor de ouders en de raad zullen worden opgeroepen.
Deze beschikking is gegeven door mrs. P.B. Kamminga, H. Phaff en L.D.M. Rubens-Snijders, bijgestaan door mr. L.J.G. Scheffer-Overbeek als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026.

Voetnoten

1.Artikel 1:253a lid 4 in samenhang met artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek.