Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De procedure in eerste aanleg
2.De procedure in hoger beroep
- een brief namens de moeder van 22 juli 2025 met bijlage(n);
- een journaalbericht namens de moeder van 23 december 2025 met bijlage(n);
- een journaalbericht namens de vader van 2 januari 2026 met bijlage(n).
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
- dat [minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats heeft bij de vader en dat [minderjarige] in de basisregistratie personen (BRP) bij de vader ingeschreven blijft staan;
- dat [minderjarige] in het kader van de zorgregeling wekelijks bij de moeder verblijft van vrijdag 18.30 uur tot maandag 12.15 uur en, zodra [minderjarige] naar school gaat, tot maandag 14.00 uur en dat partijen in onderling overleg de vakanties en feestdagen bij helfte verdelen;
- dat de vader vervangende toestemming krijgt, die de toestemming van de moeder vervangt, om [minderjarige] in te schrijven op de openbare [basisschool2] aan de Skoallestrjitte 28 te [woonplaats2] .
5.De motivering van de beslissing
Hoofdverblijfplaats en schoolkeuze5.5 Het hof stelt vast dat partijen tijdens hun huwelijk in [woonplaats2] woonden. De moeder is in juli 2023 vertrokken naar [woonplaats1] . Sinds april 2025 verblijft [minderjarige] doordeweeks bij de vader in [woonplaats2] en is hij van vrijdagavond tot maandagochtend bij de moeder.
Zorgregeling
7.De beslissing
mr. E. Leentjes, bijgestaan door mr. I.I. Buitenhuis als griffier, en is op 10 februari 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.