De kinderrechter in de rechtbank Overijssel heeft de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige verlengd tot 13 maart 2026. De minderjarige woont sinds 2023 in een gezinshuis en staat onder toezicht van de gecertificeerde instelling (GI). De moeder is het niet eens met deze verlenging en gaat in hoger beroep.
Het hof heeft de machtiging bekrachtigd omdat de minderjarige niet thuis kan wonen. De moeder stelt dat zij in staat is de zorg te dragen en dat het syndroom van de minderjarige de signalen veroorzaakt, niet de omgang met haar. Het hof acht dit niet aannemelijk, mede vanwege de kwetsbaarheid van de minderjarige en de huidige situatie van de moeder, waaronder het ontbreken van een vaste woonplaats en lopende traumabehandeling.
Het hof toetst het perspectiefbesluit, waarin is vastgesteld dat het opgroeiperspectief niet meer bij de moeder ligt, niet inhoudelijk. Dit dient in een procedure tot beëindiging van het gezag te gebeuren. Ook wijst het hof het verzoek af om een onderzoek naar netwerkplaatsing bij familie, omdat dit te belastend zou zijn voor de kwetsbare minderjarige.