ECLI:NL:GHARL:2026:4673
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- D. Stikkelbroeck
- J. Corthals
- R.D.J. Visschers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens vervolgingsbeletsel op grond van Vluchtelingenverdrag bij gebruik valse verblijfskaart
De verdachte, een Syriër die in 2015 of 2016 naar Turkije vluchtte en in 2023 naar Nederland reisde, werd vervolgd voor het opzettelijk gebruik van een valse Belgische verblijfskaart bij binnenkomst in Nederland. Hij had kort na binnenkomst een asielaanvraag ingediend en later een asielvergunning ontvangen met terugwerkende kracht.
Het hof onderzocht of het vervolgingsbeletsel van artikel 31 lid 1 van Pro het Vluchtelingenverdrag van toepassing was. Dit artikel beschermt vluchtelingen tegen strafrechtelijke vervolging wegens illegale binnenkomst, mits zij rechtstreeks komen uit een land waar hun leven of vrijheid wordt bedreigd. Het hof oordeelde dat het verblijf van de verdachte in Turkije, hoewel langdurig, niet het vervolgingsbeletsel wegneemt, mede omdat hij in Turkije een tijdelijk verblijfsdocument had dat niet werd verlengd en hij het risico liep uitgezet te worden naar Syrië.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging, omdat de vervolging in strijd is met het Vluchtelingenverdrag. Hiermee werd de verdachte beschermd tegen strafrechtelijke vervolging voor het gebruik van de valse verblijfskaart in het kader van zijn asielaanvraag.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wegens toepassing van het vervolgingsbeletsel uit artikel 31 lid 1 van het Vluchtelingenverdrag.