ECLI:NL:GHARL:2026:4560

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
200.369.658
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 lid 1 FwArt. 285 lid 3 FwArt. 288 lid 1 sub b FwArt. 288 lid 1 sub c FwArt. 288 lid 3 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvolledige en onjuiste informatie

De appellant verzocht bij de rechtbank Overijssel om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp), maar dit verzoek werd afgewezen omdat hij niet te goeder trouw was en niet aannemelijk had gemaakt dat hij aan de wsnp-verplichtingen zou voldoen. De appellant stelde in hoger beroep dat hij door omstandigheden buiten zijn macht niet op de zittingen kon verschijnen en dat de rechtbank het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden.

Het hof heeft het verzoekschrift onderzocht en vastgesteld dat het onvolledig en onjuist was. Zo ontbrak een volwaardige vtlb-berekening en was de crediteurenlijst onjuist, onder meer doordat schulden waren opgenomen die niet meer bestonden. Ook was de financiële situatie van appellant onduidelijk, mede doordat de beschermingsbewindvoerder geen actuele schuldenstand verstrekte.

Verder kon appellant niet aannemelijk maken dat hij de wsnp-verplichtingen zou nakomen. Hij gaf aan een werktraject te volgen en op een wachtlijst te staan voor behandeling van mentale problemen, maar leverde hiervoor geen bewijs. Zijn afwezigheid op eerdere zittingen en het niet nakomen van de inlichtingenplicht versterkten het oordeel dat hij niet aan de voorwaarden voldeed.

Een beroep op de hardheidsclausule werd eveneens verworpen omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat hij zijn omstandigheden onder controle had gekregen en de verplichtingen zou nakomen. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de wsnp wegens onvolledige en onjuiste informatie en onvoldoende aannemelijkheid van nakoming van verplichtingen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.369.658
rekestnummer rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo 2602530
arrest van 14 juli 2026
in de zaak van:
[appellant]
die woont in [woonplaats]
advocaat: mr. J.E.W. Jansen

1.De procedure bij de rechtbank

De rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, heeft bij vonnis van 26 mei 2026 het verzoek van [appellant] om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (de wsnp) afgewezen.

2.De procedure bij het hof

2.1.
Bij op 2 juni 2026 bij het hof binnengekomen beroepschrift heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 26 mei 2026. [appellant] verzoekt het hof dat vonnis te vernietigen en alsnog het verzoek om toelating tot de wsnp toe te wijzen.
2.2.
Het hof heeft kennisgenomen van:
  • het tijdig ingediend beroepschrift met producties;
  • de brief van 29 juni 2026 van mr. Jansen met producties;
  • de brief van 2 juli 2026 van de beschermingsbewindvoerder.
2.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 7 juli 2026. Hierbij is [appellant] verschenen, bijgestaan door mr. Jansen.

3.De feiten, het oordeel van de rechtbank en het standpunt van [appellant]

De feiten
3.1.
Door het overlijden van zijn dochter in 2021, zijn bij [appellant] mentale problemen ontstaan en is hij naar zijn eigen zeggen daardoor in financiële problemen terechtgekomen. [appellant] is op 18 juni 2024 onder beschermingsbewind gesteld en heeft zich gemeld bij de gemeentelijke schuldhulpverlening. Volgens het overgelegde crediteurenoverzicht heeft [appellant] een totale schuldenlast van € 17.463,93 bij diverse schuldeisers. Hij heeft geprobeerd om met zijn schuldeisers een minnelijke schuldregeling overeen te komen, maar niet alle schuldeisers zijn akkoord gegaan. Vervolgens heeft [appellant] een verzoek om toelating tot de wsnp ingediend bij de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
3.2.
De rechtbank heeft het verzoek afgewezen. [appellant] is tweemaal opgeroepen om op zitting te verschijnen en geïnformeerd over de eventuele gevolgen als hij afwezig zou zijn. [appellant] is toch tweemaal niet op zitting bij de rechtbank verschenen, omdat hij onverwachts voor zijn zieke kinderen moest zorgen. Door niet op zitting te verschijnen heeft [appellant] niet aannemelijk gemaakt dat hij te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de indiening van zijn verzoek (artikel 288 lid 1 sub b Fw Pro). Ook heeft [appellant] niet aannemelijk gemaakt dat hij de wsnp-verplichtingen naar behoren zal nakomen (artikel 288 lid 1 sub c Fw Pro).
Het standpunt van [appellant]
3.3.
[appellant] kan zich niet verenigen met dit oordeel van de rechtbank. [appellant] heeft aangegeven dat hij niet kon verschijnen op de zitting bij de rechtbank door omstandigheden die buiten zijn macht lagen. Door het verzoek af te wijzen zonder hem te horen, heeft de rechtbank volgens [appellant] gehandeld in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor. Hij voldoet wel aan de toelatingseisen van de wsnp, aldus [appellant] .

4.Motivering van de beslissing in hoger beroep

4.1.
Het hof is van oordeel dat [appellant] niet tot de wsnp kan worden toegelaten. Op de mondelinge behandeling is gebleken dat het door [appellant] overgelegde verzoekschrift onjuiste informatie bevat en onvolledig is, zodat niet kan worden geoordeeld dat hij aan de toelatingseisen voldoet. Het hof licht hierna toe hoe hij tot dit oordeel komt.
Te goeder trouw
4.2.
[appellant] moet aannemelijk maken dat hij ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest (artikel 288 lid 1 sub b Fw Pro). Aan de hand van stukken moet [appellant] inzichtelijk maken wat zijn financiële positie is.
4.3.
[appellant] is hierin onvoldoende geslaagd. Hoewel in het verzoekschrift is verklaard dat een vtlb-berekening is toegevoegd aan het verzoekschrift, ontbreekt een volwaardige vtlb-berekening. Op de mondelinge behandeling heeft [appellant] toegelicht dat de vtlb-berekening door de beschermingsbewindvoerder is uitgevoerd en bij hem aanwezig is. [appellant] heeft ook op de zitting verklaard dat de overgelegde crediteurenlijst niet klopt. Zo heeft hij tijdens de zitting toegelicht dat de schuld aan LBIO die opgenomen is in de crediteurenlijst niet meer zou bestaan. [appellant] heeft niet inzichtelijk gemaakt wat de huidige schuldenstand precies is, omdat ook de beschermingsbewindvoerder de huidige schuldenstand niet heeft verstrekt. Het is echter aan [appellant] om aan de hand van stukken inzichtelijk te maken welke schulden er zijn en aan wie, hoe hoog deze schulden exact zijn, wanneer de schulden zijn ontstaan en wat de ontstaansredenen van die schulden zijn.
4.4.
[appellant] heeft op de mondelinge behandeling ook verklaard dat hij in totaal zes kinderen heeft en meerdere kinderen bij hem en zijn huidige partner wonen, terwijl in zijn verzoekschrift staat dat hij geen inwonende kinderen heeft. Volgens [appellant] heeft de Stadsbank de aangeleverde gegevens verkeerd in het verzoekschrift verwerkt en kon hij geen invloed meer uitoefenen op de inhoud van het verzoekschrift. Het hof kan [appellant] hierin niet volgen, want het had op de weg van [appellant] gelegen om deze onjuistheden aan te (laten) passen voordat het verzoekschrift werd ingediend. Ook neemt het hof in aanmerking dat de ontstaansreden van de schulden, namelijk de mentale problemen die bij [appellant] zijn ontstaan na het overlijden zijn dochter in 2021, niet rijmt met de schulden opgenomen in de crediteurenlijst. Het merendeel van de opgevoerde schulden is juist voor 2021 ontstaan.
4.5.
Uit het voorgaande volgt dat het verzoekschrift onvolledig is en onjuistheden bevat en dat daardoor voor het hof de gehele financiële situatie van [appellant] onduidelijk is. [appellant] heeft daarom niet aannemelijk gemaakt dat hij te goeder trouw is ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend.
Nakoming wsnp-verplichtingen
4.6.
Ook moet [appellant] aannemelijk maken dat hij de uit de wsnp voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven (artikel 288 lid 1 sub c Fw Pro). Om [appellant] toe te laten zal sprake moeten zijn van een zodanig stabiele levenssituatie dat het vertrouwen gerechtvaardigd is dat [appellant] genoemde verplichtingen kan nakomen.
4.7.
Het hof kan niet vaststellen dat deze situatie zich hier voordoet. [appellant] stelt dat hij een werktraject bij de gemeente volgt om zijn mentale toestand te verbeteren en dat de gemeente hem om die reden heeft ontheven van zijn sollicitatieverplichting. Op de mondelinge behandeling heeft [appellant] verklaard op de wachtlijst te staan voor een behandeling voor zijn mentale problemen. [appellant] heeft echter geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij is ontheven van zijn sollicitatieverplichting of op de wachtlijst staat voor de behandeling van zijn mentale problemen. Daarnaast is [appellant] twee keer niet op de zitting verschenen bij de rechtbank en daardoor heeft hij zijn inlichtingenplicht geschonden. [appellant] heeft onvoldoende toegelicht dat hij in de wsnp zijn inlichtingenplicht wel zal nakomen. Ook volgt uit wat hiervoor in rechtsoverweging 4.5 is geoordeeld dat voor het hof de gehele financiële situatie van [appellant] onduidelijk is, waardoor het hof niet kan beoordelen of [appellant] zijn financiële verplichtingen in de wsnp zal nakomen.
4.8.
Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat [appellant] niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de uit de wsnp voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
Hardheidsclausule
4.9.
Het verzoek om toegelaten te worden tot de wsnp kan, ondanks het feit dat niet aan de toelatingsgrond van artikel 288 lid 1 sub b Fw Pro is voldaan, door het bepaalde in artikel 288 lid 3 Fw Pro toch worden toegewezen, als voldoende aannemelijk is dat [appellant] de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen (de hardheidsclausule). Ook bij een beroep op de hardheidsclausule moet voor toelating tot de wsnp aan de overige toelatingsvoorwaarden van artikel 288 lid 1 Fw Pro worden voldaan. Omdat [appellant] niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de uit de wsnp voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven (artikel 288 lid 1 sub c Fw Pro), moet een beroep op de hardheidsclausule worden verworpen.
4.10.
Daarnaast heeft [appellant] zijn beroep op de hardheidsclausule onvoldoende toegelicht en onderbouwd. Hoewel [appellant] onder beschermingsbewind staat en een werktraject bij de gemeente volgt, is van een bestendige gedragsverandering en/of controle over zijn mentale problemen onvoldoende gebleken. Dat de beschermingsbewindvoerder in zijn brief van 2 juli 2026 heeft verklaard dat [appellant] heeft meegewerkt aan het beschermingsbewind en heeft voldaan aan de verplichtingen die de gemeente stelt aan een bijstandsuitkering, is ontoereikend om tot een andersluidend oordeel te komen.
Conclusie
4.11.
Het hoger beroep slaagt niet. Het hof zal beslissen zoals hierna is vermeld.

5.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 26 mei 2026.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.P.M. Hennekens, G.J. Meijer en A.E. de Vos en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juli 2026.