Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met daarbij de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord;
- de stukken namens [appellant] van 9 januari 2026.
2.De kern van de zaak
in conventie
3.De toelichting op de beslissing van het hof
inclusiefde [adres3] zelf. Ter zitting heeft [geïntimeerde] namelijk verklaard dat de kinderen spelen in een gebied waar zij uitkijken op de [adres3] en dat [geïntimeerde] en de kinderen ook bij de [adres3] komen wanneer zij hun hond uitlaten. Het hof acht het daarom van belang dat het gebiedsverbod ook geldt voor de [adres3] . Het hof neemt bij dit oordeel in aanmerking dat [appellant] via andere straten naar het gebied ten zuiden van de [adres3] kan rijden.
4.De beslissing
inclusiefde [adres3] , met ingang van 15 januari 2026 en eindigend een jaar vanaf de dag van betekening van het vonnis van de voorzieningenrechter van 21 juli 2025, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,- per overtreding met een maximum van € 50.000,-. Dit verbod geldt niet op de dagen dat [school2] een open dag heeft, met dien verstande dat [appellant] via zijn advocaat aan [geïntimeerde] laat weten welke dag hij naar de open dag gaat en in welk tijdvak;