Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor winkeldiefstal van Lacoste-ondergoed en stelde hoger beroep in tegen het vonnis. Het hof vernietigde het vonnis vanwege het ontbreken van een proces-verbaal ter terechtzitting en deed opnieuw recht.
Uit camerabeelden en verklaringen bleek dat verdachte meerdere keren de winkel betrad, goederen uit de verpakking haalde en deze in zijn jaszak en tas stopte met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen. De verdediging voerde vrijwillige terugtred aan, stellende dat verdachte zich bedacht en de onderbroeken teruglegde, maar het hof oordeelde dat verdachte zijn weg naar de uitgang onderbrak door de aanwezigheid van winkelmedewerkers, waardoor geen sprake was van een impliciet wilsbesluit tot terugtred.
Ook het verweer dat verdachte zich niet bewust was van twee onderbroeken in zijn jaszak werd verworpen, omdat dit binnen zijn risicosfeer viel. Gelet op de ernst van het feit, eerdere veroordelingen en persoonlijke omstandigheden, legde het hof een geldboete van €200,00 op met aftrek van twee dagen voorarrest, wat neerkomt op feitelijk geen betaling. Het beroep van de verdediging op schuldigverklaring zonder strafoplegging werd afgewezen.