Uitspraak
1.De procedure bij de rechtbank
2.De procedure bij het hof
- het tijdig ingediend beroepschrift met producties;
- de brief van 29 juni 2026 van mr. Jansen met producties;
- de brief van 2 juli 2026 van de beschermingsbewindvoerder.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De appellant verzocht bij de rechtbank Overijssel om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp), maar dit verzoek werd afgewezen omdat hij niet te goeder trouw was en niet aannemelijk had gemaakt dat hij aan de wsnp-verplichtingen zou voldoen. De appellant stelde in hoger beroep dat hij door omstandigheden buiten zijn macht niet op de zittingen kon verschijnen en dat de rechtbank het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden.
Het hof heeft het verzoekschrift onderzocht en vastgesteld dat het onvolledig en onjuist was. Zo ontbrak een volwaardige vtlb-berekening en was de crediteurenlijst onjuist, onder meer doordat schulden waren opgenomen die niet meer bestonden. Ook was de financiële situatie van appellant onduidelijk, mede doordat de beschermingsbewindvoerder geen actuele schuldenstand verstrekte.
Verder kon appellant niet aannemelijk maken dat hij de wsnp-verplichtingen zou nakomen. Hij gaf aan een werktraject te volgen en op een wachtlijst te staan voor behandeling van mentale problemen, maar leverde hiervoor geen bewijs. Zijn afwezigheid op eerdere zittingen en het niet nakomen van de inlichtingenplicht versterkten het oordeel dat hij niet aan de voorwaarden voldeed.
Een beroep op de hardheidsclausule werd eveneens verworpen omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat hij zijn omstandigheden onder controle had gekregen en de verplichtingen zou nakomen. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de wsnp wegens onvolledige en onjuiste informatie en onvoldoende aannemelijkheid van nakoming van verplichtingen.