Uitspraak
[verdachte] ,
Hoger beroep
Onderzoek van de zaak
- vernietiging van het vonnis van de rechtbank;
- veroordeling van verdachte voor de ten laste gelegde feiten (kort gezegd: mishandeling, bedreiging, belediging en twee keer lokaalvredebreuk) tot een gevangenisstraf van 131 dagen, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht;
- continuering van de door de rechtbank opgelegde maatregel van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), inhoudende een locatieverbod ten aanzien van het schoolterrein van [basisschool] in [plaats] ;
- verlenging van de proeftijd van de eerder aan verdachte opgelegde voorwaardelijke straf met het parketnummer 21-000588-23.
Het vonnis
- verdachte veroordeeld voor de ten laste gelegde feiten tot een gevangenisstraf van 131 dagen, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht;
- de maatregel van artikel 38v Sr opgelegd, inhoudende een locatieverbod, en de dadelijke uitvoerbaarheid van deze maatregel bevolen;
- het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan de duur van de opgelegde vrijheidsstraf;
- de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 21-000588-23 toegewezen.
Tenlastelegging
hij op of omstreeks 1 februari 2025 te [plaats] , althans in Nederland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen "Ik ga jou prikken. Ik ga jou dood maken als ik je tegenkom in het winkelcentrum. Jij hebt mij dat winkelverbod gegegeven", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
hij op of omstreeks 7 februari 2025 te [plaats] , althans in Nederland, opzettelijk een of meerdere ambtenaren, te weten [ambtenaar 1] en/of [ambtenaar 2] (beiden werkzaam als agent bij de Eenheid Oost-Nederland), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: "Jij moet je bek houden kankerhoertje, kankerlijer en/of hoerenzoon", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
hij op of omstreeks 7 februari 2025 te [plaats] , althans in Nederland, wederrechtelijk is binnengedrongen in het besloten lokaal op/aan de [adres 2] in gebruik bij de [basisschool] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, immers was hem, verdachte, met ingang van 6 februari 2025 schriftelijk de toegang tot dat besloten lokaal ontzegd voor de duur van zes maanden;
Bewijsoverwegingen feiten 1 en 3 in de zaak met parketnummer 08-041387-25
Bewezenverklaring
hij op 1 februari 2025 te [plaats] , [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen "Ik ga jou prikken. Ik ga jou dood maken als ik je tegenkom in het winkelcentrum. Jij hebt mij dat winkelverbod gegeven";
hij op 7 februari 2025 in Nederland, opzettelijk ambtenaren, te weten [ambtenaar 1] en [ambtenaar 2] (beiden werkzaam als agent bij de Eenheid Oost-Nederland), gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door [ambtenaar 1] de woorden toe te voegen: "Jij moet je bek houden kankerhoertje", en door [ambtenaar 2] de woorden toe te voegen: "Kankerlijer, boerenzoon";
hij op 7 februari 2025 te [plaats] , wederrechtelijk is binnengedrongen in het besloten lokaal aan [adres 2] in gebruik bij de [basisschool] , immers was hem, verdachte, met ingang van 6 februari 2025 schriftelijk de toegang tot dat besloten lokaal ontzegd voor de duur van zes maanden.
hij 9 oktober 2024 te [plaats] [slachtoffer 2] heeft mishandeld door [slachtoffer 2] in het gezicht en tegen de schouder te slaan.
hij op 11 januari 2025 te [plaats] in het besloten lokaal, te weten een winkelcentrum, gelegen aan de [adres 3] , wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 10 januari 2025 schriftelijk de toegang tot dat winkelcentrum ontzegd voor de duur van 24 maanden.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Oplegging van straf en maatregel
21-000588-23). Dit heeft verdachte niet ervan weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan het plegen van strafbare feiten.
Vordering tot tenuitvoerlegging
Wetsartikelen
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
131 (honderdeenendertig) dagen.