Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[verzoekster](de moeder),
die is gevestigd in Groningen,
1.Samenvatting
2.De feiten
3.De procedure bij de kinderrechter
4.De procedure bij het hof
- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 1 oktober 2025;
- een brief van de raad van 3 november 2025, waarin de raad aangeeft dat ter zitting mondeling verweer zal worden gevoerd;
- een brief van de GI van 4 november 2025 met bijlage(n);
- een journaalbericht namens de ouders van 7 januari 2026 met bijlage(n).
- de ouders met hun advocaat;
- een vertegenwoordiger van de raad;
- twee vertegenwoordigers van de GI.
5.Het oordeel van het hof
Ten slotte moet de kinderrechter ervan kunnen uitgaan dat de ouders de opvoeding en verzorging weer helemaal zelf op zich kunnen nemen binnen een aanvaardbare termijn. Dat is de periode van onzekerheid die een kind kan overbruggen zonder ernstige schade op te lopen in zijn ontwikkeling.
Aan de gronden voor een ondertoezichtstelling is daarom voldaan. Voor het verkorten van de termijn van de ondertoezichtstelling van [minderjarige1] , ziet het hof geen aanleiding. De hulpverlening bij Viatrox is nog niet gestart. Het is niet te verwachten dat de doelen van de ondertoezichtstelling voor het einde van de termijn zijn behaald.
6.De slotsom
7.De beslissing
mr. E. Leentjes, bijgestaan door mr. I.I. Buitenhuis als griffier, en is op 10 februari 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.