ECLI:NL:GHARL:2026:873

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 februari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
Wahv 200.356.703/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor rijden zonder geldig keuringsbewijs ondanks verzoek tot matiging

De betrokkene kreeg een sanctie van €450 opgelegd wegens het rijden met een motorrijtuig waarvan het keuringsbewijs op 23 augustus 2023 was verlopen. De overtreding vond plaats op 24 oktober 2023 met het voertuig met een bepaald kenteken. De betrokkene voerde aan dat de sanctie onnodig hoog was omdat het voertuig kort daarna naar de sloop werd afgevoerd nadat hij was opgelicht.

De betrokkene had eerder ook een sanctie ontvangen voor het niet verzekeren van hetzelfde voertuig. Het hof stelde vast dat de overtreding niet werd betwist en dat de tenaamstelling van het voertuig niet was geschorst. Het hof oordeelde dat de hoogte van de sanctie verband houdt met de ernst van het feit en het voorkomen van deelname van ongekeurde voertuigen aan het verkeer.

De betrokkene kon geen omstandigheden aanvoeren die matiging van de sanctie rechtvaardigen. Het overleggen van een vrijwaringsbewijs en een foto van de bus was onvoldoende. Ook de eerdere sanctie voor de verzekeringsplicht leidde niet tot matiging. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €450 voor het rijden zonder geldig keuringsbewijs en wijst het verzoek tot matiging en proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.356.703/01
CJIB-nummer
: 261916284
Uitspraak d.d.
: 16 februari 2026
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 8 mei 2025, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie van € 450,- opgelegd voor: “motorrijtuig/aanhangwagen met toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg is geldigheid keuringsbewijs verloren”. Volgens een registercontrole van de RDW zou deze gedraging op 24 oktober 2023 zijn verricht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de sanctie onnodig hoog is. De betrokkene heeft een dure bus aangeschaft, maar heeft deze naar de sloop moeten afvoeren. De betrokkene is opgelicht. Uit het BCS-portaal blijkt wat er met de bus is gebeurd en de gemachtigde verzoekt daar rekening mee te houden en het bedrag van de sanctie te matigen. Op 13 januari 2024 is de bus gesloopt. Eerder ontving de betrokkene ook al een sanctie voor hetzelfde voertuig met feitcode A915 (schending verzekeringsplicht) en een sanctiebedrag van € 459,-. Er zit vijf maanden tussen de aankoop en de sloop van het voertuig. De gemachtigde geeft aan dat het een drama voor de betrokkene was. Naast de twee sancties heeft de bus ook nog een enorme afschrijving opgeleverd.
3. Uit het dossier blijkt dat het keuringsbewijs voor het betreffende voertuig op 23 augustus 2023 zijn geldigheid had verloren. Voorts kan worden vastgesteld dat de tenaamstelling van het voertuig niet was geschorst. De gedraging wordt ook niet betwist. Het hof dient, gelet op hetgeen is aangevoerd, te beoordelen of er redenen zijn om het sanctiebedrag te matigen.
4. Het hof is van oordeel dat dergelijke redenen niet aanwezig zijn. De hoogte van het sanctiebedrag houdt verband met de ernst van het feit en strekt ertoe te voorkomen dat ongekeurde voertuigen aan het verkeer deelnemen. De hoogte van het sanctiebedrag is zodanig dat het niet loont om af te zien van een keuring en van het herstellen van (mogelijke) gebreken aan het voertuig. Niet is aannemelijk gemaakt dat hier sprake is van omstandigheden die maken dat een sanctie van deze hoogte -in het licht van het doel daarvan- hier niet passend is. De betrokkene heeft zijn stellingen slechts onderbouwd met het overleggen van een vrijwaringsbewijs en een foto van de bus waarop geen enkele bijzonderheid valt te zien. Dat de betrokkene ook een sanctie opgelegd heeft gekregen voor het niet verzekeren van dit voertuig, leidt evenmin tot matiging van het sanctiebedrag.
5. De gronden treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding om een proceskostenvergoeding toe te kennen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Postma als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.