ECLI:NL:GHARL:2026:4618

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
21-001238-24
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36b SrArt. 36d SrArt. 47 SrArt. 55 SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging en verlenging gevangenisstraf voor vervaardiging en bezit van amfetamine(olie)

Verdachte werd door de rechtbank Gelderland veroordeeld voor het samen met anderen vervaardigen, aanwezig hebben en voorbereiden van amfetamine(olie) in de periode van januari tot april 2020. Daarnaast werd een personenauto onttrokken aan het verkeer. Verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis, waarbij het hof het vonnis grotendeels bevestigde, behalve de duur van de gevangenisstraf.

Het hof oordeelde dat verdachte een organiserende rol had in het drugslab en uitvoeringshandelingen verrichtte, waaronder het aanleveren van chemicaliën. De handel in amfetamine wordt als ernstig en schadelijk voor de volksgezondheid en het milieu beschouwd, met ondermijnende effecten op de samenleving. De strafrechtelijke afwegingen leidden tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De redelijke termijn was in eerste aanleg en hoger beroep aanzienlijk overschreden, wat het hof zwaar meeweegt bij de strafoplegging. Gelet op de ernst van de feiten en de LOVS-richtlijnen acht het hof een gevangenisstraf van 24 maanden passend. De onttrekking van de Audi aan het verkeer blijft gehandhaafd. De straf zal volledig in detentie worden uitgevoerd, met mogelijke deelname aan penitentiaire programma's of voorwaardelijke invrijheidstelling volgens wettelijke regelingen.

Uitkomst: Gevangenisstraf van 24 maanden en onttrekking van een personenauto aan het verkeer opgelegd.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001238-24
Uitspraakdatum: 13 juli 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 5 maart 2024 met parketnummer 05-321511-20 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1967 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres]

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 29 juni 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. D.T. Kampinga, hebben aangevoerd.

Het vonnis

In het vonnis is bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan
feit 1: samen met anderen vervaardigen van ongeveer 160 liter amfetamine(olie) in de periode van 1 januari 2020 tot en met 14 april 2020 in [plaats] ,
feit 2: samen met anderen aanwezig hebben van ongeveer 160 liter amfetamine(olie) op 14 april 2020 in [plaats] en
feit 3: samen met anderen voorwerpen en stoffen voorhanden hebben die bestemd zijn om amfetamine(olie) te produceren op 14 april 2020 in [plaats] .
De rechtbank Gelderland heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de rechtbank besloten dat een personenauto van het merk Audi moet worden onttrokken aan het verkeer.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank Gelderland op juiste gronden heeft beslist.
Het hof bevestigt het vonnis, behalve voor zover het betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf. Ten aanzien van dit onderdeel van het vonnis komt het hof tot een andere beslissing dan de rechtbank Gelderland. In zoverre vernietigt het hof het vonnis.

Oplegging van straf

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 2 en 3
tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24
maanden en dat de in beslag genomen Audi zal worden onttrokken aan het verkeer.
De raadsvrouw heeft verzocht verdachte vrij te spreken. Indien het hof toch tot een bewezenverklaring komt, heeft zij verzocht om bij de op te leggen straf rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en daarnaast gelet op de persoon van de verdachte. Het hof sluit aan bij de overwegingen uit het vonnis van de rechtbank en heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
Verdachte heeft zich samen met anderen in een periode van ruim drie maanden schuldig gemaakt aan het vervaardigen van amfetamine(olie), het aanwezig hebben van amfetamine(olie) en voorbereidingshandelingen voor de productie van amfetamine(olie). Verdachte heeft een organiserende rol bij het opzetten van een drugslab gehad. Hij heeft de medeverdachten bij elkaar gebracht. Verdachte heeft verder uitvoeringshandelingen verricht, waaronder het vervaardigen van amfetamine(olie) en het aanleveren van goederen en chemicaliën voor het drugslab.
Door het handelen van verdachte wordt de handel in verdovende middelen in stand gehouden en is hij medeverantwoordelijk voor de nadelige effecten die door de handel in en het gebruik van verdovende middelen worden veroorzaakt. Daarbij is van belang dat amfetamine zwaar verslavend is en schadelijk is voor de gezondheid van de gebruikers van deze drugs. Verdachte heeft hieraan een bijdrage geleverd.
Van de georganiseerde drugshandel gaat in toenemende mate een ondermijnend en
corrumperend effect uit. Boven- en onderwereld raken steeds meer met elkaar vermengd. Niet alleen worden grote sommen crimineel geld geïnvesteerd in legale activiteiten maar worden ook medewerkers van bijvoorbeeld op zichzelf bonafide bedrijven en zelfs van opsporingsinstanties omgekocht en ingezet voor de handel in drugs. De handel in harddrugs is regelmatig de oorzaak van geweldsexplosies waarmee ook onschuldige en nietsvermoedende burgers worden geconfronteerd.
Voor de productie van synthetische drugs, in dit geval amfetamine, wordt gebruik gemaakt van chemische grondstoffen die bijzonder schadelijk zijn voor de volksgezondheid en het milieu. De productie vindt gewoonlijk plaats in daarvoor niet bestemde ruimten, zoals in dit geval een schuur. Bij het ondeskundig opslaan en bewerken van dergelijke grondstoffen kan
ontploffingsgevaar optreden met alle gevolgen voor de omgeving van dien. In dit geval stonden containers, jerrycans en emmers met chemische vloeistoffen en restanten daarvan opgeslagen op een buitenterrein en in een giertank. Ook gaat de productie van synthetische drug vaak gepaard met het dumpen van afvalstoffen in de omgeving, wat zeer schadelijke milieueffecten met zich brengt.
Verdachte heeft zich van alle hiervoor genoemde negatieve effecten kennelijk niets
aangetrokken. Hij heeft zich enkel laten leiden door zijn eigen financiële gewin.
De feiten rechtvaardigen de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Uit het Uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 1 juni 2026 blijkt dat op 5 december 2025 aan verdachte een strafbeschikking is opgelegd voor rijden onder invloed.
Verdachte is op 6 juli 2020 in verzekering gesteld. Op dat moment is de redelijke termijn
aangevangen. Een eindvonnis dient vervolgens in de regel binnen twee jaren te volgen. In de
zaak van verdachte heeft de rechtbank op 5 maart 2024 vonnis gewezen. Dit is drie jaar, acht maanden en vijftien dagen later. Daarmee is de redelijke termijn in eerste aanleg met één jaar, acht maanden en vijftien dagen overschreven.
Verdachte heeft op 8 maart 2024 hoger beroep ingesteld, waarna door het hof op 13 juli 2026 arrest wordt gewezen. Daarmee heeft de behandeling in hoger beroep evenmin binnen twee jaar plaatsgevonden.
Het hof stelt vast dat de termijn van berechting in twee instanties ruim zes jaar heeft geduurd. De redelijke termijn is daardoor met ruim twee jaar overschreden. Deze overschrijding is niet te wijten aan de ingewikkeldheid van de zaak, de proceshouding van verdachte of door onderzoekwensen van de verdediging.
Het hof houdt bij de bepaling van de straf dan ook in sterke mate rekening met de forse overschrijding van de redelijke termijn.
Naar het oordeel van het hof past gelet op de ernst van het bewezenverklaarde geen andere of lichtere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur daarvan heeft het hof aansluiting gezocht bij het bepaalde in de LOVS-richtlijnen, waaruit blijkt dat een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden in beginsel passend is.
Gelet op de hiervoor geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn acht het hof, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, zoals door de advocaat-generaal is gevorderd, passend en noodzakelijk.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 36b, 36d, 47, 55, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet.
Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de duur van de op te leggen gevangenisstraf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige (inclusief de onttrekking aan het verkeer van de personenauto met [kenteken] , merk Audi, [chassisnummer] , bouwjaar 2008, goednummer PL0600-
2020312937-2302519), met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door mr. R.W. van Zuijlen, mr. F.A.M. Bakker en mr. C.T. Tjauw-Foe, in aanwezigheid van de griffier mr. S.G.J. Berk en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 13 juli 2026.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 13 juli 2026.
Tegenwoordig:
mr. C.T. Tjauw-Foe, voorzitter,
mr. C.C.M. Poland, advocaat-generaal,
E.K. de Leau, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.