Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[verzoekster],
verzoekster in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 18 september 2025;
- het verweerschrift met producties;
- een journaalbericht namens de vrouw van 24 december 2025, met producties;
- een journaalbericht namens de vrouw van 29 december 2025, met een productie.
- de vrouw, haar bewindvoerder en haar advocaat,
- namens de man zijn advocaat.
4.De omvang van het geschil
- de ontbinding van het geregistreerd partnerschap uitgesproken;
- bepaald dat [minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats bij de man heeft;
- een
- bepaald dat de vrouw aan de man met ingang van 9 oktober 2024 € 368,- per maand aan kinderalimentatie moet betalen, en met ingang van 1 januari 2025 € 392,- per maand, de toekomstige termijnen steeds bij vooruitbetaling te voldoen.
5.De motivering van de beslissing
- de ingangsdatum van de kinderalimentatie, namelijk 9 oktober 2024;
- de behoefte van [minderjarige] van € 535,- per maand in 2023. Na indexering bedroeg deze behoefte in 2024 € 568,- per maand en € 605,- per maand in 2025;
- de draagkracht van de man van € 25,- per maand.
- € 450,- per maand aan huur/verblijfskosten safehouse;
- € 121,- per maand aan opslag inboedel;
- € 175,- per maand aan kosten voor de bewindvoerder
- € 87,- per maand aan leefgeld (€ 20,- per week);
- € 130,- per maand aan kosten voor eten en drinken in het safehouse (€ 30,- per week).
- € 300,- per maand aan aflossing van schulden (overeenkomstig overweging 5.8);
- € 46,- per maand aan premie ziektekostenverzekering van € 175,- verminderd met
- € 32,- per maand aan eigen risico (€ 385,- per maand);
- € 100,- per maand aan reiskosten voor de behandeling van de vrouw;
- € 50,- per maand aan kleding, schoenen en persoonlijke verzorging;
- € 100,- per maand aan diversen (verzekeringen, reserveringen, onvoorzien).