ECLI:NL:GHARL:2026:48

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 januari 2026
Publicatiedatum
7 januari 2026
Zaaknummer
Wahv 200.355.383/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 5.3.51 Regeling VoertuigenArt. 5.3.53 Regeling VoertuigenArt. 5.3.55 Regeling VoertuigenArt. 5.3.65 Regeling Voertuigen
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor rijden met amberkleurige verlichting op vrachtauto

De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd van €160 wegens het rijden met een vrachtauto waarvan de verlichting op het dak aan de voorzijde amberkleurig licht uitstraalde, wat niet is toegestaan volgens artikel 5.3.53 van de Regeling Voertuigen. De betrokkene stelde dat de gebruikte feitcode onjuist was en dat ook andere feitcodes van toepassing waren, maar het hof oordeelde dat de ambtenaar terecht de feitcode N515 gebruikte.

De ambtenaar verklaarde dat amberkleurige verlichting aan de voorzijde van een voertuig niet is toegestaan en dat de vrachtauto meer verlichting dan toegestaan voerde, maar ervoor gekozen was slechts één sanctie op te leggen. Er was geen fotografische opname van de overtreding gemaakt omdat amberkleurige verlichting op foto’s moeilijk te onderscheiden is van wit of geel licht.

Het hof vond geen aanleiding om de beslissing van de kantonrechter te wijzigen en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De sanctie werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.

De procedure werd gevoerd bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarbij de advocaat-generaal geen verweerschrift indiende. Het arrest werd op 7 januari 2026 uitgesproken door mr. De Witt.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €160 voor het rijden met amberkleurige verlichting op de vrachtauto en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.355.383/01
CJIB-nummer
: 257572704
Uitspraak d.d.
: 7 januari 2026
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 25 maart 2025, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 160,- voor: “N515 - als best. van een voertuig rijden, terw. verlichting/retroreflecterende voorzieningen niet aan vereiste kleur voldoen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 2 mei 2023 om 9:55 uur op de Rijksweg A15 met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat de ambtenaar verklaart dat de verlichting aan de voorzijde niet is toegestaan en dat de retroreflectoren niet aan de gestelde eisen voldoen. Aan de bijbehorende feitcodes N517 en N550 is een lager sanctiebedrag gekoppeld. De ambtenaar heeft een sanctie opgelegd met feitcode N515, terwijl deze feitcode niet bij de gedraging past nu het gaat om voorzieningen die niet aanwezig mochten zijn. De gemachtigde voert tevens aan dat de kantonrechter ten onrechte uit de aanvullende verklaring van de ambtenaar heeft afgeleid dat feitcode N650 niet van toepassing is.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat de verlichting boven op de cabine van de betrokken vrachtauto amberkleurig licht uitstraalde. Oranje (amberkleur) licht aan de voorzijde van een voertuig is niet toegestaan.
Overtreden artikel: 5.3.51-59 en 5.6.95 RV. (…)
Verklaring betrokkene: ik ben eigenaar van de vrachtauto. Ik heb de vrachtauto zo gekocht.”
5. Verder bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal van 22 augustus 2023, waarin de ambtenaar onder meer verklaart:
“Feiten en omstandigheden overtreding:
Op dinsdag 2 mei 2023, om 09:55 uur, zag ik, de betrokken vrachtauto, voorzien van kenteken [kenteken] , rijden op een voor het openbaar verkeer openstaande weg de autosnelweg A15 ter hoogte van Andelst. (…) Bij controle van de betrokken vrachtauto zag ik dat de verlichting op het dak aan de voorzijde van de vrachtauto voorzien was van amberkleurige (oranje) verlichting. Het betrof de stadslichten in de verstralers die geplaatst waren op het dak van de vrachtauto.
Ik heb de betrokkene een proces-verbaal aangezegd genoemd feitnummer N515. Het artikel wat hieraan gekoppeld zegt:
Artikel 5.3.53 van de Regeling Voertuigen (permanente eisen)
1. De grote lichten, dimlichten, stadslichten en achteruitrijverlichting mogen niet anders dan wit of geel licht uitstralen.
Antwoord op de vragen van de officier van justitie:
In het verzoek om aanvullende informatie worden de volgende vragen gesteld:
  • Graag ontvang ik de fotografische opname van de gedraging. Mocht er geen fotografische opname aanwezig zijn van de gedraging kunt u dan uitleggen wat de reden is dat deze niet beschikbaar is?
  • Een inhoudelijk commentaar te geven op het verweer van betrokkene.
Er is geen fotografische opname gemaakt van de gedraging. Ik ben naast mijn werk als politieambtenaar een aangewezen specialist transportcontroleur op het gebied van techniek en arbeidstijdenbesluit vervoer. Ik controleer iedere maand meerdere vrachtauto’s en transportbedrijven. Van veel overtredingen wordt een fotografische opname gemaakt. Denk dan aan specifieke gevallen die uitleg nodig hebben of die zonder fotografische opname niet uit te leggen zijn. Bij kleine overtredingen genoemd in de Regeling Voertuigen wordt niet altijd een fotografische opname gemaakt. Dit heeft geen meerwaarde voor de overtreding. Op een foto is de kleur van de verlichting ook slecht te zien. Amberkleurige (oranje) verlichting kan op een foto makkelijk verward worden met wit of gele verlichting. Een vrachtauto mag aan de voorzijde geen amberkleurige verlichting uitstralen. Om deze reden is er dus voor gekozen geen fotografische opname te maken van de overtreding.
Inhoudelijk commentaar op het verweer van betrokkene:
In het verweer worden een aantal feitnummers genoemd die niet van toepassing zijn op de gemaakte overtreding.
In het verweer worden feitnummers N550, N517 en N650 genoemd. Hieronder leg ik uit waar deze feitnummers voor staan.
N550 is artikel 5.3.55 van de Regeling Voertuigen. Dit artikel gaat over de verlichtingsunits en retroreflectoren. Dit artikel is niet van toepassing.
N517 is artikel 5.3.51 van de Regeling Voertuigen. Dit artikel gaat over de verplichte verlichting op een voertuig en de plaats van de verlichting. Dit artikel is niet van toepassing.
N650 is artikel 5.3.65 van de Regeling Voertuigen. Dit artikel gaat over de hoeveelheid verlichting op een voertuig en meer lichten dan toegestaan. Dit artikel was ook van toepassing op de betrokken vrachtauto. De betrokken vrachtauto was voorzien van meer verlichting dan toegestaan. Er is alleen voor gekozen om voor één (1) overtreding proces-verbaal op te maken. Er kon zowel voor de hoeveelheid verlichting als voor de kleur van de verlichting proces-verbaal opgemaakt worden. Hier is niet voor gekozen.
Op de bijgevoegde foto is te zien dat de betrokken vrachtauto meer verlichting heeft aan de voorzijde dan is toegestaan. (N650) Op de foto is niet te zien dat de verlichting amberkleurig licht uitstraalt. Hier is de foto te onduidelijk voor.
Het verweer van betrokkene is niet van toepassing op de gemaakte overtreding.”
6. Het hof kan de gemachtigde niet volgen in zijn stelling dat de ambtenaar een onjuiste feitcode heeft gehanteerd. Volgens de gemachtigde blijkt uit de verklaring van de ambtenaar dat de verlichting aan de voorzijde niet is toegestaan en de retroreflectoren niet aan de gestelde eisen voldoen. Echter, de ambtenaar heeft verklaard dat de verlichting op het dak aan de voorzijde van het voertuig niet de vereiste kleur bevat. Zoals blijkt uit artikel 5.3.53 van de Regeling Voertuigen moet deze verlichting wit of geel licht uitstralen. De ambtenaar verklaart dat de betreffende verlichting amberkleurig licht uitstraalde en dus is er sprake van een overtreding van artikel 5.3.53 van de Regeling Voertuigen. Naar het oordeel van het hof heeft de ambtenaar terecht een sanctie opgelegd voor de gedraging met feitcode N515.
7. Ten aanzien van de opmerking van de gemachtigde dat de kantonrechter ten onrechte uit de verklaring van de ambtenaar heeft afgeleid dat feitcode N650 niet van toepassing is, overweegt het hof het volgende. Het hof beschouwt deze overweging van de kantonrechter als een kennelijke verschrijving die verbeterd moet worden gelezen. De ambtenaar verklaart dat hij ook een sanctie had kunnen opleggen met feitcode N650. Ambtenaren beschikken over een discretionaire bevoegdheid op grond waarvan zij een zekere vrijheid hebben om te bepalen of zij in een concreet geval al dan niet een sanctie opleggen. In onderhavige zaak heeft de ambtenaar ervoor gekozen om voor één gedraging een sanctie op te leggen.
8. De aangevoerde gronden treffen geen doel. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding om een proceskostenvergoeding toe te kennen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Postma als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.