Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Samenvatting
2.De feiten
3.De procedure bij de rechtbank
4.De procedure bij het hof
5.De overwegingen voor de beslissing
Evenmin heeft de man gespecificeerd of toegelicht ter onderbouwing van welke stellingen de door hem overgelegde stukken dienen. Dat had wel op zijn weg gelegen, in de eerste plaats omdat hij in hoger beroep is gekomen en de rechtbank hem in eerste aanleg al heeft gewezen op deze tekortkomingen, maar bovenal omdat het voor de wederpartij van belang is dat zij weet waartegen zij zich moet verweren.De rechter hoeft immers alleen te letten op feiten waarop een partij ter ondersteuning van haar standpunt een beroep heeft gedaan, en de enkele omstandigheid dat uit door een partij overgelegde stukken een bepaald feit blijkt, impliceert niet dat zij zich ter ondersteuning van haar standpunt op dat feit beroept. [1] Op de zitting heeft de man wel enige toelichting gegeven op de stukken. Het hof zal daarom alle overgelegde stukken bij zijn beoordeling betrekken. Daarbij overweegt het hof dat het (mede) gaat om kinderalimentatie en het hof daarin een actievere rol heeft dan in een zuiver civiele zaak. Het hof zal echter, net als de rechtbank, tot de conclusie komen dat de man onvoldoende stukken heeft overgelegd om te kunnen vaststellen dat hij de verzochte bijdragen niet kan betalen.
€ 4.523,- per maand bruto in 2025.
€ 78.000,- netto per jaar, wat neerkomt op een winst uit de onderneming van € 125.000,- per jaar, ervan uitgaande dat de man zijn inkomsten (alleen) uit de onderneming(en) genereerde. De vrouw had toen een Wajong-uitkering van € 1.493,- per maand, zo is onbetwist vastgesteld. Volgens de vrouw gaf de man haar regelmatig dure sieraden. De man heeft dat niet ontkend. Op de mondelinge behandeling bij het hof heeft de man daarnaast verteld dat hij de vrouw regelmatig geld gaf, zoals € 4.000,- contant voor haar verhuizing en € 1.000,- contant voor een koelkast.
Na aftrek van de kosten van de kinderen van € 1.930,- per maand, was € 3.538,- netto per maand beschikbaar voor de vrouw in 2024. Dat is € 3.538,- netto per maand in 2025. Na aftrek van de Wajong-uitkering van de vrouw van € 1.395,- netto per maand, resteert een aanvullende behoefte van € 2.373,- netto per maand. Dat is € 4.523,- per maand bruto in 2025.