ECLI:NL:GHARL:2026:803

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
Wahv 200.356.497/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging matiging boete voor rijstrookwissel zonder voorrang te verlenen

De betrokkene werd bij beschikking gesanctioneerd met een boete van €250 wegens het wisselen van rijstrook zonder het andere verkeer voor te laten gaan op de A27 in Eemnes op 16 juli 2022. De kantonrechter matigde deze boete tot €187,50 vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

De betrokkene stelde dat de overtreding niet aan hem te wijten was, maar aan de ambtenaar die met een hogere snelheid reed. Tevens voerde hij aan dat hij niet daadwerkelijk van rijstrook was gewisseld, maar slechts de intentie had en snel terugkeerde vanwege het naderende voertuig van de ambtenaar.

Het hof oordeelde dat voor het vaststellen van de gedraging het volledig wisselen van rijstrook niet vereist is; het inzetten van de manoeuvre is voldoende. De betrokkene had het overige verkeer niet voor laten gaan, waardoor de overtreding is begaan. De snelheid van de ambtenaar doet hieraan niet af. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: De boete voor het wisselen van rijstrook zonder voorrang te verlenen wordt bevestigd op €187,50, proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.356.497/01
CJIB-nummer
: 251011470
Uitspraak d.d.
: 11 februari 2026
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank MiddenNederland van 18 april 2025, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 187,50. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 907,-.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “van rijstrook wisselen zonder het andere verkeer voor laten gaan”. Deze gedraging zou zijn verricht op 16 juli 2022 om 19.10 uur op de A27 in Eemnes met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie gematigd tot € 187,50 omdat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg is overschreden.
3. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de gedraging niet aan de betrokkene te wijten is, maar aan de ambtenaar. De ambtenaar verklaart dat de betrokkene met verhoogde snelheid reed, maar kennelijk reed de ambtenaar nog harder. Hij reed niet met een aan het verkeer aangepaste snelheid. Daar komt bij dat de betrokkene niet daadwerkelijk naar rijbaan 1 is gegaan. Hij was dit van plan en had zijn knipperlicht aangezet, maar is snel teruggegaan omdat de ambtenaar met verhoogde snelheid langskwam. Formeel is geen sprake van het van rijstrook wisselen zonder het andere verkeer voor laten gaan omdat niet van rijstrook is gewisseld.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag bestuurder van genoemd voertuig met een verhoogde gemiddelde snelheid rijden op rijstrook 1 en verplaatste naar rijstrook 2. Op het moment dat verbalisant over rijstrook 1 genoemd voertuig naderde verplaatste hij zich plotseling met een bruuske stuurbeweging naar rijstrook 1. Door mij verbalisant werd een krachtige remming ingezet teneinde om een aanrijding met deze personenauto en zijn bestuurder te voorkomen. Ik zag deze bestuurder direct daarop weer terug sturen naar rijstrook 2. Er waren geen omstandigheden die deze manoeuvre noodzakelijk maakten, immers reed op ca 200 meter voor hem 1 personenauto op rijstrook 2. (…)
Aan de betrokkene is de cautie verleend. (…)
Verklaring betrokkene: ik wist niet dat dat een overtreding was. Ik zag u te laat wat een geld die bekeuring.”
5. Het dossier bevat vier foto’s van een opname die met de boordcamera van het voertuig van de ambtenaar is gemaakt. Daarop is een donkerkleurige Volkswagen te zien die op de rechterrijstrook rijdt. De ambtenaar rijdt kennelijk op de rijstrook links daarnaast. Het voertuig is op elke foto een stukje dichter bij de markering tussen de twee rijstroken te zien. Op de laatste foto rijdt het op of vlak naast de markering. De eigen snelheid die staat weergegeven varieert van 147 km per uur tot 149 km per uur. Op ruime afstand voor het voertuig op de rechterrijstrook is een ander voertuig te zien.
6. Voor zover gesteld is dat het voertuig van de ambtenaar met een hogere snelheid reed dan is toegestaan, daargelaten of de ambtenaar in zoverre ambtshalve over een ontheffing beschikt, maakt dit niet dat de gedraging de betrokkene niet te verwijten valt. De betrokkene wilde in dit geval een bijzondere manoeuvre verrichten. Daarbij moet hij het overige verkeer voor laten gaan en dus zich er van vergewissen dat hij de manoeuvre veilig kan verrichten. Een bestuurder moet daarbij voldoende anticiperen op het overige verkeer. Nu de gedraging is verricht op een autosnelweg, lag het op de weg van de betrokkene om er rekening mee te houden dat andere voertuigen mogelijk sneller rijden. Niet is gebleken dat het voertuig van de ambtenaar zodanig snel reed, dat van een gemiddelde weggebruiker niet mag worden verwacht dat daar rekening mee kan worden gehouden.
7. Dat de betrokkene uiteindelijk niet van rijstrook is gewisseld kan hem ook niet baten. Vastgesteld kan worden dat de betrokkene het overige verkeer, namelijk het voertuig van de ambtenaar, niet voor heeft laten gaan. Voor de vaststelling van de gedraging is niet vereist dat de wisseling van rijstrook moet zijn voltooid. In dit geval blijkt voldoende dat de verplaatsing naar een andere rijstrook is ingezet, de betrokkene verklaart zelf ook over het aanzetten van zijn richtingaanwijzer, en dat de ambtenaar vervolgens krachtig moest remmen om een aanrijding te voorkomen. Het hof stelt dan ook vast dat de gedraging is verricht.
8. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er bestaat geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.