Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Het onderzoek van de zaak
Het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht
Tenlastelegging
Bewijsoverweging
Bewezenverklaring
hij in de periode van 30 oktober 2020 tot en met 1 november 2020 te [plaats] , gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk heeft bereid en bewerkt en verwerkt een hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine, zijnde methamfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
hij op of omstreeks 1 november 2020 te [plaats] , gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging met anderen een hoeveelheid elektriciteit, die aan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoort, te weten aan [bedrijf] , heeft weggenomen, met het oogmerk om zich die wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders dat weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking, door een of meer ijkzegel(s) en/of het deksel van de elektriciteitsmeter te verbreken en/of verwijderen en vervolgens een elektriciteitsaansluiting buiten de meter om te maken;
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 1 november 2020 te [plaats] , gemeente [gemeente] , een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool van het merk Walther, model P22, kaliber .22LR, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, en drie daarbij behorende patroonmagazijnen voorhanden heeft gehad;
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 1 november 2020 te [plaats] , gemeente [gemeente] , munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 21 kogelpatronen van het kaliber .22LR, voorhanden heeft gehad.
Strafbaarheid van de bewezen verklaarde feiten
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
- de omstandigheid dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk bereiden, bewerken en verwerken van methamfetamine en aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van methamfetamine en hennep. Het gerechtshof beschouwt de verdachte als degene die aan de wieg heeft gestaan van het drugslab in de sportschool en verenigt zich verder met wat de rechtbank in de strafmotivering in het vonnis heeft overwogen:
Dit alles heeft er in geresulteerd dat in de sportschool van verdachte op grote schaal methamfetamine kon worden geproduceerd. Dat er slechts een geringe hoeveelheid methamfetamine is aangetroffen doet daar niet aan af. Tijdig ingrijpen door de politie heeft de productie van een grote hoeveelheid voorkomen.
- de omstandigheid dat de verdachte een vuurwapen en munitie voorhanden heeft gehad. Het ongecontroleerde bezit van wapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en leidt tot gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Dat vuurwapens een gevaar vormen voor de samenleving blijkt wel uit het feit dat er regelmatig vuurwapenincidenten plaatsvinden, ook met dodelijke afloop of met zwaar letsel tot gevolg. Aan dergelijke vuurwapenincidenten ligt niet zelden een drugsconflict ten grondslag. Dat de verdachte bezig is geweest om op legale wijze over een vuurwapen te beschikken, maakt dit niet anders. Het was hem immers al enige tijd duidelijk dat die weg voor hem niet open stond en hij heeft desondanks dit vuurwapen en de bijbehorende munitie onder zich gehouden;
- de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht ter zake van delicten ingevolge de Wet wapens en munitie. In het geval van het voorhanden hebben van een wapen van categorie III van die wet kan in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van meerdere maanden worden opgelegd.
Wetsartikelen
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
32 (tweeëndertig) maanden.
16 (zestien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.