ECLI:NL:GHARL:2026:658
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- M.C. Fuhler
- L.J. Hofstra
- M.B. de Wit
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na verduistering van gelden hoogbejaarde man
In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 31 januari 2023. Betrokkene werd veroordeeld wegens meermalen gepleegde verduistering van gelden van een hoogbejaarde man. De rechtbank had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €106.259,13 en de verplichting opgelegd dit bedrag aan de Staat te betalen, met een gijzelingstermijn van maximaal 1080 dagen.
Tijdens de zitting van het hof op 21 januari 2026 zijn de standpunten van betrokkene en haar raadsman besproken, evenals de vordering van de advocaat-generaal tot bevestiging van het vonnis. Het hof heeft de gronden van de rechtbank zorgvuldig onderzocht en is van oordeel dat deze juist en toereikend zijn.
Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank en neemt de motieven over. Er is geen aftrek verleend voor de nog niet betaalde schadevergoedingsmaatregel, omdat eventuele verrekening in de executiefase kan plaatsvinden. Hiermee wordt de ontnemingsvordering gehandhaafd en de betalingsverplichting aan de Staat bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank en legt de ontnemingsvordering van €106.259,13 met gijzelingstermijn van 1080 dagen op.