Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[gezinshuisouder2](de gezinshuisouders),
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil over de zorgregeling tussen een vader en zijn minderjarige kind dat onder toezicht is gesteld. De rechtbank had eerder een zorgregeling vastgesteld waarbij de vader om de twee weken een uur onder begeleiding omgang had met het kind. De vader ging in hoger beroep en verzocht om een uitbreiding van de omgangsduur.
Het hof overwoog dat de oorzaak van de ontregeling van het kind niet duidelijk is en dat de gecertificeerde instelling (GI) nog geen nader onderzoek had gedaan naar de overbelasting. De GI erkende dat het gedrag van de vader tijdens de omgang geen zorgen baart. Het hof vond het daarom gepast om de omgangsduur stapsgewijs uit te breiden, te beginnen met anderhalf uur per twee weken, met een mogelijke uitbreiding naar twee uur na drie maanden, afhankelijk van observaties.
Het hof vernietigde de eerdere beschikking voor zover deze de zorgregeling betrof en stelde de nieuwe regeling vast. De regie over de duur, frequentie en invulling van de omgang blijft bij de GI. Het hof benadrukte het belang van het behoud van de gezinsband en verwachtte een actieve rol van de GI bij verdere uitbreiding van de omgang.
Uitkomst: Het hof stelt een nieuwe zorgregeling vast waarbij de omgangsduur tussen vader en minderjarige onder toezicht wordt uitgebreid met monitoring en stapsgewijze uitbreiding.