ECLI:NL:GHARL:2026:4748

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
21 juli 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
200.365.714
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:285 lid 1 BWArt. 2:285 lid 3 BWArt. 2:286 lid 4 sub e BWArt. 2:291 lid 3 BWArt. 2:23b lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot verdeling liquidatiesaldo stichting onder leden aangesloten vereniging

De Stichting Postduivenhouders Centrum-Enschede heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Overijssel die haar verzoek tot verdeling van het liquidatiesaldo onder de leden van de enige nog aangesloten vereniging, de Postduivenvereniging Stormvogels 1925, had afgewezen.

De Stichting was opgericht met het doel de belangen van aangesloten postduivenverenigingen te behartigen en de duivensport in Enschede te bevorderen. Door het teruglopen van de duivensport en het dalende ledenaantal van de Vereniging, heeft de Stichting in 2021 het perceel met het postduivencentrum verkocht, resulterend in een batig saldo.

De statuten van de Stichting bepalen dat het batig saldo na ontbinding moet worden besteed in overeenstemming met het statutaire doel en dat uitkeringen aan leden zonder ideële of sociale strekking verboden zijn. Het hof oordeelt dat een directe uitkering aan de leden niet strookt met het doel en het uitkeringsverbod, ook niet als het saldo is opgebouwd door vrijwillige inzet van leden. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verdeling van het liquidatiesaldo onder de leden van de vereniging af wegens strijd met de statutaire doelstelling en het uitkeringsverbod.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.365.714
zaaknummer rechtbank Overijssel, zittingsplaat Almelo 339371
beschikking van 21 juli 2026
in de zaak van:
Stichting Postduivenhouders Centrum-Enschede (de Stichting)
die is gevestigd in Enschede
advocaat: mr. F. Kolkman
en als belanghebbende:
Postduivenvereniging Stormvogels 1925 (de Vereniging)
die is gevestigd in Enschede
advocaat: mr. F. Kolkman

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.
De Stichting heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof tegen de beschikking die de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, op 2 december 2025 heeft gegeven. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
  • het beroepschrift van 2 maart 2026 met producties;
  • het nagestuurde verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling bij de rechtbank.
1.2.
De mondelinge behandeling bij het hof heeft plaatsgevonden op 5 juni 2026. Hierbij zijn verschenen:
  • namens de Stichting de heer [vertegenwoordiger stichting] , bijgestaan door mr. Kolkman;
  • namens de Vereniging de heer [vertegenwoordiger vereniging] , bijgestaan door mr. Kolkman.

2.De kern van de zaak

2.1.
De Stichting verzoekt om toestemming om haar liquidatiesaldo evenredig te verdelen over de huidige leden van de enige nog bij de Stichting aangesloten vereniging, te weten de Vereniging.
2.2.
De rechtbank heeft het verzoek afgewezen. De Stichting is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank. Met dit hoger beroep wil de Stichting bereiken dat de beschikking wordt vernietigd en dat haar verzoek wordt toegewezen.
Uitkomst
2.3.
Het hof geeft deze toestemming ook niet, omdat de uitkering van het batig saldo aan de leden van de Vereniging in strijd is met de statutaire doelstelling en het uitkeringsverbod van de Stichting. Hierna wordt toegelicht hoe het hof tot dit oordeel komt.

3.De feiten

3.1.
In 1925 is de Vereniging opgericht. De bestuursleden van de Vereniging hebben op 22 november 1976 de Stichting opgericht en er hebben zich vervolgens meerdere andere postduivenverenigingen in Enschede bij de Stichting aangesloten. Sinds haar oprichting heeft de Stichting tot doel het behartigen van de belangen van de bij de Stichting aangesloten postduivenverenigingen, alsmede het bevorderen van de duivensport in de Gemeente Enschede.
3.2.
In maart 1979 heeft de Stichting een perceel grond gekocht van de gemeente Enschede en later is dit perceel geruild voor een ander perceel in Enschede. Op beide percelen heeft de Stichting een postduivencentrum gerealiseerd. De realisatie en het beheer en onderhoud van de twee postduivencentra zijn op vrijwillige basis uitgevoerd door leden van bij de Stichting aangesloten verenigingen. De Stichting heeft geen subsidies of donaties van derden ontvangen.
3.3.
Inmiddels loopt de beoefening van de duivensport sterk terug. Veel verenigingen zijn daarom opgeheven. Op dit moment is alleen de Vereniging nog aangesloten bij de Stichting. Vanwege het dalende ledenaantal van de Vereniging, de stijgende gemiddelde leeftijd van die leden, de exploitatiekosten van het postduivencentrum, een ontoereikend banksaldo, het niet kunnen verkrijgen van een extra financiering als gevolg van de negatieve resultaten en de coronapandemie, heeft de Stichting in 2021 het perceel met het postduivencentrum verkocht. Hierbij is een (netto)opbrengst gerealiseerd van € 432.729.
3.4.
De laatste statutenwijziging van de Stichting heeft plaatsgevonden bij notariële akte van 5 december 2024. Toen is alleen artikel 12 lid 4 gewijzigd Pro. Artikel 12 gaat Pro over ‘Statutenwijziging en ontbinding’ en in lid 4 was bepaald dat aan een eventueel liquidatiesaldo een bestemming gegeven moet worden die zoveel mogelijk overeenstemt met het doel van de Stichting. Vanaf de statutenwijziging luidt deze bepaling (hierna: de statutaire bestemmingsbepaling) als volgt:

Het batig saldo na vereffening vervalt aan degenen die ten tijde van het besluit tot ontbinding lid zijn van de bij de stichting aangesloten postduivenvereniging(en). Ieder van hen ontvangt een gelijk deel. Het deel van het vermogen dat de stichting bezat op het moment van deze statutenwijziging en de vruchten daarvan mogen slechts met toestemming van de bevoegde rechter anders worden besteed dan op de wijze zoals voor deze statutenwijziging was voorgeschreven
3.5.
De Stichting heeft op 5 augustus 2025 een ontbindingsbesluit genomen onder de opschortende voorwaarde dat de rechter oordeelt dat het batig saldo bij liquidatie gelijkelijk mag worden verdeeld onder de aangesloten leden van de Vereniging. Vervolgens heeft de Stichting de rechtbank verzocht om toestemming te verlenen om het batig saldo evenredig te verdelen onder de huidige leden die ten tijde van de laatste statutenwijziging van de Stichting lid waren van de Vereniging.

4.De toelichting op de beslissing van het hof

Juridisch kader
4.1.
De vraag wie recht heeft op het batig saldo van een stichting na ontbinding van die stichting wordt in beginsel beantwoord aan de hand van de statuten. De statuten van een stichting moeten bepalen wat de bestemming van het batig saldo is of wat de wijze is waarop de bestemming van het batig saldo wordt vastgesteld (artikel 2:286 lid 4 sub e BW Pro). De vereffenaar van het vermogen van een stichting zal na voldoening van de schuldeisers het batig saldo moeten uitkeren zoals voorgeschreven in deze statutaire bestemmingsbepaling.
4.2.
Een stichting heeft een zogenaamd doelvermogen. Dat betekent dat een stichting haar vermogen moet besteden om het in de statuten opgenomen doel te verwezenlijken (artikel 2:285 lid 1 BW Pro). Het statutaire stichtingsdoel stelt dus beperkingen aan de bestedingsvrijheid van de stichting inzake haar vermogen. Daarnaast moet het bestuur van de stichting handelen in het belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie (artikel 2:291 lid 3 BW Pro). Dit belang vormt het richtsnoer bij het nemen van een bestuursbesluit (zoals een besluit tot wijziging van de statuten) en wordt sterk ingekleurd door het statutaire doel van de stichting. Het statutaire doel blijft ook na de ontbinding en gedurende de vereffening van het vermogen van de stichting richtinggevend.
4.3.
De wet kent een uitkeringsverbod voor stichtingen. Artikel 2:285 lid 3 BW Pro luidt:
“Het doel van de stichting mag niet inhouden het doen van uitkeringen aan oprichters of aan hen die deel uitmaken van haar organen noch ook aan anderen, tenzij wat deze laatsten betreft de uitkeringen een ideële of sociale strekking hebben.”
4.4.
Het uitkeringsverbod moet voorkomen dat de stichting wordt gebruikt als een verkapte vennootschap. De werkzaamheden van de stichting mogen niet gedreven worden door het persoonlijke voordeel van de oprichters, de orgaanleden of anderen. Ook geldt dat de opbrengsten van de activiteiten van de stichting niet aan hen ten goede mogen komen. Vanwege het uitkeringsverbod is de uitkering van het batig saldo na ontbinding van de stichting aan de oprichters, de orgaanleden of anderen in beginsel niet toelaatbaar. Het batig saldo mag wel aan anderen worden uitgekeerd als dit een ideële of sociale strekking heeft.
Statutair doel en bestemming batig saldo
4.5.
De Stichting moet haar vermogen besteden om haar statutaire doel te verwezenlijken. Deze verplichting geldt ook bij het uitkeren van het batig saldo na ontbinding van de Stichting. Het hof moet dus beoordelen of de uitkering van het batig saldo van de Stichting aan de leden van de Vereniging in overeenstemming is met het statutaire doel van de Stichting.
4.6.
Het statutaire doel van de Stichting is het behartigen van de belangen van de bij de Stichting aangesloten postduivenverenigingen en het bevorderen van de duivensport in de gemeente Enschede. De Vereniging is nog de enige vereniging die is aangesloten bij de Stichting. Het batig saldo moet daarom bij ontbinding van de Stichting zoveel mogelijk worden besteed in het belang van de Vereniging of de duivensport in de gemeente Enschede. Het geven van een andere bestemming aan het batig saldo, zoals een rechtstreekse uitkering aan de leden van de Vereniging, is naar het oordeel van het hof niet in overeenstemming met het statutaire doel van de Stichting.
4.7.
De Stichting stelt dat haar doel niet meer gerealiseerd of bevorderd kan worden en dat de uitkering van het batig saldo aan de leden van de Vereniging nog wel ten goede komt aan de duivensport. Volgens de Stichting is het ledenaantal van de Vereniging al jaren dalende en is er geen reëel uitzicht op een opleving van de duivensport. Dit probleem is landelijk en wordt verergerd door de overheidsmaatregelen tegen de vogelgriep, een landelijk verbod op evenementen, waaronder tentoonstellingen en het inkorven van duiven voor wedstrijden, en diverse vervoersverboden voor postduiven. Op de zitting is verklaard dat 10 van de 12 leden van de Vereniging actief zijn in de duivensport en dat in een ledenvergadering is afgesproken dat het batig saldo zoveel mogelijk aan de duivensport besteed moet worden.
4.8.
Het gestelde gebrek aan toekomstperspectief van de duivensport en de afspraak met de leden van de Vereniging dat het batig saldo zo veel mogelijk aan de duivensport besteed moet worden, vormen voor het hof geen reden om tot een ander oordeel te komen dan dat de rechtstreekse uitkering van het batig saldo aan de leden van de Vereniging niet in overeenstemming is met de statutaire doelstelling van de Stichting.
Bestemming liquidatiesaldo en uitkeringsverbod
4.9.
Volgens de Stichting speelt het uitkeringsverbod geen rol bij de bestemming en verdeling van het liquidatiesaldo van de Stichting. Uit de wettelijke bepaling over de vereffening van rechtspersonen (artikel 2:23b BW) volgt volgens de Stichting dat de leden van de Vereniging op grond van de gewijzigde statutaire bestemmingsbepaling gerechtigd zijn om dat batig saldo te ontvangen. Volgens haar gaan de regels over het verdelen van het batig saldo voor op het uitkeringsverbod van stichtingen.
4.10.
Het hof volgt de Stichting daar niet in. Weliswaar staat in artikel 12 lid 4 van Pro de statuten dat de leden van de Vereniging saldogerechtigden zijn, maar dat neemt niet weg dat bij de bestemming van het batig saldo ook het uitkeringsverbod in acht moet worden genomen. De opvatting dat de algemene wettelijke bepaling over de vereffening van rechtspersonen, waaronder stichtingen (artikel 2:23b lid 1 BW), voorrang heeft op de specifieke wettelijke bepaling inzake de vereisten voor stichtingen (artikel 2:285 BW Pro) en dat om die reden het uitkeringsverbod niet van toepassing is, vindt geen steun in het recht. Het uitkeringsverbod zou anders eenvoudig omzeild kunnen worden door een statutenwijziging.
4.11.
De Stichting acht het gerechtvaardigd om het batig saldo aan de leden van de Vereniging uit te keren, omdat het vermogen van de Stichting is ontstaan door de kosteloze inzet van de leden van de Vereniging. De Stichting heeft nooit subsidies ontvangen of op een andere wijze geld van buitenaf gekregen. Op één lid na zijn alle huidige leden van de Vereniging betrokken geweest bij de bouw van het tweede pand. De leden hebben het vermogen van de Stichting met eigen arbeid, vlijt, financiële middelen en (hypothecaire) leningen opgebouwd en in het bijzonder het beheer en onderhoud van de gebouwen vrijwillig voor hun rekening genomen. Door de waardestijging en verkoop van het gebouw heeft de Stichting een batig saldo. Dat is duidelijk een bate met een incidenteel karakter, waardoor de uitkering niet in strijd is met het uitkeringsverbod, aldus steeds de Stichting.
4.12.
Hoewel het hof oog heeft voor de belangeloze inspanningen die door de leden van de Vereniging verricht zijn, neemt dit niet weg dat ook een (grote) incidentele uitkering onder het uitkeringsverbod kan vallen. Een uitkering van het batig saldo heeft bij uitstek een incidenteel karakter. Het standpunt dat iedere incidentele uitkering niet onder het uitkeringsverbod valt, zou er dus toe leiden dat iedere uitkering van het batig saldo niet onder het uitkeringsverbod valt. Dit standpunt staat op gespannen voet met de strekking van het uitkeringsverbod. Bovendien laat het voorgaande onverlet dat een (incidentele) uitkering van het batig saldo in strijd kan zijn met het statutaire doel van de Stichting, zoals hiervoor is beoordeeld. Dit zal vooral spelen als de incidentele uitkering geen ideële of sociale strekking heeft. Nu de Stichting onvoldoende heeft onderbouwd dat de uitkering van het batig saldo een ideële of sociale strekking heeft, is de uitkering aan de leden van de Vereniging niet alleen in strijd met de statutaire doelstelling, maar ook met het uitkeringsverbod.
Geen uitzondering door regeling met toestemming van de rechter
4.13.
Op de mondelinge behandeling heeft de Stichting verklaard door middel van rechterlijke toestemming het batig saldo op een transparante en nette manier aan de leden van de Vereniging te willen uitkeren. Hoewel het hof begrip heeft voor deze transparante handelwijze, laat dit onverlet dat de uitkering van het batig saldo aan de leden van de Vereniging in strijd is met de statutaire doelstelling en het uitkeringsverbod van de Stichting. Dat ligt anders bij de keuze om het batig saldo aan de Vereniging uit te keren, omdat de wettelijke en statutaire regeling de Stichting niet beletten om het batig saldo aan de enig aangesloten vereniging uit te keren.
De conclusie
4.14.
Het hoger beroep slaagt niet, zodat de bestreden beschikking zal worden bekrachtigd.

5.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de bestreden beschikking van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 2 december 2025.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.P.M. Hennekens, K. Mans en R. Verkijk, en is in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026.