Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 27 juni 2025;
- het verweerschrift met producties;
- een journaalbericht namens de vrouw van 24 november 2025 met een productie.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat,
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
Wanneer ouders nooit in gezinsverband met het betrokken kind of de kinderen hebben samengeleefd, bepalen we het eigen aandeel door het gemiddelde te nemen van het eigen aandeel berekend op basis van het inkomen van de ene ouder en het eigen aandeel op basis van het inkomen van de andere ouder. Op deze manier beoordelen we de welstand die het kind bij iedere ouder afzonderlijk ervaart of zou hebben ervaren als het alleen bij die ouder opgroeit of was opgegroeid. Met (inkomsten van) nieuwe partners houden we geen rekening.”
Blijkens de aangehechte behoefteberekening bedraagt het netto besteedbaar inkomen (NBI) van de man op basis van dit inkomen € 1.737,- per maand. Op basis van het inkomen van de man bedroeg de behoefte van [minderjarige] in 2024 € 188,- per maand.
6.De slotsom
7.Aanhechten draagkrachtberekeningen
8.De beslissing
- € 25,- per maand met ingang van [datum] 2024;
- € 116,- per maand met ingang van 1 september 2025; en
- € 121,50 per maand met ingang van 1 januari 2026;