Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:722

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
Wahv 200.356.639/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie roodlichtovertreding na geautomatiseerde flitspaalmeting

De betrokkene werd bij inleidende beschikking gesanctioneerd voor het doorrijden bij een rood verkeerslicht op 19 april 2023 te Amsterdam. De betrokkene voerde aan dat het licht oranje was en betwijfelde de betrouwbaarheid van de flitspaalmeting vanwege identieke configuratiechecksums in NMi-verklaringen. Tevens werd schending van de hoorplicht door de officier van justitie aangevoerd.

Het hof oordeelde dat de flitspaalmeting betrouwbaar is, mede omdat de identieke configuratiechecksum verklaard kon worden door het ontbreken van wijzigingen in de configuratie. Foto’s toonden aan dat het voertuig reed met 42 km/u en het rode licht al 1,6 seconden brandde bij het passeren van de stopstreep. De schending van de hoorplicht werd erkend, maar leidde niet tot matiging van de sanctie.

Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De sanctie van €280 blijft van kracht, waarmee de overtreding geautomatiseerd en rechtsgeldig is vastgesteld.

Uitkomst: De sanctie van €280 voor doorrijden bij rood licht wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.356.639/01
CJIB-nummer
: 257413704
Uitspraak d.d.
: 9 februari 2026
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 3 april 2025, betreffende

[betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 280,- voor: “doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 april 2023 om 13:33 uur op de S100 Stadhouderskade kruising Westeinde in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de bestuurder de gedraging niet heeft verricht. Het verkeerslicht straalde oranje uit (het hof begrijpt geel licht) op het moment dat de bestuurder de kruising passeerde. De bestuurder handelt in dit soort situaties altijd zeer zorgvuldig. Daarnaast stelt de gemachtigde zich op het standpunt dat getwijfeld wordt aan de betrouwbaarheid van de meting door de flitspaal ter plaatse. De flitspaal heeft namelijk in 2022 tweemaal een locatieverklaring ontvangen, te weten op 20 juli 2022 en 9 augustus 2022. Opmerkelijk is dat de configuratiechecksum in beide verklaringen identiek is, terwijl dit normaliter een uniek identificatiekenmerk betreft. Volgens de gemachtigde roept dit vragen op over de juiste werking en deugdelijkheid van de installatie. Een verzoek bij de officier van justitie om dit nader te laten onderzoeken heeft nog niet tot een bevredigend antwoord geleid. Verder stelt de gemachtigde dat sprake is van schending van de hoorplicht door de officier van justitie. Het bieden van de mogelijkheid om de gronden schriftelijk aan te vullen, is onvoldoende om dit verzuim te herstellen. De gemachtigde heeft een overzicht van zaken waarin een schriftelijke ronde is geboden ter vervanging van de hoorplicht en na 1 oktober 2023 alsnog is gehoord. Het betreft geen zaken waarin nieuwe informatie door het openbaar ministerie is toegezonden. De gemachtigde stelt dat hij de indruk krijgt dat sprake is van een afleidingsmanoeuvre door het openbaar ministerie. De sanctie kan niet in stand blijven.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De overtreding is met roodlichtapparatuur geautomatiseerd op twee digitale foto’s vastgelegd. Foto 1: Het betreffende voertuig activeert de radardetectie of de lus achter de stopstreep van het rode verkeerslicht. Op het moment van constatering brandde het rode licht reeds 1.6 seconden.
Foto 2: Circa een seconde later. Op foto 2 is duidelijk te zien dat het voertuig verder is gereden. De tijdsduur van de geellichtfase is op de foto vermeld. (…)
De overtreding werd geautomatiseerd vastgelegd met een goedgekeurd snelheidsmeetmiddel bestaande uit een lusdetector in combinatie met een flitspaal.”
5. Zoals uit het zaakoverzicht blijkt bevat het dossier twee foto’s van de gedraging. In aanvulling op hetgeen in het zaakoverzicht is gemeld, blijkt uit informatie van foto 1 dat het voertuig van de betrokkene met een snelheid van 42 km per uur reed. Het voertuig bevond zich voorbij de stopstreep, maar was het verkeerslicht nog niet voorbij gereden. De geeltijd was 2,9 seconden en op het moment dat de foto werd gemaakt, straalde het verkeerslicht al 1,6 seconden rood licht uit. Uit informatie van foto 2 is te zien dat het voertuig van de betrokkene nog steeds 42 km per uur reed en voorbij het verkeerslicht is gereden. Het verkeerslicht straalde op dat moment 2,1 seconden rood licht uit.
6. Ook bevat het dossier twee NMi-verklaringen van de flitspaal van 20 juli 2021 en 9 augustus 2022. De advocaat-generaal merkt in het verweerschrift op, in reactie op de stelling van de gemachtigde dat de configuratiechecksum in beide verklaringen identiek is, terwijl dit een uniek kenmerk zou moeten zijn, dat uit navraag bij het NMi is gebleken dat het kenmerk hetzelfde is omdat de configuratie niet is gewijzigd op de locatie. Dit betekent, aldus een medewerker van het NMi, dat alle instellingen identiek zijn. De configuratiechecksum wijzigt alleen als er iets aan de instellingen is veranderd.
7. Gelet op het voorgaande bestaat geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de meting door de flitspaal. Verder staat, zoals volgt uit de foto’s van de gedraging en de informatie daarop, genoegzaam vast dat de bestuurder is doorgereden bij een rood uitstralend verkeerslicht. Het hof is van oordeel dat de kantonrechter terecht heeft geoordeeld dat de gedraging is verricht.
8. Ten aanzien van de grond dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden, is het hof van oordeel dat de kantonrechter terecht heeft geoordeeld dat er weliswaar sprake is van schending van de hoorplicht, maar dat deze schending niet leidt tot matiging van het sanctiebedrag (vgl. het arrest van het hof van 17 augustus 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:6930). De stelling dat in andere zaken na 1 oktober 2023 een hoorzitting is georganiseerd, waarin ook al een extra schriftelijke ronde was geboden, leidt niet tot een ander oordeel. Het door de gemachtigde overgelegde overzicht, zonder nadere onderbouwing met stukken die het standpunt van de gemachtigde dragen, leidt ook niet tot een ander oordeel.
9. De gronden treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen. Er is geen aanleiding om een proceskostenvergoeding toe te kennen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Postma als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.