Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[geïntimeerde1]
2. [geïntimeerde2]
3. [geïntimeerde3]
4. [geïntimeerde4]
5. [geïntimeerde5]
1.Het verloop van de procedure bij het hof
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling in hoger beroep
(ii) is sprake van een eenzijdig wijzigingsbeding?
(iii) welke toetsingsmaatstaf geldt voor de beoordeling van de wijziging?
(iv) is de beëindiging van de indexeringsregeling toegestaan?
(v) welke vorderingen zijn toewijsbaar?
“
De pensioenen van de gepensioneerden, alsmede de pensioenen waarop de gewezen deelnemer bij beëindiging van het deelnemerschap recht heeft behouden, zullen worden aangepast overeenkomstig de bepalingen van artikel 25 van Pro het pensioenreglement van het Bpf”.
“
Indexering van ingegane pensioenen en premievrije aanspraken
zullen”worden aangepast, maar er staat ook dat die aanpassing geschiedt “
overeenkomstig” de bepalingen van artikel 25 van Pro het pensioenreglement Bpf Bouw. Het woord “
overeenkomstig” duidt erop dat de inhoud van de indexeringsregeling wordt bepaald door laatstgenoemd artikel. Dat artikel 25 een Pro voorwaardelijke indexeringsregeling inhoudt is niet in geschil. Daarom heeft ook de indexeringsregeling van artikel 16 een Pro voorwaardelijk karakter. De indexeringsregeling is ook steeds op deze wijze uitgevoerd.
Voor de periode dat de werkgever dispensatie heeft genoten, mag geen beperking of vermindering plaatsvinden”.
codificering” betreft van bestaande jurisprudentie en ook dat met dit artikellid wordt “
verduidelijkt” dat de wijzigingsbevoegdheid ten aanzien van pensioengerechtigden aan dezelfde voorwaarden is gebonden als de eenzijdige wijziging voor werknemers [2] . De aangehaalde woorden duiden erop dat sprake is van bestendiging van al voor de inwerkingtreding van de WTP geldende rechtstoestand en dat niet is beoogd een nieuwe regeling in het leven te roepen. De door Oskam aangehaalde passages uit de Memorie van Toelichting werpen hier geen ander licht op, nu daarin niet valt te lezen dat pas na de invoering van de WTP artikel 19 voor Pro pensioengerechtigden geldt. Bovendien vindt het hof het niet aannemelijk en wenselijk dat pensioengerechtigden minder rechtsbescherming zouden genieten ten aanzien van (het behoud van) hun pensioen dan werknemers die nog in dienst zijn van de werkgever. Ten tijde van de door Oskam doorgevoerde eenzijdige wijziging was de arbeidsovereenkomst met [geïntimeerde4] nog niet geëindigd. Gezien wat hiervoor is overwogen, levert dat ten aanzien van hem geen ander inhoudelijke toetsing op.
4.De beslissing
- dat Oskam jegens de gepensioneerden niet gerechtigd was om in 2022 de indexeringsregeling zoals opgenomen in artikel 16 van Pro het Pensioenreglement PR NN eenzijdig te beëindigen
-primair Bpf Bouw, subsidiair Nationale Nederlanden, uiterst subsidiair een andere pensioenuitvoerder naar keuze van Oskam schriftelijk dient te verzoeken, met gelijktijdige verstrekking van een afschrift van dit verzoek aan de pensioengerechtigden, om binnen de kortst mogelijke termijn aan Oskam , en gelijktijdig aan de pensioengerechtigden, een opgave te doen van de koopsommen die nodig zijn om aan de pensioengerechtigden per 1 januari 2022 een indexatie van 1,76%, per 1 juli 2022 een indexatie van 0,79%, per 1 januari 2023 een indexatie van 14,52% en per 1 januari 2025 een indexatie van 0,75% toe te kennen op hun bij Nationale Nederlanden ondergebrachte pensioenaanspraken