ECLI:NL:GHARL:2026:4695

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
21-005137-24
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 592a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak vernieling schilderijen wegens onvoldoende bewijs en onduidelijke datering

De verdachte was door de politierechter veroordeeld voor het vernielen van schilderijen van de benadeelde, waarbij een taakstraf en vervangende hechtenis werden opgelegd. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd omdat het bewijs onvoldoende was om de tenlastegelegde vernieling te bewijzen.

Het hof kon niet vaststellen wanneer de beschadigingen aan de schilderijen waren ontstaan en wanneer de verdachte zich in de ruimtes met de schilderijen had bevonden. Hoewel er een DNA-profiel van de verdachte op een schilderdoos was aangetroffen, ontbrak het aan bewijs over de periode van aankoop en aanwezigheid. Getuigenverklaringen wezen erop dat de beschadigingen mogelijk al voor de ten laste gelegde periode bestonden en dat meerdere personen toegang hadden tot de ruimtes.

De enkele constatering van rancuneus motief door de verbalisant was onvoldoende om opzet aan te nemen. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde werd afgewezen omdat de vernieling niet bewezen kon worden. Het hof veroordeelde de benadeelde partij in de proceskosten van de verdachte, begroot op nihil.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van vernieling wegens onvoldoende bewijs en onduidelijke datering van beschadigingen.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005137-24
Uitspraakdatum: 17 juli 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Utrecht, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 19 november 2024 met parketnummer 16-289992-23 in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .

Hoger beroep

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het hiervoor gemelde vonnis van de politierechter.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 3 juli 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat de verdachte en haar raadsman, mr. R. Schreudering, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De politierechter heeft de verdachte veroordeeld voor het vernielen van schilderijen van [benadeelde] . De politierechter heeft aan de verdachte een taakstraf van 60 uur, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis opgelegd. Daarnaast heeft de politierechter beslist op de vordering van de benadeelde partij.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de politierechter. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Vrijspraak

Oordeel van het hof
De advocaat-generaal en de raadsman hebben beiden aangevoerd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.
Het hof heeft uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Het hof overweegt daartoe als volgt.
[benadeelde] heeft op 15 augustus 2021 aangifte gedaan van de vernieling van schilderijen van zijn overleden vader.
Verbalisant [verbalisant] heeft twee messen, een schilderdoos en een schilderij met een lijst veilig gesteld en overgedragen aan de forensische opsporing. Op deze schilderdoos uit de aterlierruimte is een DNA-profiel van de verdachte aangetroffen. Op basis van het dossier is echter niet vast te stellen wanneer deze schilderdoos is aangeschaft door aangever. Aangever heeft verklaard dat de schilderdoos is gekocht toen de relatie voorbij was. Daarentegen heeft de verdachte ter zitting verklaard dat deze is gekocht op het moment dat zij en aangever nog wel een relatie hadden. Ander bewijs aangaande periode van de aankoop van de schilderdoos dan deze verklaringen is er niet. Op grond van enkel deze DNA-match is dan ook niet vast te stellen of de verdachte in de ruimtes van de beschadigde schilderijen is geweest in de periode waarin de vernielingen zouden hebben plaatsgevonden.
Verder volgt naar oordeel van het hof uit de aard, de omvang en de ouderdom van de beschadigingen niet zonder meer dat deze met opzet zijn toegebracht aan de schilderijen. De enkele constatering van verbalisant [verbalisant] dat de vernielingen een ‘hoog rancuneus gehalte’ hebben, is onvoldoende om te spreken van een opzettelijk toegebrachte vernieling. Ook volgt onvoldoende uit het dossier wanneer deze beschadigingen zouden zijn ontstaan. De oom van de verdachte, [getuige] , heeft bij de raadsheer-commissaris - kort gezegd - verklaard dat de schilderijen al voor de ten laste gelegde periode beschadigd waren; beschadigingen in de vorm van scheuren in het doek, gebroken lijsten en winkelhaken.
Ook een catalogus van de schilderijen waaruit zou kunnen blijken dat de desbetreffende schilderijen niet waren beschadigd, ontbreekt.
Het hof kan door al deze omstandigheden de beschadigingen van de schilderijen niet dateren. Het hof kan niet vaststellen wanneer verdachte in de ruimtes van de beschadigde schilderijen is geweest of wanneer de schilderijen zijn beschadigd. Bovendien blijkt uit getuigenverklaringen dat meerdere mensen toegang hadden tot de ruimtes waarin de schilderijen zich bevonden. De tenlastegelegde vernieling kan daarom niet bewezen worden.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, spreekt het hof de verdachte vrij van de tenlastegelegde vernieling.

Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 23.576,78 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag in zijn geheel toegewezen.
Verdachte wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde. Daarom wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. Het hof zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten worden begroot op nihil.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door mr. L.G.J.M. van Ekert, mr. D.R. Sonneveldt, mr. M. Nooijen, in aanwezigheid van de griffier mr. R. Harsveld en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 17 juli 2026.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 17 juli 2026.
Tegenwoordig:
mr. A.J. Smit, voorzitter,
mr. M.J. Hornman, advocaat-generaal,
mr. L. Jansen, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.