Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM -LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
- is bepaald dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw hebben;
- is een voorlopige regeling ter verdeling van de zorg- en opvoedtaken vastgesteld en ieder verdere beslissing daarover aangehouden tot 17 februari 2026 in afwachting van een rapportage van de zorgaanbieder;
- is bepaald dat de man met ingang van de datum van de beschikking als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen aan de vrouw € 198 per kind per maand zal betalen (kinderalimentatie), telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- is de wijze van verdeling van de ontbonden gemeenschap van goederen gelast.
4.De omvang van het geschil
- te bepalen dat de man gehouden is volledige inzage te verschaffen in diverse door haar genoemde financiële stukken, zulks in het kader van de verdeling van de woning en de waardering van de onderneming van de man;
- de door de man te betalen kinderalimentatie te bepalen op € 416 per kind per maand;
- te bepalen dat de man aan de vrouw € 11.550 moet betalen als woonvergoeding, aangevuld met een gebruiksvergoeding totdat de woning is verdeeld.
5.De motivering van de beslissing
Wat het goud betreft, tijdens de scheiding krijg je waar je recht op hebt. Tot dan blijft het goud veilig bij mij in de kluis.’ Nu de vrouw als enige bij de kluis is geweest nadat de sieraden daarin zijn gelegd en mede gelet op haar e-mailbericht van 5 november 2023, heeft het hof haar op de zitting bevraagd over de inhoud van de kluis en waar de op het huwelijksfeest verkregen sieraden nu zijn. Daarbij kwam ook de Whatsapp correspondentie tussen partijen aan de orde over de sieraden. Op de ook directe vragen van het hof gaf de vrouw ontwijkende antwoorden, waarbij zij haar woorden zorgvuldig leek te kiezen. Zo verklaarde zij dat de sieraden ‘niet onder haar beheer zijn’. Er is dus geen duidelijkheid gekomen over waar de sieraden zijn. Vast staat dat de man tot op heden zijn deel van de sieraden niet heeft gekregen. Gelet op de geschetste gang van zaken, de wijze van beantwoording door de vrouw op de vragen van het hof, twijfelt het hof ernstig aan de oprechtheid van de vrouw over de sieraden. Het hof houdt het ervoor dat de vrouw weet waar de sieraden zijn, dan wel ze elders heeft ondergebracht en ze zo verborgen houdt voor de man. Het hof zal daarom beslissen dat de vrouw haar aandeel in die goederen verbeurt aan de man. De vrouw is gehouden om de sieraden aan de man af te geven. Zo zij hier binnen twee weken na de datum van deze beschikking geen gevolg aan geeft, dient de vrouw de waarde van die sieraden aan de man te betalen. Die waarde wordt vastgesteld op de wijze zoals door de man gevraagd in zijn beroepschrift: gewicht (746,75 gram) x de goudprijs. Die goudprijs stelt het hof, nu partijen het niet eens zijn over de waarde en de feitelijke goudgehaltes van de genoemde sieraden door het hof niet zijn vast te stellen, schattenderwijs en ter voorkoming van verdere geschillen daaromtrent, vast op € 70 per gram. Grief 2 van de man slaagt.