Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[minderjarige1]( [minderjarige1] )
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De minderjarige staat sinds november 2022 onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI) en is sinds oktober 2025 met spoed uit huis geplaatst. De moeder en vader zijn het niet eens met deze beslissingen en komen in hoger beroep. Het hof toetst de rechtmatigheid van de spoedmachtiging en de verlenging daarvan.
Er zijn langdurige ernstige zorgen over de opvoedingssituatie, waaronder vermoedens van alcohol- en drugsgebruik door de moeder, huiselijk geweld en verwaarlozing. Diverse hulpverleningsinstanties hebben intensieve ondersteuning geboden, maar de situatie verbeterde onvoldoende. De moeder erkent deels het middelengebruik, maar betwist de ernst.
Het hof oordeelt dat de spoedmachtiging terecht was vanwege het onmiddellijke gevaar voor de minderjarige en dat de verlenging tot mei 2026 noodzakelijk blijft. De moeder krijgt de mogelijkheid om haar draagkracht te verbeteren, maar de huidige situatie rechtvaardigt de uithuisplaatsing. De beslissingen van de kinderrechter worden bekrachtigd en het verzoek tot beperking van de machtiging wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtigingen tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot 7 mei 2026 wegens ernstige zorgen en vermoeden van middelengebruik.