Uitspraak
1.[appellant1] V.O.F.,
1.Repatherm V.O.F.
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep van 22 augustus 2024
- de memorie van grieven (met producties)
- de memorie van antwoord (met producties)
- de akte overlegging aanvullende producties tevens houdende eiswijziging van [appellanten]
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 13 mei 2025 is gehouden.
2.De kern van de zaak
€ 2.450,- aan buitengerechtelijke kosten aan [appellanten] te betalen. Repatherm heeft op haar beurt bij wijze van voorwaardelijke tegenvordering gevraagd om de tussen partijen gesloten overeenkomst te ontbinden voor wat betreft de nog niet uitgevoerde prestaties.
3.De toelichting op de beslissing van het hof
Om van de totale verbouwing de prijs inzichtelijk te maken is uitgegaan van het gemiddelde in mee en tegenvallers waardoor exacte prijzen per onderdeel niet gegeven kunnen worden maar wel een totaal budget gesteld wordt van 320 duizend exclusief btw waarbinnen alle afgesproken werkzaamheden worden uitgevoerd.(...)”
ten onrechte heeft overwogen dat de overeenkomst diende te worden ontbonden als de huidige dakconstructie volgens een deskundige niet veilig wordt geacht(zie randnummer 2 MvG). Maar zij heeft deze stelling niet nader toegelicht, ook desgevraagd tijdens de mondelinge behandeling bij het hof niet. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is voor het hof (en Repatherm) onvoldoende duidelijk hoe de vier bezwaren die [appellanten] in haar MvG verder heeft uitgewerkt, kunnen dienen als onderbouwing van deze stelling.
nietonveilig was en dat de kosten van het constructief herstel van het dak voor Repatherm moeten komen omdat de overeenkomst voorzag in een “tegenvaller” als deze; [appellanten] voert in elk geval niet aan, dat zij anders zou hebben gehandeld als Repatherm duidelijker was geweest in de reden om het werk op te schorten. Volgens [appellanten] had Repatherm in overleg moeten treden met [appellanten] om te kijken op welke andere posten uit de offerte bezuinigd zou kunnen worden om op die manier deze kosten te dekken. Het hof constateert dat een opening daartoe wel degelijk kan worden gelezen in de brief die Repatherm op 12 oktober 2020 aan [appellanten] gaf, maar doorslaggevend is dat het hof met de rechtbank van oordeel is dat de kosten voor (definitief) herstel van de brandschade geen onderdeel uitmaakten van het door Repatherm aangenomen werk en het in dat kader tussen partijen overeengekomen budget. Het herstel van de constructieve onveiligheid was niet opgenomen in de lijst van door Repatherm te verrichten werkzaamheden en weliswaar heeft Repatherm aanvaard dat zich onverwachte (bouwkundige) problemen bij de renovatie konden voordoen, maar de constructieve onveiligheid van het dak als gevolg van een ernstige, aan het zicht onttrokken brandschade kan niet worden gerekend tot ingecalculeerde tegenvallers. Zoals hiervoor al is geoordeeld moet de situatie als onveilig worden beschouwd. Repatherm mocht in de gegeven omstandigheden dus van [appellanten] verlangen dat [appellanten] er, voordat zij zou doorgaan met de werkzaamheden, voor zou zorgen dat Repatherm op een veilige manier verder zou kunnen met haar werkzaamheden – dat betekende concreet dat [appellanten] zich bereid toonde om de kosten van herstel voor haar rekening te nemen.