ECLI:NL:GHARL:2026:488

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
21-002946-24
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Openlijke geweldpleging na voetbalwedstrijd met extreem geweld tegen politie

In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 28 januari 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland. De verdachte is veroordeeld voor openlijke geweldpleging na ernstige rellen die plaatsvonden na een voetbalwedstrijd tussen twee BVO's. Tijdens deze rellen heeft de verdachte, samen met anderen, geweld gepleegd tegen politieambtenaren en vernielingen aangericht. Het hof legt een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden op, met een proeftijd van twee jaren, en een taakstraf van 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis. De politierechter had eerder ook een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf opgelegd, maar het hof heeft besloten om geen stadion- en/of stadiongebiedsverbod op te leggen als bijzondere voorwaarde, gezien de reeds opgelegde sancties door de gemeente en de KNVB. Het hof heeft de ernst van de rellen en het geweld tegen de politie zwaar meegewogen in de strafoplegging. De verdachte heeft eerder onherroepelijk strafbare feiten gepleegd, maar niet voor soortgelijke feiten. Het hof heeft de straffen in overeenstemming gebracht met de oriëntatiepunten van het LOVS en heeft de persoonlijke omstandigheden van de verdachte in overweging genomen, maar heeft geen aanleiding gezien om van de eerder opgelegde straffen af te wijken.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002946-24
Uitspraakdatum: 28 januari 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 12 juli 2024 met parketnummer 18-185239-23 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] in [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
op dit moment vanwege een andere strafzaak verblijvende in Justitieel Complex [naam Justitieel Complex] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 14 januari 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:
  • vernietiging van het vonnis van de politierechter;
  • veroordeling van verdachte voor de ten laste gelegde openlijke geweldpleging tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf van 200 uren bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 100 dagen hechtenis.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. P.R. Logemann, hebben aangevoerd.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter heeft, zoals volgt uit het hiervoor genoemde vonnis, verdachte voor de ten laste gelegde openlijke geweldpleging veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf van 200 uren subsidiair 100 dagen hechtenis. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf heeft de politierechter twee bijzondere voorwaarden verbonden, namelijk een stadion- en locatieverbod.
Het hof is van oordeel dat de politierechter voor wat betreft de bewezenverklaring, de kwalificatie en de strafbaarheid van verdachte op juiste wijze heeft beslist. Het hof zal het vonnis ten aanzien van deze onderdelen bevestigen.
Het hof komt ten aanzien van de strafoplegging tot een enigszins andere beslissing dan de politierechter. In zoverre zal het vonnis dan ook worden vernietigd.

Oplegging van straf

Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om rekening te houden met de bekennende proceshouding van verdachte en dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat hij iemand heeft geraakt met de steen die hij heeft gegooid. Dit maakt dat verdachte niet dezelfde straf verdient als de medeverdachten die een taakstraf van tweehonderd uren opgelegd hebben gekregen. Daarnaast heeft verdachte geleerd van zijn fouten en heeft hij inmiddels hulp voor de problematiek die er bij hem speelt. Bij de straf die de politierechter heeft opgelegd is hier onvoldoende rekening mee gehouden. Daarnaast kan verdachte zijn baan verliezen bij een taakstraf van die hoogte. Alles overziend verzoekt de raadsman een taakstraf van honderdtwintig uren op te leggen.
Het oordeel van het hof
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich op 19 februari 2023 in [plaats] samen met andere personen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen politieambtenaren en goederen. Dit feit vond plaats nadat [BVO 1] had verloren van [BVO 2] . Er barstten na de wedstrijd bij het stadion en in de directe omgeving van het stadion ernstige rellen los. Een grote groep relschoppers richtte vernielingen aan en keerde zich tegen de aanwezige politie. Doelbewust werden stenen uit de bestrating gehaald en naar politieambtenaren en de voertuigen van de politie gegooid. Verdachte heeft een bijdrage geleverd aan dit geweld door met kracht een steen te gooien. Verdachte en zijn mededaders hebben door hun handelen de openbare orde op ernstige wijze langdurig verstoord. Het hof rekent dit verdachte en zijn mededaders zwaar aan. Daarnaast heeft verdachte bij het publiek dat hier ongewild en ongewenst getuige van is geweest, gevoelens van angst teweeggebracht. Verdachte heeft door zijn handelen hieraan bijgedragen.
Dit extreme geweld heeft een enorme impact gehad op de aanwezige politiemensen. Door een aantal politieambtenaren die daar ter plaatse waren, al dan niet gezeten op politiepaarden, is verklaard dat zij regelmatig zijn ingezet bij incidenten waarbij geweld werd gepleegd, maar dat zij zelden bij een incident werkzaam waren geweest, waarbij het geweld zo heftig en intensief was en ook nog eens was gericht tegen politieambtenaren die daar hun werk deden. Het leek volgens deze politieambtenaren wel op een veldslag. Door één van hen is verklaard dat zij erg bang is geweest ten tijde van het incident en hoopte dat zij weer veilig thuis zou komen. Het hof weegt dit in strafverzwarende zin mee bij de op te leggen straf.
Bij de op te leggen straf heeft het hof gekeken naar het strafblad van verdachte van 15 december 2025. Hieruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten, maar niet voor soortgelijke strafbare feiten. Verder heeft het hof geconstateerd dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Bij de straftoemeting heeft het hof een aantal uitgangspunten gehanteerd. Het hof heeft vooral gekeken naar de straffen die doorgaans in soortgelijke zaken worden opgelegd, zoals die tot uitdrukking komen in de zogeheten oriëntatiepunten van het LOVS. De oriëntatiepunten nemen voor meerderjarigen als uitgangspunt een taakstraf tussen de honderdtwintig en honderdvijftig uren, wanneer dat geen of (slechts) enig lichamelijk letsel tot gevolg heeft. Voor zover het feit is begaan tegen een politieagent, indien het misdrijf is gepleegd gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn of haar bediening kan de in het oriëntatiepunt genoemde straf worden verhoogd. In dit geval is sprake van strafverzwarende omstandigheden. Het hof heeft daarom, gezien de ernst van de rellen en met name het geweld tegen politiemensen, als uitgangspunt genomen een taakstraf van tweehonderd uren voor meerderjarigen.
Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde feit niet worden volstaan met een andere strafmodaliteit dan een lange onvoorwaardelijke taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Wat de raadsman heeft aangevoerd over de persoonlijke omstandigheden van verdachte en zijn proceshouding maakt niet dat het hof zal afwijken van wat de politierechter heeft opgelegd en de advocaat-generaal heeft gevorderd.
Wel zal het hof, anders dan de politierechter, aan de voorwaardelijke gevangenisstraf geen bijzondere voorwaarden verbinden. Gelet op het tijdsverloop en dat verdachte reeds van de gemeente en de KNVB een stadion- en/of stadiongebiedsverbod opgelegd heeft gekregen, acht het hof het niet meer nodig om dit ook op te leggen. Naar zeggen van verdachte heeft hij van de KNVB een stadionverbod van veertig jaar voor alle voetbalstadions in Nederland opgelegd gekregen.
Dit alles leidt ertoe dat het hof een taakstraf van 200 uren subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met proeftijd van twee jaren, passend en geboden acht.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 141 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
200 (tweehonderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
100 (honderd) dagen hechtenis.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door mr. H.J. Deuring, mr. T.H. Bosma en mr. W. Geelhoed, in aanwezigheid van de griffier mr. A. Abdulkarim en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 28 januari 2026.