ECLI:NL:GHARL:2026:740

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
200.356.596
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:432 BWArt. 1:448 BWArt. 1:348 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen ontslag bewindvoerders wegens vermeende gewichtige redenen

De moeder en voormalig bewindvoerder waren sinds respectievelijk 1992 en 2004 als bewindvoerders aangesteld over het vermogen van de rechthebbende, die autistisch is. De kantonrechter had hen ontslagen wegens het niet tijdig en correct indienen van de rekening en verantwoording over 2022 en 2023 en het niet verschijnen op zittingen.

In hoger beroep betoogden de moeder en voormalig bewindvoerder dat zij de gevraagde stukken wel hadden ingediend en hun afwezigheid op de zittingen hadden gemeld. Het hof stelde vast dat zij inderdaad aangetekende brieven hadden gestuurd en dat de rekening en verantwoording alsnog was ingediend.

Het hof oordeelde dat er geen aanwijzingen waren voor wanbeheer of malversaties en dat de bijzondere familieband en de autistische toestand van de rechthebbende meewegen. Gezien deze omstandigheden ontbraken gewichtige redenen voor ontslag.

Daarom vernietigde het hof het ontslag en herbenoemde de moeder en voormalig bewindvoerder als bewindvoerders, waarbij de handelingen van de opvolgend bewindvoerder in de tussentijd in stand blijven.

Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt het ontslag van de moeder en voormalig bewindvoerder en benoemt hen opnieuw als bewindvoerders van de rechthebbende.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.356.596
(zaaknummers rechtbank Gelderland 11597996)
beschikking van 10 februari 2026
in de zaak van
[voormalig bewindvoerder]( [voormalig bewindvoerder] )
die woont in [woonplaats1]
en
[moeder](de moeder)
die woont in [woonplaats2]
en
[rechthebbende]( [rechthebbende] )
die woont in [woonplaats2]
advocaat: mr. J.A.N. Lap
Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:
[belanghebbende1]( [belanghebbende1] )
die woont in [woonplaats3] , gemeente Kampen
[bewindvoerder]( [bewindvoerder] )
die als bewindvoerder gevestigd is in [woonplaats2]

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, verder: de kantonrechter) van 10 april 2025, uitgesproken onder het hiervoor vermelde zaaknummer.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift, ingekomen op 4 juli 2025;
- een brief van [belanghebbende1] van 28 augustus 2025;
- een brief van mr. Lap van 4 december 2025 met bijlagen 15-19;
- een brief van mr. Lap van 19 december 2025 met bijlage 20.
2.2
De mondelinge behandeling heeft op 23 december 2025 plaatsgevonden. Aanwezig waren:
- [voormalig bewindvoerder] , de moeder en [rechthebbende] , bijgestaan door hun advocaat;
- [belanghebbende1] ;
- [bewindvoerder] , vergezeld van [naam] .
2.3
Op de zitting is gebleken dat [belanghebbende1] en [bewindvoerder] geen afschrift hebben ontvangen van de brieven met bijlagen van mr. Lap. Het hof heeft de mondelinge behandeling voor een leespauze geschorst om hen in de gelegenheid te stellen behoorlijk van deze stukken kennis te nemen.

3.De feiten

3.1
[rechthebbende] is geboren [in] 1965 in [geboorteplaats] . De kantonrechter in de rechtbank Overijssel heeft in een beschikking van 4 juni 1992 het vermogen van [rechthebbende] onder bewind gesteld op grond van zijn lichamelijke en/of geestelijke toestand met benoeming van de moeder tot bewindvoerder. In een beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland van 29 oktober 2004 is [voormalig bewindvoerder] benoemd tot tweede bewindvoerder.
3.2
De griffier van de rechtbank Gelderland heeft bij brief van 3 oktober 2024 de moeder erop gewezen dat zij (als bewindvoerder) nog niet heeft voldaan aan het verzoek om de rekening en verantwoording over het jaar 2022 en 2023 in te dienen en haar verzocht dat (alsnog) te doen.
3.3
De kantonrechter heeft de rekening en verantwoording over de jaren 2022 en 2023 ontvangen op 10 februari 2025, waarna de moeder, [voormalig bewindvoerder] en [rechthebbende] zijn opgeroepen om te komen naar de zittingen op 12 februari 2025 en 7 maart 2025. Zij zijn op beide zittingen niet verschenen.

4.De omvang van het geschil

4.1
In de bestreden beschikking van 10 april 2025 heeft de kantonrechter de moeder en [voormalig bewindvoerder] met ingang van 1 mei 2025 ontslagen als bewindvoerders. Met ingang van die laatste datum heeft de kantonrechter [bewindvoerder] benoemd tot opvolgend bewindvoerder en bepaald dat de moeder en [voormalig bewindvoerder] rekening en verantwoording afleggen aan de opvolgend bewindvoerder.
4.2
De moeder, [voormalig bewindvoerder] en [rechthebbende] zijn in hoger beroep gekomen van de beschikking van 10 april 2025. Zij verzoeken het hof de bestreden beschikking te vernietigen, en de moeder en [voormalig bewindvoerder] weer te benoemen tot bewindvoerders over het vermogen van [rechthebbende] .

5.De motivering van de beslissing

5.1
Op grond van artikel 1:448 lid 2 BW Pro wordt een bewindvoerder ontslag verleend op eigen verzoek of wegens gewichtige redenen of omdat de bewindvoerder niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder te worden. Dat verzoek kan worden gedaan door een medebewindvoerder of degene die gerechtigd is onderbewindstelling te verzoeken (als bedoeld in artikel 1:432 lid 1 en Pro 2 BW). De kantonrechter kan ook ambtshalve een beslissing geven.
5.2
In dit hoger beroep is het de vraag of de kantonrechter de moeder en [voormalig bewindvoerder] op goede gronden (wegens ‘gewichtige redenen’) heeft ontslagen als bewindvoerders. Er kan sprake zijn van gewichtige redenen als een bewindvoerder zijn of haar taken niet goed uitvoert. Het hof is van oordeel dat dit niet het geval is en legt dat hierna uit.
5.3
De kantonrechter heeft – kort gezegd – geoordeeld dat niet kan worden vastgesteld of de bewindvoerders de belangen van [rechthebbende] voldoende behartigen. Aan de bewindvoerders is meerdere keren verzocht om rekening en verantwoording af te leggen van het gevoerde beheer (over de jaren 2022 en 2023). Deze overzichten zijn niet correct ingevuld en niet tijdig ingeleverd. De bewindvoerders en [rechthebbende] zijn opgeroepen voor een zitting op 12 februari 2025, maar zijn zonder bericht niet verschenen. Naar aanleiding van een nieuwe oproep voor een zitting is aan de bewindvoerders bericht dat de kantonrechter met hen de ingeleverde stukken over 2022 en 2023 wil bespreken en dat er aanleiding kan zijn hen te ontslaan als bewindvoerders als zij weer niet verschijnen. De bewindvoerders zijn volgens de kantonrechter zonder bericht niet verschenen op de zitting van 7 maart 2025, waarna de kantonrechter heeft geoordeeld dat sprake is van zodanig gewichtige redenen dat tot ontslag van de bewindvoerders moet worden overgegaan.
5.4
De moeder en [voormalig bewindvoerder] stellen dat zij de gevraagde informatie hebben toegestuurd en dat zij wel degelijk hebben gemeld dat zij niet naar de zitting zouden komen.
5.5
Het hof stelt vast dat de bewindvoerders naar aanleiding van de oproepen voor beide zittingen – aangetekende – brieven hebben gestuurd (met in de brief van 19 februari 2025 vragen om informatie). In hun brief van 5 maart 2025 hebben zij aangegeven dat zij en [rechthebbende] niet zullen verschijnen op de zitting van 7 maart 2025.
5.6
Kennelijk hebben de moeder en [voormalig bewindvoerder] het bewind over de goederen van [rechthebbende] jarenlang goed uitgevoerd, de moeder vanaf 1992 en [voormalig bewindvoerder] – samen met de moeder – vanaf 2004. Het gaat om een relatief eenvoudig bewind met een vermogen van [rechthebbende] van enkele duizenden euro’s, zonder schulden. In 2023 en 2024 is het misgegaan met de indiening van de rekening en verantwoording over de jaren 2022 en 2023, maar vast staat dat de bewindvoerders de rekening en verantwoording over 2023 en (aanvullende informatie met betrekking tot) de rekening en verantwoording over 2022 alsnog hebben ingediend.
5.7
Er zijn geen aanwijzingen dat sprake is (geweest) van wanbeheer of malversaties en de kantonrechter heeft dat ook niet (nader) onderzocht. Ook houdt het hof rekening met de bijzondere familieband van de moeder en [voormalig bewindvoerder] met [rechthebbende] , die autistisch is en zoveel mogelijk in zijn waarde wil worden gelaten. Hoewel het de vraag is hoe de zorg en het bewind voor [rechthebbende] in de toekomst zal moeten worden vormgegeven (en het hof de bezorgdheid daarover van [belanghebbende1] en [bewindvoerder] begrijpt), zijn er in de huidige omstandigheden geen gewichtige redenen die het ontslag van de moeder en [voormalig bewindvoerder] als bewindvoerders kunnen rechtvaardigen. Daarbij komt dat [rechthebbende] vanwege zijn autisme en de onrust die hij ervaart bij veranderingen erbij gebaat is dat de moeder en [voormalig bewindvoerder] zijn bewindvoerders blijven.
5.8
Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen. De moeder en [voormalig bewindvoerder] zijn daardoor bewindvoerders van [rechthebbende] gebleven. Voor zover [bewindvoerder] de afgelopen periode handelingen heeft verricht, blijven deze in stand (zie artikel 1:448 lid 4 in Pro verband met artikel 1:348 BW Pro).

6.De beslissing

Het hof:
vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 10 april 2025 voor zover daarbij de moeder en [voormalig bewindvoerder] als bewindvoerders zijn ontslagen en [bewindvoerder] tot opvolgend bewindvoerder is benoemd, en in zoverre opnieuw beschikkende:
bepaalt dat de moeder en [voormalig bewindvoerder] met ingang van 11 februari 2026 wederom bewindvoerders zijn over de goederen van [rechthebbende] , geboren [in] 1965 in [geboorteplaats] ;
wijst af wat verder is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, S. Kuijpers en I.J. Pieters, bijgestaan door mr. Th.H.M. Lueb als griffier, en is op 10 februari 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.