In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 19 februari 2026 uitspraak gedaan over het hoger beroep tegen een beschikking van de kantonrechter Gelderland van 20 maart 2025. Verzoeker had gevraagd om opheffing van het beschermingsbewind en mentorschap, dan wel beperking van de duur daarvan. De kantonrechter had het verzoek afgewezen, maar de vader als mentor ontslagen en een nieuwe mentor benoemd.
Het hof bevestigt dat het bewind gehandhaafd moet blijven omdat er nog sprake is van verkwisting, ondanks dat problematische schulden niet langer aanwezig zijn. Dit oordeel is mede gebaseerd op een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 2 maart 2023 en een recent psychiatrisch rapport dat een forse verbetering van de psychische gesteldheid van verzoeker constateert, maar toch adviseert de tbs-maatregel met voorwaarden te verlengen.
Het mentorschap wordt echter opgeheven omdat het niet langer zinvol is. Verzoeker verblijft op grond van een tbs-maatregel in een instelling en er hoeven vrijwel geen beslissingen meer over zijn zorg genomen te worden. Ook de mentor erkent dat hij feitelijk geen positie meer inneemt. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.