ECLI:NL:GHARL:2026:4508

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
TBS P25/283
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met twee jaar wegens langdurige behandeling en aanhouding verplegingsvordering

De terbeschikkinggestelde is in hoger beroep gegaan tegen de beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant die onder meer de verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar en de hervatting van verpleging van overheidswege betrof.

Het hof heeft het onderzoek heropend en diverse adviezen en rapportages, waaronder die van de reclassering en een forensisch psycholoog, bestudeerd. Uit deze stukken blijkt dat de terbeschikkinggestelde lijdt aan ernstige psychopathologie en verslavingsproblematiek, waardoor een langdurig behandeltraject noodzakelijk is. De klinische behandeling in een forensische verslavingskliniek moet nog aanvangen en de wachttijd voor opname bedraagt enkele maanden.

Gezien de aard en duur van de behandeling acht het hof een verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar passend. De beslissing over de hervatting van de verpleging van overheidswege wordt aangehouden omdat er nog geen concrete opnamedatum is. Het hof schorst het onderzoek maximaal drie maanden om de reclassering de gelegenheid te geven hierover te rapporteren.

De eerdere beslissing van de rechtbank wordt vernietigd en de terbeschikkingstelling wordt verlengd met twee jaar. De terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw hebben geen bezwaar tegen deze verlenging. Het hof benadrukt het belang van veiligheid en een adequaat behandeltraject.

Uitkomst: De terbeschikkingstelling wordt verlengd met twee jaar en de beslissing over hervatting van verpleging wordt aangehouden wegens ontbrekende opnamedatum.

Uitspraak

TBS P25/283

Tussenbeslissing van 16 juli 2026

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
verblijvende in penitentiaire inrichting (P.I.) [plaats] ,
verder te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 25 juli 2025. Deze beslissing houdt in (1) de impliciete afwijzing van het verzoek om nader onderzoek te verrichten, (2) de hervatting van de verpleging van overheidswege en (3) de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar.
Het hof heeft gelet op de stukken genoemd in de tussenbeslissing van 18 december 2025 en daarnaast op:
- het proces-verbaal van de zitting van het hof op 4 december 2025;
- de tussenbeslissing van het hof van 18 december 2025;
- het aanvullend advies van Verslavingsreclassering GGZ ERW [reclassering] (hierna: de reclassering) van 27 februari 2026;
- een e-mail (met bijlagen) van de raadsvrouw van 1 april 2026;
- het proces-verbaal van de zitting van het hof van 2 april 2026;
- het verlengingsadvies van de reclassering van 15 juni 2026;
- de Pro Justitia rapportage van forensisch psycholoog P.E. Geurkink , opgemaakt in het kader van de verlengingsprocedure, van 27 mei 2026;
- e-mails van de reclassering van 22 mei en 25 juni 2026;
- een e-mail van de raadsvrouw van 1 juli 2026.
Het hof heeft ter zitting van 2 juli 2026 gehoord de advocaat-generaal, mr. A. Kooij,
en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. A.L. Louwerse,
advocaat te Haarlem.
Het hof heeft ter zitting tevens als deskundige gehoord: L.M.J. de Greef , reclasseringswerker.

Tussenbeslissing van 18 december 2025

In de tussenbeslissing van 18 december 2025 heeft het hof het onderzoek heropend en de advocaat-generaal de opdracht gegeven om de reclassering een onderzoek te laten doen naar de (on-)mogelijkheden van voortzetting van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege met verblijf in een forensische verslavingskliniek (FVK) dan wel een forensisch psychiatrische kliniek (FPK) met expertise op het gebied van de behandeling van verslavingspathologie.

Aanvullend reclasseringsadvies van 27 februari 2026

De opdracht van het hof heeft geresulteerd in het aanvullend reclasseringsadvies van 27 februari 2026, dat onder meer het volgende inhoudt. Divisie Individuele Zaken heeft een aantal forensische klinieken/zorginstellingen aangeschreven. Daaruit bleek dat Tactus bereid is de terbeschikkinggestelde binnen het huidige juridisch kader op te nemen in de [locatie] , een FVK. Na het bericht van Tactus heeft de reclassering een indicatie aangevraagd voor de terbeschikkinggestelde. De [locatie] heeft een wachtlijst, met een wachttermijn van twee tot vijf maanden na aanmelding.
Ondanks dat Tactus bereid is de terbeschikkinggestelde op te nemen, is de reclassering gebleven bij haar eerder uitgebrachte advies om te beslissen tot hervatting van de verpleging van overheidswege. De terbeschikkinggestelde heeft veel kansen gehad binnen het kader van een voorwaardelijke beëindiging, maar zijn houding en vaardigheden zijn ontoereikend gebleken voor een succesvolle behandeling en resocialisatie binnen dat kader.

Zitting van 2 april 2026

Informatie vanuit de reclassering (deskundige Van Haren )
Op de zitting van het hof van 2 april 2026 heeft deskundige Van Haren (reclasseringswerker) verklaard dat de indicatie voor de terbeschikkinggestelde inmiddels is afgegeven en dat de wachttijd van twee tot vijf maanden nog actueel is.
Beslissing hof
Het hof heeft op de zitting het voornemen kenbaar gemaakt zodanig te beslissen dat de terbeschikkinggestelde een klinische behandeling kan ondergaan in de [locatie] . Het hof heeft toen het onderzoek geschorst, in afwachting van nadere informatie over de datum waarop de terbeschikkinggestelde kan worden opgenomen in de [locatie] .

Zitting van 2 juli 2026

Informatie vanuit de reclassering (deskundige De Greef )
Op de zitting van het hof van 2 juli 2026 heeft deskundige De Greef verklaard dat er nog geen concrete datum bekend is waarop de terbeschikkinggestelde in de [locatie] kan worden opgenomen. De geschatte wachttijd is nog twee tot vier maanden. De kliniek heeft aangegeven nog steeds achter de opname van de terbeschikkinggestelde te staan.
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
Het gaat goed met de terbeschikkinggestelde. Hij is nog steeds clean, werkt hard in de P.I., slikt zijn medicatie en is het contact met zijn zoon aan het opbouwen. Een mogelijk lang behandeltraject vanuit de [locatie] schrikt hem niet af.
De raadsvrouw en de terbeschikkinggestelde hebben zich niet verzet tegen een verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar. Voor haar verdere standpunten heeft de raadsvrouw verwezen naar de door haar overgelegde pleitnota’s op de zittingen van 4 december 2025 en 2 april 2026.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft haar standpunt van de zitting van 2 april 2026 gehandhaafd. De beslissing van de rechtbank dient te worden vernietigd, de vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege dient te worden afgewezen en de terbeschikkingstelling dient met twee jaar te worden verlengd. Verder heeft de advocaat-generaal verzocht om de zaak opnieuw aan te houden tot er meer duidelijk is over de opnamedatum van de terbeschikkinggestelde in de [locatie] .

Oordeel van het hof

Vernietiging
Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen omdat het in ieder geval tot een andere verlengingsbeslissing komt.
Indexdelict en overdracht van het Belgische vonnis
Op 5 januari 2021 heeft de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde (België), de internering gelast van de veroordeelde. Die maatregel is opgelegd voor brandstichting in een woning.
In het kader van een WETS-procedure heeft de bijzondere kamer van dit hof op 24 juni 2021 onder meer geoordeeld dat er geen gronden zijn om de erkenning van de Belgische uitspraak door Nederland te weigeren, en dat de aan de terbeschikkinggestelde in België opgelegde interneringsmaatregel dient te worden gewijzigd in de maatregel van een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Daarbij heeft de bijzondere kamer overwogen dat het indexdelict naar Nederlands recht moet worden gekwalificeerd als ‘Opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar goeden te duchten is en terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is’ en dat dit een misdrijf is dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De terbeschikkingstelling is daarom niet in duur beperkt, aldus de bijzondere kamer.
Voorwaardelijke beëindiging verpleging van overheidswege
Op 14 november 2022 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, beslist tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
Stoornis en recidivegevaar
Uit de Pro Justitia rapportage van forensisch psycholoog Geurkink van 27 mei 2026 volgt dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van ernstige gecombineerde psychopathologie, bestaande uit ADHD (gecombineerd beeld), een ander gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met borderline kenmerken, forse verslavingsproblematiek en zwakbegaafdheid.
Wanneer de terbeschikkinggestelde uit zorg, zonder toezicht en ondersteuning raakt, schat de forensisch psycholoog de kans op recidive in als groot. Hierbij wordt aangetekend dat wordt gedoeld op recidive op minder en matige geweldsdelicten en niet op agressieve escalatie.
Verlenging van de terbeschikkingstelling
Op basis van het voorgaande is het hof van oordeel dat het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de terbeschikkingstelling wordt verlengd.
Duur van de verlenging
Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van met een termijn van één jaar. Het hof ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.
De reclassering heeft in het verlengingsadvies van 15 juni 2026, uitgebracht in het kader van de opvolgende verlengingszaak bij de rechtbank, geadviseerd de terbeschikkingstelling met twee jaren te verlengen. Daaraan heeft de reclassering ten grondslag gelegd dat, indien de terbeschikkinggestelde een nieuwe behandelkans krijgt binnen het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege, een verlenging met twee jaren noodzakelijk is vanwege de nog te starten behandeling en het opnieuw vormgeven van het traject. Ook forensisch psycholoog Geurkink heeft in de Pro Justitia rapportage van 27 mei 2026 geadviseerd de terbeschikkingstelling met twee jaren te verlengen. Volgens de rapporteur dient de benodigde behandeling plaats te vinden binnen het huidige juridische kader en zal sprake zijn van een langdurig behandeltraject.
Het hof neemt de inhoud van deze adviezen over. De klinische behandeling in de [locatie] moet nog aanvangen, terwijl de huidige termijn van de terbeschikkingstelling op 18 augustus 2026 expireert. Gelet op de aard en de verwachte duur van het beoogde behandeltraject acht het hof aannemelijk dat behandeling en resocialisatie meer tijd zullen vergen dan resteert bij een verlenging met één jaar. Het hof zal de terbeschikkingstelling daarom met een termijn van twee jaren verlengen.
Aanhouding van de beslissing op de vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege
Het hof ziet aanleiding de beslissing op de vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege opnieuw aan te houden. Het hof acht het – bij gelijkblijvende omstandigheden – nog steeds wenselijk dat de terbeschikkinggestelde de mogelijkheid krijgt een klinische behandeling te volgen in de [locatie] binnen het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. De kliniek heeft weliswaar bevestigd de terbeschikkinggestelde nog steeds te willen opnemen, maar ter zitting is gebleken dat er nog altijd geen concrete opnamedatum bekend is. Onder die omstandigheden acht het hof het niet aangewezen reeds een definitieve beslissing te nemen op de vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege.
Het hof zal de beslissing op die vordering daarom aanhouden en het onderzoek voor onbepaalde tijd schorsen (maximaal drie maanden), teneinde de reclassering in de gelegenheid te stellen het hof te informeren over de concrete datum waarop de terbeschikkinggestelde in de [locatie] kan worden opgenomen. Zodra hierover duidelijkheid bestaat, zal het hof het onderzoek hervatten en de vordering beoordelen.

Tussenbeslissing

Het hof:
Vernietigtde beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 25 juli 2025 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde,
[terbeschikkinggestelde] ;

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar;

Heropenthet onderzoek met voormeld doel en
schorsthet onderzoek voor
onbepaalde tijd, maar voor niet langer dan drie maanden;
Beveeltde oproeping van de terbeschikkinggestelde tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving hiervan aan de raadsvrouw;

Beveelt de oproeping tegen het nog nader te bepalen tijdstip van:

- L.M.J. de Greef , reclasseringswerker;
Houdtde beslissing op de vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege aan.
Aldus gedaan door
mr. M.J. Vos, voorzitter,
mr. J. Steenbrink en mr. M. Zwartjes, raadsheren,
en dr. W.J. Canton en drs. B. Koudstaal, raden,
in tegenwoordigheid van mr. I.H. Scharrenberg, griffier,
en op 16 juli 2026 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.