ECLI:NL:GHARL:2026:586

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
200.361.379/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 lid 1 onder a en b BWArt. 1:260 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging

De kinderrechter in Lelystad heeft de ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen verlengd tot 17 september 2026. De moeder is tegen deze beslissing in hoger beroep gegaan, terwijl de vader en de gecertificeerde instelling (GI) de verlenging steunen.

Het hof heeft de stukken bestudeerd en de kinderen gehoord. Er zijn ernstige zorgen over de ontwikkeling van alle vier de kinderen, waaronder autisme, hechtingsproblematiek, laag IQ, langdurig pesten, ADHD en onrust binnen het gezin. De moeder weigert de noodzakelijke hulpverlening te accepteren en benutten, waardoor vrijwillige hulp niet mogelijk is.

Het hof oordeelt dat de ondertoezichtstelling verlengd moet worden om de juiste hulp te kunnen organiseren. De moeder moet medewerking verlenen aan de hulpverlening. De beslissing van de kinderrechter wordt bekrachtigd en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.

Uitkomst: De verlenging van de ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen wordt bekrachtigd vanwege ernstige bedreigingen in hun ontwikkeling en het ontbreken van medewerking van de moeder aan noodzakelijke hulpverlening.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.361.379/01
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 596229)
beschikking van 3 februari 2026
in de zaak van
[verzoekster](de moeder),
die woont in [woonplaats1] ,
verzoekster in hoger beroep,
advocaat: mr. R.W. de Gruijl te Rotterdam.
en
de gecertificeerde instelling,
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam,
verweerster in hoger beroep.
Als overige belanghebbende is aangemerkt:
[belanghebbende](de vader),
die woont in [woonplaats1] ,
advocaat: mr. S. Flantua te Ens.
In zijn toetsende en/of adviserende taak is gekend:
de raad voor de kinderbescherming(de raad),
regio Midden Nederland, locatie Lelystad.

1.Samenvatting

De kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, heeft de ondertoezichtstelling van [minderjarige1] , [minderjarige2] , [minderjarige3] en [minderjarige4] verlengd tot 17 september 2026. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.

2.De feiten

2.1.
De ouders hebben vier kinderen:
  • [minderjarige1] , geboren [in] 2013;
  • [minderjarige2] , [in] 2014;
  • [minderjarige3] , [in] 2015;
  • [minderjarige4] , [in] 2017.
2.2.
De ouders hebben samen het gezag over de kinderen.
2.3.
De kinderen wonen bij de moeder.
2.4.
De kinderen staan sinds 17 december 2020 onder toezicht en deze ondertoezichtstelling is sindsdien telkens verlengd. Sinds 14 maart 2023 is de huidige GI betrokken.

3.De procedure bij de kinderrechter

3.1.
De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van de kinderen te verlengen met een jaar.
3.2.
De kinderrechter heeft het verzoek van de GI toegewezen en de ondertoezichtstelling van de kinderen verlengd tot 17 september 2026.
3.3.
Die beslissing is op 11 september 2025 genomen en vastgelegd op 26 september 2025.

4.De procedure bij het hof

4.1.
De moederis het niet eens met de beslissing van de kinderrechter. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissing van de kinderrechter ongedaan maakt.
4.2.
De vaderis het eens met de beslissing van de kinderrechter. Hij wil dat het hof de beslissing van de kinderrechter in stand laat.
4.3.
De GIwil dat de beslissing in stand blijft.
De informatie die het hof heeft ontvangen
4.4.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het beroepschrift van 7 november 2025;
  • het verweerschrift van de GI;
  • de stukken van de moeder, ingediend op 5 december 2025;
  • de brief van de raad van 16 december 2025, waarin de raad zich afmeldt voor de zitting.
4.5.
[minderjarige1] , [minderjarige2] , [minderjarige3] en [minderjarige4] hebben op 13 januari 2026 gesproken met een raadsheer en een griffier van het hof. Zij hebben verteld wat zij vinden van de ondertoezichtstelling.
4.6.
De zitting bij het hof was op 14 januari 2026. Aanwezig waren:
  • de moeder met mr. J. Koenen (waarnemer voor mr. De Gruijl);
  • mr. Flantua;
  • twee vertegenwoordigers van de GI.

5.Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?
5.1.
De kinderrechter kan een kind onder toezicht stellen als het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Dat is als er grote zorgen zijn over zijn ontwikkeling. Ook moet vast komen te staan dat de ouders niet of niet genoeg meewerken aan vrijwillige hulpverlening.
Ten slotte moet de kinderrechter ervan kunnen uitgaan dat de ouders de opvoeding en verzorging binnen een aanvaardbare termijn weer helemaal zelf op zich kunnen nemen. [1] Dat is de periode van onzekerheid die een kind kan overbruggen zonder ernstige schade op te lopen in zijn ontwikkeling.
5.2.
De kinderrechter kan de ondertoezichtstelling verlengen. Dat mag steeds voor maximaal een jaar. [2]
Hoe oordeelt het hof?
5.3.
Het hof is van oordeel dat de beslissing van de kinderrechter in stand moet blijven
(worden bekrachtigd).
5.4.
Uit de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken, blijkt dat er grote zorgen zijn over de ontwikkeling van de kinderen. [minderjarige1] is een kwetsbare jongen en er is bij hem sprake van autisme, hechtingsproblematiek en een laag IQ. Daarnaast gaat hij al geruime tijd niet naar school. Hij heeft intensieve begeleiding nodig. De aanmelding voor een passende school verloopt door toedoen van de moeder uiterst moeizaam en de GI is daarom inmiddels een procedure gestart om vervangende toestemming voor aanmelding te verkrijgen. Omdat [minderjarige2] langdurig is gepest, heeft zij behoefte aan traumatherapie. Het behandeltraject komt echter niet van de grond omdat de moeder niet meewerkt aan de systeemtherapie die hieraan voorafgaand noodzakelijk is. [minderjarige3] heeft meer dan gemiddeld behoefte aan structuur en begrenzing. Daarnaast is er bij hem sprake van ADHD en mogelijk ook van hechtingsproblematiek. [minderjarige4] heeft last van de onrust binnen het gezin en heeft zorgelijke uitspraken gedaan over kindermishandeling door de vader. Naast de individuele zorgen over de kinderen, zijn er zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder. Er zijn zorgen over de vraag in hoeverre het de moeder lukt om de kinderen voldoende veiligheid, structuur en voorspelbaarheid te bieden. Op dit moment wordt door ’s Heeren Loo onderzocht of er bij de moeder sprake is van goed genoeg ouderschap. Dit alles vormt naar het oordeel van het hof een ernstige bedreiging voor de ontwikkeling van [minderjarige1] , [minderjarige2] , [minderjarige3] en [minderjarige4] .
5.5.
Terwijl de vader de zorgen over de kinderen erkent, lukt dat de moeder onvoldoende. Ze bagatelliseert de zorgen over de kinderen en heeft tijdens de mondelinge behandeling meermaals verklaard niet te weten waar hulpverlening voor nodig is. Onder die omstandigheden kunnen de ernstige ontwikkelingsbedreigingen van de kinderen niet in het vrijwillig kader weggenomen worden. Voor hulpverlening in het vrijwillig kader is het immers noodzakelijk dat de moeder, samen met de vader, in ieder geval inziet dat hulp nodig is en die hulp kan accepteren en benutten. Dat is naar het oordeel van het hof niet het geval. Daarom acht het hof regie vanuit de GI noodzakelijk om de juiste hulp voor de kinderen te organiseren. Gelet op de grote zorgen over alle vier de kinderen, ziet het hof geen aanleiding om de ondertoezichtstelling voor één of enkele kinderen niet te verlengen (zoals namens de moeder tijdens de mondelinge behandeling subsidiair is verzocht). De ondertoezichtstelling is niet vrijblijvend. Van de moeder wordt verwacht dat zij haar medewerking verleent en zich inzet voor de door de GI noodzakelijk geachte hulpverlening.

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad van 11 september 2025 over de ondertoezichtstelling van [minderjarige1] , [minderjarige2] , [minderjarige3] en [minderjarige4] ;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. L. van Dijk, K.A.M. van Os-ten Have en S. Kuijpers, bijgestaan door mr. S. van der Meer als griffier, en is op 3 februari 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Voetnoten

1.artikel 1:255 lid 1 onder Pro a en b BW
2.artikel 1:260 lid 1 BW Pro