ECLI:NL:GHARL:2026:4944

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
29 juli 2026
Publicatiedatum
29 juli 2026
Zaaknummer
21-003107-25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 24 SrArt. 33 SrArt. 33a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bezit van onveraccijnsde sigaretten, harddrugs, illegale geneesmiddelen en witwassen

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft het vonnis van de rechtbank Overijssel vernietigd en in hoger beroep verdachte veroordeeld voor het opzettelijk in opslag hebben van circa 293.000 onveraccijnsde sigaretten, het bezit van harddrugs zoals amfetamine, MDMA, GHB en 3-MMC, het in voorraad hebben van geneesmiddelen zonder handelsvergunning, en meermalen witwassen van contant geld, een motorboot, een auto en horloges.

De feiten betreffen twee onderzoeken, Wemyss Bay en Wilmslow, waarbij in 2022 en 2024 doorzoekingen plaatsvonden in de woning van verdachte. Er werden grote hoeveelheden drugs, onveraccijnsde sigaretten, contant geld en luxe goederen aangetroffen. Verdachte werd ook verdacht van witwassen van aanzienlijke bedragen en goederen. Het hof sprak verdachte vrij van het witwassen van een elektrische fiets en een bedrag van €21.000,00, maar achtte het witwassen van andere goederen wettig bewezen.

De verdediging voerde onder meer aan dat verdachte het geld legaal had verkregen en dat hij niet wist dat de fiets gestolen was. Het hof oordeelde dat verdachte onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het geld en goederen legaal waren verkregen. De straf werd vastgesteld op 16 maanden gevangenisstraf, met een maand korting wegens overschrijding van de redelijke termijn. Daarnaast werden diverse voorwerpen verbeurd verklaard, onttrokken aan het verkeer of teruggegeven aan verdachte.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 16 maanden gevangenisstraf voor bezit van onveraccijnsde sigaretten, harddrugs, illegale geneesmiddelen en meermalen witwassen met strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003107-25
Uitspraakdatum: 29 juli 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ArnhemLeeuwarden, zittingsplaats Zwolle,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 30 juni 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 82-135717-22 en 82-334903-23, tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1962 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 15 juli 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:
  • veroordeling van verdachte ter zake van alle aan hem in de zaken met de parketnummers 82-135717-22 en 82-334903-23 ten laste gelegde feiten tot een gevangenisstraf van 24 maanden;
  • het overnemen van de beslissingen van de rechtbank over het beslag, met dien verstande dat de inbeslaggenomen € 21.000,00 en Nissan Juke worden verbeurdverklaard.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.H.L. Antonides, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, heeft bij vonnis van 30 juni 2025 waartegen het hoger beroep is gericht:
  • verdachte veroordeeld ter zake van alle aan hem in de zaken met de parketnummers 82-135717-22 (onderzoekWemyss Bay) en 82-334903-23 (onderzoekWilmslow) ten laste gelegde feiten tot een gevangenisstraf van 18 maanden;
  • de op de beslaglijst vermelde voorwerpen met de nummers 1, 3, 4, 8, 11, 17 en 29 verbeurdverklaard;
  • de onttrekking aan het verkeer gelast van de op de beslaglijst vermelde voorwerpen met de nummers 12, 13, 14, 15, 16, 18, 22, 23 en 27 en de nummers 19, 20 en 21, maar alleen voor zover het namaakartikelen betreft; en
  • de teruggave aan verdachte gelast van de op de beslaglijst vermelde voorwerpen met de nummers 5, 6, 7, 9, 10, 24, 25, 26 en 28 en de nummers 19, 20 en 21, maar alleen voor zover het geen namaakartikelen betreft.
Het hof vernietigt het vonnis waarvan beroep vanwege een in hoger beroep toegelaten wijziging van de tenlastelegging.

Tenlastelegging

Op de zitting in hoger beroep is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd, dat:
Zaak met parketnummer 82-135717-22 (onderzoek Wemyss Bay):
1.
hij op 30 maart 2022 te [plaats] , althans in [land] , opzettelijk
(een) grote hoeveelheid accijnsgoed(eren), te weten (in ieder geval) 293.000 stuks sigaretten, voorhanden en/of in opslag heeft gehad,
terwijl die/dat accijnsgoed(eren) niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing waren/was betrokken;
2.
hij op of omstreeks 30 maart 2022 te [plaats] , althans in [land] ,
opzettelijk aanwezig heeft gehad
- ongeveer 7,2 gram bruine vloeistof, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, MDMA en GHB, en/of
- ongeveer 160,22 gram blauwgroene vloeistof, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, MDMA en GHB, en/of
- 97,87 gram blauwgroene vloeistof, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, MDMA en GHB, en/of
- ongeveer 599,95 gram blauwe vloeistof, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, MDMA en GHB, en/of
- ongeveer 478,77 gram kleurloze viskeuze vloeistof, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB, en/of
- ongeveer 72,68 gram kleurloze vloeistof, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine,
zijnde amfetamine en/of MDMA en/of GHB
(telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3. primair
hij op of omstreeks 30 maart 2022 te [plaats] , althans in [land] ,
(al dan niet) opzettelijk,
een geneesmiddel, als bedoeld in artikel 1 sub b van Pro de Geneesmiddelenwet waarvoor geen handelsvergunning gold, te weten
- een grote hoeveelheid tabletten, in ieder geval 300 stuks bevattende een hoeveelheid van 200mg Sildenafil Citrate, en/of
- een grote hoeveelheid tabletten, in ieder geval 284 stuks bevattende een hoeveelheid van 100mg Sildenafil Citrate, en/of
- een grote hoeveelheid gels, in ieder geval 350 stuks, bevattende een hoeveelheid van 100mg Sildenafil Citrate, en/of
- een grote hoeveelheid tabletten, in ieder geval 3.360 stuks, bevattende een hoeveelheid van 20 mg Tadalil en 60 mg Dapoxetine,
in voorraad heeft gehad en/of te koop heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of ter hand heeft gesteld en/of anderszins binnen het [land] grondgebied heeft gebracht;
3. subsidiair
hij op of omstreeks 30 maart 2022 te [plaats] , althans in [land] , (al dan niet) opzettelijk, niet voor onderzoek bedoelde geneesmiddelen, te weten
- een grote hoeveelheid tabletten, in ieder geval 300 stuks bevattende een hoeveelheid van 200mg Sildenafil Citrate, en/of
- een grote hoeveelheid tabletten, in ieder geval 284 stuks bevattende een hoeveelheid van 100mg Sildenafil Citrate, en/of
- een grote hoeveelheid gels, in ieder geval 350 stuks, bevattende een hoeveelheid van 100mg Sildenafil Citrate, en/of
- een grote hoeveelheid tabletten, in ieder geval 3.360 stuks, bevattende een hoeveelheid van 20 mg Tadalil en 60 mg Dapoxetine,
zonder vergunning van onze minister als bedoeld in artikel 1 sub a van Pro de Geneesmiddelenwet in voorraad heeft gehad en/of te koop heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of anderszins binnen het [land] grondgebied heeft gebracht;
4. primair
hij op of omstreeks 1 januari 2017 tot en met 30 maart 2022 te [plaats] , althans in [land] , (van)
- een contant geldbedrag ter hoogte van € 59.085,-, en/of
- een snelle motorboot, merk Bayliner, registratienummer [nummer] , en/of
- een voertuig, merk Lexus, kenteken [kenteken] , en/of
- een horloge, merk Chopard, en/of
- een horloge, merk Breitling, en/of
- een horloge, merk Steinhart, en/of
- een horloge, merk Seiko,
althans een of meer voorwerpen,
Sub a
- de werkelijke plaats, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)
Sub b
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
- gebruik heeft gemaakt
terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf;
4. subsidiair
hij op of omstreeks 1 januari 2017 tot en met 30 maart 2022 te [plaats] , althans in [land] ,
- een contant geldbedrag ter hoogte van € 59.085,-, en/of
- een snelle motorboot, merk Bayliner, registratienummer [nummer] ,en/of
- een voertuig, merk Lexus, kenteken [kenteken] , en/of
- een horloge, merk Chopard, en/of
- een horloge, merk Breitling, en/of
- een horloge, merk Steinhart, en/of
- een horloge, merk Seiko
heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad,
terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) onmiddellijk afkomstig was/waren uit enig eigen misdrijf;
5. primair
hij op of omstreeks 30 maart 2022 te [plaats] , althans in [land] , een elektrische fiets van het merk Scott, type Con Aspect met framenummer [nummer] , althans een goed heeft verworden en/of voorhanden heeft gehad,
terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
5. subsidiair
hij, op of omstreeks 30 maart 2022 te [plaats] , althans in [land]
een elektrische fiets van het merk Scott, type Con Aspect met framenummer [nummer] , althans een goed heeft verworden en/of voorhanden heeft gehad,
terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed redelijkerwijs had moeten weten dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Zaak met parketnummer 82-334903-23 (onderzoek Wilmslow):
1. primair
hij op of omstreeks 14 augustus 2023 tot en met 16 januari 2024 te [plaats] , althans in [land] , (van)
- een contant geldbedrag ter hoogte van € 21.000,-, en/of
- een voertuig, merk Nissan Juke met kenteken [kenteken]
althans een of meer voorwerpen
Sub a
- de werkelijke plaats, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)
Sub b
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
- gebruik heeft gemaakt
terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf
en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;
1. subsidiair
hij op of omstreeks 14 augustus 2023 tot en met 16 januari 2024 te [plaats] , althans in [land] ,
- een contant geldbedrag ter hoogte van € 21.000,-, en/of
- een voertuig, merk Nissan Juke met kenteken [kenteken]
heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad,
terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) onmiddellijk afkomstig was/waren uit enig eigen misdrijf;
2.
hij op 16 januari 2024 te [plaats] , althans in [land] opzettelijk aanwezig heeft gehad
- ongeveer 519,20 gram donkergrijze vloeistof, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB en MDMA, en/of
- ongeveer 3,57 gram kristallijn poeder, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 3-MMC,
zijnde GHB en/of MDMA en/of 3MMC,
(telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij op 16 januari 2024 te [plaats] , althans in [land] , opzettelijk
(een) hoeveelheid accijnsgoed(eren), te weten (in ieder geval) 2.080 stuks sigaretten, voorhanden en/of in opslag heeft gehad,
terwijl die/dat accijnsgoed(eren) niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing waren/was betrokken.;
4.
hij op 16 januari 2024 te [plaats] , althans in [land] , (al dan niet) opzettelijk,
een geneesmiddel, als bedoeld in artikel 1 sub b van Pro de Geneesmiddelenwet waarvoor geen handelsvergunning gold, te weten
- een grote hoeveelheid tabletten, in ieder geval 120 stuks bevattende een hoeveelheid van 120mg Sidenafil, en/of
- een grote hoeveelheid tabletten, in ieder geval 60 stuks bevattende een hoeveelheid van 100mg Sildenafil, en/of
- een (grote) hoeveelheid tabletten, in ieder geval 42 stuks bevattende een hoeveelheid van 7.5mg Zopiclon, en/of
- een (grote) hoeveelheid tabletten, in ieder geval 95 tabletten bevattende een hoeveelheid van 60mg Tadalafil, en/of
- een (grote) hoeveelheid ampullen, in ieder geval 5 ampullen bevattende een hoeveelheid van 250mg Testosteron, en/of
- een hoeveelheid tabletten, in ieder geval 8 stuks bevattende een hoeveelheid van 10 mg Diazepam, en/of
- een hoeveelheid tabletten, in ieder geval 10 stuks bevattende een hoeveelheid van 10 mg Zolpidem
in voorraad heeft gehad en/of te koop heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of ter hand heeft gesteld en/of anderszins binnen het [land] grondgebied heeft gebracht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak feit 5 van de zaak met parketnummer 82-135717-22

Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de in de zaak met parketnummer 82-135717-22 onder 5 primair tenlastegelegde opzetheling wettig en overtuigend bewezen kan worden. Hiertoe heeft hij, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat de prijs die verdachte voor de elektrische fiets heeft betaald, € 1.500,00, ver onder de marktwaarde ligt voor een nagenoeg nieuwe elektrische fiets. Subsidiair heeft de advocaatgeneraal zich op het standpunt gesteld dat verdachte niet heeft voldaan aan de op hem rustende onderzoeksplicht. De advocaatgeneraal heeft daarbij gewezen op de omstandigheden waaronder de fiets is aangeschaft, de staat waarin de fiets verkeerde en de prijs die ervoor is betaald.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de aan hem in de zaak met parketnummer 82-135717-22 onder 5 primair ten laste gelegde opzetheling en de subsidiair ten laste gelegde schuldheling. Hiertoe heeft de raadsman, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat verdachte een betrekkelijk normale prijs voor de fiets heeft betaald en dat hij het serienummer van de fiets heeft gecontroleerd op [website] . Onder deze omstandigheden kan bezwaarlijk worden aangenomen dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de fiets van diefstal afkomstig was, aldus de raadsman.
Oordeel van het hof
Het hof heeft uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 82135717-22 onder 5 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan. Het hof overweegt hiertoe het volgende.
Verdachte heeft verklaard een elektrische fiets van het merk Scott, type Con Aspect, met framenummer [nummer] , in 2019 nieuw en in een doos gekocht te hebben op een markt in [plaats] ( [land] ) voor een bedrag van € 1.500,00. Deze fiets, die op 30 maart 2022 tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte werd aangetroffen, bleek onderdeel uit te maken van een partij nieuwe fietsen die op 26 april 2019 bij een ladingdiefstal vanuit een vrachtwagen is weggenomen.
Het hof is van oordeel dat op basis van de processtukken en het verhandelde op de zitting niet is vast te stellen wat in 2019 de nieuwwaarde was van de elektrische fiets die bij verdachte is aangetroffen. Daardoor kan het hof ook niet beoordelen of verdachte met € 1.500 zo’n lage prijs voor de fiets heeft betaald, dat hij ten minste redelijkerwijs moest vermoeden dat deze fiets van diefstal afkomstig was en op hem een onderzoeksplicht rustte.
In het dossier bevindt zich een schriftelijke weergave van een chatgesprek tussen verdachte en ene ‘ [naam] ’, waarin verdachte aan ‘ [naam] ’ vraagt of een verzekeringsplaatje aangevraagd kan worden voor een gestolen fiets. Dit gesprek kan echter geen betrekking hebben op de in de woning van verdachte aangetroffen elektrische fiets met trapondersteuning tot 25 km/h, omdat daarvoor geen kenteken of verzekeringsplaatje is vereist. Daarnaast wordt in het gesprek vermeld dat het om een ander merk fiets gaat.
Het hof is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het in de zaak met parketnummer 82-135717-22 onder 5 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan. Daarom spreekt het hof verdachte daarvan vrij.
Bewijsoverwegingen [1]
Aanleiding onderzoeken
Inzake parketnummer 82-135717-22 (onderzoek Wemyss Bay)
Onderzoek Wemyss Bay is een uitvloeisel van onderzoek Black Betty. In het strafrechtelijk onderzoek Black Betty was het vermoeden ontstaan dat er op 28 maart 2022 een partij illegale sigaretten zou worden overgebracht van de locatie [adres] in [plaats] naar het adres [adres] in [plaats] , het adres van verdachte. Op 30 maart 2022 heeft er in het kader van het onderzoek Black Betty in de woning van verdachte een doorzoeking plaatsgevonden, waarbij werden aangetroffen 293.000 onveraccijnsde sigaretten, contant geld, drugs, medicijnen, een vermoedelijk gestolen elektrische fiets, horloges en gegevens over een boot en een auto. Door het Team Criminele Inlichtingen (hierna: TCI) is meermalen informatie verstrekt over verdachte en de mogelijk illegale handel in sigaretten, drugs en gestolen goederen. [2] Hierop is naar verdachte een afzonderlijk strafrechtelijk onderzoek ingesteld onder de naam Wemyss Bay.
Inzake parketnummer 82-334903-23 (onderzoek Wilmslow)
In maart 2023 is onderzoek Wemyss Bay afgesloten. Op 17 oktober 2023 is bij het TCI informatie binnengekomen dat verdachte zich vermoedelijk nog steeds bezighield met de verkoop van illegale sigaretten. Onder de naam Wilmslow werd een nieuw strafrechtelijk onderzoek naar verdachte gestart. In het kader daarvan werd op 16 januari 2024 opnieuw de woning van verdachte doorzocht, waarbij wederom een hoeveelheid onveraccijnsde sigaretten, contant geld, medicijnen en drugs werden aangetroffen. [3]
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat alle aan verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.
Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 in de zaak met parketnummer 82-135717-22 (onderzoek Wemyss Bay) heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gestelde dat zij overeenkomstig de bewezenverklaring van de rechtbank kunnen worden bewezenverklaard. Ten aanzien van feit 4 heeft het witwassen van het geldbedrag, de auto van het merk Lexus, de Baylinerboot en het Breitlinghorloge bestaan uit het verwerven, voorhanden hebben, omzetten en gebruikmaken. Van het contant aangetroffen geldbedrag heeft verdachte eveneens de vindplaats verborgen en/of verhuld. Hiertoe heeft de advocaatgeneraal aangevoerd dat de FIOD een kasopstelling met een beginsaldo van nul heeft opgesteld. Uit de kasopstelling blijkt een negatief verschil tussen contante uitgaven en ontvangsten van € 139.390,00. De verklaring die verdachte voor dit verschil heeft gegeven – dat hij jarenlang contant geld heeft gespaard en geld heeft geleend van een persoon waarvan hij de naam niet wil noemen – is nauwelijks concreet of verifieerbaar en hoogst onwaarschijnlijk.
Ten aanzien van de feiten 2, 3 en 4 in de zaak met parketnummer 82-334903-23 (onderzoek Wilmslow) heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat deze feiten bewezen kunnen worden verklaard overeenkomstig de bewezenverklaring van de rechtbank. Ten aanzien van feit 1 heeft de advocaat-generaal aangevoerd dat verdachte een geldbedrag van € 21.000,00 en een Nissan Juke heeft witgewassen en dat sprake is van gewoontewitwassen. Gelet op het door het openbaar ministerie verrichte onderzoek wordt de verklaring van verdachte dat het geld afkomstig is uit een erfenis van zijn vriendin, [naam] (hierna: [naam] ), en dat hij dit geld in bewaring heeft gekregen, ontzenuwd. Daarnaast kan verdachte de Nissan Juke niet gekocht hebben met van [naam] geleend geld, nu onderzoek naar haar bankrekening uitsluit dat er zoveel geld is opgenomen en is overgemaakt naar de rekening van verdachte, dat hij van dat geld zowel een Nissan Juke kon kopen als een bedrag van € 11.000,00 voor [naam] in bewaring kon nemen.
Standpunt van de verdediging
In de zaak met parketnummer 82-135717-22 (onderzoek Wemyss Bay) heeft de raadsman zich ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 op het standpunt gesteld dat zij kunnen worden bewezenverklaard overeenkomstig de bewezenverklaring van de rechtbank. Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde witwassen heeft de raadsman vrijspraak bepleit. De raadsman heeft, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat verdachte het in zijn kluis aangetroffen geldbedrag van € 59.085,00 heeft geleend om een scooterbedrijf op te zetten. De persoon van wie hij het geld heeft geleend mag hij niet bij naam noemen. Hij heeft het geld van een particulier geleend, omdat hij bij de Rabobank geen krediet kon krijgen. Voor het Breitlinghorloge heeft verdachte drie jaren gespaard. De Baylinerboot heeft hij samen met zijn zoon gekocht en de Lexus samen met [naam] .
In de zaak met parketnummer 82-334903-23 (onderzoek Wilmslow) heeft de raadsman aangevoerd dat de feiten 2, 3 en 4 overeenkomstig de bewezenverklaring van de rechtbank kunnen worden bewezenverklaard. Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde witwassen heeft de raadsman vrijspraak bepleit. Hiertoe heeft hij zakelijk weergegeven aangevoerd dat verdachte een deel van het in de kluis aangetroffen geldbedrag van [naam] in bewaring heeft gekregen en dat hij het andere deel heeft verkregen door middel van onderhandse verkoop van goederen. De Nissan Juke heeft hij betaald door het inruilen van een BMW en met van [naam] geleend geld.
Oordeel van het hof
Inzake parketnummer 82-135717-22 (onderzoek Wemyss Bay)
Ten aanzien van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten zijn door de verdediging geen bewijsverweren gevoerd. Het hof is van oordeel dat op basis van de processtukken en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte deze feiten heeft gepleegd overeenkomstig de hierna opgenomen bewezenverklaring.
Verdachte heeft aangevoerd dat vrijspraak voor feit 4 moet volgen. Naar het oordeel van het hof kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte de vindplaats van het geldbedrag heeft verborgen of verhuld. Bij verbergen of verhullen van de vindplaats van een voorwerp moet sprake zijn van handelingen die doelgericht zijn en geschikt zijn om het zicht op het voorwerp te bemoeilijken. Hierbij kunnen onder meer van belang zijn de mate van onvindbaarheid van de opbergplaats van het voorwerp, hoe ongebruikelijk de opbergplaats is en het antwoord op de vraag of de opbergplaats speciaal voor het verbergen van goederen is gecreëerd.
Verdachte heeft het geld bewaard in een kluis die zich achter een schilderij in zijn slaapkamer bevond. Het hof is van oordeel dat het niet ongebruikelijk is om een contant geldbedrag in een kluis te bewaren en ook niet dat een kluis uit het zicht wordt gebracht door bijvoorbeeld daarvoor een schilderij te plaatsen. Naar het oordeel van het hof is de kluis van verdachte slechts beperkt verborgen op een manier die ook niet ongebruikelijk is. In dat licht bezien kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte de vindplaats van het bedrag van € 59.805,00 heeft verborgen of verhuld. Mede daarom komt het hof tot een vrijspraak van de onder 4 ten laste gelegde gedragingen die zijn ontleend aan de delictsomschrijving van artikel 420bis, eerste lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafrecht.
Het hof is van oordeel dat er wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte het tenlastegelegde onder 4 voor zover dat is toegesneden op artikel 420bis, eerste lid, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafrecht heeft begaan. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs. Het hof overweegt hiertoe het volgende.
Juridisch kader witwassen
Voor een veroordeling voor witwassen dient wettig en overtuigend te worden bewezen dat de voorwerpen waarop de verdenking van witwassen betrekking heeft, afkomstig zijn van enig misdrijf. Dat een voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf kan, indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
In dit onderzoek is geen direct bewijs voorhanden voor een criminele herkomst van het in de kluis aangetroffen contante geld en het geld waarmee de andere ten laste gelegde voorwerpen zijn betaald.
De rechter dient in een geval als dit bij de toetsing de volgende stappen te doorlopen. Allereerst moet worden vastgesteld of de door het openbaar ministerie aangedragen feiten en omstandigheden, bezien in samenhang met de typologieën van witwassen, van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Als dat het geval is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld of de voorwerpen. Een dergelijke verklaring dient concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk te zijn.
Zodra het door de verdachte geboden tegenwicht daartoe aanleiding geeft, ligt het vervolgens op de weg van het openbaar ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het geld of de voorwerpen. De rechter zal dan mede op basis van de resultaten van dat onderzoek moeten beoordelen of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat (het niet anders kan zijn dan dat) het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. [4]
Vermoeden van witwassen
Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte op 30 maart 2022 werd in de slaapkamer van verdachte contant geld aangetroffen in een portemonnee en in een kluis voor een totaalbedrag van € 59.805,00. [5] Daarnaast werden in de woning documenten gevonden van een boot, merk Bayliner (met registratienummer [nummer] ), die daarna werd aantroffen in een jachthaven in [plaats] . [6] De boot is volgens de koopovereenkomst gekocht door en op naam gezet van [naam] , de zoon van verdachte, maar feitelijk betaald door verdachte in januari 2021 voor een bedrag van € 24.000,00. Verdachte heeft een girale aanbetaling van € 1.400,00 gedaan en daarna het restant van de koopprijs (€ 22.600,00) contant voldaan. [7] Ook werden in de woning van verdachte tijdens de doorzoeking vier horloges van de merken Breitling, Chopard, Steinhart en Seiko aangetroffen. [8] Verdachte heeft het horloge van het merk Breitling op 22 juni 2020 gekocht en contant betaald in een outletwinkel van Breitling in [plaats] voor een bedrag van € 4.309,20. [9]
Verder werden tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte de sleutels van een Lexus, voorzien van het kenteken [kenteken] , gevonden. Deze auto bevond zich op de openbare weg achter de woning van verdachte. De auto stond geregistreerd op naam van [naam] . [10] Verdachte heeft op 23 maart 2020 een bedrag van € 16.750,00 contant betaald voor deze auto, onder inruil van een andere auto van het merk Lexus voorzien van het kenteken [kenteken] en met een inruilwaarde van € 11.000,00. [11] Voornoemd contant geldbedrag, de auto, de boot en de horloges zijn inbeslaggenomen.
De FIOD heeft een vermogensvergelijking in de vorm van een eenvoudige kasopstelling gemaakt, gebaseerd op het contante geld waarover verdachte kon beschikken. Naar aanleiding van de eigen verklaring van verdachte is daarbij het beginsaldo op € 0,00 gesteld, vanwege een executieverkoop van de woning van verdachte in [land] in 2014 waarna verdachte naar eigen zeggen op straat kwam te staan. De saldi van de bankrekeningen zijn slechts als het saldo van contante stortingen en opnames in de berekening betrokken, waarbij in de periode tussen 1 januari 2017 en 30 maart 2022 sprake is van een positief saldo van € 35.000,00. Op de einddatum is in de woning van verdachte € 23.785,00 meer contant geld aangetroffen. De FIOD heeft in de eenvoudige kasopstelling berekend dat verdachte in de onderzoeksperiode € 139.390,00 meer contant geld heeft uitgegeven dan ontvangen. [12]
Het feit dat (substantiële) contante geldbedragen worden gebruikt voor betalingen zonder dat de herkomst van die contante bedragen kan worden verklaard, vormt een vermoeden van witwassen. Het hof stelt vast dat er daarnaast sprake is van enkele witwastypologieën, die naar de ervaring leert duiden op het witwassen van de opbrengst van misdrijven. Het is een feit van algemene bekendheid dat diverse vormen van criminaliteit gepaard gaan met grote hoeveelheden contant geld. Het is ongebruikelijk, en daarmee verdacht voor witwassen, om grote hoeveelheden contant geld zonder de noodzaak daartoe op grond van een bepaald beroep of bedrijf voorhanden te hebben. Het voorhanden hebben van grote bedragen contant geld is als het op legale wijze is verkregen ook ongebruikelijk vanwege de daaraan verbonden veiligheidsrisico’s.
Naar het oordeel van het hof rechtvaardigen de hierboven op verdachte betrekking hebbende weergegeven feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, het vermoeden van witwassen. Gelet op dit vermoeden mag van verdachte worden verwacht dat hij een voldoende concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft over de herkomst van het geldbedrag, de boot, de auto en de horloges.
Verklaring van verdachte
Verdachte heeft tegenover de FIOD verklaard dat het in de woning aangetroffen contante geld van een particuliere investeerder afkomstig is en dat hij over die persoon verder niets wil zeggen. Over de aanschaf van de boot heeft verdachte verklaard dat zijn zoon [naam] een bedrag van € 2.000,00 heeft betaald en hijzelf de rest. “
Ik heb de boot contant in gedeeltes betaald.” Over de auto heeft verdachte verklaard dat hij die eveneens contant betaald heeft, omdat hij contant geld prettiger vindt. Over de horloges heeft verdachte verklaard dat de Chopard van de vader van [naam] was en dat hij daarover de beschikking had om die voor hem te verkopen. De Seiko heeft verdachte cadeau gekregen van [naam] en de Steinhart heeft hij ook cadeau gekregen. De Breitling heeft verdachte zelf gekocht en contant betaald.
In zijn derde verklaring bij de FIOD heeft verdachte herhaald dat hij niet wil vertellen wie
de particuliere investeerder is van wie het in de woning van verdachte aangetroffen geldbedrag afkomstig is. Over de contante aanschaf van de andere voorwerpen heeft verdachte verklaard dat hij deze heeft kunnen betalen doordat hij al vanaf 2000 geld van zijn rekening haalt, meestal ongeveer € 500,00 per maand, nadat zijn rekening in 2000 is geblokkeerd na spookafboekingen. In 2007/2008 heeft verdachte een uitkering van ongeveer € 55.000,00 en meerdere andere bedragen via de bank ontvangen. [13]
Verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard, wat hij ter terechtzitting in hoger beroep in grote lijnen heeft herhaald, dat hij vanaf 2000, toen hij nog een goede baan had, maandelijks geld van zijn bankrekening pinde (“
alles wat er overbleef”) en dit contante geld in huis bewaarde. Daarnaast heeft hij contanten gespaard door de verkoop van spullen via [website] . Daar komt bij dat zijn vrouw in 2007 is overleden en dat hij daarna een pensioenuitkering en een groot bedrag van de verzekering heeft ontvangen. Ten tijde van de executieverkoop van zijn woning in [land] beschikte hij nog over voldoende contant geld om de achterstanden te betalen, maar verdachte koos ervoor om het huis niet te redden en een restschuld te accepteren. Nadat hij vanaf 2015 een WIA-uitkering ontving, heeft hij nog een nabetaling van het UWV gekregen en bleek hij recht te hebben op een grote belastingteruggave. Op deze manier heeft hij in de loop van de jaren een groot contant geldbedrag bij elkaar gespaard. Hiermee kon hij de aankoop van de auto – en de eerdere aankoop van de inruilauto –, de boot – en zijn vorige boot – en het horloge bekostigen. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte in aanvulling daarop verklaard dat hij drie jaren voordat hij het Breitlinghorloge heeft gekocht, is begonnen voor dit horloge te sparen. Hij had genoeg spaargeld, maar dat was niet bedoeld voor luxegoederen. Daarom heeft hij apart voor het Breitlinghorloge gespaard.
Over het contante geldbedrag dat in zijn kluis is aangetroffen, heeft verdachte herhaaldelijk verklaard dat dit is geleend tegen een rente van 10% en toebehoort aan een investeerder. Het betrof een lening op basis van een mondelinge overeenkomst. De naam van de investeerder wil hij niet noemen. In hoger beroep heeft verdachte daaraan toegevoegd dat hij slechts vanaf het moment dat hij met het scooterbedrijf zou starten rente was verschuldigd.
Toetsing van de verklaring van verdachte
Het hof stelt in dit verband voorop dat bij de eenvoudig kasopstelling voor het beginsaldo is
uitgegaan van 1 januari 2017. Ter terechtzitting heeft verdachte bevestigd dat in 2014 zijn woning in [land] executoriaal is verkocht en dat hij daaraan een restschuld heeft overgehouden. Verdachte weet echter niet hoe hoog deze restschuld is. Vaststaat dat verdachte vanaf 2015 een beperkt inkomen ontving in de vorm van een WIAuitkering. Het is een feit van algemene bekendheid dat een woning bij een executieverkoop minder oplevert dan de marktwaarde en dat de schuldenaar na de verkoop vaak een restschuld overhoudt. Dat er een restschuld overbleef heeft verdachte ook bevestigd. Een executieverkoop laat zich in beginsel economisch of financieel gezien niet anders verklaren dan door betalingsonmacht. De uitleg van verdachte dat hij op dat moment over voldoende legaal contant geld beschikte om een gedwongen verkoop te voorkomen maar dat hij het geld daar niet aan wilde uitgeven, acht het hof, nog los van het ontbreken van een onderbouwing, hoogst onwaarschijnlijk en dan ook niet aannemelijk geworden. Het is niet goed denkbaar dat verdachte desondanks vanaf dat moment nog beschikte over legaal contant geld, waarmee hij in 2020 en 2021 de ten laste gelegde auto, boot en het horloge heeft kunnen kopen.
Bij de kasopstelling die betrekking heeft op de periode van 1 januari 2017 tot en met 30 maart 2022 zijn eventuele girale inkomsten, zoals een belastingteruggave of uitkeringen van een verzekeraar of pensioeninstantie buiten beschouwing gelaten, omdat alleen contante stortingen en uitgaven erin zijn betrokken. Ook in dat opzicht is de verklaring van verdachte niet toereikend om een vermoeden van witwassen te ontzenuwen. Uit de kasopstelling blijkt dat, zoals gezegd, er een negatief verschil is van € 139.390,00 tussen contante uitgaven en ontvangsten en dat er dus meer contant is uitgegeven dan op basis van legale stortingen mogelijk was. Verdachte heeft zijn verklaring over de herkomst van het contante geld op geen enkele manier onderbouwd met concrete, verifieerbare gegevens. Dat de in de kluis aangetroffen € 59.805,00 was bedoeld voor het opstarten van een onderneming, verklaart nog niet de herkomst ervan. Dat verdachte dit geld van een onbekend gebleven investeerder heeft aangetrokken, niet hoefde af te lossen en pas rente was verschuldigd op het moment dat de onderneming zou starten, acht het hof niet geloofwaardig en mede daarom niet aannemelijk geworden. Hierbij is ook van belang dat de verklaring niet is te verifiëren, nu verdachte de naam van de persoon die het geld aan hem heeft geleend nog steeds niet heeft willen noemen.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte verklaard dat hij voor het Breitlinghorloge, dat hij in 2020 heeft gekocht, drie jaar heeft gespaard. Daarnaast heeft hij verklaard dat hij al in 2017 over tienduizenden euro’s contant spaargeld beschikte. De verklaring van verdachte volgend, zou het naar het oordeel van het hof zo zijn dat verdachte in 2017 een aanzienlijke hoeveelheid spaargeld tot zijn beschikking had. In die periode is hij voor het opstarten van een scooterbedrijf toch een lening aangegaan bij een particuliere investeerder tegen een rente van 10%, wat gegeven een aanzienlijke hoeveelheid spaargeld niet logisch is. Dat verdachte in 2017 al over een groot contant geldbedrag beschikte, is tegen die achtergrond dan ook niet geloofwaardig. Bijgevolg is ook niet aannemelijk geworden dat, zoals verdachte heeft verklaard, de ten laste gelegde voorwerpen met contant spaargeld zijn betaald.
Nader onderzoek door het openbaar ministerie
Omdat de verklaring van verdachte niet of nauwelijks concrete en verifieerbare gegevens
bevat die voldoende tegenwicht zouden kunnen bieden tegen het vermoeden van witwassen,
heeft het openbaar ministerie geen nader onderzoek gedaan naar de door verdachte gestelde alternatieve herkomst van het contante geld en staat deze omstandigheid naar het oordeel van het hof het trekken van na te melden conclusie niet in de weg.
Conclusie
Naar het oordeel van het hof kan het niet anders zijn dan dat het contante geldbedrag van € 59.085,00, het Breitlinghorloge, de auto van het merk Lexus en de Baylinerboot onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn.
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in de periode van 1 januari 2017 tot en met 30 maart 2022 schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van een auto van het merk Lexus voorzien van het kenteken [kenteken] , een motorboot van het merk Bayliner voorzien van de registratie [nummer] , een Breitlinghorloge en een contant geldbedrag van € 59.085,00.
Inzake parketnummer 82-334903-23 (onderzoek Wilmslow)
Ten aanzien van de onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten zijn door de verdediging geen bewijsverweren gevoerd. Het hof is van oordeel dat op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte deze feiten overeenkomstig de hierna opgenomen bewezenverklaring heeft gepleegd.
Verdachte heeft aangevoerd dat vrijspraak moet volgen ten aanzien van feit 1. Het hof is van oordeel dat er ook ten aanzien van het tenlastegelegde onder 1 wettig en overtuigend bewijs is. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs. Het hof overweegt hiertoe het volgende.
Vermoeden van witwassen
Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte op 16 januari 2024 werd in de kluis op de slaapkamer een contant geldbedrag van € 21.000,00 aangetroffen. Daarnaast werden in de woning autosleutels gevonden, die bij een Nissan Juke voorzien van het kenteken [kenteken] bleken te horen. Deze auto bevond zich op de openbare weg in de buurt van de woning van verdachte. Het geld en de auto zijn inbeslaggenomen. [14] De Nissan Juke is op 14 augustus 2023 door verdachte verkregen door inruil van een andere auto, een BMW 328i voorzien van het kenteken [kenteken] met een inruilwaarde van € 10.450,00, en een contante bijbetaling van € 6.500,00. [15]
De FIOD heeft ook in dit onderzoek een eenvoudige kasopstelling opgesteld, gebaseerd op contante uitgaven en ontvangsten. Het beginsaldo contant geld op 30 maart 2022, de datum van de doorzoeking in de woning van verdachte in het onderzoek Wemyss Bay, is bepaald op nihil. Uit de eenvoudige kasopstelling volgt dat ook in deze periode sprake is van een negatief verschil tussen contante uitgaven en ontvangsten – een verschil van € 29.760,00 – dat in beginsel slechts verklaard kan worden door een onverklaarde bron van ontvangsten. [16]
Het hof komt tot de conclusie dat er sprake is van een vermoeden van witwassen van de in de tenlastelegging genoemde auto en het geldbedrag zonder dat er een rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf waaruit die goederen onmiddellijk of middellijk afkomstig zijn.
Verklaring verdachte
Verdachte heeft over de Nissan Juke ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep verklaard dat hij het contante geldbedrag van € 6.500,00 dat hij op de Nissan Juke, kenteken [kenteken] , heeft bijbetaald naast de inruil van de BMW 328i met kenteken [kenteken] , van [naam] heeft geleend. Ook de ingeruilde BMW is destijds gekocht met geld dat hij van [naam] heeft geleend.
Over het in de kluis aangetroffen bedrag van € 21.000,00 heeft verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat een deel daarvan, een bedrag van € 11.000,00, aan [naam] toebehoort. Zij heeft via haar bankrekening een erfenis ontvangen en daarvan € 11.000,00 gepind en dit aan verdachte in bewaring gegeven. Het resterende bedrag van € 10.000,00 behoort wel toe aan verdachte. Zoals hij ook ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard, is dat geld afkomstig van de verkoop van tweedehands spullen op veilingsites als [website] en [website] .
Toetsing van de verklaring van verdachte
Dat de periode van de eenvoudig kasopstelling begint op 30 maart 2022, de dag van de doorzoeking van de woning van verdachte in het kader van onderzoek Wemyss Bay, acht het hof logisch. Al het contante geld dat verdachte op dat moment in zijn woning aanwezig had, is toen inbeslaggenomen.
De rechtbank heeft overwogen dat de verklaring van verdachte over het in 2024 aangetroffen contante geldbedrag onvoldoende concreet en verifieerbaar is. Desondanks heeft de advocaatgeneraal naar aanleiding van de verklaring van verdachte, door de FIOD nader onderzoek laten doen. De FIOD heeft na het instellen van hoger beroep ook nader onderzoek gedaan naar de herkomst van het contante bedrag van € 6.500,00 dat voor de aanschaf van de Nissan Juke is gebruikt. Dat verdachte dit geld heeft geleend van [naam] vindt steun in een overeenkomst van geldlening van 5 april 2023 tussen verdachte en [naam] . Deze overeenkomst heeft betrekking op de aanschaf van de later bij de aanschaf van de Nissan Juke ingeruilde BMW 328i. De FIOD heeft onderzoek gedaan naar de bankrekening van [naam] . [17] Vervolgens is [naam] op 3 juli 2026 door de FIOD en ter terechtzitting in hoger beroep als getuige gehoord.
Uit het onderzoek naar de bankrekeningen van [naam] komt naar voren dat zij inderdaad een erfenis van haar vader heeft ontvangen en dat zij een bedrag van € 4.150,00 contant heeft opgenomen. In haar getuigenverhoor bij de FIOD heeft [naam] verklaard dat zij een contant geldbedrag ter grootte van € 11.000,00 van de erfenis in bewaring heeft gegeven aan verdachte. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft zij nader verklaard dat zij een bedrag van € 4.150,00 van de erfenis bij verdachte in de kluis heeft achtergelaten. De rest van de € 11.000,00 die in de kluis van verdachte is gevonden heeft zij verkregen met de verkoop van spullen uit de inboedel van haar overleden vader.
Conclusie
Verdachte heeft een verklaring over de herkomst van het bedrag van € 21.000,00 gegeven, die naar het oordeel van het hof in ieder geval wat betreft het geld dat [naam] aan hem in bewaring heeft gegeven, niet is weerlegd door het nadere onderzoek dat het openbaar ministerie heeft laten doen. Dat onderzoek en de verklaring van [naam] ter terechtzitting in hoger beroep, bevestigen de verklaring van verdachte voor zover het de herkomst van een bedrag van € 11.000,- betreft.
De verklaring van verdachte over de rest van de aangetroffen € 21.000,00, een bedrag van € 10.000,00, is ook voldoende concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Het openbaar ministerie heeft geen nader onderzoek naar de herkomst van dit geld gedaan. Dat verdachte dit geldbedrag heeft verkregen uit de verkoop van tweedehands spullen vindt steun in stukken die verdachte in raadkamer bij de behandeling van een beklag over het beslag heeft overgelegd.
Naar het oordeel van het hof kan dan ook niet worden gesteld dat het redelijkerwijs niet anders kan dan dat de bij verdachte aangetroffen € 21.000,00 afkomstig is uit enig misdrijf. Om die reden zal het hof verdachte vrijspreken van het witwassen van dit geld.
Ten aanzien van de Nissan Juke is het hof van oordeel dat het nadere onderzoek van de FIOD de verklaring van verdachte heeft weerlegd. Uit het onderzoek naar de bankrekening van [naam] komt naar voren dat de contante opnames en overboekingen naar de rekening van verdachte ontoereikend zijn om € 4.150,00 contant aan verdachte in bewaring te geven, de BMW 328i te financieren én € 6.500,00 voor de Nissan Juke bij te betalen.
Gelet op de kasopstelling heeft verdachte meer contant geld uitgegeven dan waarover hij legaal kon beschikken. Niet is aannemelijk geworden dat het geld dat is gebruikt voor de aanschaf van de Nissan Juke een legale herkomst heeft. Het kan daarom niet anders dan dat de Nissan Juke voor een substantieel deel is gekocht met geld dat onmiddellijk of middellijk afkomstig is uit enig misdrijf.
Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in de periode
van 14 augustus 2023 tot en met 16 januari 2024 opzettelijk schuldig heeft gemaakt aan het
witwassen van een Nissan Juke voorzien van het kenteken [kenteken] .
Omdat het hof verdachte vrijspreekt van het witwassen van een geldbedrag van € 21.000,00, acht het niet bewezen dat verdachte in de tenlastegelegde periode van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

Beslissing op de voorwaardelijke verzoeken tot het doen van nader onderzoek

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman voor het geval dat het hof toekomt aan een bewezenverklaring van een of meer van de witwasfeiten voorwaardelijk verzocht om (verdergaand) nader onderzoek te laten doen: het verrichten van onderzoek naar de bankrekeningen van verdachte over de periode van 1 januari 2000 tot en met 16 januari 2024, het doen van onderzoek naar de bankrekeningen van [naam] , het verrichten van onderzoek naar andere inkomstenbronnen van verdachte en het doen van onderzoek naar [bedrijf] .
In de zaak met parketnummer 82-334903-23 (onderzoek Wilmslow) spreekt het hof verdachte vrij van het witwassen van een bedrag van € 21.000,00. Bovendien heeft de FIOD al nader onderzoek naar de bankrekeningen van [naam] bij de Rabobank gedaan. Onderzoek naar een bankrekening van [naam] bij de KNAB kan van geen belang zijn nu [naam] heeft verklaard van deze bankrekening nooit contante bedragen te hebben opgenomen. Het hof ziet in de onderbouwing van het verzoek daarom onvoldoende aanleiding voor nader onderzoek naar de bankrekening van [naam] of andere inkomstenbronnen van verdachte. Deze verzoeken worden afgewezen.
Uit het proces-verbaal van bevindingen van 21 december 2022, AMB-009, blijkt dat de Rabobank op vordering van de officier van justitie bankgegevens van verdachte aan de FIOD heeft verstrekt en dat door de bewaartermijn alleen rekeningafschriften vanaf 2014 konden worden verstrekt. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat als verdachte geld in contante vorm heeft gespaard dit nog niet wil zeggen dat hij in de ten laste gelegde periode ook over dat geld beschikte, acht het hof het doen van nader onderzoek naar bankrekeningen van verdachte niet noodzakelijk met het oog op de volledigheid van het onderzoek. Het hof wijst het verzoek af.
De noodzaak voor nader onderzoek naar [bedrijf] met het oog op de volledigheid van het onderzoek is het hof evenmin gebleken. Het hof wil wel aannemen dat verdachte bezig is geweest met het opzetten van dit bedrijf (blijkens de dossierstukken in 2018 en 2019), maar dat zegt nog niets over de herkomst van het geld dat in 2022 bij hem in de kluis is aangetroffen en voor het opzetten van het bedrijf zou zijn bestemd. Het hof wijst het verzoek daarom af.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 82-135717-22 onder 1, 2, 3 primair en 4 primair en in de zaak met parketnummer 82-334903-23 onder 1 primair, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
Zaak met parketnummer 82-135717-22 (onderzoek Wemyss Bay)
1.
hij op 30 maart 2022 in [plaats]
, althans in [land] ,opzettelijk
(een
)grote hoeveelheid accijnsgoed
(eren
), te weten
(in ieder geval)293.000 stuks sigaretten, voorhanden en
/ofin opslag heeft gehad,
terwijl die
/dataccijnsgoed
(eren
)niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing waren
/wasbetrokken;
2.
hij op
of omstreeks30 maart 2022 in [plaats]
, althans in [land] ,opzettelijk aanwezig heeft gehad
-
ongeveer7,2 gram bruine vloeistof
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende amfetamine, MDMA en GHB, en
/of
-
ongeveer160,22 gram blauwgroene vloeistof
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende amfetamine, MDMA en GHB, en
/of
- 97,87 gram blauwgroene vloeistof
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende amfetamine, MDMA en GHB, en
/of
-
ongeveer522,95 gram blauwe vloeistof
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende amfetamine, MDMA en GHB, en
/of
-
ongeveer478,77 gram kleurloze viskeuze vloeistof
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende GHB, en
/of
-
ongeveer72,68 gram kleurloze vloeistof
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende amfetamine,
zijnde amfetamine en
/ofMDMA en
/ofGHB
(telkens) (een), middel
(en
)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3. primair
hij op
of omstreeks30 maart 2022 in [plaats]
, althans in [land] , (al dan niet)opzettelijk
,een geneesmiddel, als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder b, van de Geneesmiddelenwet waarvoor geen handelsvergunning gold,
te weten
- een
grotehoeveelheid tabletten, in ieder geval 300 stuks bevattende een hoeveelheid van 200 mg sildenafil citrate, en
/of
- een
grotehoeveelheid tabletten, in ieder geval 284 stuks bevattende een hoeveelheid van 100 mg sildenafil citrate, en
/of
- een
grotehoeveelheid gels, in ieder geval 350 stuks, bevattende een hoeveelheid van 100 mg sildenafil citrate, en
/of
- een grote hoeveelheid tabletten, in ieder geval 3.360 stuks, bevattende een hoeveelheid van 20 mg tadalafil en 60 mg dapoxetine,
in voorraad heeft gehad
en/of te koop heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of ter hand heeft gesteld en/of anderszins binnen het [land] grondgebied heeft gebracht;
4. primair
hij
op of omstreeksin de periode van 1 januari 2017 tot en met 30 maart 2022
te [plaats] , althansin [land] ,
(van)
- een contant geldbedrag
ter hoogtevan € 59.085,00, en
/of
- een
snellemotorboot, merk Bayliner, registratienummer [nummer] , en
/of
- een voertuig, merk Lexus, kenteken [kenteken] , en
/of
- een horloge, merk Chopard, en/of
- een horloge, merk Breitling,
en/of
- een horloge, merk Steinhart, en/of
- een horloge, merk Seiko,
althans een of meer voorwerpen,
Sub a
- de werkelijke plaats, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)

Sub b

-heeft verworven, voorhanden heeft gehad,
heeft overgedragen, heeft omgezet,en
/of
-gebruik heeft gemaakt
terwijl hij, verdachte, wist dat
dat/die voorwerp
(en
)– onmiddellijk of middellijk – afkomstig
was/waren uit enig misdrijf;
Zaak met parketnummer 82-334903-23 (onderzoek Wilmslow)1. primair
hij
op of omstreeksin de periode 14 augustus 2023 tot en met 16 januari 2024
te [plaats] , althansin [land] ,
(van)
- een contant geldbedrag ter hoogte van € 21.000,-, en/of
- een voertuig, merk Nissan, type Juke, met kenteken [kenteken]
althans een of meer voorwerpen
Sub a
- de werkelijke plaats, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)

Sub b

-heeft verworven, voorhanden heeft gehad,
heeft overgedragen, heeft omgezet,en
/of
-gebruik heeft gemaakt
terwijl hij, verdachte, wist dat dat
/dievoorwerp
(en)– onmiddellijk of middellijk – afkomstig was
/warenuit enig misdrijf
en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;
2.
hij op 16 januari 2024 in [plaats]
, althans in [land]opzettelijk aanwezig heeft gehad -
ongeveer519,20 gram donkergrijze vloeistof
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende GHB en MDMA,
en/of
- ongeveer 3,57 gram kristallijn poeder, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 3-MMC,
zijnde GHB en
/ofMDMA
en/of 3MMC,
(telkens) (een)middel
(en
)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij op 16 januari 2024 in [plaats]
, althans in [land] ,opzettelijk
(een
)hoeveelheid accijnsgoed
(eren
), te weten
(in ieder geval)2.080 stuks sigaretten, voorhanden en
/ofin opslag heeft gehad,
terwijl die
/dataccijnsgoed
(eren
)niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing waren
/wasbetrokken;
4.
hij op 16 januari 2024 in [plaats]
, althans in [land] , (al dan niet)opzettelijk een geneesmiddel, als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder b, van de Geneesmiddelenwet waarvoor geen handelsvergunning gold,
te weten
- een
grotehoeveelheid tabletten, in ieder geval 120 stuks bevattende een hoeveelheid van 120 mg sildenafil, en
/of
- een
grotehoeveelheid tabletten, in ieder geval 60 stuks bevattende een hoeveelheid van 100 mg sildenafil, en
/of
- een
(grote)hoeveelheid tabletten, in ieder geval 42 stuks bevattende een hoeveelheid van 7,5 mg zopiclon, en
/of
- een
(grote)hoeveelheid tabletten, in ieder geval 95 tabletten bevattende een hoeveelheid van 60 mg tadalafil, en
/of
- een
(grote)hoeveelheid ampullen, in ieder geval 5 ampullen bevattende een hoeveelheid van 250 mg testosteron, en
/of
- een hoeveelheid tabletten, in ieder geval 8 stuks bevattende een hoeveelheid van 10 mg diazepam, en
/of
- een hoeveelheid tabletten, in ieder geval 10 stuks bevattende een hoeveelheid van 10 mg zolpidem
in voorraad heeft gehad
en/of te koop heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of ter hand heeft gesteld en/of anderszins binnen het [land] grondgebied heeft gebracht.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het in de zaak met parketnummer 82-135717-22 onder 1 en in de zaak met parketnummer 82-334903-23 onder 3 bewezenverklaarde levert op, telkens:
opzettelijke overtreding van een in artikel 5 van Pro de Wet op de accijns opgenomen verbod.
Het in de zaak met parketnummer 82-135717-22 onder 2 en in de zaak met parketnummer 82-334903-23 onder 2 bewezenverklaarde levert op, telkens:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
Het in de zaak met parketnummer 82-135717-22 onder 3 primair en in de zaak met parketnummer 82-334903-23 onder 4 bewezenverklaarde levert op, telkens:
overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 40, tweede lid, van de Geneesmiddelenwet, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.
Het in de zaak met parketnummer 82-135717-22 onder 4 primair bewezenverklaarde levert op:
witwassen, meermalen gepleegd.
Het in de zaak met parketnummer 82-334903-23 onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:
witwassen.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder gelet op het volgende.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk voorhanden en in opslag hebben van ongeveer driehonderdduizend sigaretten, het opzettelijk aanwezig hebben van verschillende soorten synthetische drugs en het opzettelijk in voorraad hebben van geneesmiddelen. Door aldus te handelen heeft verdachte ervan blijk gegeven niet te schromen illegale goederen aanwezig te hebben, waardoor hij heeft bijgedragen aan de instandhouding van de handel daarin. Door harddrugs wordt de volksgezondheid bedreigd.
Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van bijna zestigduizend euro, een motorboot, een auto van het merk Lexus en een horloge en het witwassen van een Nissan Juke. Door opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie te onttrekken en daaraan een schijnbaar legale herkomst te verschaffen, wordt de integriteit van het financieel en economisch verkeer aangetast. Bovendien bevordert dergelijk handelen het plegen van delicten omdat zonder het verschaffen van een schijnbaar legale herkomst aan crimineel geld, het genereren van illegale winst een stuk minder lucratief zou zijn.
Het hof heeft acht geslagen op het uittreksel justitiële documentatie over verdachte van 15 juni 2026. Daaruit blijkt dat verdachte in [land] niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.
Daarnaast heeft het hof gelet op de door verdachte ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring over zijn persoonlijke omstandigheden.
Gelet op de ernst van de feiten is het hof van oordeel dat met geen andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf kan worden volstaan. Het hof heeft bij de strafoplegging gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor het aanwezig hebben van tussen 1.500 en 2.000 gram harddrugs geldt als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zeven maanden. Daarnaast heeft verdachte een aanzienlijke hoeveelheid onveraccijnsde sigaretten en illegale medicijnen aanwezig gehad en heeft hij een aanzienlijk geldbedrag en meerdere voorwerpen witgewassen.
Alles afwegende is het hof van oordeel dat een gevangenisstraf van zeventien maanden in beginsel passend en geboden is.
Het hof stelt echter vast dat de redelijke termijn van berechting, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, in eerste aanleg is overschreden. Op 30 maart 2022 heeft onder leiding van de rechter-commissaris in het onderzoek Wemyss Bay een doorzoeking plaatsgevonden. Met deze doorzoeking is de redelijke termijn naar het oordeel van het hof aangevangen. Dat het openbaar ministerie de zaak samen met het onderzoek Wilmslow heeft aangebracht acht het hof op zich een logische keuze, nu beide onderzoeken met elkaar in nauw verband staan. Het einddossier van onderzoek Wilmslow was echter al gereed op 15 mei 2024. Naar het oordeel van het hof had van het openbaar ministerie mogen worden verwacht dat de zaak tegen verdachte binnen een jaar daarna bij de rechtbank zou worden aangebracht. De op redelijkheid te beoordelen termijn van berechting in eerste aanleg, die is aangevangen op 30 maart 2022, liep naar het oordeel van het hof tot en met een jaar na 15 mei 2024 door. De rechtbank heeft op 30 juni 2025 uitspraak gedaan. Het hof is van oordeel dat de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, is overschreden, zij het in beperkte mate. Het hof zal deze overschrijding compenseren door de gevangenisstraf van zeventien maanden te verkorten met één maand tot een gevangenisstraf van zestien maanden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van Pro de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Beslag

Verbeurdverklaring
Het in de zaak met parketnummer 82-135717-22 onder 4 primair bewezenverklaarde is begaan met behulp van de hierna te noemen inbeslaggenomen voorwerpen:
  • voorwerp 1: een personenauto van het merk Lexus voorzien van het kenteken [kenteken] ;
  • voorwerp 3: € 30.000,00;
  • voorwerp 4: € 29.805,00;
  • voorwerp 8: een horloge van het merk Breitling;
  • voorwerp 11: een enveloppe met een registratiebewijs van een motorboot van het merk Bayliner voorzien van de registratie [nummer] ;
  • voorwerp 29: een speedboot van het merk Bayliner.
Deze voorwerpen behoren verdachte toe en kunnen gelet op het resultaat van de opgestelde eenvoudige kasopstelling worden aangemerkt als de opbrengst van enig strafbaar feit. Het hof zal de voorwerpen verbeurdverklaren om te bereiken dat aan verdachte wederrechtelijk verkregen voordeel wordt ontnomen. Wordt aan verdachte ook de maatregel van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel opgelegd dan dient in verband met het reparatoire karakter van die maatregel de waarde van de onder de verdachte inbeslaggenomen en verbeurdverklaarde voorwerpen in mindering te worden gebracht op de aan hem op te leggen betalingsverplichting.
Het hof heeft rekening gehouden met de financiële draagkracht van verdachte.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het in het onderzoek Wilmslow inbeslaggenomen bedrag van € 21.000,00 en de inbeslaggenomen Nissan Juke eveneens worden verbeurdverklaard. Het hof zal het bedrag van € 21.000,00 vanwege de gegeven vrijspraak van het witwassen van dit geld niet verbeurdverklaren en ziet onvoldoende aanleiding de onder verdachte inbeslaggenomen Nissan Juke verbeurd te verklaren. Beide goederen zijn op grond van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering conservatoir inbeslaggenomen, reden waarom het hof over de via die bepaling inbeslaggenomen voorwerpen geen beslissing neemt.
Onttrekking aan het verkeer
Het in de zaak met parketnummer 82-135717-22 onder 1 en 3 primair en in de zaak met parketnummer 82-334903-23 onder 3 en 4 bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot de hierna te noemen inbeslaggenomen voorwerpen:
  • voorwerp 12: twee pillen;
  • voorwerp 13: “22 PAL Sigaret”;
  • voorwerp 14: “28 PAL Sigaret”;
  • voorwerp 15: “29 DS Sigaret”;
  • voorwerp 16: “15 SF Sigaret”;
  • voorwerp 22: “1 DS Medicijn”.
Het hof onttrekt deze voorwerpen aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.
Onttrekking aan het verkeer/teruggave
De hierna te noemen inbeslaggenomen voorwerpen zijn aangetroffen tijdens het onderzoek naar het door verdachte in de zaak met parketnummer 82-135717-22 onder 1 en in de zaak met parketnummer 82-334903-23 onder 3 begane feit:
  • voorwerp 18: “1 STK Geld Vals”;
  • voorwerp 19: vijftien paar schoenen;
  • voorwerp 20: 76 flessen parfum;
  • voorwerp 21: 73 flessen parfum;
  • voorwerp 23: dertien jassen van het merk Moncler;
  • voorwerp 27: 24 jassen van het merk Adidas.
Vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn de aan de dader of de verdachte toebehorende voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang, welke bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdacht, zijn aangetroffen, maar alleen als de voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan. Naar het oordeel van het hof kan op basis van de processtukken en het verhandelde op de zitting niet worden vastgesteld dat voor de inbeslaggenomen merkvervalste artikelen (voorwerpen 19, 20, 21, 23 en 27) is voldaan aan de in artikel 36c en/of 36d van het Wetboek van Strafrecht gestelde vereisten. Datzelfde geldt voor het inbeslaggenomen halve tien-eurobiljet (voorwerp 18). Het hof zal daarom volgens de hoofdregel gelasten dat zij aan verdachte, als degene bij wie zij in beslag zijn genomen, worden teruggegeven. Het hof gaat er daarbij vanuit dat de voorwerpen uiteindelijk niet worden teruggegeven aan verdachte, die ten aanzien van de voorwerpen kan worden aangemerkt als verdachte van het in voorraad hebben van merkvervalste artikelen (artikel 337 van Pro het Wetboek van Strafrecht), en dat het beslag op de voorwerpen op een van de in artikel 134, tweede lid, aanhef en onder b of c, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde manieren wordt beëindigd.
Teruggave
Het hof gelast de teruggave aan verdachte van de hierna te noemen goederen:
  • voorwerp 5: een horloge van het merk Chopard;
  • voorwerp 6: een horloge van het merk Steinhart;
  • voorwerp 7: een horloge van het merk Seiko;
  • voorwerp 9: een fototoestel van het merk Sony;
  • voorwerp 10: een fototoestel van het merk Sony, type RX10;
  • voorwerp 17: een herenfiets;
  • voorwerp 20: 76 flessen parfum;
  • voorwerp 21: 73 flessen parfum;
  • voorwerp 24: vier jassen van het merk Colmar;
  • voorwerp 25: zeven jassen van het merk Beaumont;
  • voorwerp 26: tien jassen van het merk Duvetica;
  • voorwerp 28: vijf jassen van het merk Ivy Park (vier) en SamsøeSamsøe (één).

Wetsartikelen

De straffen en maatregel zijn gebaseerd op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, de artikelen 24, 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, artikel 5 van Pro de Wet op de accijns, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en artikel 40 van Pro de Geneesmiddelenwet.
Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaartniet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 82-135717-22 onder 5 primair en 5 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaartzoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 82-135717-22 onder 1, 2, 3 primair en 4 primair en in de zaak met parketnummer 82-334903-23 onder 1 primair, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaarthet in de zaak met parketnummer 82-135717-22 onder 1, 2, 3 primair en 4 primair en in de zaak met parketnummer 82-334903-23 onder 1 primair, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeeltde verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
16 (zestien) maanden.
Verklaart verbeurdde volgende inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen:
  • voorwerp 1: een personenauto van het merk Lexus voorzien van het kenteken [kenteken] ;
  • voorwerp 3: € 30.000,00;
  • voorwerp 4: € 29.805,00;
  • voorwerp 8: een horloge van het merk Breitling;
  • voorwerp 11: een enveloppe met een registratiebewijs van een motorboot van het merk Bayliner voorzien van de registratie [nummer] ;
  • voorwerp 29: een speedboot van het merk Bayliner.
Beveeltde
onttrekking aan het verkeervan de volgende inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen:
  • voorwerp 12: twee pillen;
  • voorwerp 13: “22 PAL Sigaret”;
  • voorwerp 14: “28 PAL Sigaret”;
  • voorwerp 15: “29 DS Sigaret”;
  • voorwerp 16: “15 SF Sigaret”;
  • voorwerp 22: “1 DS Medicijn”;
Gelastde
teruggaveaan de verdachte van de volgende inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen:
  • voorwerp 5: een horloge van het merk Chopard;
  • voorwerp 6: een horloge van het merk Steinhart;
  • voorwerp 7: een horloge van het merk Seiko;
  • voorwerp 9: een fototoestel van het merk Sony;
  • voorwerp 10: een fototoestel van het merk Sony, type RX10;
  • voorwerp 17: een herenfiets;
  • voorwerp 18: “1 STK Geld Vals”;
  • voorwerp 19: vijftien paar schoenen;
  • voorwerp 20: 76 flessen parfum;
  • voorwerp 21: 73 flessen parfum;
  • voorwerp 23: dertien jassen van het merk Moncler;
  • voorwerp 24: vier jassen van het merk Colmar;
  • voorwerp 25: zeven jassen van het merk Beaumont;
  • voorwerp 26: tien jassen van het merk Duvetica;
  • voorwerp 27: 24 jassen van het merk Adidas;
  • voorwerp 28: vijf jassen van het merk Ivy Park (vier) en SamsøeSamsøe (één).
Dit arrest is gewezen door mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, mr. G. Dam en mr. N.C. van Lookeren Campagne, in aanwezigheid van de griffier mr. L. Dijkman en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 29 juli 2026.

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit
2.Het proces-verbaal van bevindingen van 16 maart 2023, dossier Wemyss Bay, (AD001), pagina’s 11 en 14.
3.Het proces-verbaal van bevindingen van 30 april 2024. dossier Wilmslow, (AD001), pagina’s 11 en 13.
4.Hoge Raad 18 december 2018, ECLl:NL:HR:2018:2352.
5.Het proces-verbaal van bevindingen van 9 maart 2023, dossier Wemyss Bay, ZD00101, pagina 22, in samenhang met het proces-verbaal van bevindingen doorzoeking woning van 31 maart 2022, dossier Wemyss Bay, DOC-002, pagina 483.
6.Het proces-verbaal van bevindingen van 9 maart 2023, dossier Wemyss Bay, ZD00101, pagina 27, in samenhang met het proces-verbaal van bevindingen van doorzoeking woning van 31 maart 2022, DOC002, pagina 484.
7.Het proces-verbaal van bevindingen van 9 maart 2023, dossier Wemyss Bay, ZD00101, pagina 27, in samenhang met een geschrift, DOC047, pagina 635, en een geschrift, zijnde een koopovereenkomst, DOC048, pagina’s 636640.
8.Het proces-verbaal van bevindingen van 9 maart 2023, dossier Wemyss Bay, ZD00101, pagina 34.
9.Een geschrift, zijnde een factuur van 22 juni 2020, dossier Wemyss Bay, DOC038, pagina 614.
10.Het proces-verbaal van bevindingen van 9 maart 2023, dossier Wemyss Bay, ZD00101, pagina 30, in samenhang met het proces-verbaal van bevindingen van doorzoeking woning van 31 maart 2022, DOC002, pagina 484.
11.Een geschrift, zijnde een factuur met betaalbewijs, dossier Wemyss Bay, DOC023, pagina 539.
12.Het proces-verbaal van bevindingen kasopstelling van 12 januari 2023, dossier Wemyss Bay, AMB008, pagina’s 211213.
13.Het proces-verbaal van verhoor verdachte, V-001-03, dossier Wemyss Bay, pagina 286.
14.Het proces-verbaal doorzoeking ter inbeslagneming, dossier Wilmslow, IBN00103, pagina’s 150152.
15.Een geschrift zijnde een factuur, dossier Wilmslow, DOC002, pagina 174.
16.Het proces-verbaal van bevindingen van 6 mei 2024, dossier Wilmslow, pagina’s 61 en 62.
17.Het proces-verbaal van bevindingen van 1 juli 2026, dossier Wilmslow, AMB00301.