ECLI:NL:GHARL:2026:743

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
200.356.978
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging vervangende toestemming inschrijving basisschool en afwijzing second opinion verzoek

De ouders van een minderjarige zijn gezamenlijk gezagdragend, maar verschillen van mening over de schoolkeuze en het onderwijs voor het kind. De rechtbank had aan de vader vervangende toestemming verleend om het kind in te schrijven op een basisschool en de moeder had hiertegen hoger beroep ingesteld, met onder meer een verzoek tot schorsing en een verzoek om vervangende toestemming voor een second opinion.

Tijdens de procedure heeft het hof vastgesteld dat het kind sinds augustus 2025 naar de basisschool gaat en dat het goed gaat met het kind, ondanks zorgen over de houding van de moeder ten opzichte van de school. De raad voor de kinderbescherming adviseerde om de vervangende toestemming aan de vader te handhaven en wees thuisonderwijs af vanwege de gespannen relatie tussen de ouders.

Het hof concludeert dat de moeder geen nieuwe feiten heeft aangevoerd die aanleiding geven tot wijziging van de eerdere beschikking. Het verzoek tot een second opinion wordt afgewezen omdat recent een uitgebreid onderzoek door Karakter heeft plaatsgevonden en er een lopend G&O-onderzoek is dat wordt uitgebreid met een beschermingsonderzoek.

De bestreden beschikking wordt bekrachtigd voor zover deze vervangende toestemming verleent voor inschrijving op de basisschool. De overige verzoeken van de moeder, waaronder die voor thuisonderwijs en een second opinion, worden afgewezen. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vervangende toestemming voor inschrijving op de basisschool en wijst het verzoek tot second opinion en thuisonderwijs af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.356.978/01
(zaaknummer rechtbank Gelderland 450055)
beschikking van 10 februari 2026
inzake
[verzoekster],
wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeentenaam] ,
verzoekster in hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. M.T.E. Kranenburg,
en
[verweerder],
wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeentenaam] ,
verweerder in hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
advocaat: mr. K.M. Lans.

1.1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 17 juni 2025, uitgesproken onder zaaknummer 450055. Deze beschikking wordt hierna ook de bestreden beschikking genoemd.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het beroepschrift tevens verzoek tot schorsing tot werking van de bestreden beschikking, met producties, ingekomen op 15 juli 2025;
  • het verweerschrift op het verzoek tot schorsing;
  • een journaalbericht namens de moeder van 15 augustus 2025 met producties 18-30;
  • een journaalbericht namens de moeder van 18 augustus 2025 met productie 31;
  • een journaalbericht namens de vader van 25 augustus 2025 met producties 10-16;
  • het verweerschrift met producties 17-18;
  • een journaalbericht namens de vader van 25 november 2025 met producties 19-34;
  • een journaalbericht namens de moeder van 27 november 2025 met producties 32-45;
  • een journaalbericht namens de vader van 3 december 2025 met producties 35-38;
- een journaalbericht namens de moeder van 3 december 2025 met productie 46.
2.2
De mondelinge behandeling heeft op 11 december 2025 plaatsgevonden. Aanwezig waren:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat,
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat,
  • een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad).
Beide advocaten hebben schriftelijke spreekaantekeningen overgelegd.

3.De feiten

3.1
De vader en de moeder zijn de ouders van [minderjarige] , die is geboren [in] 2020 in [plaats1] .
3.2
De vader en de moeder hebben samen het gezag over [minderjarige] .

4.De omvang van het geschil

4.1
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank:
  • een voorlopige zorgregeling vastgesteld , uitgaande van de situatie dat [minderjarige] blijft wonen in de voormalige echtelijke woning (‘birdnesting’);
  • de raad verzocht onderzoek in te stellen naar en te rapporteren over de zorgregeling en de vraag of de ouders en/of [minderjarige] hulpverlening nodig hebben;
  • aan de vader vervangende toestemming verleend, die de toestemming van de moeder vervangt, om [minderjarige] in te schrijven op de [school1] in [woonplaats] en om [minderjarige] met ingang van de start van het nieuwe schooljaar 2025-2026 te kunnen laten instromen in het basisonderwijs;
  • aan de vader vervangende toestemming verleend, die de toestemming van de moeder vervangt, om [minderjarige] in de periode tussen de meivakantie 2025 en de zomervakantie 2025 op de genoemde basisschool de wendagen/wendagdelen te kunnen laten bijwonen.
  • het meer of anders verzochte afgewezen.
De rechtbank heeft de beslissingen over de vervangende toestemming uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
4.2
De moeder is met acht grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.
De moeder verzoekt het hof allereerst om de werking van de bestreden beschikking te schorsen totdat het hof op de verzoeken in hoger beroep heeft beslist. Daarnaast verzoekt de moeder de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende en uitvoerbaar bij voorraad:
  • de verzoeken van de vader in eerste aanleg alsnog af te wijzen; en
  • aan de moeder vervangende toestemming te verlenen voor het toezenden van het onderwijsplan aan stichting Keurmerk Thuisonderwijs (KTO);
  • uiterst subsidiair: aan de moeder vervangende toestemming te verlenen tot deelneming van [minderjarige] aan het onderwijs op de [school2] te [plaats2] , althans vervangende toestemming tot inschrijving van [minderjarige] op de [school2] te [plaats2] , of een andere geschikte [school2] .
Daarnaast heeft de moeder een zelfstandig verzoek geformuleerd in die zin dat zij het hof verzoekt om aan haar vervangende toestemming te verlenen om voor [minderjarige] een second opinion aan te vragen bij Quistet dan wel bij HIQ Expertisecentrum Hoogbegaafdheid, waarbij de volgende vragen dienen te worden beantwoord:
- hoofdvraag:
o wat zijn de onderwijsbehoeften van [minderjarige] ?
- deelvragen:
o wat is [minderjarige] zijn manier van leren?
o wat is het huidige ontwikkelingsniveau van [minderjarige] (sociaal-emotioneel, cognitief, executieve functies, etc.)?
o wat voor vorm(en) onderwijs sluiten het best aan bij de behoeften en ontwikkeling van [minderjarige] (klassikaal onderwijs, individueel onderwijs, speciaal (basis)onderwijs, thuisonderwijs)?
- waarbij het waardevol zou zijn als in de second opinion ook wordt gekeken naar:
o de behoefte van [minderjarige] aan voorspelbaarheid, rust of uitdaging in zijn leeromgeving;
o eventuele omgevingsfactoren die van invloed zijn op het leerproces van [minderjarige] .
  • dan wel vragen te formuleren als het hof juist oordeelt;
  • kosten rechtens.
4.3
De vader voert verweer. De vader vraagt het hof om het verzoek in hoger beroep af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.
4.4
Het hof heeft op 18 september 2025 het verzoek van de moeder tot schorsing van de werking van de bestreden beschikking afgewezen.

5.De motivering van de beslissing

Juridisch kader vervangende toestemming schoolkeuze
5.1
Op grond van artikel 1:253a lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of van één van hen aan de rechter worden voorgelegd.
5.2
Op grond van het bepaalde in artikel 1:253a BW dient het hof in een geschil zoals hier aan de orde is, waarbij de ouders met het gezamenlijk gezag over het kind belast zijn en er een verschil van mening bestaat over de schoolkeuze van het kind, een zodanige beslissing te nemen als het hof in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Uit vaste jurisprudentie volgt dat, hoezeer het belang van het kind een overweging van de eerste orde dient te zijn bij de te verrichten afweging van belangen, andere belangen zwaarder kunnen wegen. Het hof zal bij zijn beslissing alle omstandigheden van het geval in acht dienen te nemen.
Vervangende toestemming inschrijving school
5.3
De ouders hebben in hoger beroep hun standpunten zoals deze in eerste aanleg aan de rechtbank zijn voorgelegd, herhaald en uitvoerig nader toegelicht. Kern van het geschil met betrekking tot het onderwijs is de wens van de moeder om [minderjarige] zelf thuisonderwijs te geven. Daarbij valt op dat de toon van het debat tussen de ouders lopende de procedure in hoger beroep steeds verder is verhard en dat het de ouders steeds minder goed lukt om zich in de ander te verplaatsen. Het hof heeft dit ook tijdens de mondelinge behandeling waargenomen. Deze verharding vindt het hof zorgelijk en niet in het belang van [minderjarige] . Integendeel.
5.4
De raad heeft tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep zijn advies herhaald om aan de vader vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige] in te schrijven voor de basisschool. [minderjarige] gaat sinds augustus 2025 naar de basisschool. De zittingsvertegenwoordiger van de raad heeft contact gehad met de raadsonderzoeker die bezig is met het raadsrapport en heeft gehoord dat het goed gaat met [minderjarige] op school, maar dat er vanuit school ernstige zorgen bestaan over de houding van de moeder ten opzichte van de school en over de schoolgang van [minderjarige] . In het rapport van Karakter leest de raad dat [minderjarige] een gevoelige jongen is, maar ook dat hij de wereld nodig heeft om tot ontwikkeling te komen. Thuisonderwijs staat daaraan in de weg. Dat [minderjarige] moe uit school komt, zoals de moeder stelt, wordt volgens de raad ook niet opgelost door hem niet naar school te laten gaan.
Ook de raad heeft waargenomen dat de toon tussen de ouders in de loop van deze zaak verhardt. Dat is voor de raad een contra-indicatie voor thuisonderwijs, omdat in die situatie de moeder de leiding zal moeten nemen in het contact tussen de vader en [minderjarige] . Door de spanningen tussen de ouders is thuisonderwijs volgens de raad niet in het belang van [minderjarige] . Tot slot heeft de raad verklaard dat tijdens het raadsonderzoek ook goed moet worden onderzocht wat [minderjarige] , de moeder en de vader aan hulpverlening nodig hebben.
5.5
Net als de rechtbank en op dezelfde gronden, die het hof na eigen onderzoek overneemt en tot de zijne maakt, is het hof van oordeel dat aan de vader op goede gronden vervangende toestemming is verleend om [minderjarige] in te schrijven op de [school1] in [woonplaats] en hem daar onderwijs te laten genieten. Het hof is van oordeel dat de moeder in hoger beroep geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft gesteld die moeten leiden tot een ander oordeel. Het hof zal de bestreden beschikking op dit punt dan ook bekrachtigen.
5.6
Het hof overweegt dat het uitgangspunt is dat een kind naar school gaat. De moeder wenst [minderjarige] thuisonderwijs te geven. Dat is een uitzonderingssituatie. Dat wordt door de moeder niet betwist. Het hof is van oordeel dat niet is gebleken dat de [school1] in [woonplaats] voor [minderjarige] niet geschikt is. Ook van andere contra-indicaties om [minderjarige] niet naar school te laten gaan, is niet gebleken. De door de moeder gestelde zorgen, waarbij het meest in het oog springen de overprikkeling en door de moeder beschreven ‘meltdowns’ van [minderjarige] , worden door de vader, school en Karakter niet herkend. Dat neemt niet weg dat iedereen het erover eens is dat [minderjarige] een heel gevoelige jongen is. Het hof volgt de moeder alleen niet in haar betoog dat thuisonderwijs daarom voor [minderjarige] beter is. Het hof overweegt tot slot dat de [school1] een kleinschalige christelijke school is, wat aansluit bij de geloofsovertuiging van de moeder.
5.7
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat het door de rechtbank verzochte raadsonderzoek nog loopt. Dit wordt ook wel een G&O-onderzoek (gezag en omgang) genoemd. Dit raadsonderzoek zal worden uitgebreid met een beschermingsonderzoek, zo deelde de raad tijdens de zitting mee. Met andere woorden: er zal door de raad worden onderzocht of [minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en of er daarom een beschermingsmaatregel, in eerste instantie een ondertoezichtstelling, nodig is. Gelet op de verharding van de toon van het debat tussen de ouders, onderschrijft het hof de door de raad voorgestane uitbreiding van het raadsonderzoek met een beschermingsonderzoek. Het komt het hof juist voor als het G&O-onderzoek en het beschermingsonderzoek aan elkaar worden gekoppeld, omdat deze rechtstreeks met elkaar verband houden. Het belang van [minderjarige] noodzaakt daartoe.
5.8
Gelet op het voorgaande liggen de verzoeken van de moeder om aan haar vervangende toestemming te verlenen voor het toezenden van het onderwijsplan aan stichting Keurmerk Thuisonderwijs (KTO) en om aan de moeder vervangende toestemming te verlenen tot deelneming van [minderjarige] aan het onderwijs van een [school2] , voor afwijzing gereed.
Vervangende toestemming voor aanvragen van een second opinion
5.9
De moeder vraagt het hof tot slot om haar vervangende toestemming te verlenen om voor [minderjarige] een second opinion aan te vragen bij Quistet dan wel bij HIQ Expertisecentrum Hoogbegaafdheid.
5.1
Het hof ziet geen reden voor een second opinion en zal het verzoek van de moeder daarom afwijzen. Het hof stelt voorop dat recent een uitvoerig onderzoek heeft plaatsgevonden door Karakter. De ouders hebben Karakter samen benaderd om een onderzoek te verrichten en zij hebben beiden vragen voor dat onderzoek geformuleerd. De moeder kan zich in de uitkomsten van het onderzoek door Karakter niet vinden. Dit is voor het hof geen reden om haar vervangende toestemming te verlenen voor een second opinion. Hierbij weegt het hof mee dat op dit moment door de raad een G&O-onderzoek wordt uitgevoerd, dat zal worden uitgebreid met een beschermingsonderzoek.

6.De slotsom

6.1
Op grond van wat hiervoor is overwogen, zal het hof de bestreden beschikking, voor zover deze beschikking ziet op de vervangende toestemming om [minderjarige] in te schrijven op de [school1] in [woonplaats] , bekrachtigen. De aanvullende verzoeken van de moeder zullen allemaal worden afgewezen.
6.2
Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren. Dat betekent dat beide ouders de eigen proceskosten betalen.

7.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 17 juni 2025, voor zover deze beschikking ziet op het verlenen van vervangende toestemming om [minderjarige] in te schrijven op de [school1] in [woonplaats] ,
compenseert de kosten van het geding in hoger beroep;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. P.B. Kamminga, E. de Boer en E.H. Schijven-Bours, bijgestaan door mr. M. van Esveld als griffier, en is op 10 februari 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.