ECLI:NL:GHARL:2026:486

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
21-003023-24
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Openlijke geweldpleging na voetbalwedstrijd met extreem geweld tegen politie

Op 19 februari 2023 vond er een voetbalwedstrijd plaats tussen twee BVO's, waarna ernstige rellen ontstonden. Verdachte heeft zich in vereniging met anderen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen politieambtenaren en goederen. Het hof oordeelt dat verdachte voldoende bewijs heeft geleverd voor zijn betrokkenheid bij het geweld, ondanks zijn verweer dat hij slechts een fietsenrek op de weg heeft geplaatst. Het hof legt een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden op, met een proeftijd van twee jaren, en een taakstraf van 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis. Het hof weegt de ernst van de rellen en de impact op de politieambtenaren zwaar mee in de strafoplegging.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer:21-003023-24
Uitspraakdatum:28 januari 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 12 juli 2024 met parketnummer 18-185246-23 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 14 januari 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:
  • vernietiging van het vonnis van de politierechter;
  • veroordeling van verdachte voor de ten laste gelegde openlijke geweldpleging tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf van 200 uren of 100 dagen hechtenis als de taakstraf niet goed wordt uitgevoerd.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.A. Lubbers, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De politierechter heeft, zoals volgt uit het hiervoor genoemde vonnis, verdachte voor de ten laste gelegde openlijke geweldpleging veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf van 200 uren subsidiair 100 dagen hechtenis. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf heeft de politierechter ook twee bijzondere voorwaarden verbonden, namelijk een stadion- en locatieverbod.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de politierechter. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 19 februari 2023 te [plaats] (na de gespeelde wedstrijd ( [BVO 1] - [BVO 2] ) openlijk, te weten op en/of aan de [straatnaam 1] en/of [straatnaam 2] en/of [straatnaam 3] en/of op en/of aan en/of bij de rotonde waar [straatnaam 3] aansluit op de [straatnaam 4] en/of een of meer andere stra(a)t(en) en/of weg(en) aldaar in de omgeving, in elk geval op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer perso(o)n(en), te weten een of meer medewerkers van de aanhoudingseenheid en/of de mobiele eenheid en/of de bereden politie, in elk geval van de politie (Noord Nederland) en/of en/of een of meer politiepaard(en) een of meer goed(eren), te weten een of meer zogenoemde AE-voertuig(en) en/of ME-voertuig(en) en/of een motorfiets van de politie en/of een of meer bus(sen)/toeringcar(s) (met daarin supporters van [BVO 2] ) en/of de bestrating aldaar, en/of een in de omgeving aldaar geplaatst fietsenrek,
immers heeft/is verdachte in vereniging met een of meer van zijn mededader(s), deel uitmakende van een (grote) groep personen, (zijnde supporters van [BVO 1] ) opzettelijk gewelddadig
- zich al dan niet (gedeeltelijk) onherkenbaar gemaakt, door gezamenlijk (veelal) zwarte kleding te dragen en/of een capuchon/hoodie van een (veelal zwart) kledingstuk over het hoofd te dragen/trekken en/of een sjaal en/of mutsen te dragen, althans (veelal) gezichtsbedekking te dragen, en/of (vervolgens)
- zich al dan niet vanuit het [stadion] begeven in de richting van de [straatnaam 1] en/of [straatnaam 2] en/of die rotonde waar [straatnaam 3] aansluit op de [straatnaam 4] aldaar en/of een of meer andere stra(a)t(en) en/of weg(en) aldaar in de omgeving en (vervolgens, aldaar aangekomen)
- een of meer ste(e)n(en) en/of (stoep)tegel(s) uit de bestrating losgewrikt en/of gehaald en/of (vervolgens) een of meer van die ste(e)n(en) en/of (stoep)tegels kapot gegooid en/of (vervolgens)
- ( met kracht) een of meer (stuk(ken)) ste(e)n(en) en/of (stoep) tegel(s) en/of een plank, althans (een) hard(e) voorwerp(en), in de richting en/of tegen bovengenoemde een of meer perso(o)n(en)/medewerker(s) van de politie en/of een of meer goed(eren)/voertuig(en) van de politie en/of een/of meer politiepaard(en) een of meer bus(sen)/toeringcar(s) gegooid, althans met die een of meer van die ste(e)n(en) en/of (stoep)tegel(s) gegooid en/of
- een schoppende beweging gemaakt in de richting van een persoon/omstander en/of
- een aldaar in de omgeving geplaatst fietsenrek geheel of gedeeltelijk op de rijbaan van die voornoemde rotonde of de aan- en/of afvoerweg(en) van en/of naar die rotonde gesleept;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde openlijke geweldpleging wettig en overtuigend bewezen kan worden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde openlijke geweldpleging, omdat er geen sprake is van voldoende wettig en overtuigend bewijs. Hiertoe heeft zij aangevoerd – kort samengevat – dat verdachte zijn gedrag enkel bestond uit het op de weg slepen van een fietsenrek. Dit is geen geweldshandeling. Verdachte is niet betrokken geweest bij het gooien van stenen of enige geweldshandeling tegen de genoemde personen, voertuigen of dieren. Hij was daar alleen en handelde alleen. Verdachte heeft zich niet in de groep bevonden (of aangesloten bij andere personen) die geweld gebruikte. Er is geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en anderen. Daarom is er geen sprake van ‘in vereniging’ handelen. Zijn handelen met betrekking tot het fietsenrek was een losse actie, van te gering gewicht en onvoldoende om te spreken van een significante en wezenlijke bijdrage aan het geweld.
Het oordeel van het hof
Verdachte heeft aangevoerd dat vrijspraak moet volgen. Het hof is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs. Als cassatie wordt ingesteld, neemt het hof de bewijsmiddelen op in een aanvulling op dit arrest. Het hof acht het volgende van belang.
Beoordelingskader
Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat van het "in vereniging" plegen van geweld sprake is indien de verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die "in vereniging" geweld pleegt. De rechter zal moeten beoordelen of de door de verdachte geleverde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.
Verder volgt uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking in vergelijkbare geldt zin indien het medeplegen een bestanddeel vormt van de delictsomschrijving, zoals in artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht het geval is met "in vereniging". Er zal moeten worden nagegaan of sprake is van nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van het openlijk geweld tegen personen of goederen. Daarbij kan van belang zijn dat openlijke geweldpleging in vereniging zich, gelet op de aard van het delict, in verschillende vormen kan voordoen. Er kan sprake zijn van evident nauw en bewust samenwerken, maar deze strafbaarstelling is mede toepasselijk op – en wordt ook frequent toegepast bij – openlijk geweld dat bestaat uit een meer diffuus samenstel van uiteenlopende, tegen personen of goederen gerichte geweldshandelingen en dat plaatsvindt binnen een ongestructureerd, mogelijk spontaan samenwerkingsverband met een eigen – soms moeilijk doorzichtige – dynamiek. De voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking kan dus zeker ook bij dit delict verschillende verschijningsvormen hebben. Een bijdrage van voldoende gewicht kan onder omstandigheden ook geheel of ten dele bestaan uit het verrichten van op zichzelf niet-gewelddadige handelingen.
Openlijke geweldpleging
Voor de beantwoording van de vraag of bewezen kan worden verklaard dat verdachte de ten laste gelegde openlijke geweldpleging heeft begaan, gaat het hof uit van de navolgende feiten en omstandigheden, zoals die uit het dossier en wat op de zitting is besproken naar voren zijn gekomen.
Op 19 februari 2023 vond er in [plaats] een voetbalwedstrijd tussen [BVO 1] en [BVO 2] plaats. Kort na de wedstrijd vonden er in en rondom het voetbalstadion ongeregeldheden plaats. Dit verplaatste zich later naar de rotonde aan de [straatnaam 4] , [straatnaam 3] en [straatnaam 5] . Uit het procesdossier en op de beelden – die op de zitting van het hof zijn getoond – volgt dat een groot aantal [thuissupporters] zich bij die rotonde ophield. Veel van deze personen waren in het donker dan wel zwart gekleed en veel van hen droegen een capuchon en/of gezichtsbedekking. Daarnaast was op dat moment ook veel agressie waar te nemen. Er waren veel agressieve en beledigende spreekkoren/leuzen te horen. De agressie van deze personen was vooral gericht tegen de politie. Op beelden is te zien dat een busje van de politie verschijnt en dat op dat moment meerdere personen op het busje afrenden en voorwerpen in de richting van en tegen het busje gooiden. Het busje reed op dat moment vlak voor en richting de rotonde. Op dat moment rende een persoon naar het midden van de rotonde en gooide hij met kracht een steen naar het busje. Het busje werd geraakt. Heel kort hierna is te zien dat verdachte een fietsenrek versleept en dit op de rijbaan van de [straatnaam 5] direct voor de rotonde, achterlaat. Terwijl verdachte dit deed is te zien dat een bestuurder van een auto – die uit de richting van de [straatnaam 5] naar de rotonde reed – snel de vaart verminderde en vervolgens om het fietsenrek heen moest draaien om zijn weg te kunnen vervolgen. Uit het dossier volgt dat dit één van de routes betrof waar de bussen, waarin de [uitsupporters] zaten, verwacht werden langs te zullen rijden. Kort hierna werden door meerdere personen afzethekken en fietsenrekken uit de nabije omgeving, op de rijbanen rondom de rotonde geplaatst. Hierdoor werden bestuurders van motorrijtuigen belemmerd om gebruik te maken van de rotonde.
Verdachte heeft verklaard dat hij zag dat er met stenen werd gegooid in de richting van de politie en dat er zwaar geweld werd gebruikt tegen de politie door gemaskerde jongens die in het zwart waren gekleed. Verdachte heeft erkend dat hij een fietsenrek heeft gepakt en dit op de weg bij de rotonde heeft geplaatst, terwijl op dat moment op die rotonde de supportersrellen gaande waren. Hij heeft daarbij gezegd: “Zo daar komt niemand meer langs.” In die zin zijn de door hem verrichte feitelijke handelingen niet betwist. Verdachte vindt dat deze handelingen niet aan te merken zijn als openlijke geweldpleging. Hij heeft opvallend of stoer gedrag willen vertonen, maar had geen intentie om een bijdrage te leveren aan het geweld. Hij vindt ook dat zijn gedrag niet als gewelddadig kan worden aangemerkt.
Het hof is van oordeel dat er sprake was van een sfeer van ontremming, waaraan iedereen die deelnam aan de ongeregeldheden op enige manier een bijdrage leverde aan het openlijke geweld. Het gewelddadige gedrag van de een bevorderde dat de ander mee ging doen of bleef doen met het plegen van geweld, waardoor het geweld escaleerde en bleef voortduren.
Ook verdachte zijn gedrag wordt door het hof op die manier gekwalificeerd. Op de beelden – die op de zitting van het hof zijn getoond – is te zien dat direct nadat een voertuig van de politie werd bekogeld door een grote groep jongens, verdachte een fietsenrek op de weg richting de rotonde plaatste. Het hof oordeelt dat dit was ingegeven door het agressieve en volkomen ontremde gedrag van de personen die kort daarvoor met stenen hadden gegooid. Het hof komt niet alleen door de volgorde van de gebeurtenissen tot dit oordeel, maar ook doordat verdachte aangaf dat hij de gewelddadigheden van anderen in zijn directe nabijheid had gezien en doordat hij top de zitting heeft aangegeven dat hij niet dacht dat hij het fietsenrek op de weg zou hebben gesleept als hij dat niet had gezien.
Het hof concludeert dat verdachte zich binnen deze context heeft laten meeslepen door die personen in de sfeer van geweld en andere verstoringen van de openbare orde. Door het vervolgens slepen van het fietsenrek naar de doorgaande weg hield hij die sfeer in stand en veroorzaakte hij gedrag van anderen die navolging gaven aan zijn initiatief om het versperren van de wegen onderdeel te laten zijn van de gewelddadige verstoring van de openbare orde.
Zijn tekst bij zijn handelen, namelijk ‘Hier komt niemand meer langs’ geeft aan dat hij wist, maar ook aan anderen wilde laten weten, dat zijn handelen het verkeer zou belemmeren. Gelet op het kort daarvoor bekogelen van een langsrijdende politiebus, moet verdachte hierbij ook rekening gehouden hebben met het belemmeren van de vlotte doorgang van politiebusjes (die daardoor extra kwetsbaar voor stenengooiers zouden zijn). In die zin is het gedrag van verdachte bovendien rechtstreeks betrokken op het gedrag van de stenengooiers. Door het versperren van de weg zou hij hen faciliteren doordat zij ruimer de tijd zouden hebben stenen naar politiebusjes of wellicht zelfs de bussen met daarin de [uitsupporters] te gooien.
Op grond van het voorgaande concludeert het hof dat er weldegelijk sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de andere personen die zich schuldig hebben gemaakt aan het plegen gewelddadigheden op de openbare weg. De bijdrage van verdachte is bovendien voldoende significant te noemen door het in stand houden van de sfeer waarin de gewelddadigheden plaats konden vinden en door zijn eigen actieve bijdrage aan de verstoring van de openbare orde en zijn geweld tegen goederen. Het gedrag van verdachte voegde zelfs een nieuw element toe aan het verstoren van de openbare orde, namelijk het plaatsen van een fietsenrek op de openbare weg, waardoor het zich op die weg rijdende verkeer werd belemmerd.
Kortom, het handelen van verdachte staat niet op zichzelf. Zijn handelen heeft in vereniging plaatsgevonden en verdachte heeft een voldoende significante en wezenlijke bijdrage geleverd aan de ten laste gelede geweldshandelingen. Dit geweld was gericht tegen zowel personen als goederen. Het hof acht de ten laste gelegde openlijke geweldpleging daarom wettig en overtuigend bewezen. Het verweer van de raadsvrouw wordt dan ook verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op 19 februari 2023 te [plaats] (na de gespeelde wedstrijd [BVO 1] - [BVO 2] ) openlijk, te weten op en aan de [straatnaam 1] en [straatnaam 2] en [straatnaam 3] en op en aan rotonde waar [straatnaam 3] aansluit op de [straatnaam 4] en aldaar in de omgeving, op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen, te weten medewerkers van de aanhoudingseenheid en de mobiele eenheid en de bereden politie, en goederen, te weten: AE-voertuigen en ME-voertuigen en een motorfiets van de politie en de bestrating aldaar, en een in de omgeving aldaar geplaatst fietsenrek,
immers heeft verdachte in vereniging met zijn mededaders, deel uitmakende van een grote groep personen, zijnde supporters van [BVO 1] opzettelijk gewelddadig
- zich gedeeltelijk onherkenbaar gemaakt, door gezamenlijk veelal zwarte kleding te dragen en een capuchon/hoodie van een veelal zwart kledingstuk over het hoofd te dragen/trekken en een sjaal en mutsen te dragen, althans veelal gezichtsbedekking te dragen, en vervolgens
- zich vanuit het [stadion] begeven in de richting van de [straatnaam 1] en [straatnaam 2] en die rotonde waar [straatnaam 3] aansluit op de [straatnaam 4] aldaar en straten en wegen aldaar in de omgeving en vervolgens, aldaar aangekomen
- stenen en stoeptegels uit de bestrating losgewrikt en gehaald en vervolgens die stenen en/of stoeptegels kapot gegooid en vervolgens
- met kracht stukken stenen en stoeptegels in de richting en tegen bovengenoemde personen, zijnde medewerkers van de politie, en goederen, te weten: voertuigen van de politie en
- een aldaar in de omgeving geplaatst fietsenrek geheel op de rijbaan van die voornoemde rotonde of de aan- en/of afvoerwegen van die rotonde gesleept.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het bewezenverklaarde levert op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft, mocht het hof tot een bewezenverklaring komen, verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, de verboden die hij opgelegd heeft gekregen van de gemeente en de KNVB en het tijdsverloop sinds het plegen van het feit. Daarnaast heeft de raadsvrouw verzocht om rekening te houden met de bijdrage die verdachte heeft geleverd aan het feit. Gelet op zijn persoonlijke omstandigheden is er geen aanleiding om naast een onvoorwaardelijke ook nog een voorwaardelijke straf op te leggen. Verdachte heeft zich sinds het gebeuren niet meer bij het stadion mogen begeven en afstand genomen van het voetbalgebeuren. Daarnaast leidt verdachte een rustig bestaan en werkt hij fulltime.
Het oordeel van het hof
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich op 19 februari 2023 bij een rotonde in [plaats] samen met andere personen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen politieambtenaren en goederen. Dit feit vond plaats nadat [BVO 1] had verloren van [BVO 2] . Er barstten na de wedstrijd bij het stadion en in de directe omgeving van het stadion ernstige rellen los. Een grote groep relschoppers richtte vernielingen aan en keerde zich tegen de aanwezige politie. Doelbewust werden stenen naar politieambtenaren en de voertuigen van de politie gegooid. Verdachte heeft een bijdrage geleverd aan dit geweld door bij de rotonde waar de [uitsupporters] vermoedelijk langs zouden komen, een fietsenrek op de weg te plaatsen. Hiermee heeft hij de reguliere gang van het verkeer belemmerd. Daarnaast belemmerde hij hiermee dat politievoertuigen, maar ook de supportersbussen van [BVO 2] later (op een verantwoorde manier) gebruik konden maken van de rotonde. Verdachte en zijn mededaders hebben door hun handelen de openbare orde op ernstige wijze verstoord. Het hof rekent dit verdachte en zijn mededaders zwaar aan. Daarnaast heeft verdachte bij het publiek dat hier ongewild en ongewenst getuige van is geweest, gevoelens van angst teweeggebracht. Verdachte heeft door zijn handelen hieraan bijgedragen, maar ziet dat zelf niet in.
Dit extreme geweld heeft een enorme impact gehad op de aanwezige politiemensen. Door een aantal politieambtenaren die daar ter plaatse waren is verklaard dat zij regelmatig zijn ingezet bij incidenten waarbij geweld werd gepleegd, maar dat zij zelden bij een incident werkzaam waren geweest, waarbij het geweld zo heftig en intensief was en ook nog eens was gericht tegen politieambtenaren die daar hun werk deden. Het leek volgens deze politieambtenaren wel op een veldslag. Door één van hen is verklaard dat zij erg bang is geweest ten tijde van het incident en hoopte dat zij weer veilig thuis zou komen. Het hof weegt dit in strafverzwarende zin mee bij de op te leggen straf.
Bij de op te leggen straf heeft het hof gekeken naar het strafblad van verdachte van 15 december 2025. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor (soortgelijke) strafbare feiten.
Bij de straftoemeting heeft het hof een aantal uitgangspunten gehanteerd. Het hof heeft vooral gekeken naar de straffen die doorgaans in soortgelijke zaken worden opgelegd, zoals die tot uitdrukking komen in de zogeheten oriëntatiepunten van het LOVS. De oriëntatiepunten nemen voor meerderjarigen als uitgangspunt een taakstraf tussen de honderdtwintig en honderdvijftig uren, wanneer dat geen of (slechts) enig lichamelijk letsel tot gevolg heeft. Voor zover het feit is begaan tegen een politieagent, indien het misdrijf is gepleegd gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn of haar bediening kan de in het oriëntatiepunt genoemde straf worden verhoogd. In dit geval is sprake van strafverzwarende omstandigheden. Het hof heeft daarom, gezien de ernst van de rellen en met name het geweld tegen politiemensen, als uitgangspunt genomen een taakstraf van tweehonderd uren voor meerderjarigen.
Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde feit niet worden volstaan met een andere strafmodaliteit dan een lange onvoorwaardelijke taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Wat de raadsvrouw heeft aangevoerd over de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het tijdsverloop maakt niet dat het hof zal afwijken van wat de politierechter heeft opgelegd en de advocaat-generaal heeft gevorderd.
Wel zal het hof, anders dan de politierechter, aan de voorwaardelijke gevangenisstraf geen bijzondere voorwaarden verbinden. Gelet op het tijdsverloop en dat verdachte reeds van de gemeente en de KNVB een stadion- en/of stadiongebiedsverbod opgelegd heeft gekregen, acht het hof het niet meer nodig om dit ook op te leggen.
Dit alles leidt ertoe dat het hof een taakstraf van 200 uren subsidiair 100 dagen hechtenis en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaren, passend en geboden acht.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 141 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
200 (tweehonderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
100 (honderd) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door mr. H.J. Deuring, mr. T.H. Bosma en mr. W. Geelhoed, in aanwezigheid van de griffier mr. A. Abdulkarim en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 28 januari 2026.