Uitspraak
[verdachte] ,
Hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Vonnis
- opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod (feit 1);
- diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking (feit 2);
- stoffen of voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstig reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in de artikel 11, derde en vijfde lid, strafbaar gestelde feiten (feit 3).
Tenlastelegging
hij op of omstreeks 28 september 2022 te [plaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1560 gram hennep en/of 450 hennepstekken, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij, op een of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 28 september 2022 te [plaats] een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen elektriciteit onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;
hij op of omstreeks 28 september 2022 te [plaats] stoffen en/of voorwerpen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd of voorhanden gehad, te weten (onder meer)
Bewijsbeslissing
Bewezenverklaring
hij op
of omstreeks28 september 2022 te [plaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad
ongeveer1560 gram hennep en
/of450 hennepstekken,
in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep,zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij
, op een of meerdere tijdstippen,in
of omstreeksde periode van 10 januari 2022 tot en met 28 september 2022 te [plaats] een hoeveelheid elektriciteit,
in elk geval enig goed,dat
/die geheel of ten deleaan [benadeelde] ,
in elk geval aan een andertoebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte
zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/ofdie
/datweg te nemen elektriciteit onder zijn bereik heeft gebracht door middel van
braak en/ofverbreking;
hij op
of omstreeks28 september 2022 te [plaats] stoffen en
/ofvoorwerpen heeft
bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd ofvoorhanden gehad, te weten (onder meer)
, althans een of meerdere,assimilatielampen en
/of
, althans een of meerdere,armaturen met lamp en
/of
/of
, althans een of meerdere,koolstoffilters en
/of
, althans een of meerdere,ventilatoren en
/of
, althans een of meerdere,slakkenhuizen en
/of
/of
, althans een of meerdere,plantenbakken en
/ofpotgrond en
/of
een of meerderedroognetten en
/of
/of
een of meerdereschakelborden en
/of
een of meerdereaan- en afzuiginstallaties
en/of
dan wel vervoermiddelen, ruimten, gelden, andere betaalmiddelen en/of gegevens voorhanden heeft gehad, te weten
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf en/of maatregel
Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde]
- administratiekosten tot een bedrag van € 407,40;
- 1 fase kWh meter tot een bedrag van € 21,74;
- netwerkkosten tot een bedrag van (203 dagen x € 1.66466 =) € 337,93;
- verbruik elektriciteit tot een bedrag van (59.799 kWh x € 0,20286 =) € 12.130,83;
- uurtarief inspecteur tot een bedrag van (3 uur x € 78,- =) € 234,-;
Vordering tot tenuitvoerlegging
Wetsartikelen
BESLISSING
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 1 (één) maand.
1 (één) jaaraan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
taakstrafvan
150 (honderdvijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
€ 11.981,90 (elfduizend negenhonderdeenentachtig euro en negentig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.