Uitspraak
1.De procedure bij de rechtbank
2.De procedure bij het hof
3.De toelichting op de beslissing van het hof
3.7. [appellant] heeft met een verwijzing naar oudere rechtspraak aangevoerd dat haar tussentijds in een verhoor door de rechter-commissaris duidelijk had moeten worden gemaakt wat de consequenties zijn van het niet nakomen van de schuldsaneringsverplichtingen. Het hof stelt voorop dat deze rechtspraak is gewezen ten tijde van de wettelijke schuldsaneringsregeling zoals die gold vóór 1 juli 2023. Anders dan onder de huidige regeling, gold onder de oude regeling in principe een looptijd van drie jaar en werd een schuldenaar niet opnieuw toegelaten tot de regeling indien hij of zij in de tien jaar voor het verzoek al eens in de regeling had gezeten. Zeker in het geval dat er korting op de looptijd is verleend in verband met het minnelijk traject (zoals ook bij [appellant] ) en er in vergelijking met die jurisprudentie betrekkelijk korte tijd toezicht wordt gehouden door de bewindvoerder, kan deze jurisprudentie niet één op één worden toegepast op de schuldsaneringen met een veel kortere looptijd dan destijds gebruikelijk. Dit hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. In dit geval heeft de schuldsaneringsbewindvoerder [appellant] tijdens het huisbezoek aan het begin van de regeling, in de verslagen van de schuldsaneringsregeling en in de begeleide e-mailberichten telkens gewezen op haar verplichtingen. Uit de e-mailberichten van [appellant] aan de schuldsaneringsbewindvoerder blijkt ook dat zij wist wat er van haar verwacht werd. Ook is [appellant] door de schuldsaneringsbewindvoerder gewezen op de omstandigheid dat het niet nakomen van de verplichtingen grote gevolgen kan hebben voor de afwikkeling van haar regeling. [appellant] was dus voldoende gewaarschuwd, waardoor het niet nakomen van de verplichtingen haar kan worden toegerekend.
alleuit de regeling voortvloeiende verplichtingen. Op [appellant] rust een aanvullende sollicitatieplicht. Als zij van mening is dat zij vanwege gezondheidsredenen niet meer kan werken dan de 22 uur die zij nu werkt, zal zij medische documenten moeten overleggen aan de schuldsaneringsbewindvoerder en de rechter-commissaris waaruit haar (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid blijkt en bij de rechter-commissaris om een (gedeeltelijke) ontheffing van de sollicitatieplicht moeten verzoeken. Totdat aan haar een (gedeeltelijke) ontheffing is gegeven, geldt voor haar onverkort de sollicitatieplicht tot een totaal van 36 uur. Daarnaast moet [appellant] de schuldsaneringsbewindvoerder tijdig, gevraagd en ongevraagd, alle voor de schuldsaneringsregeling relevante informatie verstrekken. Verder wijst het hof er met nadruk op dat [appellant] (eventueel via haar beschermingsbewindvoerder) zo snel mogelijk alle ontbrekende financiële stukken aan de schuldsaneringsbewindvoerder moet verstrekken, zodat de bewindvoerder een VTLB berekening kan maken en de stand van de boedel vanaf 26 januari 2026 kan worden vastgesteld. Indien na 26 januari 2026 een nieuwe boedelachterstand is ontstaan, moet deze tijdens de verlengde looptijd worden ingelopen vanuit het vrij te laten bedrag. De afdrachtplicht blijft immers onverkort bestaan. Ook moet [appellant] haar uiterste best doen om geen nieuwe boedelachterstanden te laten ontstaan.