De moeder en vader zijn gezamenlijk gezagdragers over hun minderjarige kind, geboren in 2016. De rechtbank Gelderland wees op 2 mei 2025 de verzoeken van de moeder af om de zorgregeling te wijzigen, waarbij het hoofdverblijf van het kind bij de moeder is en de vader zorgmomenten in weekenden, woensdagen en vakanties heeft.
De moeder ging in hoger beroep en verzocht het hof om een zorgregeling waarbij het kind om de week op woensdag na school bij de vader verblijft en samen met hem naar voetbal gaat, zonder overnachtingen tijdens feestdagen en vakanties. De vader verzocht om een co-ouderschapsregeling met een gelijkwaardige verdeling van zorg en opvoeding.
Het hof oordeelde dat er sprake is van een emotioneel onveilig opvoedklimaat en dat het kind klem zit tussen de ouders. Het hof vond geen aanleiding om de zorgregeling te wijzigen of te beperken, omdat dit het kind onrust zou bezorgen en het belang van het kind niet dient. Ook het verzoek van de vader tot co-ouderschap werd afgewezen vanwege onvoldoende communicatie en samenwerking tussen ouders.
Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en benadrukte het belang van systeemtherapie om de situatie te verbeteren. De ouders werden aangespoord om zonder vertraging hiermee te starten, waarbij ook de zus van het kind mogelijk betrokken kan worden.